Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200921501-02 nr. 912

21 501-02
Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen

nr. 912
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 9 juli 2009

De vaste commissie voor Europese Zaken1 en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken2 hebben op 11 juni 2009 overleg gevoerd met minister Verhagen over:

– de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 3 juni 2009 inzake verslag Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (inclusief Ontwikkelingssamenwerking) van 18 en 19 mei 2009 (21 501-02, nr. 904);

– de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 9 juni 2009 inzake de geannoteerde agenda Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 15 en 16 juni 2009 (21 501-02, nr. 907);

– de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 juni 2009 inzake het fiche Verordening inzake vaststelling financieringsinstrument voor samenwerking met industrielanden, andere landen en gebiedsdelen met een hoog inkomen (22 112, nr. 866);

– de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 juni 2009 inzake het fiche Mededeling inzake Midterm Review Financiële instrumenten voor externe actie (22 112, nr. 867).

Van het overleg brengen de commissies bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,

Waalkens

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

Ormel

De griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken,

Nijssen

Voorzitter: Van Bommel

Griffier: Nijssen

Aanwezig zijn 8 leden der Kamer, te weten: Voordewind, Haverkamp, Ten Broeke, Peters, Blom, Van Bommel, Van der Staaij en Ormel en de heer Verhagen, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Ik open deze vergadering van de vaste commissie voor Europese Zaken. Wij hebben besloten deze vergadering in twee delen te knippen. Van 10 tot kwart over 11 zullen wij over Algemene Zaken en de Westelijke Balkan spreken. Van kwart over elf tot half 1 zullen wij over de externe betrekkingen spreken. Ik stel vast dat er vijf fracties aanwezig zijn. Voor het eerste deel van de vergadering hebben wij ruim een uur. Ik stel voor de spreektijden in eerste termijn te beperken tot drie minuten.

De heer Ormel (CDA): Voorzitter. Ik begin met de voorbereiding van de Europese Raad en de economische crisis. Gisteren is tijdens de Ecofinraad duidelijk geworden dat de Britten de uitvoering van de verstandige plannen van De Larosière blokkeren. De uitvoering van deze plannen zou een grote stap voorwaarts betekenen, maar op deze manier dreigen wij in Europa wederom niet verder te komen terwijl dat juist in de huidige kredietcrisis noodzakelijk is. De Labourregering lijkt op zijn laatste benen te lopen, maar de sociaaldemocraten houden deze financiële degelijkheid tegen. Wat zal de minister daartegen doen?

De CDA-fractie zou graag enig inzicht krijgen in de voorliggende beslispunten in het kader van de klimaattop waar die afwijken van de voorstellen van het eerder geaccordeerde kabinetsstandpunt over Kopenhagen. Hoe zijn de verhoudingen in de Raad? Ik vraag expliciet naar het structurele verschil tussen het kabinetstandpunt en de richting van de onderhandelingen, omdat dit de enige manier is waarop de Kamer nog enigszins kan meesturen. Wij hebben het kabinet mandaat gegeven voor de onderhandelingen in de komende vijftien Europese Raden en de circa tien overige belangrijke bijeenkomsten van de VN, G8, enzovoorts die over Kopenhagen gaan. Daarom is het juist van belang dat wij over een schematische weergave van beslispunten en afwijkingen van kabinetsstandpunten kunnen beschikken in dit zo belangrijke klimaatdossier dat zo veel collega’s van de minister van Buitenlandse Zaken aangaat. Ik zou graag zien dat dit structureel terugkomt in de geannoteerde agenda’s voor de Milieuraad, Ecofinraad en de Europese Raad. Dit kan het debat naar een hoger niveau tillen.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik deel deze oproep van de CDA-fractie van harte. De tijd begint te dringen. Is de heer Ormel het ermee eens dat wij nu meteen zaken moeten doen? Deze oproep aan het kabinet geldt voor de bespreking komende woensdag over de geannoteerde agenda van de Europese Raad.

De heer Ormel (CDA): Ik doe deze oproep nu, maar niet omdat wij tot in detail willen meesturen. Wij hebben het kabinet immers een mandaat gegeven. Ik denk dat het debat over zo’n belangrijke onderwerp Kamerbreed naar een hoger niveau kan worden getild als zo’n schema wordt aangereikt.

In de geannoteerde agenda staat dat de regering de kandidatuur van de heer Barroso steunt. Hierover is op 3 juni jongstleden al in een plenair debat met de minister-president gesproken. De CDA-fractie steunt dit.

Ik vraag om een strikte en faire benadering van Servië, maar dat verlang ik ook voor Kroatië. De volledige samenwerking met het Joegoslavië Tribunaal behoort vanzelfsprekend te gelden voor het kandidaat-lid Kroatië. Ik ben dan ook van mening dat de onderhandelingen over hoofdstuk 23 van het acquis maar eens even op een laag pitje moet worden gezet. Eerst een betere beoordeling door hoofdaanklager Brammertz voordat wij verder kunnen.

Ook het grensgeschil met Slovenië speelt een rol. Dit is weliswaar een bilateraal geschil, maar ik ben van mening dat het uit de wereld moet zijn voordat er sprake kan zijn van toetreding. Er is bovendien nog een grensdispuut tussen Kroatië en Servië over enkele eilandjes in de Donau. Is dit al opgelost? Ik ben van mening dat alle grensdisputen moeten zijn opgelost, ook met Servië, voor een eventuele toetreding van Kroatië tot de Europese Unie.

Ik kom nu op de Westelijke Balkan. Wij hebben begrip voor de opstelling van de Nederlandse regering tegenover Servië. Geen ratificatie van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst zolang er geen volledige samenwerking is met het Joegoslavië Tribunaal, zolang de heren Mladic en Hadzic daar niet zijn. Dit is des te prangender nu er berichten in de Servische media verschijnen dat zelfs president Tadic volledig op de hoogte was van het feit dat de heer Mladic tot 2002 een 50 man sterke lijfwacht had en zich vrij kon voortbewegen door Belgrado. De huidige president was op dat moment voorzitter van de parlementscommissie voor de controle op de veiligheidsdiensten. Hij moet daarvan geweten hebben.

De heer Ten Broeke (VVD): Ik heb een simpele vraag voor de heer Ormel. Als ik terugkijk op alle debatten die wij hier hebben gevoerd over het samenwerkingsakkoord met Servië, stel ik vast dat hij uiteindelijk heeft gedoogd, sterker nog, heeft gesteund dat de Nederlandse regering daar een handtekening onder heeft gezet al is het nog niet verstuurd aan het parlement. Als hij nu ziet dat de prodemocratische krachten waar de heer Tadic toch bij hoort, altijd hebben geweten wat zich daar afspeelde, heeft de heer Ormel dan niet ongelooflijk veel spijt dat hij zijn rug niet heeft rechtgehouden zoals hij dat anderhalf jaar geleden nog wilde?

De heer Ormel (CDA): Ik ben ongelooflijk trots op deze minister van Buitenlandse Zaken die als enige zijn rug heeft rechtgehouden waardoor de heer Karadzic nu in Den Haag zit. Ik ben ongelooflijk trots op deze minister van Buitenlandse Zaken die nog steeds zijn rug rechthoudt en tegelijkertijd ook inziet dat wij Servië wel bij Europa moeten betrekken. Ik ben er ongelooflijk trots op dat deze minister van Buitenlandse Zaken in ieder geval zijn rug recht houdt en toch ook signalen wil afgeven aan de Servische bevolking. Laten wij niet vergeten dat de ultranationalisten vorig jaar maar nipt zijn verslagen en dat een terugkeer van deze partijen ons vele stappen terug zal werpen. Ik steun dan ook de visumliberalisatie voor de Servische bevolking.

De heer Ten Broeke (VVD): Voorzitter. Ik begin met het laatste punt van de heer Ormel. Ik steun de visumliberalisatie voor de Servische bevolking niet, dat wil zeggen niet voor de hele Servische bevolking. Servië voldoet nog lang niet aan alle door ons gestelde eisen. Dit lijkt mij een verkeerd signaal.

Ik heb al eerder gezegd dat er wel signalen denkbaar zijn en ik wil die aan de Nederlandse regering meegeven. Het is niet waar dat wij helemaal geen hoop willen bieden, integendeel. Het zou een goed signaal zijn als de Nederlandse regering zich er bijvoorbeeld voor zou inspannen dat met name voor de studenten – en dan alleen voor die groep, de nieuwe generatie – van die landen in de Balkan die uiteindelijk een toetredingsperspectief hebben, al is dat ver verwijderd van dit moment, een visumliberalisatie wordt doorgevoerd. Daarmee geeft Europa het signaal dat het niet kiest voor de huidige leiders, noch voor de nationalisatie leiders, noch voor de prodemocratische leiders en dat het reëel is en altijd is geweest naar aanleiding van de claims van de zogenaamde prodemocratische krachten die altijd weer tegemoet moesten worden gekomen. Ik heb weinig vertrouwen in de medewerking die Servië tot nu toe laat zien.

Dit wordt alleen maar versterkt door het verslag dat de heer Brammertz deze week naar buiten heeft gebracht. De verbeteringen in Servië zijn nog altijd mondjesmaat. Het gaat erom dat wij zowel Mladic als Hadzic hier zien en dat er volledige medewerking is. Als er dan al hoopvolle signalen moeten worden gegeven, dan misschien voor de beperkte groep waar ik zojuist over sprak.

De heer Ormel (CDA): Ik ben verheugd dat de heer Ten Broeke de deur in ieder geval een klein beetje openzet. Ik ben echter verbaasd dat hij toch met twee maten meet. Hij pleit voor meer visumliberalisatie voor andere landen in de Westelijke Balkan, wat ik op zichzelf toejuich, maar hij verwijst naar het rapport van de heer Brammertz waarin wordt gesteld dat het in Servië nadrukkelijk beter gaat, ook al is men er nog niet helemaal, maar ook dat er in Kroatië een teruggang is. Nu zegt de heer Ten Broeke als een soort Servië-hater: Servië niet en de andere landen wel. Dat begrijp ik niet.

De heer Ten Broeke (VVD): Ten eerste laat ik mij het woord Servië-hater niet welgevallen. Misschien kan de heer Ormel daar nog iets aan doen, want in ben geen Servië-hater, integendeel. Mijn fractie gaat op een volstrekt correcte manier om met de toetredingscriteria en sommige andere fracties, waaronder die van de heer Ormel, doen dat niet. Het gaat mij niet om Servië alleen. Ik constateer ook dat het ietsje beter gaat, ik heb dat zojuist ook gezegd. Ik heb het nog niet over Kroatië gehad. Ik constateer ook dat er nieuwe kritiek is op Kroatië, daar zou ik zo aan toekomen. Bij de beoordeling van de vraag: wat te doen met de Balkan, is er echter een groot verschil. De VVD-fractie wenst strikt vast te houden aan de afspraken die daarover zijn gemaakt, alleen als er dan een signaal gegeven moet worden, dan toch in elk geval ook voor de landen die de afgelopen tijd veel meer hebben gedaan. De heer Ormel kent mijn vergelijkingen op dit terrein; ik haal er altijd ook Macedonië bij dat veel verder is gegaan met biometrische paspoorten en het vervangen van militairen aan zijn grenzen, dat veel meer eisen van de Europese gemeenschap heeft ingelost, maar dat al drie jaar amper of geen gesprek heeft met de Europese Unie. Dat is met twee maten meten, mijnheer Ormel, en dat staat u toe.

Tijdens het debat vorige week is al gezegd dat mijn fractie steun aan de kandidatuur van de heer Barroso om twee redenen afwijst. In de eerste plaats heeft hij het niet verdiend; hij is geen goede voorzitter geweest. Hij was een overgangspaus en dat moet hij naar de mening van mijn fractie ook maar blijven. In de tweede plaats is het onverstandig, want als het Verdrag van Lissabon wordt geratificeerd, waar wij allen op hopen, moeten er nog wat andere kaarten worden geschud. Tegen die achtergrond pleit ik ervoor om in ieder geval geen steun te verlenen aan de herbenoeming van de heer Barroso. Wij verschillen van mening met deze door het CDA gedomineerde regering over de inhoudelijke appreciatie, maar ik pleit ervoor om in de procedure nog even te wachten tot wij weten hoeveel functies er te vergeven en te verdelen zijn. Wie weet wie daarvoor allemaal in aanmerking kunnen komen.

De heer Ormel (CDA): In de kranten staat dat de liberalen de heer Verhofstadt naar voren schuiven. Steunt de heer Ten Broeke die kandidaat als hij de heer Barroso niet steunt?

De heer Ten Broeke (VVD): Volgens mij is de heer Verhofstadt kandidaat voor het Europees Parlement. Ik hoop van harte dat hij daar een belangrijke functie zal vervullen. Ik heb ook het nodige in de kranten gelezen. Dat hij tegelijkertijd ook voor een andere functie in de race zou zijn, kan waar zijn. Er worden zo veel kandidaten genoemd. De heer Rasmussen wordt ook genoemd. Lijkt mij ook een uitstekende kandidaat, maar hij zit ook nu al op een uitstekende functie. Laten wij het maar even afwachten. Dit is precies de reden waarom het verstandig is, waarom het zeer verstandig is, mijnheer Ormel, om je niet te vroeg voor welke kandidaat dan ook uit te spreken.

De voorzitter: Nu wil de minister een opmerking maken.

Minister Verhagen: Ik wijs erop dat er in de eerstkomende Raad een besluit moet worden genomen. Ik begrijp dat de heer Ten Broeke niet te vroeg wil zijn, maar hij moet ervoor oppassen dat hij ook niet te laat is.

De heer Ten Broeke (VVD): De minister weet heel goed dat je in dat besluit kunt opnemen dat je er nog eens opnieuw naar kijkt als het Verdrag van Lissabon is geëffectueerd. Hij kan alles afspreken wat hij wil. De benoeming kan worden aangehouden, de Commissie kan blijven zitten en dit geldt ook voor de voorzitter. Hij kan afspreken wat hij wenst, maar ik zou op dit moment de heer Barroso niet voor een nieuwe termijn van vijf jaar benoemen.

De heer Ormel (CDA): Vorig jaar heeft de lijsttrekker van de VVD al de heer Zalm voor dit hoge ambt naar voren geroepen. Wordt die kandidatuur ingetrokken? Heeft de VVD niemand meer?

De heer Ten Broeke (VVD): Er zijn heel veel goede kandidaten, ook uit onze kringen, misschien zelfs wel uit die van de heer Ormel. Ik hoor ook wel eens over heel prominente kandidaten uit zijn kringen, maar er is een groot verschil. Wij kunnen goede kandidaten eindeloos op lijstjes zetten en naar voren brengen, maar als de regering dat doet, is er sprake van een officiële kandidatuur en dat is een volstrekt andere zaak. Overigens zal de heer Van Baalen, lijsttrekker en nu delegatieleider van de Nederlandse liberalen in het Europees Parlement, ook zeggen dat hij het onverstandig vindt om je nu al uit te spreken voor Barroso.

