Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201021501-02 nr. 945

21501-02
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

nr. 945
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 maart 2010

Graag bied ik u hierbij het verslag aan van de Raad Algemene Zaken en de Raad Buitenlandse Zaken van 22 februari 2010.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

Verslag van de Raad Algemene Zaken (RAZ) en Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) van 22 februari 2010

Raad Algemene Zaken

Presentatie geannoteerde agenda van de Europese Raad d.d. 25 en 26 maart 2010

De Raad heeft de agenda van de Europese Raad van 25–26 maart aanstaande vastgesteld. Er staan twee hoofdpunten op de agenda, te weten de nieuwe Europese strategie voor groei en banen (EU2020 strategie) en klimaatverandering (zie tevens hierna). In de context van de EU2020 strategie zal de Europese Raad tevens spreken over de economische crisis en het belang van exitstrategieën. Tijdens de korte discussie over de geannoteerde agenda van de Europese Raad in de RAZ benadrukte Nederland het belang van houdbare overheidsfinanciën en structurele hervormingen als voorwaarde voor economische groei.

Overigens zal de Europese Raad van maart de EU2020 strategie nog niet vaststellen; dat is pas aan de orde op de Europese Raad van 17 juni. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de Commissie naar verwachting eerst op 3 maart aanstaande een voorstel zal presenteren. Het zou te kort dag zijn om daarover al eind maart te besluiten. Als eerder toegezegd aan uw Kamer, zal de Kamer tijdig worden geïnformeerd over de Nederlandse inzet.

Klimaat

Een non-paper van het Spaanse voorzitterschap met daarin een overzicht van klimaatwerkzaamheden in verschillende Raadsformaties werd positief ontvangen. De RAZ wil een coördinerende rol spelen in het klimaatdebat binnen de EU, gezien het beleidsterreinoverschrijdende karakter van klimaatverandering en de taak van de RAZ om coherentie en continuïteit te bewaken van het werk in andere Raadsformaties. De RAZ wil – ook in het licht van de voorbereiding van de Europese Raad – toezien op de samenhang van werkzaamheden.

Raad Buitenlandse Zaken

Voor de goede orde meld ik u dat de bespreking van het Midden-Oosten vredesproces (MOVP) niet op de definitieve RBZ-agenda werd geplaatst. Het MOVP zal wel besproken worden tijdens het aanstaande Gymnich-overleg, waarvoor u een geannoteerde agenda toegaat.

Haïti

De Raad besprak de actuele situatie in Haïti, waar de eerste zorg nu het bieden van tijdelijke huisvesting in verband met het naderende regenseizoen betreft. De Europese Commissie meldde dat er onder andere behoefte is aan pregefabriceerde woningen, duurzaam bouwmateriaal en sanitaire voorzieningen. Bijdragen van de EU en haar lidstaten op dit terrein zullen gecoördineerd worden door de coördinatiecel EUCO in Brussel.

De Commissie maakte bekend op korte termijn 5 miljoen euro aan begrotingssteun te zullen geven aan Haïti, die in de loop van het jaar zal worden aangevuld tot 50 miljoen euro.

De ministers waren het erover eens dat de EU een substantiële, goed gecoördineerde bijdrage moet leveren aan de wederopbouwconferentie die eind maart zal plaatsvinden in New York, in het bijzonder aan capaciteitsopbouw van essentiële bestuursstructuren. Hoge Vertegenwoordiger (HV) mw. Ashton kondigde aan tijdens de bijeenkomst van de RBZ op 22 maart de EU-inzet voor de genoemde conferentie nader te willen bespreken. Dan zal ook verder worden gesproken over versterking van de zichtbaarheid van de Europese inspanningen, bijvoorbeeld door invulling te geven aan de suggestie van de HV en enkele lidstaten om in Haïti een EU House of Development te vestigen.

De Raad besprak ook de vraag of de respons van de EU op de humanitaire noodsituatie tot nu toe bevredigend was geweest en of er lessen voor de toekomst te leren waren. De ministers waren tevreden over de omvang van de hulpverlening en de snelheid waarmee deze tot stand was gekomen. De Commissie zag ruimte voor verbetering van de coördinatie van de inzet van civiele, militaire en humanitaire middelen en kondigde aan voorstellen voor een meer strategische benadering op dit gebied te zullen doen. De HV zal de mogelijkheden voor een EU Rapid Response Force, ofwel een Emergency Response Mechanism, onderzoeken en kondigde aan tijdens de RBZ van 22 maart de Europese inspanningen in Haïti tot op dat moment te willen evalueren.

