Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-02 nr. 993

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 993 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 oktober 2010

Graag bied ik u hierbij aan de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 25 oktober 2010.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

GEANNOTEERDE AGENDA VAN DE RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 25 OKTOBER

Voorbereiding Europese Raad van 28–29 oktober

De Raad Algemene zaken (RAZ) zal zoals te doen gebruikelijk, de eerstvolgende Europese Raad (ER) voorbereiden, die deze maal op 28 en 29 oktober aanstaande plaatsvindt. Voorzitter Van Rompuy heeft vooralsnog onderstaande vier onderwerpen op de agenda van de ER geplaatst:

Eindrapport Van Rompuy groep

Zoals bekend heeft de ER van 25–26 maart jl. Van Rompuy opgedragen een werkgroep voor te zitten die zich buigt over budgettaire en economische coördinatie en crisisbeheersing. Het eindrapport, dat op dit moment nog niet beschikbaar is, zal worden afgerond na de laatste bijeenkomst van de werkgroep voorzien voor 18 oktober, en zal eveneens aan de orde komen tijdens de EcoFin Raad van 19 oktober, waarna het de week daarop via de RAZ zal worden voorgelegd aan ER.

Op 29 september heeft de Europese Commissie een pakket voorstellen gedaan, dat complementair is aan het werk van de werkgroep-Van Rompuy. Deze voorstellen behelzen versterking van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), aanpak van macro-economische onevenwichtigheden en regels voor nationale budgettaire raamwerken. U wordt op korte termijn via BNC-fiches over deze voorstellen geïnformeerd.

De Nederlandse inzet voor de werkgroep-Van Rompuy is meermaals met uw Kamer besproken ter voorbereiding van bijeenkomsten van de ER in juni en september alsmede naar aanleiding van brieven van de minister van Financiën. Versterking van de regels van het SGP – met een sterker automatisme, preventief optreden, aandacht voor overheidsschulden en scherpere sancties – vormde de hoofdlijn van de Nederlandse inzet. Daarnaast heeft Nederland vanaf het begin ingezet op versterking van budgettaire raamwerken op nationaal niveau (bij voorkeur door betrokkenheid van onafhankelijke raminginstituten). Ook heeft de Nederlandse inzet zich gericht op een effectieve aanpak van macro-economische onevenwichtigheden voor zover deze gevolgen kunnen hebben voor de financiële en economische stabiliteit van de Economische en Monetaire Unie en de Unie als geheel. Het is de verwachting dat in het definitieve eindrapport op belangrijke delen de Nederlandse inzet terug zal zijn te vinden.

G20

Op 11–12 november a.s. zal in Seoel, Zuid-Korea, de volgende G20-top plaatsvinden. Nederland werd nog niet uitgenodigd voor deze top. Tijdens de G20-top zal de EU vertegenwoordigd worden door ER-voorzitter Van Rompuy en Commissievoorzitter Barroso. De ER van oktober zal de gezamenlijke Europese inzet voor de top bespreken.

In Seoel zal door het Zuid-Koreaanse G20-voorzitterschap nader ingegaan worden op de resultaten van de Toronto-top van juni dit jaar. De G20 committeerde zich daar aan maatregelen om het economisch herstel te bestendigen, banen te scheppen en meer evenwichtige economische groei te realiseren. Het zwaartepunt van de bijeenkomst in Seoel zal liggen op de werkzaamheden binnen het zogenaamde Framework for Strong, Sustainable and Balanced Growth. Dit Framework is gericht op het versterken van de mondiale economische groei. In het kader ervan worden landenspecifieke beleidsaanbevelingen gedaan en kunnen landen elkaar macro-economisch de maat nemen. Naast het Framework staat de voortgang ten aanzien van financiële sectorregulering op de agenda alsook het vergroten van de legitimiteit en effectiviteit van het IMF. Zuid-Korea heeft daarnaast zelf nog enkele punten aan de agenda toegevoegd: ontwikkeling als resultaat van economische groei, global safety nets (waarmee gecoördineerde en multilaterale actie wordt gebundeld om bijvoorbeeld economische schokken op te vangen) en een bijeenkomst met de CEO’s van vooraanstaande internationale ondernemingen (de «Business 20», B20). Met dit laatste initiatief beoogt gastheer Zuid-Korea de betrokkenheid van de private sector bij het economisch herstel te borgen.

