21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 3434 MOTIE VAN HET LID VAN DER WERF C.S.

Voorgesteld 11 juni 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland samen met een groot aantal Europese partners grote zorgen heeft uitgesproken over de dreigende uitzetting van humanitaire hulporganisaties uit Gaza;

constaterende dat de ondertekenaars van deze verklaring gezamenlijk een gekwalificeerde meerderheid binnen de Europese Unie vertegenwoordigen;

overwegende dat het definitief uitzetten van cruciale humanitaire hulporganisaties niet zonder gevolgen kan blijven;

verzoekt de regering in Europees verband te pleiten voor de voorbereiding van maatregelen indien Israël definitief overgaat tot het verbieden of uitzetten van humanitaire hulporganisaties, waaronder opschorting van het handelshoofdstuk van het associatieakkoord, en hierover openlijk te communiceren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Werf

Piri

Dassen

Naar boven