Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-04 nr. 187

21 501-04 Ontwikkelingsraad

Nr. 187 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 mei 2016

Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking van 12 mei 2016.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

Verslag Raad Buitenlandse Zaken / Ontwikkelingssamenwerking van 12 mei 2016

Op 12 mei 2016 kwamen de EU Ministers voor Ontwikkelingssamenwerking bijeen onder leiding van Hoge Vertegenwoordiger (HV) Mogherini voor de Raad Buitenlandse Zaken / Ontwikkelingssamenwerking. Naast de Commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking (Mimica) en de Commissaris voor Humanitaire Hulp (Stylianides) was ook de president van de Europese Investeringsbank (Hoyer) aanwezig. Hij was voor het eerst uitgenodigd voor een formele Raad. De Ministers spraken over de herziening van de EU Consensus on Development in het kader van de implementatie van de Global Goals, handel en ontwikkelingssamenwerking met bijzondere aandacht voor de verduurzaming van mondiale waardeketens, Afghanistan in aanwezigheid van de Afghaanse Minister van Financiën Hakimi, gezamenlijk programmeren van ontwikkelingssamenwerking, en migratie en ontwikkeling. Tevens stond HV Mogherini kort stil bij de EU-positie van ontwikkelingssamenwerking voor de World Humanitarian Summit.

Herziening European Consensus on Development

EU Ministers brachten een krachtige boodschap van steun over voor een sterke EU inzet op implementatie van de Global Goals. De Global Goals dienen het uitgangspunt te zijn voor een nieuw ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. De herziening van de European Consensus on Development, oftewel de hoofdlijnen van het EU ontwikkelingsbeleid, werd gezien als een belangrijk leidend instrument om tot breed gedragen prioriteiten te komen ten aanzien van de implementatie van de Global Goals. Net als bij de vorige Consensus zullen immers Raad, Commissie en Europees Parlement betrokken zijn. De HV liet weten dat in de tweede helft van 2016 twee Mededelingen zijn voorzien: een algemene die zowel de interne als externe kant van de implementatie van de Global Goals zal bestrijken en een meer specifieke, gericht op de genoemde herziening van het EU ontwikkelingsbeleid. De Commissie lichtte toe dat deze laatste vooraf zal worden gegaan door een brede consultatie om de herziening van de Consensus te voeden. De HV benadrukte dat deze kans moest worden gegrepen om elementen die nu niet in de Consensus zitten, maar wel van centraal belang zijn voor de succesvolle implementatie van de Global Goals, te incorporeren. In dit licht noemde zij veiligheid, handel, humanitaire assistentie en migratie.

Er was brede overeenstemming dat de nieuwe Global Goals agenda om een andere aanpak van ontwikkelingssamenwerking vraagt. De EU moet oog hebben voor andere financieringsvormen, partnerschappen, focus op Minst Ontwikkelde Landen, maar er moet ook worden gekeken naar de relaties met transitielanden en middeninkomenslanden. Het werd van belang geacht dat in de herziening ook de relatie met de Post-Cotonou discussie zou worden meegenomen. EIB-president Hoyer bevestigde het belang van alternatieve financieringsbronnen en -vormen, alsmede een sterkere betrokkenheid van de private sector. De EIB vervult graag een rol in het faciliteren van de nieuwe agenda. Financiering vanuit ODA-middelen alleen zal niet genoeg zijn om de uitdagingen aan te kunnen pakken. Er moet gekeken worden naar creatieve manieren om een hefboomeffect te genereren met de juiste combinatie van giften en private financiering. Ook hierin zou de EIB zou een rol kunnen spelen.

Meerdere lidstaten wezen op het belang van duurzaamheid, in het bijzonder ten aanzien van energie, landbouw en klimaat. Veel lidstaten beaamden dat een betere coherentie tussen het humanitaire terrein en ontwikkelingssamenwerking nodig was. Dit zou een plaats moeten krijgen in het nieuwe EU ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, bijvoorbeeld door te komen tot een EU Consensus on Development and Humanitarian Issues, waar op dit moment nog sprake is van twee separate documenten.

