Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202121501-02 nr. 2202

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 2202 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 september 2020

Hierbij bied ik u de verslag aan van de leden van Raad Buitenlandse Zaken van 21 september augustus 2020.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 21 SEPTEMBER 2020

Introductie

Op maandag 21 september 2020 vond de Raad Buitenlandse Zaken plaats in Brussel. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft namens het kabinet deelgenomen. Onder het agendapunt Current Affairs sprak de Raad onder meer over Libanon, China, de situatie in de Oostelijke Middellandse Zee, en Rusland/Navalny. Op de agenda stonden verder Libië, de EU-AU relaties en Wit-Rusland. Tijdens de lunch spraken de Ministers over het zuidelijk nabuurschap.

Current Affairs

China

Vooruitlopend op de Europese Raad van 24 en 25 september a.s. besprak de Raad kort de EU-China relatie. De Hoge Vertegenwoordiger gaf terugkoppeling van de Leaders Call van 14 september jl. met China. Over de uitkomsten van deze Leaders Call werd uw Kamer reeds geïnformeerd in de geannoteerde agenda voor de Europese Raad van 24 en 25 september a.s. (Kamerstuk 21 501–20, nr. 1589). De nadruk in de bespreking in de Raad lag vervolgens op de mensenrechten. Verscheidene leden van de Raad, waaronder Nederland, onderstreepten het belang van het benoemen van de mensenrechtensituatie in Hongkong en Xinjiang alsmede de intimidatie van EU-ingezetenen in de dialoog met China.

Situatie oostelijke Middellandse Zee

De Raad sprak uitgebreid over de spanningen in de oostelijke Middellandse Zee. De Hoge Vertegenwoordiger memoreerde de tijdens Gymnich overeengekomen inzet op dialoog in combinatie met voorbereiding van verdere sanctiemaatregelen opdat de EU deze in kan zetten wanneer dat opportuun is. De leden van de Raad onderstreepten het belang van dialoog en stelden dat de terugtrekking van een Turks onderzoeksschip uit de Griekse wateren een positieve stap richting de-escalatie is. Tegelijkertijd is de verlenging van Turkse booractiviteiten in Cypriotische wateren reden tot blijvende zorg. Enkele leden van de Raad benadrukten het belang van het op tafel houden van sancties met het oog op blijvende druk op Turkije. Met veel andere lidstaten sprak Nederland steun uit voor de inspanningen van de Hoge Vertegenwoordiger en Duitsland om de dialoog tussen Griekenland en Turkije van de grond te krijgen.

De Europese Raad van 24 en 25 september a.s. zal zich buigen over de bredere EU-Turkije relatie, waarbij naar verwachting ook de spanningen in de oostelijke Middellandse Zee opnieuw aan de orde zullen komen.

Rusland/Navalny

De Raad besprak de situatie rond de vergiftiging van de Russische oppositieleider en de inzet daarbij van een chemisch wapen uit de novitsjok groep. De leden van de Raad benadrukten het belang van een stevige internationale en EU reactie op de vergiftiging van Navalny. De leden van de Raad spraken verder duidelijk de verwachting uit dat Rusland moet meewerken aan een onafhankelijk onderzoek en een helder antwoord over de gebeurtenissen verschuldigd is. Nu gebleken is dat een chemisch wapen is gebruikt en daarmee een internationaal verbod overtreden is, moet de OPCW bij dergelijk onderzoek betrokken worden, zo onderstreepten verscheidene lidstaten.

Venezuela

De Hoge Vertegenwoordiger informeerde de Raad over recente ontwikkelingen in Venezuela en koppelde terug over de International Contact Group van 17 september jl. Met het oog op de parlementsverkiezingen op 6 december a.s benadrukte de Hoge Vertegenwoordiger het belang van de, nu ontbrekende, minimale democratische voorwaarden. Hij gaf aan in dat kader in contact te staan met het Maduro-regiem en de oppositie. De leden van de Raad spraken hun steun uit aan de aanpak van de Hoge Vertegenwoordiger.

