21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 3392 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 mei 2026

Hierbij bied ik u het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 21 april 2026 aan.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 21 APRIL 2026

Op dinsdag 21 april jl. vond de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) plaats in Luxemburg. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft deelgenomen. Op de agenda van de Raad stond de Russische agressie tegen Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten, de Zuidelijke Kaukasus en Soedan.

De Russische agressie tegen Oekraïne

De Raad stond stil bij de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. De Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken Sybiha sloot voor het eerste gedeelte van de bijeenkomst virtueel aan. Met uitzondering van enkele lidstaten sprak de Raad het belang uit van een zo spoedig mogelijke aanname van de steunlening voor Oekraïne en het twintigste sanctiepakket. Een aantal lidstaten waaronder Nederland riep hiernaast op om spoedig aan het werk te gaan aan een 21ste sanctiepakket, waarbij Hoge Vertegenwoordiger (HV) Kaja Kallas en een aantal lidstaten, Nederland inbegrepen, opriepen tot onder meer additionele maatregelen tegen de Russische schaduwvloot.

Nederland benadrukte tevens het belang van betrokkenheid van derde landen bij de implementatie van de steunlening. Dit is voor Oekraïne van belang om urgent benodigd militair materieel ook in deze landen te kunnen inkopen. Nederland herhaalde in lijn met motie-Hoogenveen1 de oproep tot een eerlijkere lastenverdeling van steun aan Oekraïne onder de EU-lidstaten en het intensiveren van bilaterale steun. Tevens riep Nederland op de import van Russisch gas te staken, conform toezegging aan lid Hoogeveen en Ceder.2 Onder de REPowerEU-verordening geldt een getrapt importverbod op Russisch gas. Vanaf 18 maart 2026 is de import van Russisch gas in principe verboden. Er is een overgangsregime voor bestaande contracten van vóór 17 juni 2025, waardoor kortlopende LNG-contracten (van minder dan één jaar) nog tot 25 april 2026 en langlopende LNG-contracten (van langer dan een jaar) nog tot 1 januari 2027 onder voorwaarden nog is toegestaan, en langlopende pijpleidingcontracten tot uiterlijk 30 september 2027. Dit is in lijn met het verbod op import van Russisch gas in het 19e sanctiepakket. Nederland heeft zich in EU-verband van meet af aan ingezet voor het volledig en permanent weren van Russisch gas uit het energiesysteem van de EU en heeft deze oproep tijdens de RBZ nogmaals herhaald.

De Raad sprak daarnaast over het toetredingsproces van Oekraïne waarbij de HV en een aantal lidstaten de recente aanname van hervormingen door het Oekraïense parlement verwelkomden en tegelijkertijd opriepen om het hervormingstempo te versnellen.

Verder maakt het kabinet van deze brief gebruik om uw Kamer te informeren over de stand van zaken van de bevroren financiële tegoeden in het kader van de sancties tegen Rusland. Het gaat om private tegoeden die zijn bevroren door financiële instellingen in Nederland. De stand van zaken betreft EUR 94,47 miljoen, met als peildatum 1 januari 2026. De hoogte van de bevroren tegoeden is daarmee vrijwel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de vorige peildatum van 1 juli 2025, toen de stand van zaken EUR 94,51 miljoen betrof.

De situatie in het Midden-Oosten

De Raad stond stil bij het conflict in het Midden-Oosten, in het licht van het (fragiele) staakt-het-vuren tussen de VS en Iran en de voortdurende belemmeringen van vrije doorvaart in de Straat van Hormuz (SvH). Daarbij werd de internationale coalitie voor de SvH verwelkomd en gesproken over de mogelijkheden voor het versterken van EU-operatie in de Rode Zee ASPIDES, evenals over mogelijkheden om bij te dragen aan de inspanningen van de internationale coalitie. Ook sprak de Raad over hernieuwd momentum in samenwerking tussen de EU en de Gulf Cooperation Council (GCC), o.a. op het gebied van anti-drone technologie. De Raad kwam overeen om, op Nederlands initiatief, de mogelijkheden onder bestaande sanctieregimes uit te breiden voor sancties ten aanzien van het belemmeren van de vrije doorvaart door de SvH. Het kabinet zet zich ervoor in dat deze uitbreiding van het sanctieregime wordt aangenomen tijdens de volgende RBZ op 11 mei 2026.