Het Groei- en Stabiliteitspact is van groot belang nu de stimuleringsmaatregelen een grotere omvang hebben gekregen dan iedereen kon vermoeden. Er moet opnieuw worden teruggekeerd naar een stabiel en houdbaar beheer van de overheidsfinanciën. De Nederlandse regering schrijft dat zij echte, eerlijke en ambitieuze afspraken wil maken. Die hebben wij, dat heet het Groei- en Stabiliteitspact. Het simpele feit dat de Nederlandse regering nu schrijft over echte en eerlijke afspraken doet veel vermoeden over de afspraken die de afgelopen tijd al dan niet zijn geschonden. Ik wil dat de Nederlandse regering zich committeert en andere landen houdt aan de afspraken die in het pact zijn gemaakt.

Het rapport De Larosière dreigt te bezwijken onder de Britse druk. Ik ben van mening dat Nederland veel verder had moeten gaan. Ik hoor graag of de regering vasthoudt aan het commitment dat zij een aantal keren in de Kamer heeft afgegeven dat er een sterke toezichthouder in de financiële markt nodig is. Het is hoogst noodzakelijk dat er een aantal nieuwe spelregels wordt verzonnen voor oude fatsoensnormen in de financiële wereld.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Op de agenda prijkt inderdaad de kandidatuur voor een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Voor zover de regering erop uitgaat om de kandidatuur van de heer Barroso te steunen, heeft zij daarbij niet de steun van de fractie van GroenLinks. Zij vindt Barroso geen geschikte kandidaat. Hij behoort tot een ideologie die verouderd is en mist het elan dat vereist is om Europa weer uit het historisch lage dieptepunt van impopulariteit te halen. Het is bovendien tegen de geest van Lissabon. Dit zal geen verrassing zijn.

Op de agenda van de Europese Raad prijken verder weer de financieringsmechanismen voor klimaatadaptatie en mitigatie. Dit punt staat sinds het Bali-actieplan op iedere agenda van de Milieuraad, Ecofinraad, Europese Raad en dus ook op die van onze voorbereidende AO’s, omdat de Europese lidstaten er onderling steeds maar niet uitkomen. Voor de duidelijkheid is er deze keer van te voren maar vast bijgekrabbeld dat besluitvorming niet is voorzien. Dit schiet dus echt helemaal niet op. Mijn fractie heeft, gesteund door een meerderheid van de Kamer, in het afgelopen jaar steeds ingezet op een Nederlandse inzet voor besluitvorming door de EU uiterlijk op dit moment. Het is echter ook nu wel tot mijn fractie doorgedrongen dat dit niet zal lukken. Als ik de geruchten over de laatste ambtelijke overlegrondes in Bonn beluister of de conceptconclusies van de Europese Raad en de Ecofinraad lees, begrijp ook ik dat zij er nog lang niet uit zijn. Zelfs om kernzaken als de vervuiler betaalt en middelen boven op ODA, staan nog dikke vierkante onderhandelingshaken. De vorige keer verzuchtte de regering: er is geen man overboord als wij juni niet halen, want er resteert daarna nog voldoende tijd. Ik sluit mij aan bij de heer Ormel. Ook van mijn kant de hartenkreet dat ik mij hier als parlementariër zorgen over maak. Ik wil graag door de regering in staat worden gesteld om te controleren of wij niet in gevaarlijk water terecht zijn gekomen. Hoe gaat de EU dit vanaf nu nog op tijd klaren voor Kopenhagen? Daarvoor wil ik in de eerste plaats kunnen vaststellen of de EU en de Nederlandse regering nog wel geloven dat het haalbaar is. Of verwateren de ambities van Kopenhagen? Mijns inziens moet de EU hier slagen. Alle partijen die de afgelopen verkiezingen een enigszins pro-Europees geluid lieten horen, waaronder niet alleen de groenen maar zeker ook alle regeringspartijen, zijn het er immers over eens dat voor het klimaat gezamenlijk Europees optreden kan en moet.

Ten tweede wil ik graag weten en als parlementariër kunnen controleren of er een realistisch stappenplan is dat efficiënt van de resterende tijd gebruik maakt, druk op de ketel zet, het vergadertempo versnelt en de pendeldiplomatie naar tegenstribbelende lidstaten in gang zet om op tijd klaar te zijn. Wat is nu de nullijn? Waar staan de zaken nu? Wij moeten de geannoteerde agenda van de Europese Raad nog krijgen voordat wij daar aanstaande woensdag over kunnen debatteren. Ik vraag aan de regering om, bovenop het verzoek van de CDA-fractie, daarin uitgebreid in te gaan op de stand van zaken van de onderhandelingen over de financieringsmechanismen voor klimaat. Meer concreet zou daarbij het verslag van het ambtelijk overleg in Bonn moeten worden gevoegd. Ik vraag inzage in de paper die het voorzitterschap heeft voorbereid over de voortgang van het EU-onderhandelingspakket en een update van de voorstellen van de Europese Commissie voor concrete financieringsmechanismen.

De heer Ormel (CDA): Ik was aanvankelijk blij met de steun van mevrouw Peters voor mijn opstelling. Zij is zelf oud-diplomaat. Deelt zij mijn mening dat zij nu een beetje te ver gaat? Wij zitten in een onderhandelingstraject. Het is goed om bepaalde ijkpunten te zien om vast te stellen hoe de onderhandelingen verlopen, maar wij kunnen natuurlijk niet alle kaarten die de regering in de internationale onderhandelingen voor de borst wil houden, hier open op tafel leggen. Dan verzwakken wij de positie van Nederland.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik denk dat de diplomatie in sommige opzichten ook aan modernisering toe is. Ik denk dat het de wereldbevolking die de regeringen controleert, onvoldoende overtuigt dat alles wordt overgelaten aan de vertrouwelijke diplomatieke kanalen. Er moeten ook signalen naar parlementen en naar de bevolking uitgaan dat er voortgang wordt geboekt en hoe er wordt omgegaan met pijnpunten. De tijd dat wij alles maar aan de achterkamertjes overlieten, is wat mij betreft in de 21ste eeuw voorbij. Als de heer Ormel goed naar mijn woorden heeft geluisterd, heeft hij gehoord dat ik heb gevraagd om inzage, omdat ik mij kan voorstellen dat het diplomatiek zeer vertrouwelijk zal zijn. Voor zover er verslagen zijn van afgelopen overleggen zoals die in Bonn, heb ik om openbaarmaking verzocht. Ik wil als parlementariër graag kunnen meepraten over de paper die het voorzitterschap voorbereidt voor de aanstaande Europese Raad die over zo’n belangrijk onderwerp gaat als het, samen met de hele wereldgemeenschap, behalen van succes in Kopenhagen.

De heer Ormel (CDA): Dat wil ik ook, maar ik denk dat de Kamer ervoor moet waken te roepen om de megafoon terwijl wij gaan voor het resultaat.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik heb hier het afgelopen jaar ook niet om gevraagd, maar ik stel nu vast dat er een heel zorgelijk punt is bereikt. In de conceptconclusies van de Europese Raad die de Kamer vanochtend bereikten, staat in het hoofdstuk over klimaat alleen: The European Union once again calls on all parties to co-operate in reaching an agreement. En dat na driekwart jaar intensief onderhandelen door onze knapste diplomaten van de rijkste Europese landen. Wij zijn dus nu op een heel zorgelijk, moeilijk punt beland. Niet alleen de EU moet er uitkomen, daarna moet er nog overeenstemming worden bereikt met Amerika. China, India en de rest van de wereld. Daarom zou ik graag zien dat er nu een tandje wordt bijgezet. Ik wil niet alleen oppositioneel zijn, maar ook graag constructief-kritisch.

De heer Blom (PvdA): Voorzitter. Ik wil beginnen met de Commissie, want daar worden volgende week natuurlijk spijkers met koppen geslagen. Allereerst over de kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie. Ik heb tijdens het plenaire debat voor de Europese verkiezingen gezegd dat wij eerst maar eens de verkiezingsuitslag moesten afwachten. Wij hebben allemaal gezien wat die uitslag heeft gebracht. Een ding is zeker, als er een club de verkiezingen heeft gewonnen, is het wel die van de christendemocraten. Als je dan heel eerlijk bent en je zegt voor de verkiezingen dat je die moet afwachten en naar de uitslag moet kijken, dan is er maar een conclusie mogelijk, namelijk dat de Europese Raad een christendemocraat als voorzitter van de Commissie kiest. Zo eerlijk moet je dan gewoon zijn. Je kunt dan wel een mening hebben over de persoon – die heb ik helemaal niet, ik weet dat de VVD-fractie die wel heeft – maar het lijkt mij vrij logisch dat de Raad van Ministers ervoor kiest dat de desbetreffende christendemocraat voorzitter wordt. Zo eerlijk moet je gewoon zijn.

De voorzitter: Ik herinner eraan dat wij hier vorige week een debat over hebben gevoerd en dat de stand van zaken inmiddels wel bekend is. Als u desondanks nog iets nieuws wilt inbrengen, mevrouw Peters, ga dan gerust uw gang.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik vind de redenering van de heer Blom wat merkwaardig. In een democratie moet je kijken naar het gemeenschappelijke van de meerderheid en de christendemocraten mogen in absolute aantallen de grootste partij zijn, zij hebben niet de meerderheid. De meerderheid wordt samen met andere partijen gevormd en je moet kijken naar wat hun bindt. Wat mij betreft is dat het groene en het hervormende en daar kun je de heer Barroso de beste kandidaat voor noemen, maar dat is een ander punt.

De heer Blom (PvdA): Voor mij zit de wereld een stuk simpeler in elkaar. Volgens mij moet je gewoon kijken welke partij de grootste is en de verkiezingen heeft gewonnen. Dat doet recht aan de verkiezingsuitslag. Ik kan maar moeilijk een ander verhaal ophangen.

Er is natuurlijk nog wel iets anders aan de hand met die commissarissen en dat heeft alles te maken met Ierland. Wij hebben daar al eerder over gesproken. Het Verdrag van Lissabon zou ertoe moeten leiden dat het aantal commissarissen afneemt, maar zover zijn wij nog niet. Dit speelt echter ook een rol onder het Verdrag van Nice. Als ik alle artikelen lees en de zaken van de afgelopen weken volg, ben ik van mening dat wij steeds meer in de richting van consensus gaan en dat er toch een commissaris per land blijft. Dit allemaal om Ierland te «pleasen». Is de regering daar blij mee? De fractie van de Partij van de Arbeid in ieder geval niet. Wat gebeurt er als het Verdrag van Lissabon van kracht wordt waarin staat dat er minder commissarissen komen en er wordt toch vastgehouden aan de eis van een commissaris per lidstaat? Dan moet je het verdrag veranderen of er moet een of ander ingewikkeld protocol aan worden gekoppeld. Ik ben benieuwd hoe de minister van Buitenlandse Zaken dat varkentje zal wassen.

Wij hebben de afgelopen maanden ook diverse keren gesproken over Kroatië. Ik ben van mening dat Kroatië moet voldoen aan alle voorwaarden die in het Verdrag van Lissabon zijn opgenomen. De Kopenhagen-criteria bestonden natuurlijk al. Zolang dit niet het geval is, kan er geen sprake zijn van enige stap richting het EU-lidmaatschap. Vervolgens moet het land zelf de problemen met Slovenië oplossen. Wij hebben daar geen rol in bij de onderhandelingen.

Tot slot de Westelijke Balkan en het dossier Servië in relatie tot de visumliberalisatie. Ik herken bij de minister ons standpunt: een man een man, een woord een woord. Er is afgesproken dat het Stabilisatie- en Associatieakkoord niet zal worden bekrachtigd zolang Servië niet voldoet aan alle criteria en daar houdt de minister zich aan. Tegelijkertijd is er ook met de landen in de Westelijke Balkan een afspraak gemaakt voor een roadmap die zou kunnen leiden tot visumliberalisatie. Ook daar geldt: een man een man, een woord een woord. Ik heb niet de indruk dat Servië al aan die voorwaarden voldoet, maar als dat punt is bereikt, kun je niet anders dan Servië die visumliberalisatie gunnen.

Ik zit er wel een beetje mee dat er voor de Westelijke Balkan met twee maten wordt gemeten. Ik zie de Westelijke Balkan als een geheel in de groei naar een democratiseringsproces. Het is een beetje lastig dat nu wordt gezegd: het ene land doen wij wel en het andere niet, want als alle landen van de Westelijke Balkan tegen het licht worden gehouden, blijkt dat er eigenlijk nog niet een voldoet aan de eisen die wij stellen.

De heer Ten Broeke (VVD): Wat vindt de heer Blom van het voorstel van mijn fractie om de nieuwe generatie, dus studenten op hbo’s en universiteiten, een kans te geven? Dan maken wij geen onderscheid en kijken wij naar dezelfde landen waarmee wij stappenplannen hebben gemaakt. Wij gaan dus nu niet «accross the board» breed een visumliberalisering invoeren en al helemaal niet omdat de onderlinge verschillen zo groot zijn. Wij concentreren ons puur op een nieuwe generatie die, althans dat hopen wij, misschien ook een nieuwe Europese aspiratie heeft.

De heer Ormel (CDA): Ik ben het eens met de benadering dat wij de Westelijke Balkan als een geheel moeten zien, dat wij het verband moeten zien en dat de maatregel die je treft in het ene land ook gevolgen heeft voor de andere landen van de Westelijke Balkan. Aan de andere kant: als wij wachten op de zwakste schakel, zou dit de facto betekenen dat het nog heel lang duurt voordat er sprake is van visumliberalisatie. Wij moeten natuurlijk wel een minimumeis stellen, want visumliberalisering betekent dat er vrijer verkeer van personen is. Dit moet wel goed geborgd zijn. Ik hoop dat de heer Blom het met mij eens is dat er wel een soort minimummaat moet zijn waaraan moet worden voldaan.

De heer Blom (PvdA): In reactie op de opmerking van de heer Ten Broeke kan ik zeggen dat ik het met hem eens ben. Wij hebben dit in eerdere debatten al gedeeld. Het is sowieso goed als landen waarvoor nog geen visumliberalisatie geldt, wel een soort uitwisselingsprogramma van studenten kunnen krijgen, omdat een land kan worden beïnvloed via zijn studenten. Zij leren immers dingen waar zij niet achter zouden komen als zij in hun land blijven. Dat is alleen maar goed en daar heb ik dus geen problemen mee.

In reactie op de opmerking van de heer Ormel wijs ik erop dat wij met al die landen een roadmap hebben afgesproken, maar het ene land voldoet er nu eenmaal beter aan dan het andere land. Als Servië eraan voldoet, heb ik er geen problemen mee dat de visumliberalisatie wordt geëffectueerd. Je hebt dat immers te voren afgesproken. Ik hou er niet van als de spelregels tijdens de wedstrijd worden veranderd.