Nederland benadrukte, net als vele andere lidstaten, het belang van een snelle start van de implementatie en van coherentie tussen de interne en externe dimensie. De EU heeft zich in de aanloop naar de conferenties in Addis en New York een sterke speler getoond en moet dat ook nu laten zien bij de implementatie. De herziening van de Consensus is daarin een belangrijke stap, maar geen einddoel op zich. Nederland noemde ongelijkheid als de oorzaak voor veel problemen en pleitte voor versterkte aandacht voor de samenhang tussen veiligheid en ontwikkeling en migratie en ontwikkeling. Ook de humanitaire dimensie zou niet langer separaat moeten worden bekeken. In het licht van de discussie over een nieuwe aanpak via een meerpartijenbenadering, wees Nederland op de conferentie die Nederland op 30 en 31 mei organiseert in Brussel over de implementatie van de Global Goals. Vanuit het oogpunt van het belang van brede partnerschappen voor de implementatie zal samen met het Nederlandse Global Goals Charter, het Sustainable Development Solutions Network en de European Economic and Social Committee worden gesproken over de rol van bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen bij de uitvoering van de Global Goals. Het is van belang dat ook zij een bijdrage leveren aan het behalen van de Global Goals.

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg over de RBZ/OS van 26 april jongstleden, zal in dit verslag nader worden ingegaan op de achtergronden van de discussie over de implementatie van de Global Goals. Ook voor de Europese Commissie is dit een belangrijke prioriteit, zoals ook verwoord in het Commissiewerkprogramma voor 2016. De Commissie werkt aan een roadmap, waarin meer duidelijkheid wordt gegeven over de aanpak die zij voor ogen heeft. De publicatie van deze roadmap is echter steeds uitgesteld, omdat binnen de Commissie sprake was van een verschil van inzicht over de aanpak van de uitvoering. De vraag was daarbij vooral of er een overkoepelende strategie moet komen voor de uitvoering van de nieuwe agenda in het Europese interne en externe beleid of dat gekozen moet worden voor een pragmatische aanpak met de nadruk op het aansluiten bij bestaande beleidsprocessen en -initiatieven.

Nederland heeft zich steeds actief ingezet voor een coherente aanpak die zowel de interne als de externe dimensie van het Europese beleid beslaat. De discussie tijdens de Raad over de herziening van de Consensus was tijdig en geeft een nieuwe impuls aan het debat over de implementatie van de Global Goals. Tegelijkertijd moet voorkomen worden dat deze herziening als einddoel wordt gezien, zoals Nederland tijdens de Raad ook inbracht. De implementatie van de Global Goals is breder dan de herziening van de European Consensus on Development, hoezeer deze ook toe is aan vernieuwing. Hoewel de bredere discussie ditmaal minder prominent naar voren kwam, is deze niet naar de achtergrond verdreven. De nadruk lag nu op de externe dimensie en in het bijzonder de invalshoek van ontwikkelingssamenwerking, waarna dit najaar de Mededeling uit zal komen die de basis moet bieden voor de implementatie van de Global Goals in het EU interne en externe beleid.

Handel, private sector en duurzame ontwikkeling

De discussie onder Ministers spitste zich toe op het belang van duurzame waardeketens, wat werd bekrachtigd in Raadsconclusies1. Lidstaten spraken vol lof over de Europese agendering van dit onderwerp en bedankten Nederland voor de proactieve, aanjagende rol die het hierin heeft gespeeld, zowel voor als tijdens het EU-voorzitterschap. De verankering van de duurzame waardeketenbenadering in het Europese interne en externe beleid werd door de Raad bekrachtigd. Hierbij werd een duidelijke koppeling gelegd met de Global Goals agenda, de EU Trade for All strategie en de EU Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen-strategie die is toegezegd door Commissaris Bienkowska. Ministers onderstreepten het belang van meer beleidscoherentie tussen hulp en handel en het mobiliseren van de private sector. Tevens werd benadrukt dat hierbij speciale aandacht uit moet gaan naar het MKB. Brede steun werd uitgesproken voor het EU Garment Initiative en ook de Amsterdam verklaringen over ontbossing en duurzame palmolie, de conferentie in Amsterdam over bedrijfsleven en mensenrechten, evenals de oprichting door Nederland, Duitsland en het VK van een publiek-privaat partnerschap over Responsible Mineral Sourcing konden op brede steun en waardering rekenen.

