21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

II BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2026

Hierbij bied ik u het verslag aan van de informele Raad Algemene Zaken van 11 mei 2026.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

VERSLAG INFORMELE RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 11 MEI 2026

Op 11 mei jl. vond de informele Raad Algemene Zaken (RAZ) plaats in Nicosia, Cyprus. Op de agenda stonden het Meerjarig Financieel Kader (MFK), een sessie over EU-uitbreiding en een werklunch met het VK over Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI).

Meerjarig Financieel Kader (MFK)

De Raad wisselde van gedachten over het nieuwe MFK (2028–2034). De focus van de discussie lag op de vraag in hoeverre het Commissievoorstel de EU in staat stelt snel en effectief op uiteenlopende crises te reageren. Lidstaten gingen onder meer in op de EU-faciliteit in pijler 1 van het MFK, welke is opgericht om flexibiliteit te borgen en met name is gericht op het ondersteunen van projecten met een transnationale dimensie en het inspelen op crises. Lidstaten gingen ook in op de flexibiliteitsmarge van 25% binnen de landenenveloppen van het Nationale en Regionale Partnerschapsplan. Nederland en gelijkgezinde landen benadrukten het belang van voldoende flexibiliteit zodat adequaat ingespeeld kan worden op crises en onvoorziene omstandigheden. Nederland is geen voorstander van gemeenschappelijke schuld voor nieuwe EU-instrumenten en sprak zich uit tegen de voorstellen van de Europese Commissie voor nieuwe leeninstrumenten Catalyst Europe en het crisismechanisme in het volgend MFK. Een groep andere lidstaten pleitte daarentegen juist voor gemeenschappelijke schuld en beperking van de flexibiliteit in het Commissievoorstel, onder meer door omkering van het zogenaamde cascademechanisme of gelijktijdige toepassing van instrumenten waardoor centrale EU-middelen eerder ingezet kunnen worden en flexibele middelen eerder uitgeput zullen zijn. Een groot deel van de lidstaten noemden voorts het belang van goede betrokkenheid van de Raad bij eventuele besluitvorming van inzet van middelen bij crises. En marge van de iRAZ is een non-paper over versterkte rechtsstaat- en Handvestconditionaliteiten in het volgende MFK verspreid. Nederland heeft dit non-paper ondertekend, samen met een aantal gelijkgestemde lidstaten. Het non-paper is als vertrouwelijke bijlage bij dit verslag gevoegd.

EU-uitbreiding

De Raad sprak in aanwezigheid van de (potentieel) kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan, Oekraïne en Moldavië over uitbreiding van de Unie in het kader van huidige geopolitieke uitdagingen. Lidstaten waren eensgezind over de noodzaak om de architectuur van het uitbreidingsproces te behouden. Zij benadrukten het belang van een op verdiensten gebaseerde aanpak en het vasthouden aan de centrale positie van de rechtsstaat (Fundamentals) in het toetredingsproces en als essentiële waarborg voor de Unie. Enkele lidstaten benadrukten dat de geopolitieke urgentie van uitbreiding zich dient te vertalen naar versnelling van het hervormingsproces in partnerlanden, maar niet het verlagen van onze standaarden. Andere lidstaten, waaronder Nederland, wezen op een op merites gedreven uitbreidingsproces waarbij het tempo van hervormingen leidend is. De stappen in de toetredingsonderhandelingen met Montenegro werden hierbij als positief voorbeeld aangehaald. Lidstaten spraken zich positief uit over de mogelijke aanstaande formele opening van clusters met Oekraïne en Moldavië, te beginnen met Cluster 1 (Fundamentals). Tevens was er eensgezindheid over dat geleidelijke integratie geen substituut mag worden voor volwaardig lidmaatschap. De voorzitter en de Commissie concludeerden dat uitbreiding onder de juiste voorwaarden een strategische investering is in de veiligheid van de Unie. Nederland bepleitte dat juist de geopolitieke dimensie van uitbreiding het belang onderstreept van het behoud van de op verdiensten gebaseerde aanpak. Daarnaast sprak Nederland steun uit voor het werk aan geleidelijke integratie en samenwerking, onder meer op het terrein van buitenland- en veiligheidsbeleid en defensie. Daarnaast investeren we in verdere geleidelijke integratie, zonder afbreuk te doen aan de integriteit van de interne markt en interne veiligheid van de EU.

Werklunch FIMI met VK Minister voor de Grondwet en Betrekkingen met de EU

Tijdens de een werklunch met de Britse Minister voor de Grondwet en Betrekkingen met de EU, Nick Thomas-Symonds, werden gedachten uitgewisseld over hoe de EU en het VK om moeten gaan met ongewenste buitenlandse beïnvloeding d.m.v. foreign information manipulation and interference (FIMI). Aanwezige lidstaten en de Commissie waren eensgezind en benadrukten het belang van het tegengaan van FIMI met alle mogelijke instrumenten, zoals het nieuwe Centre for Democratic Resilience, het Rapid Alert System en het European Democracy Shield. Daarbij werd onderstreept dat samenwerking met het VK op dit vlak essentieel is, evenals samenwerking met landen rondom de EU (Moldavië, Armenië en op de Westelijke-Balkan) en het Mondiale Zuiden. Lidstaten waren het erover eens dat de EU de FIMI-toolbox verder moet uitbreiden. Daarbij benadrukten zij het belang van blijvende aandacht voor de rol die AI hierin zal spelen, evenals de noodzaak om de passende wetgevende instrumenten daarop toe te passen. De lunch werd afgesloten met een uitgesproken hoop dat het VK in de toekomst vaker zal aansluiten bij informele sessies van de Raad Algemene Zaken.

Naar boven