Tegelijkertijd blijkt dat er tijdens het laatste half jaar wel degelijk stappen zijn gezet doordat de druk is gehandhaafd, zie het rapport van de heer Brammertz over Servië. Daar maak ik de minister van Buitenlandse Zaken een compliment voor. Als er geen druk zou zijn gezet op Servië, zou er mijns inziens een ander rapport zijn uitgebracht. Je kunt dat natuurlijk nooit zeker stellen, maar ik heb wel dat gevoel. Ik zit hier een beetje dubbel in en hoor hier graag de reactie van de minister op.

Voorzitter: Ormel

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Mijn fractie is van mening dat het kabinet wel heel ambitieus is over het economisch herstelplan. De wens die wordt uitgesproken over de terugkeer van de overheidstekorten binnen de grenzen van het Stabiliteits- en Groeipact is op zichzelf logisch, maar prematuur. Verwacht de regering dat de crisis zo snel voorbij is dat er op korte termijn aan die wens kan worden voldaan en wat wordt dan verstaan onder korte termijn?

In het kader van het Verdrag van Lissabon is afgesproken dat Ierland garanties krijgt voorafgaand aan een nieuw referendum in het land. Hoe die garanties moeten worden geboden, is nog een raadsel. Kan de minister daar iets meer over zeggen? Inmiddels staat de kwestie wel geagendeerd voor de Europese Raad. Mag ik daaruit afleiden dat er nu wel meer zicht is op de inhoud van die garanties? Hoe is de stand van zaken bij de publieke diensten? Er is gesproken over de bezwaren van Ierland op het punt van de publieke diensten. Die bezwaren zouden kunnen botsen met het protocol over diensten van algemeen belang. Wil de minister daarop ingaan?

De gesuggereerde koppelverkoop met het toetredingsverdrag van Kroatië is wat mij betreft uit den boze. Wil de minister het standpunt van het kabinet nog eens herhalen? Dit kan toch niet aan de orde zijn?

Over de Europese Commissie is al uit en te na gesproken. De heer Barroso is niet de door ons gewenste kandidaat, maar het is inmiddels bekend hoe de hazen lopen.

Klopt het dat de verdeling van de lasten een belangrijk obstakel is voor de Klimaattop? Nederland verzet zich met de oude lidstaten tegen een bijdrage naar draagkracht. Kan de minister het standpunt van het kabinet toelichten?

Nederland blijft samen met een aantal andere lidstaten van mening dat Kroatië meer inspanningen moet leveren voor de samenwerking met het Joegoslavië Tribunaal alvorens voortgang kan worden geboekt in de onderhandelingen. Mijn fractie deelt die opvatting. Wil de minister ingaan op de kwalificatie meer inspanningen? Wat wordt er nu precies verlangd?

Het rapport van de heer Brammertz over de Westelijke Balkan is duidelijk. Er is vooruitgang geboekt, maar er is nog geen sprake van volledige samenwerking. Kan de minister ingaan op de vraag op welke punten het naar zijn mening nog hangt? Overigens zegt de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken dat er wel sprake is van volledige samenwerking. Mijn fractie deelt die opvatting niet en ik neem aan dat dit ook voor de Nederlandse regering geldt. Dat is de kern van de discussie.

Op het punt van de visumliberalisatie is terughoudendheid geboden. Er is vooruitgang geboekt en als je dan uitgaat van het principe wortel en stok, kan er dus ook op dit punt sprake zijn van een handreiking in de richting van Servië. Ik vraag de minister om dit beperkt te doen. Ik deel de opvatting van de VVD-fractie dat je moet kijken naar de toekomst en dus naar de jeugd, naar studenten. Hoe denkt de minister daarover? Als hij het hiermee eens is, kunnen wij zaken doen, maar het is nog te vroeg om nu al te zeer de hand te reiken aan Servië. Het rapport van de heer Brammertz toont aan dat druk kan werken. Er is vooruitgang geboekt en die vooruitgang mag worden beloond, maar wij moeten niet al te optimistisch zijn. Wij moeten als het om de Westelijke Balkan gaat vooral realistisch zijn.

Voorzitter: Van Bommel

Minister Verhagen: Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de reacties. Verschillende leden hebben terecht stilgestaan bij de voorbereiding van de Europese Raad, onder andere op het punt van de economische en financiële crisis. Een Europese aanpak is van groot belang en kan toegevoegde waarde hebben voor het onderscheiden nationale beleid. De Raad zal allereerst stilstaan bij de voortgang van de maatregelen die eerder in Europees kader zijn afgesproken ter verzekering van de financiële stabiliteit. De lidstaten van de Europese Unie hebben inmiddels op een gecoördineerde wijze ongeveer 31% van het Europese bruto binnenlands product ingezet voor reddingsmaatregelen in de financiële sector, onder andere in de vorm van garanties en herkapitalisatie. Dit is een fors bedrag. Die garanties zijn natuurlijk niet werkelijk uitgegeven, maar zijn als buffer gereserveerd om te voorkomen dat de financiële sector in elkaar stort. Tot dusver zijn juist die maatregelen en de soliditeit die daardoor tot stand is gekomen succesvol gebleken. Daardoor is verdere afkalving van de financiële stabiliteit voorkomen. Dit wil echter niet zeggen dat wij er daarmee zijn. Wij moeten alert blijven.

Steeds meer lidstaten nemen daarboven nu ook maatregelen om een antwoord te hebben op de zogenaamde giftige leningen. Dat zijn verstandige maatregelen, omdat dergelijke giftige leningen een multiplier effect kunnen veroorzaken. Nederland is voorstander van dergelijke maatregelen, maar wil dat ze in het kader van de Europese Unie gecoördineerd worden uitgevoerd.

Ter voorbereiding van de vorige Europese Raad is met de Kamer gediscussieerd over het standpunt van de Nederlandse regering over het rapport-De Larosière. De vraag was of er nog verdergaande maatregelen moesten worden getroffen dan daarin worden voorgesteld. De Nederlandse regering is positief over de voorstellen van de Europese Commissie ter versterking van het financiële toezicht. In de Europese Unie wordt hier verschillend over gedacht. Het is nu zaak om in ieder geval de voorstellen die op basis van het rapport-De Larosière zijn uitgewerkt, op een ambitieuze wijze te vervolgen.

De Commissie heeft na de voorstellen van De Larosière goed doorgepakt. Ze is op basis van het standpunt dat door alle lidstaten kon worden gedeeld met solide plannen gekomen. Het is nu van groot belang dat de Europese Raad daar ambitieuze conclusies aan verbindt. De Nederlandse regering zal daarop aandringen.

De heer Ormel heeft gevraagd naar de mogelijkheid van een blokkering door het Verenigd Koninkrijk. Ik ben van mening dat de conclusies van de Ecofinraad ambitieus zijn. Ze voorzien in grote verbeteringen van het Europees toezicht met name door de oprichting van de European Systemic Risk Board en de aanstelling van European Systemic Financial Supervisors. Je kunt dan in ieder geval het toezicht verbeteren. Gelet op de discussie die vorige keer is gevoerd in de Europese Raad, zijn wij hier zeer over te spreken. Het zou nog mooier zijn geweest als alle conclusies in dit kader unaniem waren aangenomen, maar dat bleek simpelweg politiek niet haalbaar. De huidige oplossing waarbij dus op drie punten expliciet wordt gemaakt dat niet iedereen het ermee eens was – er was wel een overweldigende meerderheid – is een goede, want het alternatief was dat er op heikele punten geen conclusies waren getrokken en dan waren wij naar mijn mening verder van huis geweest. Dan was het momentum verloren gegaan en was er op die essentiële punten niets gebeurd. Nu staan ze in de conclusies en op basis daarvan kan de Europese Commissie nadere implementatievoorstellen doen. Die voorstellen kunnen dan met een gekwalificeerde meerderheid worden aangenomen. Dat is natuurlijk ook heel positief, want het is dan niet mogelijk dat een land dit blokkeert. Ik weet dat sommige partijen er voorstander van zijn om nooit vetorechten op te geven en om alles te kunnen blokkeren, maar ik ben blij dat in dit geval de voorstellen die op basis van de conclusies zijn gedaan, met gekwalificeerde meerderheid moeten worden aangenomen. Dit kan dus ook zonder het Verenigd Koninkrijk hoewel het natuurlijk wel de voorkeur verdient dat het op dit punt meegaat.

De heer Ten Broeke (VVD): De minister kruipt een beetje tegen de commissievoorstellen aan en neemt er dan weer een beetje afstand aan. Hij zegt dat het heel ambitieus moet zijn, maar is tegelijkertijd van mening dat wat nu in de Ecofin is vastgelegd, ook heel goed is. Ik zou graag zien dat hij wat meer afstand neemt en ik meen dat hij dat ook moet doen, want op 2 oktober 2008 is de motie-Tang/Weekers aangenomen en daarin wordt nadrukkelijk gesteld dat de aanbevelingen van De Larosière absoluut niet genoeg zijn. De Kamer wil een onafhankelijk financieel toezichthouder. Volgens mij wordt er in het hart van het kabinet ook zo over gedacht. Die toezichthouder komt er niet. Die supervisors en de board zijn niet hetzelfde als een toezichthouder.

De voorzitter: Wilt u een vraag stellen, want u houdt nu een betoog. Wilt u gewoon een vraag stellen? Daar is een interruptie voor bedoeld.

De heer Ten Broeke (VVD): Ik leer van andere interrupties. Ik vraag aan de minister om zich in lijn met de motie-Tang/Weekers uitdrukkelijk uit te spreken zoals ook de minister-president heeft gedaan in zijn artikel met mevrouw Merkel. Hij moet duidelijk maken dat Nederland veel verder wil gaan en dat wij een onafhankelijk toezichthouder wensen. Helaas komt het met deze Commissie en met het Verenigd Koninkrijk nu niet verder. Dat is de juiste conclusie en dan weten wij tenminste waar de Nederlandse regering staat.

De heer Ormel (CDA): Ik heb er waardering voor dat wij als Europa-woordvoerders met de minister van Buitenlandse Zaken een financieel debat kunnen voeren. Dat bewijst toch maar weer wat het moederdepartement is. De minister sprak over het European System of Financial Supervisors en de nadere implementatievoorstellen die zullen worden gedaan. Moet ik dan ook denken aan afspraken over burden sharing? Wat zijn de Nederlandse gedachten hierover? Op basis van welke criteria vindt de verdeling plaats?

Minister Verhagen: De burden sharing zit er op dit moment niet in en als het er nu niet in zit, verwacht ik niet dat de Raad daar een mogelijkheid toe zal zien. De opstelling van de Nederlandse regering is overduidelijk, zij is van mening dat er een sterke toezichthouder moet zijn. De motie-Tang/Weekers is geen afwijking van het regeringsbeleid, maar een ondersteuning ervan. In het debat ter voorbereiding van de Europese Raad die zich boog over de voorstellen van De Larosière is het standpunt van de Nederlandse regering duidelijk verwoord. Daar kan geen verschil van mening over bestaan ook al doet de heer Ten Broeke net alsof. Daarna heeft de Europese Raad een besluit genomen en daar waren, zoals bekend, 27 lidstaten voor nodig. Op basis daarvan gaan wij nu verder. Ik ben blij dat de Ecofinraad nu conclusies heeft getrokken die in ieder geval verder gaan dan sommige lidstaten willen. Dit is naar mijn mening een grote vooruitgang, omdat die conclusies wel bij unanimiteit moesten worden onderschreven. Op basis van wat er nu ligt, kan de Commissie met voorstellen komen en die moeten met gekwalificeerde meerderheid worden goedgekeurd. Ik zeg niet dat het uiteindelijk een plaatje zal zijn dat overeenkomt met de inzet van de Nederlandse regering en de motie-Tang/Weekers, maar wij zijn wel een hele stap verder dan wij hadden verwacht, ook gelet op de discussie in de vorige Raad.

Dit wil niet zeggen dat wij niet zullen blijven werken aan een verdere versterking van het toezicht. Zodra wij daar mogelijkheden voor zien, zullen wij dat uiteraard proberen te realiseren, want dat is het gedeelde doel van zowel de fractie van de VVD als van de regering. Daarover bestaat naar mijn mening geen verschil van opvatting.

In de Europese Raad zal een overzicht van de genomen maatregelen in het kader van de economische crisis aan de orde komen. De stimulering van het Europees economisch herstelplan is op zichzelf groter dan verwacht, namelijk circa 5% van het bruto binnenlands product.

De heer Van Bommel vond het wat vroeg om nu al over gezondmaking van de overheidsfinanciën te spreken. De regering is echter van mening dat daarna de overheidsfinanciën van de lidstaten weer moeten terugkeren naar het houdbare pact conform het Stabiliteits- en Groeipact. Ik weet dat hij daar geen voorstander van is, maar ook in Nederland zijn er maatregelen genomen die in deze fase een extra stimulans zijn voor de werkgelegenheid en voor het economisch herstel. Tegelijkertijd zijn er afspraken gemaakt over bezuinigingen om weer tot houdbare overheidsfinanciën te komen. Wij kunnen het geld wel blijven uitgeven en denken: onze kinderen en kleinkinderen zoeken het maar uit met een staatsschuld die van dien aard is dat zij nooit meer een fatsoenlijke school, weg of uitkering kunnen krijgen of wij kunnen de pensioenen voor de oude dag op onze buik schrijven, maar dat wij de economie stimuleren wil niet zeggen dat wij ongebreideld geld uitgeven dat er niet is. Je moet immers tegelijkertijd afspraken maken om weer terug te keren naar een houdbaar pad van overheidsfinanciën.

De heer Van Bommel (SP): De discussie over het principe van het Stabiliteitspact ligt al ver achter ons. Wij hebben dit als politiek feit geaccepteerd. Ik heb gevraagd binnen welke termijn de Nederlandse regering het herstel en het naleven van de afspraken van het pact reëel acht. Ik heb daarom de bewoordingen van de regering in de geannoteerde agenda prematuur genoemd. De hamvraag is natuurlijk: binnen welke termijn, want de pijn zal extra gevoeld worden als er te vroeg dergelijke herstelmaatregelen worden genomen. Kan de minister daarop ingaan?

Minister Verhagen: Wij houden ons aan het Groei- en Stabiliteitspact. Tijdens vorige discussies over het pact hebben wij gesteld dat het ook binnen de normen en afspraken van het GSP mogelijk is om in uitzonderlijke omstandigheden tijdelijk af te wijken van ..., et cetera. Als je nu al weet dat je door de maatregelen door de grens van 3% zakt, zoals dat ook in Nederland het geval is, kondig je tegelijkertijd bezuinigingsmaatregelen aan voor de jaren 2011 en verder opdat je weer binnen die marge van 3% komt. Dat heeft de Nederlandse regering gedaan. Zij neemt nu nog geen maatregelen ter bezuiniging om dat te realiseren, maar zij legt ze al wel op termijn vast. Met andere woorden: dat is niet prematuur. Als ik nu zou zeggen: ik ga die bezuinigingen hoe dan ook nu al doorvoeren, dan stimuleer ik met de ene hand en haal ik dit tegelijkertijd met de andere hand weer weg. Er wordt wel een tijdpad vastgelegd. In 2009 en 2010 doen wij dit en in 2011 voeren wij die en die bezuinigingen door om daarmee weer op het houdbare pad te komen. Dat is niet prematuur, dat is vooruitkijken en rekening houden met de consequenties van de extra stimulering en de extra uitgaven die je op dit moment doet.