Nederland benadrukte in zijn interventie het belang van het betrekken van de private sector. Dit is essentieel om succesvol te kunnen werken aan het creëren van werkgelegenheid en duurzame economische groei. Duurzame, mondiale waardeketens vormen hierin een belangrijke schakel. De EU is wereldwijd de grootste donor en de grootste markt, wat maakt dat we de «leverage» hebben om iets te bereiken op dit terrein. Nederland vestigde de aandacht op het belang van een grotere rol voor de EIB als financieringsbron en link met de private sector. Nederland concludeerde dat het verheugd was met de aanname van vooruitstrevende Raadsconclusies over dit belangrijke onderwerp en bedankte de aanwezige Ministers voor de door hen geuite steun.

Afghanistan

De Raad sprak in aanwezigheid van de Afghaanse Minister van Financiën Hakimi over de Afghanistan Conferentie die op 4–5 oktober in Brussel zal plaatsvinden. Hierover werden eveneens Raadsconclusies aangenomen2. De conferentie is erop gericht om met de Afghaanse regering te kijken naar de samenwerking met de internationale gemeenschap na 2016, in het bijzonder ten aanzien van de economische situatie en de lange termijn OS-steun aan het land. Hierbij werd door de aanwezige EU Ministers het ownership en verantwoordelijkheid van de Afghaanse regering benadrukt om hervormingen door te voeren, zowel politieke als economische. De Afghaanse autoriteiten dienen zich hierbij blijvend in te zetten voor corruptiebestrijding en aandacht te hebben voor mensenrechten. De conferentie zou volgens de Raad in samenhang moeten worden gezien met de NAVO Top in Warschau op 8 en 9 juli aanstaande, waar de toekomstige inzet van de internationale gemeenschap in Afghanistan op het gebied van veiligheid op de agenda staat.

Tijdens de bespreking kwam ook het onderwerp migratie uitgebreid aan de orde. Minister Hakimi was van mening dat de Afghaanse migratiestromen richting Europa op dit moment vooral tweede en derde generatie Afghaanse migranten uit Iran en Pakistan betreft. Hij benadrukte daarom het belang van regionale afspraken om te komen tot een effectieve aanpak. Een aantal lidstaten was van mening dat er nog voor de conferentie in oktober vooruitgang geboekt moet worden op de migratiesamenwerking tussen de EU en Afghanistan, inclusief op het gebied van terugkeer. Anders zou de discussie niet gaan over toekomstige steun voor de ontwikkeling van Afghanistan, maar gedomineerd worden door migratie. Minister Hakimi toonde begrip voor deze insteek, maar benadrukte eveneens dat zeker gedwongen terugkeer van migranten gevoelig ligt en dat hiermee rekening dient te worden gehouden in de samenwerking. Ten aanzien van het politieke spoor vertelde Hakimi dat getracht wordt «softliners» uit de Taliban los te weken en pleitte hij voor meer druk op Pakistan. De Minister noemde als positieve ontwikkeling enkele voorbeelden van regionale samenwerking op het gebied van infrastructuur.

