21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

DK BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 oktober 2021

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 11 november 2021.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, T.J.A.M. de Bruijn

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD BUITENLANDSE ZAKEN/HANDEL VAN 11 november 2021

Introductie

Op 11 november 2021 zal in Brussel de Raad Buitenlandse Zaken Handel onder Sloveens voorzitterschap plaatsvinden. Tijdens de Raad zal worden gesproken over de WTO, in aanloop naar de 12e Ministeriële Conferentie van de WTO die van 30 november tot en met 3 december plaatsvindt in Genève. Ook wordt gesproken over de handelsrelatie tussen de EU en de VS en de opvolging die kan worden gegeven aan de EU-VS Trade and Technology Council (TTC), die eind september bijeenkwam in Pittsburgh. Verder zal de Commissie een jaarlijks voortgangsrapport presenteren over de implementatie en handhaving van EU handelsakkoorden. Tot slot zal de Commissie de stand van zaken schetsen ten aanzien van een aantal lopende onderhandelingen over bilaterale handelsakkoorden, waaronder die met Nieuw-Zeeland en Chili.

Hervormingen Wereldhandelsorganisatie en voorbereidingen van de 12e Ministeriële Conferentie

Onder dit eerste agendapunt zal de Raad zich met name buigen over de aanstaande 12e Ministeriële Conferentie (MC12). Hierbij zal de Commissie naar verwachting prioriteiten voorstellen voor MC12, alsmede een uiteenzetting geven van het huidige krachtenveld en de voortgang ten aanzien van verschillende WTO-initiatieven.

Nederland zal in de Raad inzetten op een betekenisvol en zo ambitieus mogelijk resultaat voor MC12. Hierbij is voor Nederland van belang dat de Europese Unie een sterke leiderschapsrol op zich neemt in aanloop naar en tijdens de Conferentie. Dit betekent dat de EU met betrekking tot overbevissing, overcapaciteit en IUU-visserij (illegale, niet gerapporteerde en ongereguleerde visserij) niet alleen de eigen belangen verdedigt, maar ook landen bij elkaar brengt, proactief voorstellen doet en als eerste concessies durft te doen. Alleen met dergelijk leiderschap kan de WTO uit de huidige impasse komen. Hoewel een hervorming van de WTO nodig is, is het voortbestaan van de WTO essentieel voor de Nederlandse economie, die sterk leunt op veilige, voorspelbare internationale handel. Daarbij biedt het verder integreren in de WTO van hedendaagse uitdagingen, zoals klimaatverandering, een kans om te laten zien dat de WTO en het op regels gebaseerde multilaterale handelssysteem brede maatschappelijke relevantie hebben.

Nederland zal zich met name inzetten voor de prioriteiten zoals die in de Kamerbrief van 4 september 2020 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2197) genoemd zijn. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor duurzaamheid en handel, en in het bijzonder een akkoord om schadelijke visserijsubsidies in te perken. Nederland hecht veel waarde aan totstandkoming van dit akkoord. Ook zal Nederland een actieve rol van de EU bepleiten op verdere duurzaamheidsinitiatieven binnen de WTO. Daarnaast zal Nederland zich binnen de Raad inzetten voor een constructieve, proactieve opstelling van de EU op het gebied van Trade & Health, waarbij alle belangrijke aspecten in ogenschouw dienen te worden genomen, zoals exportbeperkingen, intellectuele eigendomsrechten en handelsfacilitatie.

Voor de middellange termijn zal Nederland bepleiten dat de EU zich blijft inzetten voor een mondiaal gelijk speelveld, bijvoorbeeld door middel van afspraken binnen de WTO over industriële subsidies en staatsgeleide bedrijven. Eveneens zal Nederland inzetten op een andere balans tussen rechten en plichten van WTO-leden, waarbij de uitzonderingen voor ontwikkelingslanden binnen de WTO in de toekomst op een andere manier vormgegeven dienen te worden.

Bij dit alles dient aangetekend te worden dat het krachtenveld binnen de WTO zich nog altijd slecht leent voor grote doorbraken. Het is daarom van belang om de verwachtingen voor MC12 realistisch te houden en tegelijkertijd ambitieus te werk te blijven gaan.

EU-VS handelsrelaties

Op 29 september vond de eerste bijeenkomst van de EU-VS Trade and Technology Council (TTC) plaats in Pittsburgh, Verenigde Staten. Van EU-zijde namen Commissarissen Dombrovskis (Handel) en Vestager (Competitie) deel. Van VS-zijde waren de deelnemers Secretary of State Blinken, Secretary of Commerce Raimondo, en United States Trade Representative Tai. Zij spraken over het verbeteren van de trans-Atlantische relatie op het gebied van handel en technologie. Specifieke onderwerpen op de agenda waren investeringsbescherming, exportcontrole, kunstmatige intelligentie, halfgeleider waardeketens, en uitdagingen voor het internationale handelssysteem. Na afloop werd een algemene verklaring gepubliceerd, waarin de grote lijnen van verbeterde samenwerking worden beschreven1. Ook werden op de deelonderwerpen verklaringen aangenomen met daarin de contouren van toekomstige samenwerking. Na de bijeenkomst in Pittsburgh zullen werkgroepen starten om de details van de samenwerking verder uit te werken in werkprogramma’s over tien verschillende onderwerpen. Elke werkgroep heeft twee voorzitters, een vanuit de Europese Commissie en een vanuit de VS. Het is aan de voorzitters om het proces verder vorm te geven per onderwerp. De datum van de volgende TTC bijeenkomst is nog niet bekend.