Daarnaast is er begin juni een mededeling van de Commissie over werkgelegenheid verschenen. Daarin wordt een aantal voorstellen gedaan op het niveau van de lidstaten zoals werktijdverkorting, vroegtijdige bemiddeling, omscholing, meer stageplaatsen voor jongeren, et cetera. Daar zal ook naar worden gekeken in dit totale pakket.

Tot slot zal de Europese Raad, als wij spreken over de economisch financiële situatie, ook ingaan op de implementatie van de afspraken die tijdens de G20-top in Londen zijn gemaakt. Die draaide met name om economische stabilisatie en herstel. De Nederlandse regering acht het nuttig dat eerst wordt gekeken waar wij in Europees verband staan. Het is bekend dat er vervolgbijeenkomsten zijn gepland, onder andere in Pittsburgh. Bij die bijeenkomst van de G20 in Pittsburgh zal ook worden bezien op welke wijze de afspraken worden gemonitord en zijn geïmplementeerd.

Een aantal leden heeft nadrukkelijk gesproken over de voorbereiding van de VN Klimaattop in Kopenhagen. In de Raad zal dit onderwerp uiteraard aan de orde komen. Wij kunnen daar volgende week in het overleg ter voorbereiding van de Europese Raad verder over spreken. Maandag wordt de top voorbereid en zal worden vastgesteld welke zaken tijdens de top aan de orde worden gesteld.

Sommige lidstaten maken zich zorgen over de interne lastenverdeling van een eventueel financieel commitment van de Europese Unie onder het nieuwe VN-klimaatregime. Nederland, daarin gesteund door andere lidstaten, wil ervoor waken dat deze discussie over de financiering de bewegingsvrijheid van de Europese Unie zal inperken. De discussie over een eventueel financieel commitment zou ertoe kunnen leiden dat noodzakelijke afspraken voor het tegengaan van klimaatverandering niet kunnen worden gemaakt. De heer Van Bommel heeft gevraagd of het criterium financiële draagkracht bij de verdeling van de lasten omstreden is. Een land als Polen wil dat alleen financiële draagkracht het criterium zal zijn voor de verdeling van de financiële lasten, maar andere lidstaten willen twee criteria: financiële draagkracht en verantwoordelijkheid van de lidstaat voor de uitstoot van broeikasgassen. Dit is in lijn met de gedachte dat de vervuiler betaalt. Polen heeft zeer hoge emissies door de grote afhankelijkheid van kolen. Het zou toch heel vreemd zijn als de grootste vervuiler het minst hoeft bij te dragen, omdat hij geen financiële draagkracht heeft. Dit zou haaks staan op het principe dat de vervuiler betaalt, dat nog steeds ons uitgangspunt is. Daarom heeft de minister van Financiën dit principe zo hard neergezet in de Ecofinraad. Ik ben blij dat hij dit punt in de Ecofinraad heeft binnengehaald. In de conclusies van de Ecofinraad staan nu beide criteria, dus zowel financiële draagkracht – solidariteit is een groot goed in de Europese Unie – als de verantwoordelijkheid voor de uitstoot, met andere woorden: de vervuiler betaalt.

Om de Klimaattop kans van slagen te bieden, is ook het vraagstuk van de financiering voor ontwikkelingslanden cruciaal. De Europese Raad zal dit najaar op voorstellen van de Commissie concrete besluiten moeten nemen, met name over het bedrag dat de Europese Unie zal bijdragen ten behoeve van deze landen. Tijdens de komende Raad zal de discussie zich met name richten op de principes voor de lastenverdeling tussen ontwikkelingslanden op zowel mondiaal als Europees niveau.

De heer Ormel en mevrouw Peters hebben gevraagd naar de stand van zaken. Mevrouw Peters heeft gevraagd of ik nog verwacht dat Kopenhagen een succes wordt en of er een realistisch stappenplan is. Ik verwacht zeker dat Kopenhagen een succes kan worden. Het moet een succes worden. De politieke druk is enorm. Ik heb gisteren in een gesprek met de heer Bildt ter voorbereiding op het Zweedse voorzitterschap over dit punt gesproken. Dit is een van de hoge ambities van het Zweedse voorzitterschap. De politieke en maatschappelijke druk is erg groot. Ik ben ervan overtuigd dat het Zweedse voorzitterschap zich ervoor zal inzetten om hier een succes van te maken.

Er is een realistisch stappenplan. Wij willen dat de Europese Raad in oktober de besluiten neemt die hij in maart jongstleden heeft aangekondigd. De Commissie heeft intussen de tijd om met voorstellen te komen. Die voorstellen moeten onder meer instrumenten ter financiering, de bijdrage van de EU en de lastenverdeling binnen de EU omvatten, dat wil zeggen de bijdrage van de EU in relatie tot de ontwikkelingslanden.

Wij maken zeker vorderingen. Ik heb al gezegd dat de Ecofinraad tegen de zin van Polen twee belangrijke principes voor de verdeling van de financiële lasten heeft vastgelegd. Dat is naar mijn mening een grote stap voorwaarts. Onze inzet voor de Europese Raad is nu om deze principes te verdedigen, opdat zij niet worden overruled door de andere regeringsleiders. Verder willen wij de afspraak maken dat de positie van de EU wordt vastgelegd. Daarnaast zullen wij het belang onderstrepen van een low carbon development strategy voor de ontwikkelingslanden.

Mevrouw Peters wil graag alle documenten zien. De eerste onderhandelingsronde in Bonn eindigt morgen. Ik zeg toe dat ik het verslag daarvan zo spoedig mogelijk aan de Kamer zal sturen. Dan is er in ieder geval openheid, voor zover dat onze onderhandelingspositie niet schaadt. Deze gesprekken hebben al plaatsgevonden en de onderhandelingsronde wordt morgen afgesloten. Het paper van het voorzitterschap ten behoeve van de Europese Raad is vertrouwelijk en dat kan ik dus niet openbaar maken. Het is een vertrouwelijk werkdocument en dat mag ik niet aan de Kamer geven. Ik kan wel enig inzicht geven in hetgeen in dit document komt te staan. Het werkdocument gaat in op de belangrijkste thema’s voor de top van Kopenhagen, de positie van de belangrijkste spelers, EU, VS en China, de stand van zaken van de voorbereiding, de Milieuraad, de Ecofinraad en de Voorjaarsraad, een aantal data voor de bijeenkomsten van de VN en de EU in de komende maanden en mogelijke elementen voor de Europese Raadconclusies. Ik mag dit document niet aan de Kamer geven omdat daarin wordt ingegaan op de positie van andere lidstaten. Door middel van discussies hier en verslagen van de onderhandelingsronden zoals in Bonn, probeer ik de Kamer wel zo goed mogelijk te informeren.

De heer Ormel (CDA): Ik dank de minister voor zijn toezeggingen. Ik heb er begrip voor dat het paper vertrouwelijk is en dat wij dat niet kunnen krijgen. Het is prettig dat wij een verslag krijgen, maar dat gaat over iets dat al is geweest. Wil de minister toezeggen dat er in de geannoteerde agenda van de Europese Raad van volgende week een schematische weergave komt van beslispunten van de Raad in het klimaatdossier en waar mogelijk van afwijkingen van kabinetsstandpunten over die beslispunten?

Mevrouw Peters (GroenLinks): In aanvulling hierop vraag ik de minister of in de geannoteerde agenda ook kan worden ingegaan op de opties die nu circuleren voor mogelijke financieringsmechanismen.

Minister Verhagen: Ik kijk even naar de deskundigen of er verschillende opties kunnen worden geformuleerd. Nogmaals, er zijn nog nauwelijks beslissingen genomen in EU-kader. De Commissie komt na de zomer met voorstellen, met name over de financiering. Daarover moeten in de Raad van oktober besluiten worden genomen om te voorkomen dat Kopenhagen wordt gegijzeld door die financiering. In de Raad wordt natuurlijk wel voorgesorteerd en ik zeg toe dat ik de Kamer daarvan in de geannoteerde agenda op de hoogte zal brengen. Ik zal dan ook kijken of mogelijke opties daarin kunnen worden verwerkt.

Ik denk dat de heer Blom helder heeft neergezet dat het, gelet op de uitslag van de Europese verkiezingen, logisch is dat de Europese Raad waarschijnlijk een christendemocraat zal voordragen als voorzitter van de Europese Commissie. Ik denk dat dit een adequate analyse is. Ik verwijs verder naar het debat met de minister-president over dit onderwerp. Wij kunnen dit wel allemaal herhalen en zo nog een uurtje doorpraten over de voors en tegens, maar dat lijkt mij niet zo zinnig.

De heer Blom heeft nog een interessante vraag gesteld, gekoppeld aan de discussie over het Verdrag van Lissabon, de positie van Ierland en de mogelijkheid dat er wordt vastgehouden aan een commissaris per land. De heer Van Bommel vreesde al voor een koppelverkoop met Kroatië. Onder het Verdrag van Nice, dat het vigerende verdrag is zolang er geen Verdrag van Lissabon is, moet bij het aantreden van een nieuwe Commissie het aantal leden worden teruggebracht. Onder het Verdrag van Lissabon is dat niet nodig. Ik ga uit van de realiteit, maar tijdens de eerste Raad na Europese verkiezingen wordt een voorstel gedaan voor een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Dit voorstel wordt aan het Europees Parlement voorgelegd en in overleg met de voorzitter van de Commissie worden de plaatsen van de commissarissen ingevuld en de Commissie samengesteld. Dit moet aan het einde van het jaar rond zijn. Aan het einde van het jaar weten wij natuurlijk ook of er ooit nog een Verdrag van Lissabon komt of niet, laten wij elkaar niets wijsmaken. In oktober is het tweede referendum in Ierland en dan weten wij ook of wij onder Nice of onder Lissabon verdergaan. Alsdan wordt dus ook beslist over de omvang van de Commissie.

Tijdens de komende Europese Raad wordt de voordracht van de beoogde voorzitter van de Europese Commissie opgesteld. Die voordracht wordt aan het Europees Parlement voorgelegd waarna een discussie zal plaatsvinden. Voorlopig wordt dus even voorbijgegaan aan het verschil tussen de verdragen van Lissabon en Nice in de verwachting dat in november of december, de tijd dat de Europese Commissie eigenlijk voltallig moet zijn, duidelijkheid bestaat onder welk regime verder zal worden gewerkt. Het enige land dat al bij voorbaat een voordeeltje heeft, is Portugal want dat weet dat het er hoe dan ook in zit. Is de heer Ten Broeke nu echt zo naïef of doet hij maar zo?

De heer Ten Broeke (VVD): Als ik simpelweg mijn armen ten hemel hef, kan dat van alles betekenen. Dat zou de minister als geen ander moeten weten. Dit hoeft niet per se op naïviteit te duiden. Ik herinner er echter aan dat staatssecretaris Timmermans vorig jaar al zei dat hij er geen enkele behoefte aan had om Portugal als enige land nu al een commissaris te geven. Misschien moet de minister die woorden en kwalificaties voor zijn collega gebruiken.

Minister Verhagen: Ik ben de minister en ik zeg namens het kabinet dat ook de heer Timmermans zich aan het verdrag heeft te houden. Op basis van het verdrag is de Europese Raad verplicht om hierover een besluit te nemen en om een voordracht te doen aan het Europees Parlement. De heer Ten Broeke wil toch niet de bevoegdheden van het Europees Parlement de nek omdraaien, zeker niet nu hij net hartstochtelijk campagne heeft gevoerd voor de verkiezingen? Als het Europees Parlement van mening is dat de heer Barroso geen goede kandidaat is, wordt hij niet gekozen. Zo simpel is het. De Raad zal volgende week een voordracht formuleren voor een voorzitter van de Europese Commissie. Ik denk dat de heer Blom een realistische inschatting heeft gegeven van die voordracht.

Nog een opmerking over de koppelverkoop. Er is dus absoluut geen sprake van dat er iets wordt geregeld voor de samenstelling van de Commissie in relatie tot protocollen, het Ierse referendum, et cetera dat ertoe zal leiden dat daarom Kroatië zou moeten worden toegelaten. No way!

De huidige toetredingsonderhandelingen met Kroatië stagneren. Dit heeft voor een deel te maken met de gebrekkige samenwerking van Kroatië met het Joegoslavië Tribunaal en is voor een ander deel te wijten aan een blokkade van Slovenië op 12 onderhandelingshoofdstukken vanwege het grensgeschil met Kroatië. Op 4 juni is het rapport van de heer Brammertz aan de Veiligheidsraad gepubliceerd. Daarin worden harde woorden gebezigd over Kroatië. De heer Brammertz stelt dat de voortgang in de samenwerking met Kroatië beperkt is; het overgrote deel van de gevraagde militaire documenten dat naar zijn mening van belang is voor de bewijslast in de zaak tegen ex-generaal Gotovina is niet overhandigd. Dit verslag sterkt mij in de lijn die Nederland volgt, samen met een aantal andere landen, onder andere het Verenigd Koninkrijk, België en Finland. Dit geldt voor de studiereserve bij het openen van onderhandelingshoofdstuk 23 over de «rechterlijke macht en fundamentele rechten». Het rapport en de gebrekkige samenwerking van Kroatië met het Joegoslavië Tribunaal geven mij geen aanleiding om die studiereserve op te heffen. Nederland is van mening dat de studiereserve voor hoofdstuk 23 pas kan worden opgeheven als er sprake is van verbetering in de Kroatische samenwerking met het ICTY. Er kan dus ook geen sprake zijn van afsluiting van de onderhandelingen als Kroatië geen voortgang boekt op dit terrein.

Ik betreur het dat het bemiddelingsvoorstel van Commissaris Rehn in de Sloveense blokkade, die veel breder is, niet tot overeenstemming tussen beide partijen heeft geleid. Tegelijkertijd wil ik dit bilaterale conflict niet tot inzet maken van de vraag of er sprake kan zijn van toetreding of niet. Bilaterale kwesties moeten in onderling overleg worden geregeld. Ik schaar mij dus niet achter het frustreren van iedere voortgang vanwege een bilateraal geschil. Dat moet in onderling overleg worden opgelost, maar ik zeg niet dat het opgelost moet zijn om daarmee verder te komen. Dit is een bilaterale kwestie. Wij hopen uiteraard op een spoedige oplossing van dit geschil. Conflicten tussen lidstaten dragen natuurlijk niet bij aan een geweldige entree in de Unie. Ik ben positief over de bemiddelingsvoorstellen van Commissaris Rehn. De Europese Unie mag niet de arbiter worden en moet ervoor waken partij te worden in dit conflict. Dit neemt niet weg dat, ook gelet op de bevindingen van de heer Brammertz over het gebrek aan samenwerking met het ICTY, er geen sprake van kan zijn dat het studievoorbehoud wordt opgeheven.

