Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-02 nr. 1891

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1891 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 juni 2018

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Defensie, het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken van 25 juni 2018.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 25 juni 2018

Recente ontwikkelingen – Libië

Op verzoek van Frankrijk blikte de Raad kort terug op de internationale Libië-conferentie die eind mei in Parijs plaatsvond. Nederland vroeg hierbij kort aandacht voor de sancties die door de VN Veiligheidsraad zijn opgelegd aan zes individuen die in Libië betrokken zijn bij mensenhandel. Nederland heeft hierbij een actieve rol gespeeld.

Hoorn van Afrika / Rode Zee

De Raad sprak over de Hoorn van Afrika en de invloed van ontwikkelingen in het bredere RodeZeegebied op deze regio. De Hoornregio kampt al lange tijd met instabiliteit door uiteenlopende crises, vaak met groot menselijk leed en vluchtelingenstromen tot gevolg. Ook de recente toename van spanningen in de Golf heeft zijn weerslag op de Hoorn van Afrika. Er was brede erkenning onder lidstaten dat de EUbelang heeft bij stabiliteit in deze regio. De Raad sprak zich dan ook uit voor een constructieve EU-inzet om die stabiliteit te bevorderen en regionale samenwerking te ondersteunen. Deze inzet zal gericht zijn op het bijeenbrengen van landen in de Golf en Hoorn regio’s voor dialoog over thema’s van wederzijds belang om zo overlegkanalen tussen de twee regio’s te openen.

De Raad stond verder stil bij de situatie binnen de Hoorn van Afrika. Onder de lidstaten bestond overeenstemming dat verdere investeringen in de regio nodig zijn, ten aanzien van vrede en veiligheid maar ook bij het bestrijden van armoede en werkloosheid. Nederland benadrukte het belang van bestrijden van de grondoorzaken van migratie en aandacht voor klimaatadaptatie. De Raad stelde tevens met tevredenheid vast positieve ontwikkelingen te zien in de regio, zoals de recente toenadering tussen Ethiopië en Eritrea.

Jemen

In aanwezigheid van Speciaal Gezant van de VN Martin Griffiths sprak de Raad over Jemen. Griffiths gaf een briefing over de recente ontwikkelingen en de huidige situatie in Jemen en over zijn diplomatieke inspanningen in de regio. De Raad sprak onverminderde steun uit voor Griffiths en zijn werk en blijft de inspanningen van de Speciaal Gezant ondersteunen. De Raad sprak ook over de grote zorgen over de ontwikkelingen in Hodeidah en benadrukte het belang van een politiek proces. Nederland noemde daarnaast het belang van humanitaire hulp en ongehinderde toegang voor zowel humanitaire als commerciële goederen en het belang van regionale veiligheid.

EU Global Strategy

De Hoge Vertegenwoordiger informeerde de Raad over uitvoering van de verschillende sporen van de EU Global Strategy on Foreign and Security Policy (EUGS) sinds de presentatie van de strategie in 2016. De meeste vooruitgang is geboekt op het terrein van veiligheid en defensie. Maar ook zijn duidelijke stappen gezet ter verbetering van de weerbaarheid van de EU en de omringende regio’s. Voor het komende jaar kondigde de Hoge Vertegenwoordiger aan te zullen inzetten op de verdere uitwerking van regionale strategieën en de versterking van de multilaterale wereldorde. Het laatste thema sluit ook aan op één van de prioriteiten van het Oostenrijks EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2018.

Jordanië

De Raad sprak over Jordanië en was daarbij eensgezind over het belang van stabiliteit in Jordanië, een onmisbare partner op het gebied van migratie en opvang in de regio en anti-radicalisering. De Hoge Vertegenwoordiger koppelde kort terug over haar recente bezoek aan Jordanië en sprak over de noodzaak om deze belangrijke partner in de regio te blijven ondersteunen. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, sloten zich hierbij aan. Nederland legde daarbij nadruk op het belang van effectieve maatregelen op het gebied van versoepeling van oorsprongsregels voor Jordanië en wees op de noodzaak van initiatieven die het Jordaanse bedrijfsleven ten goede komen.