De TTC kan een zeer nuttige rol spelen in de verdieping van de trans-Atlantische samenwerking, en Nederland steunt dan ook de TTC als platform voor Trans-Atlantisch overleg dat samenwerking op de genoemde onderwerpen verder kan intensiveren. Handel en technologie zijn steeds nauwer verweven met de geopolitieke verhoudingen in de wereld. Het is in het Nederlandse belang dat de EU en de VS samenwerking vinden als de twee belangrijkste markteconomieën ter wereld en leiderschap tonen op de verschillende onderwerpen vanuit gedeelde normen en waarden. Het kabinet beschouwt de bijeenkomst in Pittsburgh als een veelbelovende aftrap. Het concretiseren van de goede voornemens zal nog veel werk en overleg vergen, maar er is een goed begin gemaakt voor verdere samenwerking. Het kabinet hecht eraan hierbij op te merken, dat de TTC geen eigen besluitvormende bevoegdheden heeft. Iedere afspraak die in de toekomst zou kunnen voortkomen uit de TTC, zal dus zowel in de VS als in de EU de geëigende besluitvormingsprocessen moeten doorlopen.

Tevens zal de Raad spreken over de stand van zaken in het staal en aluminiumconflict. In 2018 voerde de VS tarieven in op Europees staal en aluminium op basis van nationale veiligheid (de zogenaamde «sectie 232 tarieven»). Als antwoord implementeerde de EU rebalancerende maatregelen op verschillende VS producten. Om een de-escalerend signaal te geven, voerde de EU de tarieven slechts gedeeltelijk in. Per 1 juni 2021 zouden de tarieven verhoogd worden om tot een een-op-een compensatie voor de VS tarieven te komen. In mei van dit jaar kwamen de EU en VS overeen om gezamenlijk de wereldwijde staal en aluminium overcapaciteit aan te pakken2. Als teken van goede wil, stelde de EU de automatische verhoging van tarieven uit tot 1 december aanstaande. Dit positieve signaal zou beantwoord moeten worden vanuit de VS. Het kabinet moedigt beide partijen aan om een duurzame oplossing te vinden, zodat de tarieven van beide partijen kunnen worden afgebouwd.

AOB

Jaarlijks rapport over implementatie en handhaving EU handelsakkoorden

Op 27 oktober jl. heeft de Commissie haar jaarlijkse rapport over de implementatie en handhaving van EU handelsakkoorden gepubliceerd. Hierin wordt een overzicht gegeven van de implementatie van de verschillende handelsakkoorden en wordt gerapporteerd over handels- en investeringsbarrières en de implementatie van de duurzaamheidsafspraken.

Nederland verwelkomt de publicatie van dit rapport en hecht veel waarde aan een goede implementatie en handhaving van EU handelsakkoorden. Het rapport biedt een goed evaluatiemoment van de EU-handelsakkoorden en stipt aan waar het goed gaat en waar ruimte is voor verbetering.

Herziening van bepalingen over handel en duurzame ontwikkeling in handelsakkoorden

Nederland zal voorts onder AOB aandacht vragen voor de door de Commissie opgestarte herziening van de duurzaamheidsafspraken in EU handelsakkoorden. Nederland zal in dit verband wijzen op het belang van goede naleving en monitoring van bestaande duurzaamheidsafspraken en het versterken van de mogelijkheden voor effectieve handhaving in toekomstige handelsakkoorden. Nederland zal benadrukken dat in toekomstige handelsakkoorden de prikkels voor effectieve naleving van duurzaamheidsafspraken versterkt moeten worden. De gedetailleerde kabinetsinbreng, waarover uw Kamer geïnformeerd zal worden conform motie 31 985, nr. 77 kan naar verwachting eind november 2021 met de Commissie en de Raad gedeeld worden.

Lunch item: lopende onderhandelingen handelsakkoorden

Tijdens de lunch zal de Commissie een update geven van lopende onderhandelingen over nieuwe handelsakkoorden. Naar verwachting zal de Commissie met name stil staan bij de onderhandelingen met Nieuw-Zeeland en Chili. De onderhandelingen over een EU-Nieuw-Zeeland handelsakkoord zijn in een vergevorderd stadium. De regering van Nieuw Zeeland heeft aangegeven de onderhandelingen graag voor eind 2021 af te ronden. De laatste openstaande punten betreffen o.a. investeringen en aanbestedingen. De modernisering van het associatieakkoord met Chili bevindt zich in de afrondende fase van de onderhandelingen. De afgelopen maanden bleken met name de toegang tot ruwe materialen en investeringsliberalisatie lastige openstaande onderhandelingspunten. Tot slot zal tijdens de lunch de Commissie mogelijk ook een update geven over de modernisering van het Global Agreement EU-Mexico, dat dateert uit 1997. Nederland wacht op de aanbieding van de finale tekst door de Commissie aan de Raad alvorens een positie in te nemen.

Overig

Hierbij ga ik in op het verzoek van de commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (nummer 2021Z15354) om aan te geven of het kabinet voornemens is te reageren op de raadpleging «Evaluatie van het handelsdeel van het Associatieakkoord tussen de EU en Centraal Amerika». Het kabinet is niet voornemens om te reageren op deze consultatie. Nederland geeft haar inbreng al via de relevante werkgroepen en expertgroepen in Brussel. Nederland heeft het bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld opgeroepen om deel te nemen aan de consultatie.

Naar boven