Verslag Raad Buitenlandse Zaken / Ontwikkelingssamenwerking van 15 oktober 2012
Op 15 oktober 2012 vond de Raad Buitenlandse Zaken / Ontwikkelingssamenwerking plaats.
De punten die ik met uw Kamer besprak tijdens het Algemeen Overleg van 4 oktober jl.
indachtig, doe ik u graag verslag van deze Raad.
Oriëntatiedebat over de post-2105 ontwikkelingsagenda en follow-up Rio
De Raad had een oriënterend debat over de post-2015 ontwikkelingsagenda en follow-up
Rio. Voorafgaand aan de Raad had een zestal lidstaten, waaronder Nederland, Hoge Vertegenwoordiger
Ashton opgeroepen een actieve rol van de EU in de post-2015 ontwikkelingsagenda te
bevorderen (in bijlage brief van 4 oktober jl.)*).
In het licht van de uitkomst van de Rio+20 conferentie, heeft Nederland de EU opgeroepen
zich goed voor te bereiden op de post-2015 discussie en zich creatief en flexibel
op te stellen. Ik heb er bij de Hoge Vertegenwoordiger Ashton op aangedrongen om de
MDGs in het breder perspectief te zien van de drie pijlers van duurzaamheid, maar
ook van vrede en veiligheid. Tevens heb ik het belang benadrukt van leiderschap van
EDEO, onder andere waar het de outreach naar andere landen en nieuwe actoren betreft. Een inclusief proces is immers een
sine qua non voor een succesvolle uitkomst van het post-2015 proces: de EU moet zich niet isoleren.
Deze notie werd in de Raad breed gedeeld.
Nederland heeft zich wederom uitgesproken voor een moderne benadering van ontwikkelingsvraagstukken
en er op gewezen dat een herziening van de rol van ODA hiervan onlosmakelijk deel
uitmaakt.
Het belang van de MDGs voor armoedebestrijding en de resultaten die op sommige MDGs
zijn bereikt, werd op de Raad benadrukt. Ministers onderstreepten het belang van een
korte coherente lijst toekomstige duurzaamheidsdoelen (SDGs) en MDGs, waarbij ook
een duidelijke plek diende te worden ingeruimd voor mensenrechten.
Transitie
De Raad had een oriënterend debat over transitie in instabiele landen en zwakke staten
op basis van een Mededeling van de Hoge Vertegenwoordiger en de Commissie van 3 oktober
2012.1 De Kamer ontvangt over deze Mededeling nog een BNC-fiche.
De Raad sprak zich uit voor een duidelijke verankering van het principe van more for more (landen die hervormingen voortvarend uitvoeren, verdienen meer steun dan landen waar
hervormingen stagneren of achterwege blijven) met betrekking tot landen in transitie.
In het nabuurschapbeleid van de Unie wordt dit beginsel reeds in praktijk gebracht,
mede op Nederlands aandringen. Vooral de lidstaten uit Oost- en Midden-Europa benadrukten
hun eigen recente ervaring met ingrijpende transitieprocessen: de EU zou hiervan gebruik
kunnen maken. Het belang van een alomvattende aanpak – om versnippering en fragmentatie
tegen te gaan – werd breed onderschreven. Hoge Vertegenwoordiger Ashton opperde de
mogelijkheid om een EU platform voor uitwisseling van informatie over transitie op
te richten. Door sommigen werd dit idee verwelkomd; anderen benadrukten weinig behoefte
te hebben aan het oprichten van nieuwe instituties.
Weerbaarheid
De Raad had een oriënterend debat over weerbaarheid op basis van een Mededeling van
de Commissie van 3 oktober 2012.2 De Kamer ontvangt over deze Mededeling nog een BNC-fiche.
Eurocommissaris Georgieva (Humanitaire Hulp) onderstreepte het belang van preventief
optreden bij dreigende humanitaire crises. Zij wees erop dat de meest kwetsbaren het
hardst werden getroffen en elke euro die in een vroeg stadium werd uitgegeven ruim
20 maal zo effectief was als wanneer de crisis eenmaal in volle gang was.
De Raad vroeg om sneller te handelen en meer flexibiliteit bij herprogrammering van
hulp. Benadrukt werd dat er geen nieuwe organisaties werden opgericht, maar dat bestaande
structuren gebruikt werden om het beleid uit te voeren.
Overig
De Raad nam conclusies aan over ontwikkelingsfinanciering; sociale bescherming in
EU-ontwikkelingssamenwerking; maatschappelijk engagement in het extern beleid van
de Unie; en het jaarverslag EU-ontwikkelingssamenwerking. Over deze conclusies vond
geen nadere discussie meer plaats.
Mede in antwoord op de (bijgevoegde) brief van een zestal landen, waaronder Nederland,
aan HV Aston, sprak zij haar intentie uit in de toekomst de Raad Buitenlandse Zaken
/ Ontwikkelingssamenwerking en de reguliere Raad Buitenlandse Zaken op twee verschillende
dagen te organiseren om zo effectiever gebruik te kunnen maken van de RBZ/OS.
*) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer