21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1508 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juni 2015

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan van de Raad Buitenlandse Zaken van 22 juni 2015.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 22 JUNI 2015

De relatie tussen EU en Azië

Na de reizen van 4–6 mei (Republiek Korea en China) en 29–30 mei (EU-Japan top en Singapore) van de Hoge Vertegenwoordiger Mogherini naar Azië bespreekt de Raad Azië als het thema van deze maand op basis van een discussiepapier (ref. extranet ST 9725/15). De strategische discussie over Azië is voorts van belang ter voorbereiding van aanstaande EU bijeenkomsten met Aziatische landen, zoals de 17e EU-China top (Brussel, 29 juni) en de ASEM-bijeenkomst van Ministers van Buitenlandse Zaken (Luxemburg, 5–6 november 2015).

De Aziatische regio was het afgelopen decennium een drijvende kracht achter de wereldwijde groei en naar verwachting verschuift het politieke en economische zwaartepunt in de komende jaren verder naar Azië. Vanwege het opgebouwde economische gewicht en de (bevolkings)omvang van landen als China en India hebben hun groeicijfers grote consequenties voor de wereldeconomie. De economische groei en forse bevolkingsgroei hebben ook een keerzijde; ze dragen bij aan schaarste van belangrijke hulpbronnen (water, voedsel), klimaatverandering en grensoverschrijdende vervuiling. Ondanks de economische groei leeft nog steeds de helft van alle armen in Azië. Daarnaast worden de mensenrechten in meerdere landen regelmatig geschonden.

Ook op veiligheidsgebied kent de regio belangrijke ontwikkelingen. China neemt zijn plaats in op het wereldtoneel, met gevolgen voor de regio en de rest van de wereld. De snelle verandering van machtsverhoudingen, in relatie met de groeiende defensie-uitgaven van de landen in de regio, voedt de onzekerheid tussen deze landen. Territoriale spanningen, met name in de Zuid-Chinese Zee, namen de afgelopen periode toe.

De EU heeft vier strategische partners in Azië: China, Japan, India en de Republiek Korea. De EU-Azië relatie is gebaseerd op wederzijdse afhankelijkheid en brede samenwerking. De afgelopen jaren hebben een intensivering van deze relatie laten zien. Er zijn onder andere ambitieuze vrijhandelsakkoorden afgesloten met Aziatische partners, meer landen nemen deel aan de Asia – Europe Meeting (ASEM), de Europese inzet binnen multilaterale veiligheidsstructuren als het ASEAN Regional Forum (ARF) is vergroot, en de EU heeft een belangrijke rol gespeeld op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en het ondersteunen van binnenlandse hervormingen, in Birma/Myanmar en elders.

Het kabinet is van mening dat de strategische discussie over Azië op een tijdig moment komt. De EU is een macht van betekenis op economisch gebied, maar in de ogen van veel Aziaten is haar relevantie op politiek en veiligheidsgebied beperkt. Wil de EU een belangrijke gesprekspartner van de landen in Azië blijven, dan is het van belang dat de EU een gedeelde visie op deze regio ontwikkelt, waarbij haar duidelijk voor ogen staat wat de gemeenschappelijke belangen zijn en waar de EU meerwaarde kan hebben.

De Raad zal – naast de strategische relatie met Azië in brede zin – naar verwachting spreken over een aantal onderwerpen in het bijzonder. Het betreft de relatie met China, het brede onderwerp van «connectiviteit», zoals samenwerking met de Asian Investment Infrastructure Bank (AIIB) en Birma/Myanmar.

China

Door de groeiende politieke en economische rol van China neemt de wederzijdse afhankelijkheid tussen China en de rest van de wereld toe. Het kabinet is van mening dat de EU als gesprekspartner van China een gedeelde visie op China dient te hebben, zodat met één stem gesproken kan worden. China verstaat de kunst van het enerzijds zaken doen met Brussel en anderzijds het benaderen van afzonderlijke lidstaten (bilateraal en regionaal). NL streeft ernaar de beschikbare ruimte om lidstaten tegen elkaar uit te spelen te beperken door de lidstaten krachtiger gezamenlijk op te laten treden. Het is van belang te kijken naar wat China wil van de EU en te zoeken naar gemeenschappelijkheid. De EU-China top op 29 juni 2015 biedt een belangrijke mogelijkheid om China’s wensen m.b.t. EU-China samenwerking te koppelen aan EU-prioriteiten van markttoegang, eerlijke concurrentie, respect voor mensenrechten en mondiale kwesties.

