21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1029 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 april 2013

Tijdens de procedurevergadering van de vaste Commissie Financiën van 28 maart jl. is gevraagd om de Tweede Kamer te informeren over de berichten in de media over het wegsluizen van tegoeden in Cyprus via buitenlandse filialen van Cyprus Popular Bank (Laiki Bank) en het wegsluizen van tegoeden voor de sluiting als gevolg van voorkennis. Door middel van deze brief informeer ik de Tweede Kamer over de stand van zaken met betrekking tot deze berichtgeving.

Zoals al eerder aan uw Kamer gemeld zijn de afgelopen maanden tussen de Trojka en Cyprus diverse opties besproken om de problemen in de Cypriotische financiële sector te adresseren. Hierbij is de uitstroom van deposito’s door de Cypriotische autoriteiten en de betrokken instituties nauwgezet gevolgd. De potentiële consequenties van de uitstroom van deposito’s voor de financiële stabiliteit zijn voor mij mede aanleiding geweest om op 15 maart een Eurogroep bijeen te roepen. De verantwoordelijkheid voor het voorkomen van een oneigenlijke uitstroom van deposito’s en een efficiënt verloop van de operatie om de financiële sector te herstructureren ligt primair bij de Cypriotische autoriteiten, in samenwerking met de Trojka. De Cypriotische autoriteiten hebben op dinsdag 2 april jl. een commissie aangesteld met de opdracht om de gang van zaken rond de aanpak van de crisis in Cyprus te onderzoeken. Ik wacht de resultaten van dit onderzoek af.

Ik hoop u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Naar boven