21 501-02
Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen

nr. 855
MOTIE VAN DE LEDEN VAN DAM EN VOORDEWIND

Voorgesteld 6 november 2008

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat in Oost-Congo rebellen zijn opgerukt naar de stad Goma, waarbij sprake is van plundering, verkrachting en andere gewelddadigheden;

overwegende, dat vele mensen verdreven zijn uit vluchtelingenkampen, dat naar schatting 1 tot 2 miljoen mensen ontheemd zijn en dat door gebrek aan voedsel, water en medicijnen en het aanhoudend geweld een humanitaire catastrofe dreigt;

overwegende, dat komend weekend naar verwachting een regionale top plaatsvindt over de crisis, waarop door de EU zal worden aangestuurd op een politieke oplossing, maar dat zeer ongewis is of deze top enig resultaat zal opleveren;

overwegende, dat de VN-vredesmissie MONUC tot taak heeft om de Congolezen te beschermen tegen geweld en de stabiliteit en veiligheid te bewaken, maar moeite heeft die taak uit te voeren en dat mogelijk vanuit de VN verzocht zal worden om MONUC te versterken;

overwegende, dat de EU in de komende Razeb spreekt over de Europese inzet en betrokkenheid bij de crisis in Congo en dat de VN-Veiligheidsraad op 15 november aanstaande zal spreken over de situatie en de noodzaak MONUC te versterken;

overwegende, dat de situatie dermate urgent is dat de VN bij gewenste versterking van MONUC op korte termijn over extra troepen moet kunnen beschikken;

verzoekt de regering naast de inzet op een politieke oplossing, in de Razeb in te zetten op de beschikbaarstelling van Europese troepen, eventueel door inzet van de EU-battlegroups, aan MONUC voor het geval de VN Veiligheidsraad op 15 november besluit dat versterking van MONUC wenselijk is,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Dam

Voordewind

Naar boven