Gezamenlijk programmeren

De Raad discussieerde vervolgens over gezamenlijk programmeren (Joint Programming) van ontwikkelingssamenwerking. Hoewel de visies over de reikwijdte en diepte van gezamenlijk programmeren soms sterk uiteen liepen, werd een «common ground» gevonden die werd vastgelegd in Raadsconclusies3. De Raad maakte afspraken over de ambities ten aanzien van een verregaande samenwerking om de mondiale uitdagingen waarvoor de EU zich gesteld ziet, aan te pakken. De HV hield een krachtig pleidooi voor gezamenlijke programmering vanuit een oogpunt van coördinatie en het vergroten van de slagkracht en politieke invloed van de EU. Dit is met name van belang in discussies over bijvoorbeeld migratie. More for more, of de keerzijde less for less, heeft pas werkelijk impact wanneer lidstaten en EU-instellingen samenwerken, samen optrekken en met één mond spreken. Zo kan gezamenlijk programmeren een sterk instrument zijn, aldus de HV. De inzet van de aanwezige Ministers was om de effectiviteit en efficiëntie van gezamenlijk programmeren te verbeteren. Om duplicatie te voorkomen werd afgesproken dat strategische meerjarenplannen van de EU en lidstaten, gedeeltelijk of geheel, vervangen kunnen worden door gezamenlijke programmeringsdocumenten.

Nederland steunde de oproep van de HV om gezamenlijk programmeren te zien als voorkeursmodel. De Raadsconclusies zijn een goede stap, die de lat verder verhogen, in lijn met de afspraken in Busan en de ambities vastgelegd in de Global Goals. Waar Nederland bereid was gezamenlijk op te trekken en daar waar relevant bepaalde nationale programmeringsdocumenten te vervangen door gezamenlijk opgestelde programmering, uitte het ook begrip voor de meer terughoudende landen voor wie dit nog een brug te ver was. Zij zagen met name nationale wettelijke vereisten en agenda’s als een obstakel om tot volledige vervanging van bilaterale programmering te komen. De EU zou dit flexibel moeten benaderen en ruimte moeten laten voor diversificatie. Tegelijkertijd is een grotere «leverage» door gezamenlijk op te trekken evident. Het zou de efficiëntie, impact en politieke slagkracht van EU-ontwikkelingssamenwerking – inclusief die van lidstaten – substantieel vergroten en het bespreken van gevoelige kwesties vergemakkelijken. De simpele conclusie was dat we samen nu eenmaal sterker staan dan alleen.

Migratie en ontwikkeling

De HV begon de discussie over migratie met het verwelkomen van de nieuwe aanpak ten aanzien van de migratiedialogen. Zij was lovend over de resultaten van de nieuwe opzet, waarbij soms ook lidstaten de lead nemen en namens de EU de dialoog voeren met partners. In dit kader noemde zij onder andere de dialogen die Nederland namens de EU voerde met Mali, Ghana en Ivoorkust. Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg van 26 april zal de Kamer hierover nader worden geïnformeerd in het verslag van de RBZ van 23 mei. Commissaris Mimica stond stil bij het EU Trust Fund voor Afrika dat hij een nuttig en flexibel instrument noemde om de migratiecrisis aan het pakken, in het bijzonder de grondoorzaken hiervan. Onderaan deze brief is, zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg over deze Raad, een overzicht toegevoegd van de lidstaatbijdragen aan het EU Trust Fund. Mimica zag het Trust Fund als een voorbeeld van flexibele financiering, waarbij hij aanvulde dat gekeken moest worden hoe een dergelijke aanpak te hanteren zonder dat daarbij dit soort noodinstrumentarium hoeft te worden ingezet. Veel lidstaten beaamden het belang van het moderniseren van het EU-instrumentarium om het flexibeler, sneller en efficiënter te maken.