De voorzitter: Ik stel voor dat de minister nu zijn antwoord op de vragen over dit deel afmaakt, want anders zullen wij tijd opsouperen van het deel externe betrekkingen en daarover valt zo veel te bespreken, dat wij ons dat niet kunnen veroorloven.

Minister Verhagen: Ik ben het niet eens met de appreciatie van de heer Ten Broeke over Servië en de relatie met het rapport van de heer Brammertz. In de paragrafen 32, 33, 34, 35, en 36 van de rapportage over Servië wordt nogal wat gemeld. Daar wordt gesproken over adequaat, verdere vooruitgang, goed samengewerkt, positief, maar inderdaad staat er niet: volledige samenwerking. Het is niet minimaal, want de heer Brammertz is heel positief over Servië. Daar hoeven wij niet moeilijk over te doen. Er is forse verbetering. Laten wij daar blij mee zijn. Naar mijn mening is dit het gevolg van de druk op het land en van de wens om toch het Europese perspectief open te houden. Ondanks die positieve vooruitgang is er echter volgens de heer Brammertz nog geen sprake van volledige samenwerking. Ik heb al eerder gezegd dat ik een eigen afweging maak, maar de appreciatie van Brammertz is natuurlijk wel van belang bij de afweging van de Nederlandse inbreng in de Raad als er wordt gesproken over die landen.

Daarnaast is er een rapportage van de Commissie over de visumliberalisatie. Daaruit blijkt dat dit voor Macedonië zeker aan de orde is. Dit zal de heer Ten Broeke deugd doen, want hij heeft daar, samen met de heer Ormel, steeds voor gepleit. Tegelijkertijd blijkt dat Servië en Montenegro er bijna zijn. Naar verwachting kunnen zij binnen enkele maanden zonder problemen aan de voorwaarden voldoen, dus niet alleen voor studenten, maar voor een volledige visumliberalisatie. Uit de rapportage blijkt ook dat Bosnië en Albanië nog niet zo ver zijn. Het besluit zal uiteindelijk met een gekwalificeerde meerderheid in de JBZ Raad later dit jaar worden genomen. De inwoners van de landen die aan de voorwaarden voldoen, kunnen dan zonder visum binnen Schengen reizen.

De heer Blom zegt dan: ik ken de minister, een man een man. een woord een woord, maar meten wij niet met twee maten. Kroatië heeft al een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst en wij moeten toch constateren dat er geen sprake is van volledige samenwerking met het Joegoslavië Tribunaal. Dat is een van de verwijten die wij krijgen. De SAO met Kroatië was er al voordat ik minister werd. Ik heb dit overgenomen, maar ik heb daarna wel helder gesteld: criteria zijn criteria en afspraak is afspraak. Ik dank de heer Blom voor zijn waardering voor de consequente opstelling van deze regering. Ik probeer niet met twee maten te meten, ook niet ten aanzien van visa, en ik probeer transparant, eerlijk en consequent te zijn. Ik heb, juist om die wortel en stok overeind te houden, getekend maar tegelijkertijd gezegd dat er geen sprake kan zijn van ratificatie zolang er niet volledig wordt samengewerkt. Ik wil de ratificatie van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst daarom goed onderscheiden van andere elementen.

De positieve ontwikkelingen die ook volgens de heer Brammertz fors zijn, moeten worden gestimuleerd. Ook op andere terreinen voert Servië een proces van hervormingen door. Daar moet een gepast antwoord op worden gegeven. Je kunt niet zeggen: er is nu eenmaal het besluit genomen dat de SAO pas wordt geratificeerd als er sprake is van volledige samenwerking en dus doen wij niets en doen wij geen enkele handreiking in de richting van Servië. Daarom heb ik in de geannoteerde agenda voor de Raad geschreven dat ik hier nog eens naar wil kijken. Omdat Servië additionele vooruitgang heeft geboekt in de samenwerking met het ICTY, wil ik inderdaad nu toewerken naar visumliberalisatie. Ik wil maandag in de Raad een politiek signaal geven. Ik wil Servië helpen en voor andere landen zoals Macedonië zijn technische criteria maatgevend. Er is dus geen sprake van dat er met twee maten wordt gemeten. Ik wil op dit punt wel aangeven dat wij waarderen dat er vooruitgang wordt geboekt met de hervormingen.

Er is nog gevraagd wat er van Kroatië nog meer is verlangd. Dat is een hele reeks documenten die noodzakelijk is voor de bewijslast in het proces. Het gaat om 100 documenten waarvan Kroatië heeft gezegd dat die feitelijk hebben bestaan.

De voorzitter; Ik sta nog een korte vraag toe, want wij moeten dit afronden. Een vraag begint met een hoofdletter en eindigt met een vraagteken. Dus geen betogen!

De heer Ormel (CDA): Is er ook sprake van een eventueel interim-handelsakkoord met Servië en welke opstelling kiest de minister daarin?

De heer Ten Broeke (VVD): Wil de minister afzien van zijn inzet om nu met name weer alleen een handreiking te doen in de richting van Servië die zo breed is? Het gaat snel in Servië, het gaat ook snel met de biometrische paspoorten. De helft van de bevolking is daar nu van voorzien. Ik houd de minister het voorstel van de VVD-fractie voor dat op brede steun kan rekenen, om niet-discriminatoir te kijken naar de generatie van studenten in het hoger onderwijs. Zij zitten het meest te springen om visumliberalisering. Daarmee laten wij zien dat het ons menens is met de toekomst van de Balkan voor Europa zonder dat wij verkeerde signalen afgeven.

De voorzitter: Ik wijs op de mogelijkheid om daar eventueel plenair een voorstel voor te doen.

Minister Verhagen: Er is geen sprake van een interim-handelsakkoord. Het is wel mogelijk om in het kader van de samenwerking bepaalde handelsmaatregelen voor Servië te nemen. Ik sta niet onwelwillend tegen bepaalde vormen van handelsmaatregelen.

Ik neem aan dat het voorstel van de heer Ten Broeke zich richt op de hele Balkan. Ik verschil met hem van mening, ook al zullen het in de praktijk vooral studenten zijn die gebruikmaken van de visumliberalisatie. Ik verwacht niet dat ouden van dagen veel naar andere landen zullen reizen. Het zal vooral de jongere generatie zijn die de blik naar Europa wil wenden en een deel van zijn opleiding hier wil volgen.

Toezeggingen

– De minister zegt toe de Kamer een verslag te sturen van de eerste onderhandelingsronde te Bonn in het kader van de VN Klimaattop.

– De minister zegt toe in de geannoteerde agenda van de Europese Raad van 18 en 19 juni aanstaande extra aandacht te besteden aan de voorbereidingen van de VN Klimaattop, inclusief de opties voor de financiering van internationaal klimaatbeleid.

De voorzitter: Dan beginnen wij nu met het onderdeel externe betrekkingen.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Aangezien de uitbreiding van het Associatieakkoord op de agenda van de Razeb staat, wil ik daarmee beginnen. Wij hebben blijvende steun voor de tweestatenoplossing, maar wij moeten onze ogen niet sluiten voor de harde politieke realiteit van dit moment. Eigenlijk is het vredesproces in een patstelling beland. Israël wordt steeds meer het mes op de keel gezet, door te dreigen met sancties of het bevriezen van het Associatieakkoord, wat volgens onze fractie averechts zal werken. Daarom pleit onze fractie voor het blijven nastreven van de tweestatenoplossing, en veel meer inzetten op vertrouwenwekkende maatregelen, niet via de tekentafel, maar van onderaf proberen partijen via economische samenwerking bij elkaar te brengen. Ik heb er in het artikel in de Volkskrant van vanmorgen al op gewezen dat het EU-model mogelijk een voorbeeld is. Het gaat om een procesmatig model dat tot pacificatie zou kunnen leiden. Ik noem de Economische samenwerkingsfoundation (ESF), die dit precies nastreeft. Ik verwijs naar het bloemenproject van Nederland, dat in dezelfde lijn ligt. Wij krijgen steeds meer berichten vanuit de Gazastrook en de Westbank dat daar in toenemende mate sprake is van discriminatie, intimidatie en geweld. Onlangs waren er nog grafschendingen. Daar is een ware exodus van christenen aan de gang. Is de minister bereid om de Palestijnse Autoriteit ook daarop aan te spreken?

Er moet maximale druk worden uitgeoefend op het Birmese regime om Aung San Suu Kyi niet opnieuw veroordeeld te krijgen. De oproep aan de minister om zich bij de Razeb sterk te maken voor een VN-wapenembargo speelt al een tijd. Verder moet via de EU worden geprobeerd Servië ervan te weerhouden wapens te leveren aan het regime in Birma. De uitreisban voor de rechters van Birma moet op de agenda van de Razeb worden geplaatst. In februari 2010 vinden in Sudan parlements- en presidentsverkiezingen plaats. Het is belangrijk dat voldoende mensen en middelen beschikbaar worden gesteld om tijdig een EU-waarnemingsmissie naar dat land te sturen. Deze missie moet goed worden toegerust, zodat die verkiezingen zo vrij en democratisch mogelijk verlopen.

De heer Haverkamp (CDA): Voorzitter. President Obama heeft een inspirerende speech gehouden, waarin hij laat zien dat hij ernst maakt met het vredesproces in het Midden-Oosten. Kan de minister toezeggen dat hij samen met zijn collega’s ook als EU de handschoen oppakt, en wil hij ervoor zorgen dat de EU dit momentum niet aan zich voorbij laat gaan? Hoe zal de EU een bijdrage gaan leveren, en hoe wordt de Kamer daarbij betrokken? Wij steunen de minister dat hij nu aangeeft dat het te vroeg is om over te gaan tot ondertekening van het Associatieakkoord met Syrië. Wij hebben eerder gesproken over eventuele benchmarks. Hoe loopt de discussie in Europa op dit terrein? Uit het verslag van de Razeb blijkt rondom Iran steun voor de Nederlandse lijn. Ik heb niet helder kunnen krijgen of er nu daadwerkelijk een tijdpad is afgesproken. Zo nee, is de minister dan bereid zich daarvoor in te zetten? Rondom Birma sluit ik mij aan bij de opmerkingen van collega Voordewind. Op welke manier betrekken wij de landen in de regio hierbij? Met name India kan een belangrijke rol spelen in de gebeurtenissen daar. Rondom Sudan zie je dat het helpt als wij vanuit Nederland de minister vragen dingen te agenderen, want er wordt nu uitgebreid bij stilgestaan. Dank voor die inspanningen, want er is genoeg te bespreken, met name als het gaat om de Comprehensive Peace Agreement. De secretaris-generaal van de VN brengt nu eens per drie maanden een rapport uit. Is de minister het met ons eens dat dit maandelijks zou moeten, juist om sneller te kunnen inspelen op de ontwikkelingen en als politiek signaal dat het nu echt moet worden geïmplementeerd? Wat de waarnemingsmissies betreft, sluit ik mij aan bij collega Voordewind. Wat de ngo’s betreft, hebben wij meerdere keren geconstateerd dat het ernstig is dat zij nog steeds geen toegang hebben. Wij proberen brede bondgenoten te zoeken. Hoe staat het daarmee, en met de vervolging van Bashir? Het blijft immers bizar dat hij rond blijft reizen en afgelopen zondag op bezoek was bij Mugabe. Is dat aan de orde gesteld toen een andere vertegenwoordiger van Zimbabwe hier aanwezig was? De CDA-fractie is het eens met de Nederlandse regering dat Cuba nog weinig verbetering ten aanzien van de mensenrechtensituatie laat zien. Wij delen de mening van de minister dat de kritische dialoog vooralsnog wel moet worden voortgezet, maar dan moet er wel resultaat worden geboekt. Kan de minister aangeven, welke resultaten wat hem betreft in ieder geval moeten zijn bereikt om de dialoog in 2010 niet op te schorten? Kan hij zich ervoor hard maken dat de EU contact opneemt met de oppositie?

Wij danken de minister voor de beantwoording van onze Kamervragen. Het voorstel van commissaris Michel om het gemeenschappelijk standpunt te herzien, moet niet worden overgenomen. Wij gaan ervan uit dat die lijn wordt bestendigd. De situatie in Georgië blijft moeilijk in te schatten. Hoe zal de EU zich betrokken gaan voelen bij de situatie daar? Ik begrijp nu dat het laatste onderwerp van de agenda is gehaald. Wel ga ik ervan uit dat de Nederlandse regering een positie heeft met betrekking tot de waarnemingsmissie in Georgië. Is zij bereid in een volgende Razeb daarover te discussiëren? Hoe staan wij erin om deze missie eventueel na 1 oktober te verlengen?

De voorzitter: De minister heeft aangegeven dat Georgië van de agenda van de komende Razeb is afgevoerd.

De heer Ten Broeke (VVD): Voorzitter. Wat in het Midden-Oosten aan de hand lijkt te zijn, is management bij speech. Wij hebben een fantastische speech gezien van Obama in Cairo, en wij wachten op een speech van Netanyahu aan het eind van deze week. Wij hopen dat die speech even hoopvol blijkt te zijn. Het is helder – wij steunen dat – dat de Amerikanen zich, anders dan de vorige regering, voluit committeren aan het geven van een impuls aan het vredesproces, want dat is hard nodig. Dat kan het beste gebeuren door de Amerikanen en door andere vrienden van Israël, zoals Nederland dat nog altijd is. Nogmaals, wij zullen afwachten hoe de reactie van Israël zal zijn.

De verkiezingen in Libanon zijn, zoals het zich laat aanzien, verloren door Hezbollah en gewonnen door de pro-Westerse soennitische 14-maartbeweging van Saad al-Hariri. Dat is op zichzelf goed nieuws. Ik vraag de regering wat dat betekent voor onze directe verhoudingen met Libanon. Wat betekent dit voor het vredesproces? Kan Europa iets doen, bijvoorbeeld in de sfeer van de Associatieakkoorden? Voor een Associatieakkoord met Syrië is het in ieder geval zeker te vroeg. Deze volstrekte dictatuur verdient dat nog niet. Eerder deze week heb ik bij een heel ander Associatieakkoord al aangegeven wat de parameters voor ons zijn, waaraan Syrië overduidelijk niet voldoet. Georgië is weliswaar van de agenda gehaald, maar ik had de minister willen meegeven dat wij waardering hebben voor het feit dat de EU over de wettigheid van de verkiezingen in Zuid-Ossetië heldere taal heeft gesproken. Verder willen wij weten of de OVSE hierbij voldoende is ingeschakeld, en of er misschien meer moet gebeuren.