Overig

De Raad stond kort stil bij Libanon en de recente politieke ontwikkelingen aldaar in de nasleep van explosie op 4 augustus jl. in Beiroet. Verscheidene lidstaten benadrukten het belang van EU steun, gekoppeld aan hervormingen in Libanon.

De Raad sprak over EU-steun ten behoeve van economische hervormingen aan Tunesië en over zorgen rondom migratie. De Hoge Vertegenwoordiger gaf aan dat Tunesië reeds de grootste per capita ontvanger is van Team Europe steun. Een aantal leden vroeg om een bezoek van de Hoge Vertegenwoordiger aan Tunesië.

Nederland informeerde de Raad over de op vrijdag 18 september jl. genomen stap om Syrië internationaalrechtelijk verantwoordelijk te houden voor mensenrechtenschendingen in Syrië en riep op tot diplomatieke steun van andere lidstaten.

Onder verwijzing naar de uitspraken van CIE voorzitter Von der Leyen in haar State of the Union 2020, kondigde de Hoge Vertegenwoordiger aan dat de Europese Dienst voor Extern Optreden en de Commissie snel de voorstellen aan de Raad zullen voorleggen voor de oprichting van een EU-mensenrechtensanctieregime. Nederland, gesteund door andere leden van de Raad, riep de Hoge Vertegenwoordiger op om snel voortgang te maken op dit dossier.

Libië

De Raad sprak over de recente ontwikkelingen in Libië in navolging op het recente bezoek van Hoge Vertegenwoordiger Borrell aan Libië op 1 september jl. De Hoge Vertegenwoordiger sprak van enkele voorzichtige positieve ontwikkelingen om tot een permanent staakt-het-vuren te komen, de olieblokkade op te lossen en de politieke dialoog opnieuw te starten. Zeker gezien de verslechterende situatie m.b.t. coronaverspreiding en de snelle sociaaleconomische achteruitgang (o.a. stijging voedselprijzen, stroomuitval, waterschaarste), is het van belang om snel tot resultaten te komen. De Hoge Vertegenwoordiger benadrukte daarbij dat de EU deze positieve ontwikkelingen waar mogelijk moet ondersteunen. De leden van de Raad spraken steun uit voor deze visie en benadrukten dat de EU op al deze terreinen een bijdrage moet leveren, waar nodig onder leiding van de VN.

Tot slot besloot de Raad om twee personen en drie bedrijven toe te voegen aan de sanctielijst Libië vanwege hun betrokken bij respectievelijk mensenrechtenschendingen en het overtreden van het VN-wapenembargo. De leden van de Raad benoemden het belang van dynamische inzet van het sanctie-instrument voor een zo effectief mogelijke EU-inzet in Libië. In dat kader besprak de Raad tevens dat binnenkort twee personen, waaronder de House of Representatives voorzitter Saleh, van de sanctielijst verwijderd zullen worden om positieve stappen in de politieke dialoog te bevorderen.

EU-AU relaties

In aanloop naar de inmiddels uitgestelde EU-AU ministeriële bijeenkomst en EU-AU Top stond de Raad kort stil bij de betrekkingen tussen de EU en de Afrikaanse Unie. De leden van de Raad onderstreepten het belang van een brede relatie met Afrika waarin aandacht is voor gezamenlijke uitdagingen zoals de coronacrisis, migratie, mensenrechten en werkgelegenheid. Tevens gaf Commissaris Urpilainen (Internationale Partnerschappen) een actuele stand van zaken over de onderhandelingen voor het post-Cotonou verdrag tussen de EU en de landen in Afrika, het Caribisch gebied en in de Stille Oceaan (ACS). Nederland onderstreepte in dit verband het belang dat de EU ook in deze laatste fase van de onderhandelingen zou blijven vasthouden aan de overeengekomen EU onderhandelingsinzet.

Wit-Rusland

In vervolg op de Raden in augustus sprak de Raad Buitenlandse Zaken wederom over de recente ontwikkelingen van de crisis in Wit-Rusland. Voorafgaand aan de start van de Raad Buitenlandse Zaken spraken de Ministers op initiatief van de Hoge Vertegenwoordiger met Wit-Russische oppositieleider Svetlana Tichanovskaja.