Nederland bedankte de Commissie voor wat zij reeds had bereikt in de opvolging van Valletta en de operationalisering van het Trust Fund, maar plaatste tegelijkertijd enige kritische kanttekeningen. Snelle uitvoering is wenselijk en begrijpelijk, maar mag niet ten koste gaan van de kwaliteit en partnerschapsbenadering. Anders lopen we het risico te vervallen in business as usual, terwijl hier nu net een kans en een noodzaak ligt om het anders aan te pakken. Als we werkelijk iets willen doen aan de migratiecrisis en de grondoorzaken ervan, dan moeten we dit in samenspraak en partnerschap doen met de landen in kwestie, ook al betekent dit dat uitvoering dan vaak iets langer op zich zal laten wachten. Alleen als de aanpak als een coherent geheel wordt gezien, kunnen ook de gevoeligere kwesties een plaats krijgen, zoals terugkeer of mensenrechtenkwesties. De migratiedialogen spelen hierin een belangrijke rol, maar ook de ondersteuning vanuit het EU Trust Fund. Nederland werd hierin gesteund door een grote groep lidstaten. Nederland voegde daaraan toe dat de EU moet luisteren naar de behoeften van herkomst- en transitlanden en dat naast ontwikkelingssamenwerking ook moet worden gezocht naar «leverage» op andere terreinen zoals handel en investeringen vanuit de private sector. De EIB gaf aan hierin graag een rol te willen vervullen. De EIB is in dit kader bezig met het verlenen van technische assistentie om de financierbaarheid van projecten te vergroten en is tevens bezig met een initiatief om de weerbaarheid van landen in de Westelijke Balkan en de nabuurschapsregio te versterken.

De Raad verwelkomde tevens de Mededeling inzake gedwongen ontheemding en ontwikkeling waarin de Europese Commissie een beleidskader voorstelt om de zelfredzaamheid van vluchtelingen en ontheemden te vergroten. De Mededeling brengt bestaand EU beleid en instrumentarium samen in een nieuwe aanpak ter ondersteuning van vluchtelingen, ontheemden en gastgemeenschappen in derde landen. De Raad nam Raadsconclusies4 aan waarin de EU en de lidstaten worden opgeroepen om de nodige stappen te zetten voor de uitvoering, een tijdspad vast te stellen en de verwachte resultaten te identificeren. De Raad verzocht tevens de Commissie en EDEO regelmatig te rapporteren over de voortgang. Nederland sprak steun uit voor de door de Commissie voorgestelde inzet op gedwongen ontheemding. Lidstaten zagen de nieuwe benadering als een belangrijk instrument om beter te reageren op langdurige crises en onderstreepten de Raadsconclusies.

Beurzenprogramma

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg van 26 april, zal in dit verslag nader in worden gegaan op de in het Valletta Actieplan gemaakte afspraken om de mobiliteit van studenten, onderzoekers en ondernemers tussen Afrika en Europa te bevorderen. Eén van deze acties is de verdubbeling van beurzen onder het Erasmus+ programma in 2016, ten opzichte van 2014.

Het nieuwe Erasmus+ programma maakt het mogelijk om meer studiebeurzen aan studenten te verschaffen voor korte studie-uitwisselingen in het buitenland. Momenteel staat het 2016 programma open voor aanvragen. In juli zal na afronding van de selectieprocedures het exacte aantal bekend zijn. Naar schatting zal het gaan om ongeveer 3000 uitwisselingen ten opzichte van 1500 in 2014. Dit aantal betreft Erasmus+ korte uitwisselingsbeurzen op EU-niveau, waarbij het programma open staat voor Afrikaanse landen.

Het Erasmus+ programma wordt beheerd door de Europese Commissie. Uitvoering is gedelegeerd aan verschillende nationale agentschappen in EU-lidstaten en nationale Erasmus+ bureaus buiten de EU. In Nederland zijn dit EP-Nuffic en Stichting Cinop (Centrum voor Innovatie van Opleidingen). Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is de nationale autoriteit die toeziet op deze nationale agentschappen. Daarnaast hebben veel lidstaten, zoals Nederland, naast Erasmus+ ook bilaterale programma’s met beurzen. Op nationaal niveau zet Nederland al jarenlang in op het verkleinen van capaciteitstekorten in Afrika, bijvoorbeeld via het Nederlandse beurzenprogramma (Netherlands Fellowship Programme, NFP). Het NFP staat open voor studenten uit 51 landen en probeert jaarlijks minimaal 50% van de beurzen toe te kennen aan studenten uit landen in Sub-Sahara Afrika. Zo zijn in 2014 van in totaal 1.116 beurzen er 714 aan bursalen uit Sub-Sahara Afrika toegekend.

