21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 2042 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DAM EN SJOERDSMA

Voorgesteld 12 september 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een in Oekraïne verblijvende MH17-verdachte met Oekraïense nationaliteit onderdeel is geworden van een gevangenenruil tussen Oekraïne en Rusland;

overwegende dat de beschikbaarheid van deze verdachte ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek van groot belang is – waar deze verdachte ook verblijft – en dat de verplichting om bij te dragen aan die beschikbaarheid rust op alle landen die VN-resolutie 2166 ondertekend hebben, waaronder Rusland en Oekraïne;

overwegende dat de EU zich vooralsnog slechts bij monde van een woordvoerder van de Hoge Vertegenwoordiger heeft uitgesproken over blijvende medewerking van Rusland aan het onderzoek naar aanleiding van het neerhalen van MH17;

overwegende dat een brede oproep van Europese regeringsleiders in dit kader passend en geboden is;

verzoekt de regering, te bevorderen dat tijdens de eerstvolgende Europese Raad uitgesproken wordt dat de geruilde verdachte blijvend beschikbaar wordt gehouden voor het strafrechtelijk MH17-onderzoek en dat Rusland en Oekraïne opgeroepen worden dit te doen conform VN-resolutie 2166,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Dam

Sjoerdsma

Naar boven