Gezamenlijk gedeelte met de Ministers van Buitenlandse Zaken en de Ministers van Defensie over veiligheid en defensie

EU veiligheid en defensiebeleid

De Raad sprak in een gezamenlijke bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zake en Defensie over de uitvoering van de EU Global Strategy on Foreign and Security Policy op het terrein van veiligheid en defensie.

Militaire mobiliteit

De Raad heeft concrete afspraken gemaakt om militaire mobiliteit in Europa te verbeteren. De lidstaten hebben afgesproken om zo snel mogelijk (uiterlijk in 2024) nationaal actie te ondernemen om militaire mobiliteit te verbeteren en om regels en procedures te vereenvoudigen en standaardiseren. Daarnaast hebben de lidstaten afgesproken om voor eind 2019 nationale plannen te ontwikkelen op het gebied van militaire mobiliteit, grensoverschrijdend militair transport over land, door de lucht en over zee binnen vijf werkdagen te faciliteren, nationale contactpunten in te stellen en militaire mobiliteit vaker te beoefenen tijdens geschikte bestaande nationale en multinationale oefeningen. De Raad concludeerde tevens dat het implementeren van deze afspraken op nationaal niveau vraagt om een overheidsbrede benadering en, op internationaal niveau, om zeer nauwe EU-NAVO samenwerking. De Raad zal de voortgang van deze afspraken jaarlijks bespreken vanaf de zomer van 2019.

Nederland kreeg van veel lidstaten, evenals van de Hoge Vertegenwoordiger (HV), lof over de aanjagersrol die het heeft gespeeld om deze afspraken voor elkaar te krijgen. Veel lidstaten wezen op het belang van nationale implementatie van de gemaakte afspraken en het belang van blijvende politieke aandacht voor dit thema. Naar verwachting bevestigt de Europese Raad de gemaakte afspraken op 28 juni aanstaande.

De Raad riep op tot een snelle vaststelling van de technische specificaties voor transportinfrastructuur, voertuigen en ladingen. De geografische identificatie van de benodigde Europese transportinfrastructuur moet voor eind september a.s. worden afgerond.

Nederland wees, evenals veel andere lidstaten, op het belang van nauwe samenwerking met de NAVO en riep op tot een meer gecoördineerde EU-NAVO samenwerking op het gebied van militaire mobiliteit.

PESCO

De Raad nam een besluit over de governance regels ten aanzien van PESCO-projecten. Over de nadere invulling van de PESCO-commitments neemt de Raad naar verwachting in juli een Raadsaanbeveling aan. Ten aanzien van de PESCO-projecten heeft Nederland het belang van openbaarheid en transparantie over voortgang benadrukt. Nederland riep, evenals veel andere lidstaten, op om snel te starten met de discussie over deelname van derde landen aan PESCO-projecten. De Raad zal hierover naar verwachting in november een Raadsbesluit nemen.

Europees Defensiefonds

De Raad verwelkomde het akkoord tussen het Europees parlement en de Raad over de verordening over het European Defence Industrial Development Programme (EDIDP, periode 2019–2020). Commissaris Bienkowska lichtte de plannen voor het Europees Defensiefonds (EDF, vanaf 2021) toe en ging ook in op de financiering van militaire mobiliteit. Zij benadrukte het belang van een open en transparante aanpak bij de implementatie van het EDIDP en straks het EDF. Daarbij is onder specifieke voorwaarden ook ruimte voor deelname door bedrijven uit derde landen. Nederland riep in relatie tot het werkprogramma voor het EDIDP op tot een pragmatische benadering en concrete resultaten om nieuwe defensiecapaciteiten te ontwikkelen.

European Peace Facility

De Hoge Vertegenwoordiger lichtte het voorstel voor een European Peace Facility (EPF) kort toe. Dit betreft een faciliteit buiten de EU-begroting voor de financiering van onder meer militaire EU-missies en capaciteitsopbouw op militair gebied van derde landen. Veel lidstaten, waaronder Nederland, hebben nog vragen over onder andere de vormgeving en meer in het bijzonder de governance, financiering en structuur van het voorstel. De komende maanden wordt het voorstel nader uitgewerkt en met lidstaten besproken.