De leden van de Raad spraken zorgen uit over intimidaties en arrestaties van en het gebruik van geweld tegen vreedzame demonstranten en oppositieleden door de Wit-Russische overheid. Een aantal leden van de Raad riep daarbij specifiek op om sancties in te stellen tegen de Wit-Russische president Loekasjenko. Tegelijkertijd onderstreepten de leden van de Raad de noodzaak tot dialoog, zowel tussen de Wit-Russische regering en oppositie, alsmede tussen de EU en Wit-Rusland, en benadrukten in dat kader het belang van het openhouden van kanalen voor dialoog.

De Raad nam geen besluit over het instellen van sancties tegen personen die betrokken waren bij verkiezingsfraude of geweld tegen vreedzame demonstranten en journalisten. De Europese Raad van 24 en 25 september a.s. zal zich hier verder over buigen.

Lunch: Zuidelijk Nabuurschap

Tijdens de lunch spraken de Ministers over de relatie van de EU met het de landen van het Zuidelijk Nabuurschap. De Hoge Vertegenwoordiger gaf aan dat de belangen voor de EU in het Zuidelijk Nabuurschap groot zijn en het ambitieniveau van de EU voor het partnerschap dientengevolge omhoog moet. De gevolgen van COVID-19 bieden daarbij een kans, aldus de HV, om de relatie met het Zuidelijk Nabuurschap een nieuwe impuls te geven. Ministers benadrukten het belang van een lange termijnagenda voor het Zuidelijk Nabuurschap, gericht op een brede relatie om gezamenlijke uitdagingen uiteenlopend van klimaatverandering, opvang van migranten en vluchtelingen en terrorisme tot werkgelegenheid het hoofd te bieden. Ook werd opgeroepen de politieke dialoog met de regio te versterken. Nederland vroeg daarbij aanvullend aandacht voor het vasthouden aan kernwaarden, zoals mensenrechten, de rechtsstaat en goed bestuur.

Effectiviteit Europees extern optreden

Enkele lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten tijdens de Raad het belang van een meer slagvaardige Unie op het wereldtoneel. Meer in het bijzonder stelden deze lidstaten dat de EU in multilaterale fora snel moest kunnen reageren op ontwikkelingen.

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg Raad Buitenlandse Zaken van 14 september jl. (Kamerstuk 21 501–02, nr. 2201), komt het kabinet terug op de vraag over Nederland als onderdeel van besluitvorming over buitenlands beleid van de EU.

Zoals eerder met uw Kamer gedeeld staat het kabinet voor een offensief en stevig Europees buitenlands beleid, met name in het licht van de gevolgen van de Covid-19 pandemie, afbrokkelend multilateralisme en scherpere geopolitieke verhoudingen. De boodschap die Commissievoorzitter Von Der Leyen uitdroeg in haar Staat de Unie-toespraak op 16 september jl. is hiermee in lijn. Europese burgers hebben baat bij een Unie die duidelijk stelling neemt en snel handelt op het wereldtoneel. Von der Leyen riep de lidstaten in haar toespraak ook op werk te maken van invoering van gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming (QMV) inzake de implementatie van sancties en op het terrein van mensenrechtenverklaringen. Zoals reeds met uw Kamer gedeeld staat het kabinet open voor de discussie over invoering van QMV op deze deelterreinen omdat het zou kunnen bijdragen aan het vergroten van de Europese slagkracht op het wereldtoneel. Daarbij is van belang dat meerderheidsbesluitvorming in de regel een andere dynamiek in de onderhandelingen in de Raad met zich brengt dan besluitvorming met consensus. Daarbij verdient wel opmerking dat over de meeste aspecten van buitenlands beleid in grote lijnen overeenstemming bestaat onder lidstaten. Veelal bereiken lidstaten immers overeenstemming over onder andere ontwerp-EU-verklaringen, ontwerp-raadsconclusies, voorstellen voor sancties. Nederland verkeert doorgaans in gezelschap van een grote meerderheid van de lidstaten die net als Nederland een proactief Europees extern optreden voorstaan.