ASEAN

De betrekkingen met ASEAN zijn de laatste jaren sterk geïntensiveerd. De Hoge Vertegenwoordiger nam sinds 2012 steeds deel aan de ministeriële bijeenkomst van het ASEAN Regional Forum (ARF), en ook de voorzitters van de Europese Raad en Commissie brachten bezoeken aan de regio. Dit jaar zal de EU een speciale ambassadeur bij ASEAN in Jakarta benoemen.

Tijdens de RBZ zal de HV door de Raad gevraagd worden de gezamenlijke mededeling van 18 mei jl. (JOIN(2015) 22 final) van de EDEO en de Commissie over de EU-ASEAN relaties ten uitvoer te brengen. Nederland is actief betrokken geweest bij de voorbereiding van deze gezamenlijke mededeling. Het kabinet steunt de inzet om te werken aan een strategisch partnerschap tussen ASEAN en de EU. De ASEAN-regio wordt in economisch en politiek opzicht steeds belangrijker. Een stabiele, veilige en welvarende ASEAN-regio is derhalve ook in het belang van de EU. Zoals aangegeven in zijn reactie van 1 april 2014 op het AIV-advies «Azië in opmars: strategische betekenis en gevolgen» (Kamerstuk 33 625, nr. 14), is het kabinet voorstander van toenemende dialoog en samenwerking tussen ASEAN en de EU. De Raad zal dit belang naar verwachting onderstrepen. Uw Kamer zal middels een BNC-fiche nader worden geïnformeerd over de kabinetsvisie op de gezamenlijke mededeling.In October 2014, the EU and ASEAN met for an informal Leaders» Meeting for the first time since 2007.

Connectiviteit

Connectiviteit is een onderwerp dat sinds enige tijd hoog op de agenda staat in Azië en nadrukkelijk terugkeert in de betrekkingen tussen de EU en de regio. Als thema voor regionale samenwerking is het begrip van connectiviteit niet altijd even eensluidend. Het kabinet staat een ruime uitleg van dit begrip voor, waarbij Azië en de EU een grotere onderlinge economische, politieke en sociaal-culturele connectiviteit nastreven, met inbegrip van het vergroten van de connectiviteit tussen mensen («people to people exchanges»). Zo sluit de oprichting van de Asian Investment Infrastructure Bank (AIIB) aan bij de initiatieven die China ontplooit voor een hogere infrastructurele connectiviteit en de grote vraag in Azië naar financiering voor infrastructuurprojecten. De AIIB kan deze vraag ondervangen en daarmee bijdragen aan ontwikkeling in Azië. Het is van belang dat de AIIB kan voldoen aan internationale standaarden op het gebied van schuldhoudbaarheid, milieu en sociale waarborgen, een bestuursstructuur heeft waarbij beslissingen op een inclusieve manier op basis van objectieve criteria worden genomen, en dat de AIIB op basis van complementariteit dient samen te werken met bestaande internationale financiële instellingen die investeren in Azië.

Birma/Myanmar

De Raad zal stil staan bij de komende verkiezingen in Birma/Myanmar. In aanloop naar de aankomende verkiezingen is de huidige humanitaire crisis, en in het bijzonder de behandeling van Rohingya door Myanmar, een belangrijk issue. Het kabinet vindt het van belang dat stateloze Rohingya het staatsburgerschap krijgen; dit is samen met een regionale aanpak essentieel voor het vinden van een oplossing voor de bootvluchtelingencrisis. In Raadskader zal het kabinet daarom benadrukken dat een inclusieve oplossing gezocht zal moeten worden wat betreft de situatie in Birma/Myanmar, met aandacht voor het vredesproces, democratisering, mensenrechten en economische ontwikkeling voor alle inwoners van Myanmar.

Centraal Azië

De Raad zal kort stilstaan bij de actualisering van de strategie voor Centraal Azië (ref. extranet ST9573/15). Dit betreft de derde aanpassing van de oorspronkelijke strategie uit 2007, en zal de continuïteit van de strategie waarborgen. De strategie zal meer vraaggestuurd ingericht worden en er zal een grotere differentiatie worden aangebracht tussen landen. Mensenrechten, energie en water blijven belangrijke bouwstenen in het EU-beleid ten aanzien van Centraal Azië. Een vernieuwing van deze strategie komt op een goed moment; kort na de benoeming van EU Speciaal Vertegenwoordiger voor Centraal Azië Peter Burian op 15 april jl. Het kabinet steunt een herziening van deze strategie en is van mening dat de EU een uitstekend kanaal is voor het onderhouden van betrekkingen met deze regio, zeker ook gezien het feit dat Nederland alleen met Kazachstan meer intensieve betrekkingen onderhoudt en alleen daar een ambassade heeft.