De Raad sprak tevens over de situatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, die nog altijd zeer schrijnend is. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, veroordeelden de uitbreiding van nederzettingen en het toenemende kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever. Nederland riep op tot aanname van het derde sanctiepakket en kondigde aan te werken aan een vierde pakket sancties, in lijn met de motie Van Lanschot/Van der Werf3, Hirsch4 en van Baarle.5 Daarnaast onderstreepte Nederland vanwege het uitblijven van EU-maatregelen te werken aan nationale maatregelen tegen producten uit illegale nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Hierbij benadrukte Nederland, net als andere lidstaten, dat EU-maatregelen effectiever zijn en daarom de voorkeur hebben.

Nederland onderstreepte het belang dat Israël van koers verandert. Vanwege onder andere de catastrofale situatie in de Gazastrook en de verslechterende situatie op de Westelijke Jordaanoever, verzocht Nederland conform de toezegging aan uw Kamer en de motie Van der Werf/Lanschot6 en indachtig motie Piri7 om een update van de evaluatie van Israëls naleving van artikel 2 van het Associatieakkoord, om op basis daarvan de discussie in de EU verder te kunnen voeren. In de Raad was hiervoor onvoldoende steun. Voor de door een aantal lidstaten voorgestelde gedeeltelijke of volledige opschorting van het Associatieverdrag was eveneens onvoldoende steun in de Raad.

De kabinetsinzet ten aanzien van de opvolging van de evaluatie van Artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord blijft er dan ook op gericht om voldoende steun te vergaren voor EU-maatregelen, waaronder maatregelen op het gebied van handel.8

Voor wat betreft Syrië stond de Raad stil bij de aankomende High Level Political Dialogue met de Syrische overgangsautoriteiten in mei. Het kabinet heeft, conform de motie van leden Stoffer (SGP) en Ceder (CU),9 opgeroepen tot de verankering van het recht op geloofsvrijheid in de nieuwe Syrische Grondwet.

Met betrekking tot Libanon sprak de Raad zijn zorgen uit over de humanitaire situatie in Libanon en onderstreepte de steun voor het staakt-het-vuren Tevens benadrukte de Raad het belang van het ontwapenen van Hezbollah. In een bijeenkomst met de Libanese premier Salam sprak de Raad steun uit voor de stappen die de Libanese autoriteiten hebben gezet in de directe onderhandelingen met Israël en om het staatsgezag te herstellen.

Zuidelijke Kaukasus

De Raad besprak de ontwikkelingen in de Zuidelijke Kaukasus. De HV wees op de waarde van concrete doelen voor de EU-Armenië top. Er bestond brede overeenstemming over het belang van steun aan de Armeense weerbaarheid in aanloop naar de verkiezingen en EU-steun voor het vredesproces tussen Armenië en Azerbeidzjan. Daarnaast benadrukte de HV het belang van strategische communicatie richting de Georgische bevolking.

Nederland verwelkomde het plaatsvinden van de EU-Armenië top, de EU-steun aan de Armeense weerbaarheid in aanloop naar de parlementaire verkiezingen, evenals de oprichting van een nieuwe civiele Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB)-missie in Armenië, gericht op steun voor de langere termijn. Nederland heeft het belang van een alomvattend vredesakkoord benadrukt, inclusief de vrijlating van gevangenen, in lijn met motie Ceder.10 Nederland riep ook op tot sancties tegen verantwoordelijken voor geweld tegen demonstranten, journalisten en politici in Georgië.

Soedan

De Raad besprak de oorlog in Soedan die op 15 april zijn vierde jaar inging, en de uitkomsten van de conferentie in Berlijn op diezelfde datum. De HV en een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland, verwelkomden de positieve uitkomsten van de Berlijnconferentie. Dit betrof een overeenkomst van de belangrijkste Soedanese civiele partijen over de contouren van een politieke en civiele transitie. Daarnaast werd op humanitair vlak EUR 1,5 miljard aan toezeggingen gedaan voor noodhulp. Het merendeel hiervan kwam vanuit de EU, waaronder de Nederlandse inzet dit jaar van EUR 25 miljoen voor humanitaire hulp in Soedan, EUR 15 miljoen voor hulp aan de buurlanden, en verdere ondersteuning via ontwikkelingssamenwerking. De Raad, inclusief Nederland, benadrukte het belang van intensivering van humanitaire inspanningen gelet op de ernst van de situatie in Soedan, in lijn met de motie van het lid Dobbe over het pleiten voor extra middelen en steun voor Soedan.11 Op de dag van de RBZ werd een EU-verklaring uitgebracht,12 waarin de EU wederom pleitte voor het uitbreiden van het mandaat van het Internationaal Strafhof en het VN wapenembargo, in lijn met motie van Baarle c.s.13