Hybride dreigingen

De HV informeerde de Raad over de voortgang van de uitvoering van het in 2016 gepresenteerde kader voor de bestrijding van hybride dreigingen en ging in op de voortgang die is bereikt op de 22 geformuleerde acties. Veel lidstaten riepen op tot een versterkte Europese samenwerking om hybride dreigingen het hoofd te kunnen bieden, inclusief daarbij behorende middelen. Nederland gaf aan een Europese benadering te steunen, maar wees er wel op dat die benadering niet strijdig zou mogen zijn met Europese democratische waarden, mediavrijheid en de vrijheid van meningsuiting.

EU-NAVO samenwerking

De Ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie spraken daarnaast over de voortgang in de EU-NAVO samenwerking, mede in aanloop naar de NAVO Top van 11 en 12 juli. Secretaris-Generaal van de NAVO Stoltenberg was ook bij de discussie aanwezig.

De Raad verwelkomde unaniem de voortgang ten aanzien van de 74 activiteiten die de EU en NAVO gezamenlijk ondernemen, waarbij ook hier veel aandacht was voor militaire mobiliteit. Veel lidstaten, de SG NAVO en HV Mogherini zagen militaire mobiliteit als «flagship» project voor EU-NAVO samenwerking. Nederland sprak zich uit voor verdere stroomlijning van de EU- en NAVO-activiteiten op dit terrein.

SG Stoltenberg onderstreepte het belang van het behoud van een sterke trans-Atlantische band. Deze band is niet vanzelfsprekend en vergt voortdurende politieke steun om eensgezind de kerntaak van de NAVO uit te voeren. Volgens Stoltenberg is die band in het gezamenlijke belang van de EU en de VS. Op het terrein van veiligheid en defensie is de afgelopen tijd veel winst geboekt en nog te behalen in de bredere trans-Atlantische relatie. Veel lidstaten, alsook de HV, steunden zijn boodschap. Daarnaast riep de SG NAVO de lidstaten die ook lid zijn van de NAVO op tot zoveel mogelijk transparantie op alle niveaus om de EU-NAVO samenwerking verder te verbeteren.

De SG NAVO blikte verder vooruit op de NAVO-Top van 11–12 juli a.s. en de gezamenlijke EU-NAVO verklaring van SG NAVO Stoltenberg, Commissievoorzitter Juncker en de President van de Europese Raad Tusk. Hij gaf aan dat naar verwachting naast cyber en hybride dreigingen, militaire mobiliteit een kernonderwerp zal zijn van die verklaring. In algemene zin wees Stoltenberg verder op het belang van het ontwikkelen van gezamenlijke defensiecapaciteiten.

Overig

Nicaragua

Naar aanleiding van de vraag van het lid Ploumen tijdens het Algemeen Overleg op 20 juni jl. inzake de situatie in Nicaragua maakt het kabinet graag van de gelegenheid gebruik uw Kamer als volgt te informeren. In de afgelopen maanden hebben de Europese Dienst voor Extern Optreden en ambassades van EU-lidstaten in Nicaragua in publieke verklaringen en in contacten met de regering herhaaldelijk aangedrongen op respect voor mensenrechten en hervatting van de nationale dialoog. Op 25 juni werd bekend dat de nationale dialoog is hervat waarbij ook de oppositie is betrokken. Het kabinet zal de ontwikkelingen nauwlettend blijven volgen en blijven inzetten op een constructieve rol van de EU, gericht op een vreedzame oplossing voor de onrust in Nicaragua.

Training in Vught

Naar aanleiding van de vraag van het lid Karabulut tijdens het Algemeen Overleg op 20 juni jl. over een training in Vught is navraag gedaan bij het Ministerie van Defensie. Het betreft hier een door IB Consultancy en stichting CBRNe Society georganiseerde internationale conferentie (NCT Europe 2018), die zal plaatsvinden van 3 t/m 5 juli op het oefenterrein van het Opleidings- en Trainingscentrum Genie in Vught. De conferentie richt zich op het uitwisselen van kennis op het gebied van Chemische, Biologische, radioactieve en Nucleaire (CBRN)-dreigingen, Counter-Improvised Explosive Devices (C-IED) en Explosive Ordnance Disposal (EOD). Defensie is zich bewust van de opzet van de conferentie en de open inschrijvingen van de organisator. Gezien de defensieve aard van de inhoud van de conferentie en de trainingen is er geen bezwaar vanuit Defensie om deze conferentie te ondersteunen. Het past in de Nederlandse inzet om dreiging van dit soort wapens tegen te gaan.