World Humanitarian Summit

De HV en Commissaris Stylianides stonden aan het eind van de Raad nog kort stil bij de aankomende World Humanitarian Summit op 23 en 24 mei in Istanbul. De Raad nam conclusies aan waarin de EU inzet voor de conferentie werd vastgelegd. In de conclusies committeert de EU zich aan sterke vooruitgang op ieder van de vijf prioriteitsgebieden waarvoor door de VN Secretaris-Generaal «core commitments» zijn geformuleerd. Deze vijf prioriteitsgebieden zijn: Political Leadership to Prevent and End Conflict; Uphold the Norms that Safeguard Humanity; Leave No One Behind; Change People’s Lives – from Delivering Aid to Ending Need en Invest in Humanity. Nederland is tevreden met deze sterke en eensluidende EU-boodschap richting de World Humanitarian Summit. Deze ambitieuze inzet is passend voor ‘s werelds grootste humanitaire donor.

Overig

Habitat III

De Raad nam eveneens conclusies aan over de inzet van de EU tijdens de HABITAT III conferentie die van 17 tot 20 oktober in Quito zal plaatsvinden5. Tijdens deze conferentie zal een nieuwe mondiale stedelijke agenda worden vastgelegd. In de Raadsconclusies is onder meer opgenomen dat de nieuwe stedelijke agenda uitvoering moet geven aan Agenda 2030, de Financing For Development agenda, het klimaatakkoord en het Sendai raamwerk. De EU inzet is gericht op het bevorderen van: sociaal inclusieve en veilige steden, groene en weerbare (klimaatbestendige) steden, welvarende en innovatieve steden en goed bestuur van steden. Voor Nederland belangrijke thema’s als rampenpreventie en klimaatadaptatie, integrale stedelijke planning, delta’s, landrechten, circulaire economie, gender, inclusiviteit, en multilevel governance met sterke participatie en rol voor lokaal bestuur, komen goed terug in deze Raadsconclusies.

Jaarrapport 2016 inzake Europese ODA-doelstellingen

Ook nam de Raad conclusies aan over het jaarrapport 2016 inzake de Europese ODA-doelstellingen6. De Raad constateert dat de EU wereldwijd de grootste donor blijft en is verheugd met de reële groei in ODA, maar is teleurgesteld dat de EU de zelfopgelegde doelstelling van 0,7% van het BNP in 2015 wederom niet heeft gehaald. De EU geeft als geheel in 2015 0,47% van het BNP, wat gelijk is aan 68 miljard euro in 2015.

Rapport Europese Rekenkamer over resultaatgerichte benadering

De Raad nam tenslotte conclusies aan in reactie op een rapport van de Europese Rekenkamer over de resultaatgerichte benadering7. De Raad ondersteunt de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer om Europese ontwikkelingssamenwerking nog resultaatgerichter en efficiënter te maken. De Raad is verheugd dat de Commissie heeft toegezegd de aanbevelingen op te volgen en reeds is begonnen met de implementatie ervan.

Overzicht lidstaatbijdragen aan EU Trust Fund voor Afrika
 

Bijdrage

Betaald

België

10.000.000

 

Bulgarije

50.000

 

Denemarken

6.000.000

6.000.000

Duitsland

3.000.000

700.000

Estland

150.000

150.000

Finland

5.000.000

5.000.000

Frankrijk

3.000.000

3.000.000

Hongarije

700.000

 

Ierland

3.000.000

600.000

Italië

10.000.000

10.000.000

Letland

50.000

50.000

Litouwen

50.000

50.000

Luxemburg

3.100.000

3.100.000

Malta

250.000

 

Nederland

15.000.000

6.000.000

Noorwegen

3.000.000

 

Oostenrijk

3.000.000

3.000.000

Polen

1.100.000

 

Portugal

250.000

250.000

Roemenië

100.000

100.000

Slovenië

50.000

50.000

Slowakije

500.000

350.000

Spanje

3.000.000

2.000.000

Tsjechië

740.000

740.000

Verenigd Koninkrijk

3.000.000

 

Zweden

3.000.000

3.000.000

Zwitserland

4.624.389