Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201021501-02 nr. 955

21 501-02
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

nr. 955
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2010

Door middel van deze brief wil ik namens het kabinet reageren op de motie van uw Kamer van 2 februari jl. (Kamerstuk 32 123 XIV, nr. 147), inhoudende het verzoek aan het kabinet om de correspondentie van de Nederlandse regering aan de Europese Commissie, over de uitvoering van Europese regelgeving, voortaan in principe altijd ter beschikking te stellen aan de Tweede Kamer.

Zoals u weet hecht het kabinet veel belang aan transparantie richting uw Kamer betreffende wetgeving en beleid in de Europese arena en communicatie daarover met de instellingen in Brussel. Daartoe worden behalve de reguliere communicatie, verschillende wegen bewandeld zoals BNC-fiches (Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen) en algemene brieven over EU-beleidsterreinen. Tevens ontving u recent de brief van het kabinet aan de nieuwe Commissie Barroso en de Nederlandse reactie op de EU-2020 consultatie (Kamerstuk 21 501-20, nr. 470).

De motie Van Gent zou betekenen dat alle brieven over de uitvoering van Europese regelgeving van de Nederlandse regering aan de Europese Commissie worden toegestuurd aan uw Kamer. Ik vraag evenwel uw begrip voor een aantal beperkingen die gelden bij openbaarmaking van brieven waar het kabinet aan is gehouden. Allereerst zijn er de Europese afspraken inzake geheimhouding (art. 339 EU-Werkingsverdrag).

Zo is het bijvoorbeeld niet toegestaan brieven openbaar te maken, waarin (bedrijfs)vertrouwelijke informatie staat. Daarnaast vallen brieven van het kabinet aan de Commissie onder de regels van de Wob alsook de Eurowob. Zo zal het kabinet in lijn met weigeringsgrond in art. 4, lid 1, sub a, derde streepje, Vo. 1049/2001 (Eurowob) terughoudend zijn ten aanzien van brieven, waarvan openbaarmaking de Nederlandse en/of EU-onderhandelingspositie zou kunnen ondermijnen.

Wat het kabinet wel zal doen is rekening houden met de wensen van uw Kamer en in voorkomende gevallen brieven aan de de Europese Commissie over de uitvoering van Europese Regelgeving delen met uw Kamer.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen