21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 3339 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN CEDER EN STOFFER

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er al berichten zijn over executies van Koerden, de belegering van Kobani en andere mensenrechtenschendingen;

overwegende dat er na de moorden op alawieten en druzen begrijpelijkerwijs veel vrees is bij Koerden over het handelen van de Syrische overgangsregering als het hele gebied straks in hun handen is;

constaterende dat de EU op 10 januari jongstleden opriep tot het beëindigen van de vijandelijkheden tussen het Syrische leger en de SDF, maar dat Von der Leyen de dag daarvoor ook aankondigde graag met Syrië te gaan spreken over het hervatten van de samenwerkingsovereenkomst met Syrië en miljoenen aan financiële hulp aankondigde;

verzoekt de regering om in EU-verband te pleiten voor meer op druk op de Syrische interim-regering voor het garanderen van de bescherming van en gelijke rechten voor alle minderheden, inclusief de Koerden, en te pleiten voor een stop, al dan niet tijdelijk, op de steeds verdergaande normalisatie van de betrekkingen als de mensenrechtenschendingen niet stoppen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ceder

Stoffer

Naar boven