HV Ashton zal in de eerste week van maart naar Haïti reizen om de situatie in ogenschouw te nemen.

Hierbij bericht ik uw Kamer tevens dat Nederland geen bijdrage zal kunnen leveren aan de door de VN gevraagde zelfstandige Formed Police Units die onder de VN-missie MINUSTAH zullen ressorteren. Zoals uw Kamer bekend, was een eventuele bijdrage van de Nederlandse Marechaussee afhankelijk van logistieke ondersteuning door een ander land. Deze logistieke ondersteuning kon helaas niet zeker gesteld worden.

Iran

De Raad sprak over de stappen die genomen kunnen worden om Iran te bewegen zich te conformeren aan de internationale verplichtingen ten aanzien van zijn nucleaire ambities. De ministers constateerden dat sinds de bespreking in de RBZ van januari de zorgen over de doeleinden van de Iraanse nucleaire ambities verder zijn toegenomen, zowel als gevolg van de Iraanse aankondiging dat het land uranium tot bijna 20% verrijkt, als door de bevindingen in het recente rapport van de IAEA over Iran.

In de Raad was brede overeenstemming om het tweesporenbeleid voort te zetten. Iran blijft de mogelijkheid geboden worden om in dialoog te treden over het nucleaire programma; een politieke oplossing blijft het eerste doel. Evenwel zullen de voorbereidingen op mogelijke additionele sanctiemaatregelen voortgezet worden, zo lang Iran blijft weigeren op betekenisvolle wijze gehoor te geven aan de uitnodiging voor dialoog. Besluitvorming over eventuele additionele sancties ligt allereerst bij de VN-Veiligheidsraad (VNVR).

Mocht in het VNVR-proces onverhoopt geen consensus mogelijk blijken, dan moet de EU zich bereid tonen om met gelijkgezinde landen maatregelen te nemen. De ministers benadrukten dat sancties goed doordacht dienen te zijn. Ook bracht Nederland het belang van vrije toegang tot internet voor Iraanse burgers ter sprake. Voorstellen voor concrete maatregelen ter uitwerking van de suggesties die ik in 2009 per brief aan mijn collega’s en HV Ashton heb gedaan, zijn in uitvoering.

Oekraïne

De Raad voerde een oriënterende discussie over de EU-relaties met Oekraïne na de recente verkiezing van dhr. Victor Janoekovitsj tot president.

HV Ashton stelde dat Oekraïne voor de EU van groot politiek en economisch belang is en dat de recente verkiezingen een belangrijke mijlpaal vormen in de democratisering van het land. HV Ashton deelde mee dat zij de EU zou vertegenwoordigen bij de inauguratie op 25 februari aanstaande en dat Janoekovitsj heeft laten weten op 1 maart een bezoek aan Brussel te zullen brengen – zijn eerste buitenlandse reis in zijn nieuwe functie. De Commissaris voor Uitbreiding, de heer Stefan Fuele, benadrukte dat het tijd was voor een (hernieuwd) engagement met Oekraïne en presenteerde een aantal mogelijke EU-acties met name gericht op het bevorderen van macro-economische stabiliteit, modernisering van het gastransportsysteem en het toewerken naar visumliberalisatie.

Er was brede consensus over het belang van Oekraïne voor de Europese stabiliteit en de noodzaak van een actief EU-beleid. Veel ministers benadrukten daarbij dat Oekraïne ook een goede relatie met Rusland moest onderhouden en dat de EU Oekraïne niet moest dwingen om te kiezen tussen Rusland en de EU. Wel vroegen ministers zich in dit verband af hoe een eventueel EU vrijhandelsakkoord met Oekraïne te rijmen zou zijn met eventuele Oekraïense deelname aan de douane-unie tussen Rusland, Wit-Rusland en Kazachstan. Sommige ministers stelden dat Oekraïne een expliciet Europees perspectief geboden moest worden. Andere lidstaten, waaronder Nederland, verzetten zich daartegen, omdat dit onrealistische verwachtingen zou wekken. Deze lidstaten stelden dat het nabuurschapbeleid prioritair was en dat de EU daar een succes van moest maken. Enkelen wezen op het belang van conditionaliteit in de samenwerking. Een aantal ministers sprak steun uit voor een roadmap naar visumliberalisatie. Met betrekking tot energie waren de ministers het met elkaar eens dat dit een topprioriteit is voor de Unie en dat de EU actief met Oekraïne moet blijven samenwerken aan de modernisering van de gassector. Tot slot benadrukten veel ministers het belang van een grondwetshervorming in Oekraïne