In Berlijn werd het gehoopte resultaat van een staakt-het-vuren niet bereikt. Daarom riep een brede groep lidstaten, waaronder Nederland, op tot het uitoefenen van druk op betrokken internationale partijen om een politieke oplossing en een staakt-het-vuren te bewerkstelligen. De Nederlandse oproep, met steun van enkele lidstaten, voor een uitbreiding van sancties om daarmee de druk op de strijdende partijen verder op te voeren en de oorlogseconomie in te perken, ontving brede steun. De HV dankte Nederland voor de ondersteuning bij het voorbereidende werk aan een monitoringsmechanisme voor een toekomstig staakt-het-vuren, in samenwerking met de EU en Verenigde Naties.

Overig

Graag informeer ik uw Kamer middels dit verslag ook dat alhoewel bij het kabinet de indruk bestaat dat de Marokkaanse autoriteiten reeds bekend zijn met diervriendelijke methoden om de zwerfhondenproblematiek aan te pakken, het kabinet conform de motie Kostić14 de zorgen over straathondenleed in Marokko recent nogmaals onder de aandacht heeft gebracht. In de beantwoording van supplementaire vraag nr. 59 voortkomend uit de recente begrotingsbehandeling van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) werd de Kamer hierover eveneens geïnformeerd.15 Daarnaast heeft Marokko nationale wetgeving aangenomen rondom de behandeling en opvang van zwerfhonden, zoals ook met uw Kamer gedeeld in beantwoording op eerdere Kamervragen.16


X Noot
1

Kamerstuk 36 045, nr. 291

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3382

X Noot
3

Kamerstuk 23 432, nr. 742

X Noot
4

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3048

X Noot
5

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3378

X Noot
6

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3376

X Noot
7

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3374

X Noot
8

In reactie op verzoek 2025Z18617/2025D43258 Aan Minister BuZa – Verzoek d.d. 3 oktober 2025 om een reactie ten aanzien van het voorstel inzake opschorting van bepaalde handelsgerelateerde bepalingen van de Euro-mediterrane Overeenkomst van de Europese Gemeenschappen en Israël. Zie tevens de kabinetsinzet ten aanzien van dit voorstel in onder meer de Kamerstukken 21 501-02 nr. 3262 en Kamerstuk 21 501-02, nr. 3267.

X Noot
9

Kamerstuk 36 800 V, nr. 100

X Noot
10

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3384

X Noot
11

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3373

X Noot
13

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3379

X Noot
14

Kamerstuk 28 286, nr. 1417

X Noot
15

2026Z04511, vraag 59

X Noot
16

2025Z18841, ingezonden 09 oktober 2025


X Noot
1

Kamerstuk 36 045, nr. 291

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3382

X Noot
3

Kamerstuk 23 432, nr. 742

X Noot
4

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3048

X Noot
5

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3378

X Noot
6

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3376

X Noot
7

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3374

X Noot
8

In reactie op verzoek 2025Z18617/2025D43258 Aan Minister BuZa – Verzoek d.d. 3 oktober 2025 om een reactie ten aanzien van het voorstel inzake opschorting van bepaalde handelsgerelateerde bepalingen van de Euro-mediterrane Overeenkomst van de Europese Gemeenschappen en Israël. Zie tevens de kabinetsinzet ten aanzien van dit voorstel in onder meer de Kamerstukken 21 501-02 nr. 3262 en Kamerstuk 21 501-02, nr. 3267.

X Noot
9

Kamerstuk 36 800 V, nr. 100

X Noot
10

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3384

X Noot
11

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3373

X Noot
13

Kamerstuk 21 501-02, nr. 3379

X Noot
14

Kamerstuk 28 286, nr. 1417

X Noot
15

2026Z04511, vraag 59

X Noot
16

2025Z18841, ingezonden 09 oktober 2025

Naar boven