Anders dan het CDA ben ik wat positiever over de houding die de VS lijkt te gaan aannemen over Cuba. Europa moet daarin «meeschakelen». Er moet vanzelfsprekend onder dezelfde condities worden gesproken met de oppositiebeweging. Ik denk dat wij het tijdperk-Helms/Burton achter ons kunnen laten, wat een goede zaak zou zijn. Wat doet de Nederlandse regering aan verbetering van de contacten? Ik ben gesteund door de nieuwe Cubaanse ambassadeur die wij net in Nederland hebben mogen begroeten. Daar lijkt sprake te zijn van een zekere dooi, wat mij een goede zaak lijkt.

De tekst inzake Sudan lijkt mij evenwichtig, maar het wordt wel een beetje jongleren met drie ballen. Uitvoering van het Comprehensive Peace Agreement, de situatie rond Bashir, die wij natuurlijk voor het Internationaal Strafhof willen hebben, op deze punten wordt ook van Den Haag de nodige jongleerkunst verwacht. Wat ons betreft concentreert de minister zich op het voor het Strafhof brengen van Bashir. Het was ons een doorn in het oog te zien dat hij in Zimbabwe op bezoek kon zijn. Wat Rusland betreft, heeft de minister aandacht gevraagd voor de mensenrechten en voor de homodemonstratie die op 16 mei in Moskou uiteen is geslagen. Goed dat die aandacht is gevraagd. Maar iets heel anders is het Energiehandvest, waarover wij hier vaker hebben gesproken. Ik was eerlijk gezegd not amused door het feit dat Rusland de EU-delegatie niet alleen heel ver liet reizen, om de leden daarvan te laten voelen hoe groot het Russische rijk wel niet is, maar dat tegelijkertijd heel open werd gedaan over de nieuwe randvoorwaarden voor energiesamenwerking. Wij hebben een Energiehandvest, waarover wij ik meen al dertien jaar praten, dat het leidende beginsel moet zijn. De minister moet zich niet laten ontvoeren door de Russen, maar wel door het Energiehandvest.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Terwijl wij op 4 juni naar de stembus gingen, hield president Obama in Cairo zijn speech Message to the Moslim World. Wat een wereldmoment was dat! De reacties in de rest van de wereld waren wijd en zijd onmiddellijk enthousiast. Natuurlijk moeten op woorden ook daden volgen, wat Obama als eerste erkende, maar ik ben ervan overtuigd dat Obama met dat ene moment meer hoop op vrede in het Midden-Oosten heeft gecreëerd. Wat was er zo uniek aan? Misschien niet alle inhoudelijke puntjes. Wat volgens mijn fractie uniek was, was dat Obama het op een nieuwe wijze zei, en gehoord werd. Obama opende de gesloten deuren en sprak in het zicht van alle media en bloggers rechtstreeks tot de mensen. Daar steekt schril bij af dat Europa het houdt bij de onzichtbare kanalen, de onleesbare bureaucratische stukken waarvan deze geannoteerde agenda een voorbeeld is. Obama treedt naar voren en inspireert, en wij tellen bibberend de rechts-extremistische stemmen. Obama doet wat in een ander tijdperk iedereen hoopte dat Europa goed zou kunnen, maar Europa houdt zich nu stil. Het was altijd het redelijke alternatief van soft power, toen Bush op Mars zat. Zal de wereld nu alleen Obamagebaren kennen?

De regering stelt in haar brief voor dat de EU het VS-beleid, zoals in Caïro wereldkundig gemaakt, ondersteunt. Ik nodig de regering uit tot een tikkeltje meer jeu en ambitie. Wat gaat de EU doen naar aanleiding van deze handreiking van de VS? Wat is de inhoudelijke reactie van de regering op de gehele brief? Is zij bereid een brief hierover te schrijven, compleet met voorstellen wat Nederland doet om dit Obamamoment te versterken? Welke zichtbare steunbetuiging, welk aanvullend beleid, welke acties om Obama aan zijn woorden te houden? Welk gebaar naar de moslimgemeenschap in eigen land?

De heer Voordewind (ChristenUnie): Mevrouw Peters is heel erg hoopvol over de effecten van de speech van Obama. Ook Obama heeft in eerdere uitspraken gezegd dat Jeruzalem niet zal worden gedeeld en dat de terugkeer van vluchtelingen een probleem blijft. Kortom, er zijn op de cruciale momenten van een eventueel vredesproces grote struikelblokken, ook bij Amerika. Waar komt die hoop vandaan? Zal dit niet tot een patstelling leiden en moeten wij geen andere wegen gaan bewandelen?

Mevrouw Peters (GroenLinks): Als ik de speech van Obama beluister, merk ik dat het geen business as usual meer is. Een absoluut obstakel wordt gevormd door de steeds maar uitbreidende nederzettingen, waarvan de annexatie van Oost-Jeruzalem een heel schrijnend voorbeeld is. Het uitgelekte EU-rapport spreekt ook met zoveel woorden over de annexatie van Oost-Jeruzalem, zonder dat daarvoor veiligheidsredenen zijn. Is de aankomende EU-Associatieraad met Israël het juiste moment om weer het aloude Nederlandse standpunt te herhalen dat de banden moeten worden aangehaald? Ondermijnt dat niet het nieuwe momentum dat Obama heeft gecreëerd, ook in het licht van het uitgekomen VN-rapport over de beschietingen van VN-locaties in Gaza? In zes van de negen gevallen blijkt het internationale recht geschonden door het Israëlische leger. Het is nu geen tijd voor cadeautjes, waarmee ik de buitenlandwoordvoerder van de PvdA vanmorgen in de Volkskrant citeer. Graag een reactie van de regering.

Wat Birma betreft, sluit ik mij aan bij de gemaakte opmerkingen. De verkiezingen in Libanon hebben winst opgeleverd voor de zogenaamde pro-Westerse krachten, maar ik maak mij zorgen over het imago van het Libanontribunaal. Is de regering als voorstander van transitional justice bereid om naast de inspanningen voor het Libanontribunaal zich in te zetten op activiteiten in het kader van transitional justice in Libanon zelf? Daarvoor is in Beirut een uniek centrum. Wat wordt de invulling door Europa van de EU-Pakistantop?

De heer Blom (PvdA): Voorzitter. Ik begin met de actualiteiten. Een kop vanochtend in de Volkskrant: nieuw wrijfpunt in de coalitie: Israël. Ik dacht toen twee dingen. Wat zou die journalist de afgelopen jaren hebben gedaan? Is de komkommertijd nu al begonnen? Die wrijfpunten tussen CDA en ChristenUnie aan de ene kant en de PvdA zijn er altijd al geweest. Daar doen wij helemaal niet moeilijk over. Ik kan mij nog een aantal debatten van enkele maanden geleden herinneren over de kwestie-Gaza, en toen hebben wij dat ook al geconcludeerd. Natuurlijk begrijp ik wel dat CDA en ChristenUnie hun ideeën hebben over hoe je de boel daar vlot wilt trekken en wat voor stappen je moet zetten om dat vredesproces te realiseren. Ik waardeer dat zeer, zoals ik iedereen waardeer die daarvoor zijn best doet. Maar over de weg om dat te bereiken denken wij fundamenteel anders. Wij zijn, zoals wij enkele maanden geleden ook al hebben gezegd, helemaal niet voor uitbreiding van handelsvoordelen van de EU aan Israël. Wat de speech van Obama betreft, ben ik het eens met mevrouw Peters dat die natuurlijk wel op een aantal vlakken een heel nieuw licht op de zaak werpt, wat ik ook goed vind. Daarin wordt rechtstreeks gezegd dat Israël eerst maar eens moet stoppen met het bouwen van nederzettingen op Palestijns grondgebied. Dat is voor ons sowieso een absolute voorwaarde bij het zetten van stappen richting Israël in het kader van handelsvoorwaarden. Maar nogmaals, ik vind het heel vervelend voor de landelijke pers, maar dit is geen nieuwtje, dit verschil van inzicht is al jaren het geval. Ik vrees ook dat dat nog wel jaren het geval zal blijven.

De heer Van der Staaij (SGP): Een tijdje geleden is in de Kamer een motie aangenomen, waarin wordt gevraagd om een spoedige heropening van de besprekingen met Israël, over de intensivering van de relatie tussen EU en Israël. Daar horen de handelsvoordelen ook bij. Uw partij was daarop tegen. U vindt wel dat die slag is verloren en dat daaraan loyaal uitvoering moet worden gegeven door de regering?

De heer Blom (PvdA): Ik ben democraat. Als een motie door de Kamer is aangenomen, moet de regering haar uitvoeren. Als dat niet gebeurt, is er een heel ander probleem. Dat neemt niet weg dat de Partij van de Arbeid er fundamenteel anders over blijft denken, en dat mag volgens mij.

De heer Ten Broeke (VVD): Ik ben blij dat de heer Blom vindt dat de aangenomen motie moet worden uitgevoerd. Het trackrecord van deze regering is niet altijd even helder op dat vlak. Hij zegt dat er geen nieuws onder de zon is als het gaat om versterking van de economische banden met Israël. Eist hij van de regering dat zij geen Associatieakkoord kan sluiten als de nederzettingenpolitiek niet direct, dus vandaag, wordt gestopt?

De heer Blom (PvdA): Dat hebt u goed geïnterpreteerd, dat is de mening van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Peters (GroenLinks): De heer Blom zegt dat deze patstelling tussen de Partij van de Arbeid en de rest van de coalitie nog wel enige tijd zal duren. Daarmee doet de Partij van de Arbeid alsof de tijd stilstaat, alsof er sinds de aangenomen motie niets is gebeurd. Ik heb gewezen op het Obamamomentum, dat je zou kunnen ondermijnen door als EU extra cadeautjes te geven. Het Tsjechisch voorzitterschap is tegen, er is een VN-rapport uitgekomen. Wordt het geen tijd voor de Partij van de Arbeid om hieruit consequenties te trekken?

De heer Blom (PvdA): Ik snap eerlijk gezegd helemaal niets van deze interruptie. De Partij van de Arbeid is de afgelopen weken verweten dat zij niet duidelijk genoeg is. Volgens mij kan ik op dit punt niet duidelijker zijn dan ik ben: wij zijn het niet eens met de manier waarop de regering omgaat met het vredesproces in Israël. Heel helder: de handelsrelaties met Israël moeten niet worden verbeterd voordat het bouwen van nederzettingen is gestopt. Punt. De VS zou dat standpunt samen met de EU moeten verkondigen. Maar tegelijkertijd weet ik ook dat de motie waarop de heer Van der Staaij doelt, is aangenomen, en dat is nu eenmaal de politieke realiteit. U kunt ons als Partij van de Arbeid geen enkel verwijt maken dat wij daarin niet duidelijk genoeg zijn, want volgens mij is wat ik net heb gezegd hartstikke duidelijk.

De regering zegt dat het nog te vroeg is voor een Associatieakkoord met Syrië. Tegelijkertijd hebben wij zo’n akkoord wel met Egypte, terwijl daar vergelijkbare problemen waren. Ik ben benieuwd wat het verschil tussen die twee is. Voor Syrië zou je namelijk kunnen zeggen dat er nog een heleboel stappen gezet moeten worden voordat je zo’n akkoord moet sluiten, maar Egypte moet die stappen ook nog zetten, en daarmee is wel een Associatieakkoord gesloten. Wat is de houding van deze regering ten opzichte van die situatie? Als je al zo’n Associatieakkoord met Syrië wilt sluiten – dat zou je nu niet moeten doen – zou ik er wel voor zijn dat je als regering een tijdpad opstelt: waar moet dat land aan voldoen voordat een akkoord wordt gesloten?

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Wat nieuw is, is dat het CDA de speech van Obama inspirerend noemt en de regering oproept hem te volgen, waar Obama ondubbelzinnig het nederzettingenbeleid veroordeelt. De Nederlandse regering doet dat niet, maar zou dat wel moeten doen.

Minister Verhagen: Dit is feitelijk onjuist. Ik mag u houden aan eerlijkheid. Ik accepteer niet dat u hier zegt dat wij de uitbreiding van de nederzettingen niet veroordelen. Dan hebt u de afgelopen jaren hier geen debatten bijgewoond.

De heer Van Bommel (SP): De minister verschuilt zich achter illegale buitenposten van de nederzettingen. De nederzettingen als zodanig zijn illegaal. Dat is de kern van de uitspraak van Obama. Ik ben blij dat de CDA-fractie die stap wil zetten, en ik hoop dat de Nederlandse regering dat ook doet.

Het is van belang te weten, hoe de intensivering waarop de regering zint, tot stand komt. Komt er voor de Kamer een moment waarop er een vernieuwd Associatieakkoord komt? Anders blijft het bij het afgeven van een stemverklaring. Ik steun de PvdA daarin: wij kunnen Israël geen cadeautjes geven op het moment dat het zich niet houdt aan het internationale recht, waarvan overduidelijk sprake is. Wij steunen de oproep van de buitenboordmotor van de Partij van de Arbeid, op dit moment in Israël, de heer Van Dam. Hij riep de minister op om bij zijn aanstaande bezoek aan Israël ook Gaza te bezoeken en daar kennis te nemen van de vernietiging van burgerdoelen. Ik roep de minister op die oproep te volgen. Nederland meent dat het nog te vroeg is over te gaan tot ondertekening van een Associatieakkoord met Syrië, welke opvatting ik deel. Zijn er landen die daarvoor zijn? Ik weet dat de Syrische koerden onlangs bij het ministerie op bezoek zijn geweest. Veel van hen zijn stateloos, wat een groot probleem is. Wanneer dergelijke problemen voortduren, kunnen wij absoluut niet overgaan tot ondertekening van een Associatieakkoord. Wij steunen de EU-hulpprogramma’s voor Birma. Verder steunen wij de lokale oppositiegroepen. Hoe wil de regering dat gaan bevorderen? Hoe denkt de Nederlandse regering over het verscherpen van boycotmaatregelen? Er is wel degelijk sprake van vooruitgang in Cuba, als het gaat om migratie, postverkeer, reizen en geldzendingen. De Amerikanen erkennen dat, en daar ben ik blij mee. Blijft de EU langzaam maar zeker niet achter bij de opening die de Amerikanen wel maken? Ten slotte de muur in Israël, door sommigen gekscherend het hek genoemd. Volgende maand is het vijf jaar geleden dat het Internationaal Gerechtshof die muur heeft veroordeeld, maar sindsdien is er aan het systeem van buitensluiting niets veranderd. Is de regering bereid in Razeb-verband opnieuw te bepleiten, toch consequenties te verbinden aan die uitspraak?

De heer Van der Staaij (SGP): Voorzitter. Ik heb al gerefereerd aan de motie die een tijdje geleden door de Kamer is aangenomen, waarin de regering wordt verzocht zich op Europees niveau in te spannen voor heropening van de besprekingen met Israël over intensivering van de relatie tussen EU en Israël. Een belangrijk geschilpunt in de Kamer was dat de PvdA-fractie voorwaarden vooraf eiste, terwijl de indieners vinden dat die intensivering juist moet worden gebruikt om dat soort zaken aan de orde te stellen. Ik ben blij dat ook de PvdA vindt dat de motie loyaal moet worden uitgevoerd. Wat voor steun verwacht de minister daarvoor in internationaal verband?