Nederland hecht veel waarde aan goede EU-coördinatie voorafgaand aan, en een gedegen voorbereiding van G20-bijeenkomsten. Daarnaast moet er bij G20-bijeenkomsten, indien mogelijk, gestreefd worden naar een Europese taakverdeling. Nederland vindt goede terugkoppeling door deelnemers aan de G20-bijeenkomsten aan (niet-deelnemende) lidstaten van belang.

Het werk binnen de G20 met betrekking tot het Framework for Strong, Sustainable, and Balanced Growth zal in Seoel momentum moeten behouden. Verdere implementatie van het Framework is volgens Nederland een belangrijke voorwaarde om het mondiale fragiele economisch herstel te verankeren en te versterken. Committering van landen aan concrete beleidsmaatregelen maakt het makkelijker elkaar de maat te nemen («peer-review»). Nederland hecht verder veel waarde aan de Zuid-Koreaanse wens om de relatie tussen ontwikkeling en economische groei op de G20-agenda te krijgen. De Europese positie moet recht aan dit initiatief doen. Ook vindt Nederland het Zuid-Koreaanse idee interessant om te komen tot zogenaamde Global Financial Safety Nets.

Klimaatverandering

De ER zal Europese de inzet voor de klimaatonderhandelingen in Cancún bespreken op basis van de conclusies van de Milieuraad van 14 oktober. Nederlandse wil in Cancún aansturen op deelbesluiten over thema’s waarover overeenstemming mogelijk is en die directe actie stimuleren: voorkomen van ontbossing (REDD+), adaptatie, technologie, financiële architectuur en rapportage.

Voorbereiding externe toppen

De inhoudelijke voorbereiding van externe toppen zal plaatsvinden tijdens de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) die aansluitend op de RAZ zal plaatsvinden. Het betreft toppen van de Unie met de VS (20 november), van de Mediterrane Unie (20–21 november) en van de Unie met Oekraïne (22 november). De ER van 28–29 oktober zal de hoofdlijnen van de Unie-positie voor de EU-VS top vaststellen. Ik verwijs u naar de geannoteerde agenda voor de RBZ voor nadere informatie over de voorbereiding van genoemde externe toppen en de Nederlandse inzet daarvoor.

Uitbreiding: Servië

In vervolg op de discussie over Servië tijdens de Raad Algemene Zaken (RAZ) van 13 september dit jaar (zie Kamerstuk 21 501-02 voor verslag) zal de Raad spreken over het al dan niet doorzenden van de Servische lidmaatschapaanvraag van 22 december 2009 aan de Commissie voor «avis».

De Commissie en 26 EU-lidstaten willen tijdens de RAZ een positief besluit hierover nemen, mede in het licht van de constructieve Servische opstelling bij de op 9 september jl. aangenomen AVVN-resolutie. De resolutie roept Servië en Kosovo op in dialoog te gaan teneinde de onderlinge samenwerking te verbeteren, de veiligheid en stabiliteit in de regio te bevorderen en praktische oplossingen te vinden voor de inwoners van Kosovo.

Het kabinet meent dat eventuele verdere stappen in de toenadering van Servië tot de Europese Unie in het teken moeten staan van volledige samenwerking door Servië met het Joegoslavië-tribunaal. De regering zal zich bij de definitieve standpuntbepaling over het al dan niet doorzenden van de Servische lidmaatschapsaanvraag daarnaast laten leiden door de voortgang in de dialoog tussen Servië en Kosovo.

Zoals Commissaris Füle ook stelde in de hoorzitting met de Vaste Kamercommissie voor Europese Zaken op 6 oktober jl., is de Commissie van mening dat besluitvorming over het doorsturen van een lidmaatschapsaanvraag een procedureel/technisch vraagstuk is waarover met meerderheid van stemmen kan worden besloten. Ook de meeste lidstaten zijn deze mening toegedaan. Het EU-voorzitterschap zal uiteindelijk moeten bepalen welke besluitvormingsprocedure wordt gekozen.