De NCT Europe conferentie wordt om de 3 maanden georganiseerd in verschillende landen en werkt altijd samen met een overheidsinstantie voor de organisatie van een evenement (zoals b.v. vorig jaar ook in Duitsland en Singapore en in 2016 in Nederland op dezelfde locatie). Er is sprake van een gezamenlijke inspanning, waarbij Defensie tegen vergoeding het terrein ter beschikking stelt. Het evenement vindt plaats op het Nationaal Trainingscentrum CBRN. Dit centrum is opgezet door de Ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie en Veiligheid en Defensie. Het financiële model is dat er voor de trainingen door de trainende klanten (civiel en defensie) wordt betaald. Dit geld wordt vervolgens geherinvesteerd in het Nationaal Trainingscentrum. In dit kader wordt het Nationaal Trainingscentrum dus verhuurd aan IB Consultancy. Ook levert Defensie sprekers en geeft drie openbare lichte demonstraties over de omgang met CBRN dreigingen. Daarnaast worden er gesloten trainingssessies georganiseerd waarbij delegaties uit verschillende landen samenwerken aan scenario’s om best practices op het gebied van het verdedigen tegen CBRN-dreigingen uit te wisselen. De organisatie beoogt hiermee een Counter-CBRN/C-IED/EOD kader op te zetten waarbij landen van elkaar leren en regionale samenwerking op dit gebied wordt bevorderd. Civiele partijen die de materialen leveren kunnen deelnemen aan de conferentie. IB Consultancy en CBRNe society hebben de registratie opengesteld voor alle landen en bedrijven en sturen zelf uitnodigingen uit.

Verslag gesprek met Iraanse vicepresident

Zoals aangekondigd tijdens het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer van 20 juni, sprak de Minister van Buitenlandse Zaken vrijdag 22 juni jl. met de Iraanse vicepresident voor juridische zaken, Layla Jonaydi, die als speciaal gezant van president Rohani Nederland bezocht. Het belangrijkste onderwerp van gesprek was het nucleaire akkoord met Iran en de Amerikaanse terugtrekking daaruit. De Minister heeft de Nederlandse teleurstelling daarover met haar gedeeld. Wat Nederland betreft zal de EU zich blijven inspannen om de handelsrelatie met Iran overeind te houden, hoewel dat door de Amerikaanse sancties lastig zal zijn. Tevens kwamen andere zorgen ten aanzien van Iran tijdens het gesprek aan de orde. Zo heeft de Minister een beroep gedaan op de Iraanse regering om in de regio een positieve rol te spelen. Daarnaast is gesproken over het Iraanse ballistische raketprogramma, waarbij de Minister heeft benadrukt dat Nederland en andere EU-lidstaten grote zorgen hebben over het bereik van de raketten die Iran momenteel ontwikkelt. Ook verspreiding van rakettechnologie in de regio blijft een belangrijk zorgpunt voor Nederland. Recentelijk is de appreciatie van het Kabinet over de zogenoemde Houthi-raketten die vorig jaar op Saoedi-Arabië zijn afgevuurd op basis van nadere informatie bijgesteld. Het Kabinet is nu van oordeel dat de brokstukken van deze raketten (waarmee de hoofdstad Riyad meerdere malen is bestookt) zeer waarschijnlijk van Iraanse origine zijn en ook zeer waarschijnlijk door Iran zijn geleverd.

Conform de wens van de Tweede Kamer heeft de Minister tijdens het gesprek mensenrechten en meer specifiek de zaak van Nasrin Sotoudeh aan de orde gesteld. De zaak van deze mensenrechtenadvocate die sinds half juni gevangen zit, was bij de vicepresident niet bekend maar ze beloofde hier schriftelijk op terug te komen. Ook de Nederlandse ambassade in Teheran zal de situatie nauwgezet blijven volgen.