De heer Blom (PvdA): Ik heb net mijn loyaliteit aan het uitvoeren van moties uitgesproken, wat ik als parlementslid overigens vrij normaal vind. Op 3 juli 2008 is overigens ook nog een andere motie aangenomen, van de leden Van Dam en Van Gennip, over de stopzetting van de bouw van nederzettingen. Ik neem aan dat u de uitvoering van die motie ook steunt.

De heer Van der Staaij (SGP): Dat was nu juist precies de discussie naar aanleiding van deze motie. Moest je op grond van die motie niet tegen deze motie zijn? De conclusie was dat wij dat niet op deze manier moeten gaan betrekken bij de intensivering, want dat is juist een kwestie van het stellen van voorwaarden vooraf. Je wilt die intensivering, juist om zicht te hebben op de hervatting van vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit, zonder voorwaarden vooraf.

De heer Haverkamp (CDA): Wij hebben die motie samen ingediend, maar zij had ten doel het vredesproces te ondersteunen. Maar er is ook een andere motie aangenomen, inhoudend dat alle afspraken uit het verleden nog steeds staan. Een van die afspraken is stoppen met het uitbreiden van de bouw van nederzettingen. Dat moet wel gebeuren.

De heer Van der Staaij (SGP): Dat is een andere discussie. Moties moeten worden uitgevoerd, maar wij moeten ons wel afvragen of wat in andere moties staat, voorwaarde is voor onze motie. Daarom heeft de PvdA-fractie uiteindelijk tegen de motie gestemd. De motie zoals zij nu luidt heeft wel een meerderheid gekregen.

Op de opstelling van Obama is toch wel divers gereageerd. Voor onze fractie is erg belangrijk dat de partijen bewogen moeten worden aan tafel te gaan zitten. Alles wat daarbij kan helpen om te zorgen dat er geen stilstand komt die tot achteruitgang leidt, juichen wij toe. Belangrijkste boodschap is partijen te bewegen aan tafel te gaan zitten. Wij geloven niet in een opgelegde vrede. Er moet van onderop worden gewerkt aan vertrouwen, iets wat ik vorig jaar naar voren bracht na gesprekken met Moshe Ya’alon. Inmiddels is hij vicepremier en minister van strategische zaken in het Israëlische kabinet. Zijn visie wordt gesteund door het Israëlische optreden. Het is niet bedoeld om niets te hoeven doen, nee, het is je constructief inzetten op verbetering van de relaties, ook economisch, omdat je alleen daarmee perspectief op een duurzame vrede kunt bewerkstelligen. Met alleen op korte termijn te zeggen «twee staten, twee staten» zijn vrede en veiligheid niet gediend. In de speech van Obama viel mij op dat daar geen openlijke veroordeling van allerlei mensenrechtenschendingen in naar voren kwam. Ik denk aan vrouwenbesnijdenis, christenvervolging in verschillende islamitische landen, de benarde positie van Palestijnse christenen enzovoorts. Zal Obama zich daarvoor sterk maken? In hoeverre blijft dat een belangrijk element in de opstelling van de VS? Wat Iran betreft, leek er een opening te worden geboden in kernenergie voor vreedzame doeleinden. Maar zal dat de druk op Iran om af te zien van het nucleaire programma niet juist doen verdampen? Wij steunen de opstelling van deze regering als het gaat om geen Associatieakkoord met Syrië, ook in het licht van de houding van dat land ten opzichte van mensenrechten.

Minister Verhagen: Voorzitter. Zoals sommige leden al hebben geconstateerd, is er een bijzondere dynamiek op gang gekomen in het vredesproces in het Midden-Oosten. Aandringen van buitenaf door de VS, de EU en Saoedi-Arabië, heeft ertoe geleid dat Israëli’s en Palestijnen in toenemende mate zijn gedwongen, zich te bezinnen op hun posities. Dit vraagt om een bezinning van Israëli’s en Palestijnen. Wij moeten hopen en eraan werken dat dit leidt tot een doorbraak in de vredesbesprekingen. In dat perspectief – in lijn met de motie van de heren Van der Staaij en Haverkamp – vind ik dat de EU juist nu een stap verder moet zetten. Wij moeten ophouden met het herhalen van de bekende formules en concreet maken wat de EU kan bijdragen. Die bijdrage geldt niet zozeer het proces, want daarbij speelt ook de intensivering van de betrekkingen tussen EU en Israël een rol, als wel de uitkomst. Het gaat om de vraag wat de EU kan bijdragen aan het welslagen van een en ander. De finale statusovereenkomst is het doel, en natuurlijk moeten wij partijen daartoe aanmoedigen, maar zoals de heer Van der Staaij ook zei: die verantwoordelijkheid ligt deels bij de partijen zelf. Zij zullen uiteindelijk iets moeten accepteren. Wij moeten stimuleren dat er een overeenkomst komt, die wat mij betreft het volgende inhoudt: een tweestatenoplossing, de grenzen van voor 1967, geen terugkeer van vluchtelingen en een gedeeld Jeruzalem. Dat heb ik al meerdere malen gezegd, ook in Israël. De vrij relevante speech die ik daar hierover heb gehouden, zal ik de Kamer toesturen.

Wij moeten ons buigen over de vraag wat wij aan de partijen laten weten wat wij van plan zijn bij te dragen als EU en als Nederland. Zo kunnen wij hen de zekerheid geven dat een akkoord, als dat tot stand komt, ook daadwerkelijk wordt geïmplementeerd. Dat wil niet zeggen dat wij in de tussentijd geen goede suggesties kunnen doen. Op dat punt ben ik het eens met de heer Voordewind, die dat vanmorgen formuleerde in de Volkskrant. Hij roept mij daarin op de door hem genoemde lijn te volgen, maar ik zie dat als ondersteuning van het regeringbeleid. Ik ben blij dat een regeringspartij dat doet, want dat is niet vanzelfsprekend. Het is overigens geen of/of. Economische samenwerking is een mogelijkheid om bij te dragen aan een klimaat waarin vrede bestaat. Daarom geeft Nederland ook ondersteuning aan agrarische productie in Gaza. Daarbij gaat het om een trilaterale overeenkomst, waarbij de productie van bloemen en aardbeien in Gaza plaatsvindt, wat inkomen betekent voor Palestijnse boeren, en waarbij tegelijkertijd Israëlische handelaren betrokken zijn bij het op de markt brengen van deze producten, die in Nederland worden geveild. Economische samenwerking werkt daar dus drie kanten op. Ook in Israël zijn meerdere malen ideeën naar voren gebracht waarin economische samenwerking à la de EU als fundament voor een duurzame vrede een rol speelt. President Peres heeft dat meerdere malen genoemd, waarbij ook Jordanië werd genoemd. Ik vind zo’n integrale benadering zeer welkom. Ook hier geldt dat die benadering destijds door de VS in Europa werd gestimuleerd – ik denk aan de Marshallhulp – maar niet door de VS is opgelegd. Wij moeten aan partijen kenbaar maken wat wij, als zij die weg inslaan, aan ondersteuning kunnen leveren.

De heer Haverkamp (CDA): Wij hebben bij de begrotingsbehandeling aangegeven dat wij eraan hechten dat de Westbank economisch wordt ondersteund. Hoe staat met de uitvoering van de toezegging op dat punt?

Minister Verhagen: Ik zal die vraag doorgeven aan de heer Koenders. Het is goed om met hem daarover later van gedachten te wisselen. Dit is niet mijn budget.

De heer Haverkamp (CDA): Tijdens de begrotingsbehandeling zat u daar samen met minister Koenders, waarbij wij een duidelijke toezegging van u beiden hebben gekregen. Dit wordt nu een belangrijk punt in de Razeb, dus vandaar mijn verzoek.

Minister Verhagen: Dit wordt geen belangrijk punt in de Razeb, daarin moet ik u teleurstellen. Ik zal de heer Koenders vragen u nader te informeren.

De heer Voordewind: Dank voor de woorden van de minister, dat tripartiete projecten meer zouden moeten worden gesteund door Nederland, in plaats van unilateraal richting de Palestijnen. Dat zou een pleidooi zijn voor versterking van de economische samenwerking tussen Israël en de Palestijnen. Vindt de minister dat dit ook consequenties moet hebben? Hij noemt het bloemenproject, en wij kunnen meer van dat soort projecten gaan ondersteunen. Het is een pleidooi aan de Kamer zelf om initiatieven richting minister Koenders te nemen. Wij hebben een 3D-benadering: de minister zit er zelf ook bij. Steunt hij dit pleidooi ook richting minister Koenders?

Minister Verhagen: Het beleid als zodanig is bekend. Gegeven de uitgangspunten kunnen wij kijken of wij een stap verder kunnen doen. Wat kunnen wij bieden aan partijen als de overeenkomst er ligt? Met alle respect, maar daar gaat de Razeb op dit moment niet over.

De heer Voordewind stelde een vraag over de Europese samenwerkingsfoundation. Er zijn verschillende organisaties actief die wij vanuit Nederland ondersteunen, zoals het Peres Centrum voor Peace, dat contacten tussen Israël en de Palestijnen ondersteunt. Verder noem ik Fysicians voor humanitarian rights en het Palestinian dialog centre. In de afgelopen vier jaar hebben wij dit soort projecten met zo’n €850.00 gesteund, en wij gaan daarmee door. Het gaat erom de economische samenwerking en de dialoog van onderaf te bevorderen. Ik denk dat de EU snel de implementatie van het finale statusakkoord moet ondersteunen. Aan beide partijen moet daarbij ondubbelzinnig duidelijk zijn waarop zij kunnen rekenen als zij die stap zetten. Er moet eens worden nagedacht over een «behandelplan» voor een vredesakkoord, onze bijdrage aan een veiligheidsgarantie, aan het oplossen van het vluchtelingenvraagstuk en aan het opzetten van bijvoorbeeld gemeentelijke dienstverlening in Jeruzalem. Ik wil in de Razeb wel eens vragen of dit nader kan worden uitgewerkt.

Hoe kunnen wij dat bereiken? Dat is nog niet helemaal duidelijk. De politieke constellatie aan Israëlische en Palestijnse kant is vrij complex. Veel is afhankelijk van de vraag of premier Netanyahu de leden van zijn coalitie ervan kan overtuigen dat met de Palestijnen afspraken moeten worden gemaakt over het onderhandelingstraject dat kan leiden tot een finale statusovereenkomst. Ik kijk wat dat betreft uit naar de speech van Netanyahu, aanstaande zondag. Ik hoop dat hij aansluiting zoekt bij de speech van Obama. Het zou absoluut verkeerd zijn om de Israëlische regering te negeren. Om te beginnen is Netanyahu democratisch gekozen en hij heeft laten zien dat hij bereid is concessies te doen. Verder heb ik vertrouwen in de Israëlische democratie. De extremisten in Israël zijn niet in de meerderheid, nee, dat zijn juist de middenpartijen. Als Likud, Kadima en Labour het samen willen, kunnen zij besluiten dat Israël de onderhandelingen ingaat. Palestijnse eenheid op basis van Kwartetvoorwaarden zou een enorme stap voorwaarts zijn. Daarom heeft Obama dat in zijn speech onderstreept, als eis aan de Palestijnse regering. Als wij Obama helemaal volgen, moeten wij juist handelsovereenkomsten met Israël sluiten, want die heeft de VS ook in zeer grote mate. Als ik het geheel moet overnemen, conform de oproep van mevrouw Peters, moet ik nog heel wat meer doen in de geest van de motie van de heren Van der Staaij en Haverkamp. In de ondersteuning van de Egyptische initiatieven om te komen tot Palestijnse verzoening moet duidelijk worden gemaakt aan de Palestijnen wat op dit punt van hen wordt verwacht en wat zij kunnen bieden. Ik denk aan steun bij de opbouw van instituties voor een democratische toekomstige Palestijnse staat, leniging van de humanitaire noden en steun bij de wederopbouw van Gaza, wanneer aan de juiste voorwaarden is voldaan.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voordat er een misverstand ontstaat: ik neem niet de inhoud van de speech van Obama over, ik heb de regering gevraagd om een inhoudelijke reactie op de speech van Obama, omdat zij voorstelt de door de VS gedane voorstellen te ondersteunen. Hoe? Als de regeringslijn inhoudt dat je dialoog met Israël moet verstevigen, wat zal de regering dan in de komende EU-Associatieraad met Israël zeggen over mensenrechten? Zal de EU aanspreken op mensenrechtenschendingen en steun verlenen aan de conclusies van het VN-rapport?

Minister Verhagen: Ik vond de speech van Obama indrukwekkend en zowel beleidsinhoudelijk als qua toonzetting richtinggevend en buitengewoon inspirerend. Het is evident dat ik de verbondenheid van de Amerikaanse president verwelkom als het gaat om de tweestatenoplossing en de noodzaak te stoppen met de bouw van nieuwe nederzettingen enzovoorts. Ook denk ik aan de nadruk op de Kwartetvoorwaarden, vertrouwenwekkende stappen door beide partijen en betrokkenheid van de omringende landen, aspecten die nauw aansluiten bij de visie van de Nederlandse regering. Het beleid van de EU moet zeer nauw aansluiten op dat van de VS. Ik zal dat bepleiten in de komende Razeb. Als de EU een bijdrage wil leveren, moeten de lidstaten op een lijn staan ten aanzien van het Midden-Oosten. Daarin past dat de EU, net als de VS, bij de partijen aandringt op een spoedige hervatting van de vredesbesprekingen en in heldere bewoordingen duidelijk maakt dat het vredesoverleg alleen succesvol kan zijn als alle partijen zich daaraan houden. Ik noemde al «Annapolis», de roadmap, het Arabisch vredesinitiatief en de Kwartetvoorwaarden. Ik wil dat met klem blijven benadrukken, conform de motie van de heer Haverkamp op dit punt. Daarnaast ben ik blij dat premier Netanyahu heeft aangegeven, de hoop van Obama te delen dat de Amerikaanse inspanningen een nieuwe fase zullen inleiden die juist een eind moet maken aan het Arabisch-Israëlisch conflict en die de algemene Arabische erkenning van Israël als staat van het Joodse volk zal brengen. Ik zie uit naar zijn speech en hoop dat er een constructieve boodschap in zit. Ik acht mij gesteund door een meerderheid van de Kamer en ga ervan uit dat de Kamer aandringt op uitvoering van moties, als ik zeg dat besprekingen over intensivering van de relatie tussen EU en Israël zo spoedig mogelijk zullen worden hervat. Ik ben ertegen om bij hervatting van de Israëlisch-Palestijnse onderhandelingen de EU-rol verder te belasten of te verminderen door tegen een partij een maatregel te nemen. Ik vind dat de EU vertrouwen moet geven in plaats van te bestraffen. Ik deel de opvattingen van enkele van mijn voorgangers, gepubliceerd in de Volkskrant van vorige week, dan ook niet, maar dat mag overduidelijk zijn. Als je nu overgaat tot bevriezing van de dialoog, weet je zeker dat de EU geen enkele rol meer speelt. Als wij een bijdrage willen houden en Israël willen aanspreken op haar verplichtingen in het kader van de roadmap, moet ik om te beginnen gesprekspartner zijn.

