Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 februari 2018
Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Algemene Zaken inclusief Art. 50 van
29 januari 2018.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
H. Zijlstra
VERSLAG RAAD ALGEMENE ZAKEN ARTIKEL 50 VAN 29 JANUARI 2018
De Raad Algemene Zaken in artikel 50 samenstelling (RAZ Artikel 50) kwam op 29 januari
2018 bijeen om de gedetailleerde onderhandelingsrichtsnoeren van 22 mei 2017 voor
de Europese Commissie in twee opzichten aan te vullen. Alle lidstaten konden zich
vinden in de tekst van het voorliggende Raadsbesluit,1 die in vergelijking met de aanbeveling voor het Raadsbesluit van de Europese Commissie
van 20 december 20172 en de Geannoteerde Agenda voor deze RAZ,3 in het bijzonder op twee onderdelen is aangescherpt.
Allereerst is het de onderhandelingsinzet van de EU27 dat het VK gebonden blijft aan
verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten die zijn gesloten
door de Unie, door de lidstaten handelend namens de Unie of door de Unie en de lidstaten
samen. Daarnaast zet de EU27 erop in dat de bepalingen van het onderdeel «Rechten
van de burgers» in het terugtrekkingsakkoord gelden vanaf het einde van de overgangsperiode.
De «gespecificeerde datum» dient hierbij de einddatum van de overgangsperiode zijn.
De RAZ Artikel 50 nam verder een verklaring aan waarin wordt gesteld dat de EU bereid
is om ook tijdens de overgangsperiode al specifieke regelingen te overwegen op de
terreinen veiligheid, defensie en buitenlands beleid, evenals bestrijding van terrorisme
en grensoverschrijdende criminaliteit, rekening houdend met het kader van de toekomstige
betrekkingen. De RAZ Artikel 50 verklaart verder dat hij de onderhandelingen van nabij
zal blijven volgen en de onderhandelingsrichtsnoeren zo nodig zal aanpassen. Het derde
punt in de verklaring heeft er betrekking op dat indien het VK groen licht van de
EU nodig heeft om al tijdens de overgangsperiode internationale overeenkomsten aan
te gaan, de EU hiertoe de geldende procedures uit de EU-verdragen zal volgen.4 De Commissie gaf ook een verklaring af. Hierin staat dat een document zal worden
opgesteld met richtsnoeren voor een consistente toepassing van de regel dat het VK
per afzonderlijk geval kan worden uitgenodigd om, zonder stemrecht, deel te nemen
aan vergaderingen van vaste commissies, expertgroepen of vergelijkbare entiteiten
of van de agentschappen, organen en instanties waarin de lidstaten vertegenwoordigd
zijn.5
Veel lidstaten en ook de Commissie gaven tijdens de RAZ Artikel 50 aan dat de onderhandelingen
over de overgangsperiode moeizaam zouden kunnen verlopen. Het VK lijkt erop aan te
sturen de onderhandelingen al in maart 2018 af te ronden om het bedrijfsleven snel
duidelijkheid te geven. Op zich heeft ook Nederland, net als veel andere lidstaten,
voorkeur voor snelle duidelijkheid over de overgangsperiode, maar daarbij dient te
worden bedacht dat het onderhandelingsresultaat onderdeel is en blijft van het grotere
geheel en dat er zonder terugtrekkingsakkoord ook geen sprake van een overgangsperiode
kan zijn.
Net als een aantal lidstaten blikte de Commissie vooruit naar het kader van de toekomstige
betrekkingen. De nieuwe relatie zal breder zijn dan alleen handel; ook samenwerking
op het gebied van bijvoorbeeld wetenschap en onderwijs, milieu en interne en externe
veiligheid moeten hiervan onderdeel uitmaken. De reeks technische seminars in de Raadswerkgroep
in artikel 50 samenstelling6 is als nuttig ervaren. De Commissie heeft verder benadrukt dat het creëren van breed
draagvlak, onder meer via een transparante werkwijze, noodzakelijk is in deze onderhandelingen.
Met het oog hierop gaf de Commissie aan dat nationale parlementen nauw zullen worden
betrokken bij de onderhandelingen over de toekomstige betrekkingen met het VK.
De Europese Raad in artikel 50 samenstelling wil in maart 2018 richtsnoeren vaststellen
voor de onderhandelingen over het kader van de toekomstige betrekkingen. Het is hierbij
wel van belang dat het VK vooraf meer duidelijkheid geeft over hoe het de toekomstige
relatie met de EU ziet.