De heer Van Bommel (SP): De Partij van de Arbeid kwalificeert het regeringsstandpunt als volstrekt belachelijk, een opvatting die ik wel kan delen. Hoe gaat de regering om met het politieke feit dat een belangrijk onderdeel van het buitenlands beleid van de Nederlandse regering als volstrekt belachelijk wordt gezien door een grote regeringspartij, zodat zij doorgaat op een weg waarvoor zij geen politieke steun vindt, zowel bij een groot deel van de oppositie als bij een grote regeringspartij?

De heer Ten Broeke (VVD): De minister zegt dat het accepteren door de Palestijnen van de Kwartetvoorwaarden nog niet aan de orde is, maar hij ziet dat niet als helemaal hopeloos. Hij ziet net als ik uit naar de speech van Netanyahu, en hij leek te gaan zeggen aanwijzingen te hebben dat daaruit wellicht hoopvolle tekens komen. Over de rol van de EU wil hij zelfs zover gaan dat wij nu al moeten nadenken over allerlei praktische handreikingen, tot en met het helpen van de gemeentelijke dienst in Jeruzalem. Welk voorstel gaat de minister doen in de komende Razeb?

De heer Blom (PvdA): Collega Van Dam heeft gezegd dat het belachelijk zou zijn als je Israël nu een cadeautje geeft. Dat is heel wat anders dan het regeringsbeleid kwalificeren als belachelijk. Daar neem ik afstand van, want wij moeten ons wel bij de feiten houden. Ik zou ook willen dat de minister dat doet. Twee kleine feitjes: de Partij van de Arbeid wil geen maatregelen tegen Israël, zij wil geen uitbreiding van de handelsvoorden, en dat is iets heel anders. Verder zeg ik niet dat wij de gesprekken met Israël willen gaan bevriezen, want dat zou van onze kant volstrekt belachelijk zijn.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik had nog een vraag gesteld over de Palestijnse christenen.

De heer Van der Staaij (SGP): Ik had nog een vraag gesteld over Iran.

Minister Verhagen: Ik constateer met vreugde dat de Partij van de Arbeid het regeringsbeleid niet belachelijk vindt. Dat verbaast mij niet. De heer Blom zegt met zeer grote nadruk dat zijn partij het regeringsbeleid voor het Midden-Oosten niet belachelijk vindt. Verder constateer ik dat alle PvdA-bewindslieden in de regering het met het door mij geformuleerde beleid eens zijn. Dat is geen verdeeldheid, maar eenheid ten aanzien van de appreciatie van het regeringsbeleid. Van de maatregelen die door een aantal ex-bewindslieden vorige week werden bepleit in de Volkskrant heb ik afstand genomen, omdat je je dan diskwalificeert als serieuze gesprekspartner bij het bereiken van een tweestatenoplossing en vrede in het Midden-Oosten. Ik heb niet gesuggereerd dat de heer Blom deze maatregelen voorstaat, ik heb deze maatregelen afgewezen, en ik ben blij dat hij dat ook doet. Zo zie je maar weer: wederom eensgezindheid ten aanzien van de noodzaak om de dialoog voort te zetten. De heer Voordewind wees bij de positie van de christenen alleen op de Palestijnen, maar ook hier geldt dat Israël daarbij ook aan zet is. Ik heb uitvoerig met de vertegenwoordigers van de christenen in de Palestijnse gebieden gesproken toen zij in Nederland waren. Een van de problemen daarbij is de mogelijkheid om priesters dan wel geestelijk leiders toegang verlenen, waarbij Israël een rol speelt. De heer Voordewind verwijst eenzijdig naar de Palestijnen, maar ook hier zijn twee partijen in het geding. Al geruime tijd is inderdaad sprake van een relatief grote uitstroom van christenen uit de Palestijnse gebieden. Voor een groot deel gaat het daarbij om jonge Palestijnen die emigreren uit politieke en economische overwegingen, net als veel niet-christelijke Palestijnse jongeren. Wij kunnen mensen niet tegenhouden, integendeel. Er zijn geen aanwijzingen dat christenen in de Palestijnse gebieden worden vervolgd, maar ik zal dat uiteraard nauwgezet blijven volgen. Ik weet namelijk dat de christenen in Gaza zich onder druk gezet voelen. Ik zal hiervoor aandacht vragen bij president Abbas en bij de Israëlische autoriteiten.

Onze lijn ten aanzien van Syrië wordt gedeeld door de hele Kamer, zodat ik daar weinig over hoef te zeggen. In het kader van mijn reis naar het Midden-Oosten ga ik daar naar toe, waarbij ik wederom zal aandringen op het vrijlaten van mensenrechtenverdedigers. Iran staat niet op de agenda van de komende Razeb. Er wordt vóór de verkiezingen in Iran geen positieve reactie verwacht op het E3+3-voorstel. Juist om te voorkomen dat wij hier aan het lijntje worden gehouden, moeten wij ons bezinnen op de vraag hoe lang wij het niet hebben van een reactie kunnen accepteren. Verder moeten wij ons bezinnen op uitbreiding van de sancties. Ik heb de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger en de collega-lidstaten gevraagd om daarover na te denken, conform de motie van de heer Voordewind. Niet alleen het positieve, maar ook het negatieve spoor moeten verder worden ontwikkeld. Op dit moment vind ik het te vroeg om een tijdpad te noemen, maar dit kan niet eindeloos duren. In het kader van mensenrechten in de hele regio heb ik het voorzitterschap deze week opgeroepen om te komen tot een EU-demarche in Riyad, over recente publieke executies, te weten zeven op een dag. Dat vind ik een schokkende gebeurtenis.

Naar aanleiding van onze discussie over Birma in het vorige AO heb ik een brief opgesteld om de effectiviteit van het EU-beleid richting Birma te vergroten. Arrestatie en vervolging van Aung San Suu Kyi bewijzen weer eens dat de mensenrechtensituatie in Birma onverminderd zorgelijk blijft. Wij hebben daarover uitvoerig gesproken tijdens de EU-ASEAN-bijeenkomst in Hanoi. Het aparte was dat daar juist door buurlanden een buitengewoon kritische appreciatie van de situatie in Birma naar voren kwam. Gelet op de alfabetische volgorde zat ik naast de vertegenwoordiger van Birma – Myanmar geheten in die regio – zodat ikzelf vrij indringend heb gesproken met mijn buurman daar. Het is evident dat ook de EU een belangrijke discussie over Birma moet voeren. De vraag blijft hoe je een effectiever beleid vorm moet geven. Moeten bestaande maatregelen verder worden aangescherpt, of moeten ze worden aangepast? Van versoepeling kan pas sprake zijn als er daadwerkelijke positieve ontwikkelingen gaande zijn. Het is niet statisch, je zult op basis van de ontwikkelingen daar moeten aanscherpen of verlichten. Alle lidstaten zijn van mening dat er op dit moment geen aanleiding is om die sancties te versoepelen, maar sancties alleen hebben niet het gehoopte effect, zoals ik in mijn brief heb aangegeven. Wij zullen ook langs andere wegen moeten zoeken hoe wij dat regime tot veranderingen kunnen brengen. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de buurlanden van Birma, zoals China, India en Indonesië. Wij proberen deze landen tot een actieve opstelling te bewegen. De deur is niet dicht, zoals ik al aangaf. Het is frustrerend om te zien hoe gesprekken worden geremd door een bepaalde mate van zelfgenoegzame retoriek van de kant van de gesprekspartner. Er is weinig sprake van een echte dialoog. Wij moeten kijken hoe wij, voortbouwend op de acties van de internationale gemeenschap na de cycloon, kunnen bijdragen aan de sociale ontwikkelingen in Birma.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Kunt u kleine Birmese groepen steunen via de ambassade in Bangkok? Doorverwijzing naar de EU is namelijk te omslachtig.

Minister Verhagen: Ik zal daar met alle plezier naar kijken.

De situatie in Cuba blijft gemengd. Obama volgt nu eindelijk de EU-lijn. Het door hem genoemde tijdperk van Helms en Burton is eindelijk voorbij, volgens Obama, maar dat vonden wij vorig jaar al. Maar zoals gezegd blijft het beeld gemengd. Enkele mensenrechtenverdragen zijn geratificeerd, zeer positief is de uitnodiging voor de speciale VN-rapporteur voor martelingen, en de economische rechten zijn iets verbeterd, maar ik zie nog geen dooi. Weliswaar zijn er geen nieuwe politieke gevangenen bijgekomen, wat op zich positief is, maar er blijft druk op en intimidatie van dissidenten. Er zijn ruim 200 politieke gevangenen tot lange gevangenisstraffen veroordeeld, die vaak onder zeer slechte omstandigheden gevangen zitten. Internationale humanitaire organisaties worden niet toegelaten tot de gevangenissen. Moeten we de dialoog stopzetten? Een ding is zeker: het oude beleid van sancties en isoleren heeft niet gewerkt, integendeel. Wat doe je dan zelf om de dialoog vorm te geven? Ook daar zie je een gemengd beeld. Er is een aantal ministers geweest, evenals de Commissie, om over mensenrechten te praten, maar er moeten wel concrete resultaten zijn. Ik ben er zelf nog niet naar toe gegaan, wat onder andere heeft te maken met de vrijheid die je hebt om met dissidenten te praten. Die vrijheid werd mij niet gegeven, en derhalve ga ik niet. Ik wil kunnen praten met wie ik wil.

Mede op verzoek van deze Kamer zal ik aandacht vragen voor de situatie in Sudan. Met de Kamer ben ik van mening dat de uitvoering van het Comprehensive Peace Agreement reden is voor zorg. Dat akkoord loopt af in 2011, zodat de tijd dringt voor het maken van afspraken in dat kader met het oog op de te houden verkiezingen en het te houden referendum. Het is duidelijk dat nu voor de situatie na 2011 afspraken moeten worden gemaakt over zaken als machtsdeling, veiligheid en welvaartsdeling. De heer Haverkamp wees er terecht op dat er voorbereidingen moeten worden getroffen om de verkiezingen goed te laten verlopen. Voor het goed verlopen van verkiezingen en referendum is van groot belang dat er stabiliteit heerst in Sudan. De EU heeft verkiezingswaarneming aangeboden. Wij zullen werken aan de verdere uitwerking daarvan. Terecht is aandacht gevraagd voor de humanitaire situatie in Darfur, ook na het uitzetten van ngo’s en de ontwikkelingen rond het Internationale Strafhof. Tsvangirai is hierop aangesproken, en ook op het bezoek van Bashir aan Mugabe. Als ik die twee heren zie, zou ik bijna zeggen: bien étonnés de se trouver ensemble. Dit was duidelijk een manoeuvre van Mugabe, en niet van Tsvangirai om Bashir toe te laten. Tsvangirai hoorde het, heb ik de indruk, op hetzelfde moment als de EU. Dat zegt genoeg. Ook daar is nog het nodige te doen.

Mevrouw Peters vroeg naar de EU-inzet tijdens de top met Pakistan. Op die top, op 17 juni, zal de EU worden vertegenwoordigd door de trojka, waarbij zal worden ingegaan op het belang dat wordt gehecht aan een positieve rol voor Pakistan in de strijd tegen het terrorisme en radicalisering. Tevens zal de EU de Pakistaanse regering wijzen op haar verantwoordelijkheden op het terrein van mensenrechten, democratisering en persvrijheid. Tijdens de Europese Raad van volgende week zal worden teruggekoppeld, waarna van gedachten zal worden gewisseld over wat de EU verder kan doen. Met commissaris Ashton heb ik gesproken over de mogelijkheden op het punt van handel. De EU is een belangrijke handelspartner van Pakistan, en dus van groot belang voor de noodlijdende Pakistaanse economie. Ook het bevorderen van regionale handelsbetrekkingen is van groot belang. In het gesprek met de commissaris heb ik naar voren gebracht dat totstandbrenging van handelsbetrekkingen meer dan een jaar zal kosten. Ook zij is van mening dat moet worden gekeken naar de mogelijkheid van uitbreiding op onderdelen van handelsmogelijkheden tussen EU en Pakistan.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Is de regering bereid de Kamer een verslag te sturen van de uitkomsten van de EU/Pakistan-top?

Minister Verhagen: De bespreking bij de Europese Raad van ministers van Buitenlandse Zaken is altijd informeel. Mocht over de Top worden gesproken, dan zal ik u daarover informeren in het verslag van de Europese Raad.

Toezeggingen

– Minister Verhagen zal minister Koenders verzoeken de Kamer nader te informeren over de toezegging, gedaan tijdens de begrotingsbehandeling met betrekking tot economische steun voor de Westbank.

– Er zal verslag worden gedaan van de EU/Pakistan-top.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), Atsma (CDA), Van Bommel (SP), ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Waalkens (PvdA), voorzitter, Van Baalen (VVD), Ormel (CDA), Van Velzen (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Jan Jacob van Dijk (CDA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Jonker (CDA), Irrgang (SP), De Roon (PVV), Boekestijn (VVD), Pechtold (D66), Ten Broeke (VVD), Gill’ard (PvdA), Jasper van Dijk (SP), Thieme (PvdD), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) en Peters (GroenLinks).

Plv. leden: Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), De Wit (SP), Van der Vlies (SGP), Vos (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Haverkamp (CDA), Lempens (SP), Schermers (CDA), Knops (CDA), Jacobi (PvdA), Samsom (PvdA), Kuiken (PvdA), Teeven (VVD), Spies (CDA), Roemer (SP), Wilders (PVV), Nicolaï (VVD), Van der Ham (D66), Van der Burg (VVD), Besselink (PvdA), Van Leeuwen (SP), Ouwehand (PvdD), Voordewind (ChristenUnie) en Vendrik (GroenLinks).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Wilders (PVV), Waalkens (PvdA), Van Baalen (VVD), Çörüz (CDA), Ormel (CDA), voorzitter, Ferrier (CDA), Van Velzen (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Haverkamp (CDA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé-Hamming-Bluemink (VVD), Irrgang (SP), Knops (CDA), Boekestijn (VVD), Voordewind (ChristenUnie), Pechtold (D66), ondervoorzitter, Ten Broeke (VVD), Van Raak (SP), Gill’ard (PvdA), Thieme (PvdD) en Peters (GroenLinks).

Plv. leden: De Wit (SP), Van der Vlies (SGP), De Roon (PVV), Vermeij (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Omtzigt (CDA), Spies (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jasper van Dijk (SP), Ten Hoopen (CDA), Jonker (CDA), Boelhouwer (PvdA), Leerdam (PvdA), Arib (PvdA), Neppérus (VVD), Lempens (SP), Schermers (CDA), Griffith (VVD), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Koşer Kaya (D66), Van Beek (VVD), Gesthuizen (SP), Samsom (PvdA), Ouwehand (PvdD) en Vendrik (GroenLinks).