EU-VN samenwerking

Tijdens de werklunch met SGVN Ban Ki-moon zal samenwerking tussen de EU en de VN worden besproken. De discussie zal zich grotendeels richten op een aantal actuele crisissituaties, waaronder Jemen, Syrië en Libië. De Raad zal daarnaast naar waarschijnlijkheid prioriteiten van de EU voor de komende Algemene Vergadering van de VN uitwerken, onder andere op het gebied van vrede en veiligheid, mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking.

Het kabinet hecht aan sterke samenwerking tussen de EU en de VN op het gebied van vrede en veiligheid, zowel op politiek en strategisch niveau in Brussel en New York, als in het veld. De VN staat voor politiek en operationeel complexe nieuwe uitdagingen, wat de conflicten in Jemen en Libië aantonen. Het kabinet hecht aan effectieve samenwerking en goede coördinatie tussen de VN en de EU, die bijdraagt aan de aanpak van uitdagingen waar we gezamenlijk voor staan, zoals migratie, mensensmokkel, terrorisme en mensenrechtenschendingen. Een geïntegreerde benadering van conflicten is daarbij noodzakelijk.

Nederland draagt actief bij aan het versterken van vredeshandhaving door de VN, in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Zo organiseerde Nederland op 17 februari jl. een regionale conferentie voor Europese landen over vredesoperaties, gericht op het vergroten van Europese bijdragen daaraan. In de aanloop naar de top dit najaar over VN-vredeshandhaving en marge van de Algemene Vergadering, heeft Nederland bij verschillende gelegenheden gepleit voor meer betrokkenheid van de EU bij VN-missies. Ook de discussie in de RBZ biedt daar mogelijk aanknopingspunten voor.

De EU en de VN werken nauw samen om politieke transitie in Syrië dichterbij te brengen. Zo is er ruime steun voor het actuele VN-consultatieproces in Genève o.l.v. VN gezant voor Syrië, De Mistura. De EU en VN zijn ook sterke partners om de humanitaire noden die door het Syrisch conflict worden veroorzaakt het hoofd te helpen bieden.

Ten aanzien van Libië zet Nederland zich binnen de EU in om waar mogelijk ondersteuning te bieden aan de door VN-gezant León geleide politieke dialoog, mede door het bieden van een perspectief op Europese steun voor een toekomstige regering van nationale eenheid. Nederland draagt bij aan een EU planningseenheid ter versterking van de coördinatie tussen de VN-missie UNSMIL en de voorbereiding van mogelijke EU-inspanningen in Libië.

Wat betreft Jemen delen EU en VN de zorg over het grote aantal burgers dat slachtoffer is geworden van het conflict, de stabiliteit in de regio en het economisch belang van de zeestraat in de Rode Zee. De EU steunt de inspanningen van VN-gezant Cheikh Ahmed. Het kabinet zal zich inzetten voor versterking van de praktische samenwerking tussen de EU en de VN ter plaatse.

Energiediplomatie

Het internationale energielandschap is sterk aan het veranderen met nieuwe energieproducenten en het ontstaan van nieuwe handelsroutes, zoals via de Arctische regio. Regionale en globale machtsverhoudingen zullen hierdoor verschuiven. Geopolitiek en energie raken steeds nauwer verweven, zoals zichtbaar wordt door de crisis in Oekraïne. Energie kan een constructief element in de relaties vormen, zoals de succesvolle trilaterale onderhandelingen tussen EU-Rusland-Oekraïne, die energiezekerheid en de kans op een politiek akkoord kunnen vergroten. De Raad zal het actieplan Energiediplomatie bespreken (ref. extranet ST9696/15). Dit actieplan ondersteunt de doelstellingen van de Energie Unie. Met de Energie Unie zet de EU in op stevig en coherent extern energiebeleid. Het kabinet is hier altijd voorstander van geweest.

De Europese Energie Unie heeft tot doel energievoorzieningszekerheid te vergroten, CO2-uitstoot te verkleinen en wereldleider in technologie en productie van hernieuwbare energie te worden. De belangrijkste punten uit het actieplan zijn in de eerste plaats een regelmatige strategische discussie in de Raad over energiediplomatie, bijvoorbeeld op basis van ad hoc papers over belangrijke energie-initiatieven als Oekraïne, de Zuidelijke Gas Corridor en de Oostelijke Mediterranee. In de tweede plaats richt het plan zich op het versterken van de energiesamenwerking en de dialoog met belangrijke energieproducenten (Algerije, Azerbeidzjan, Turkmenistan, Midden-Oosten), transitlanden (Turkije, Oekraïne), buurlanden (Oostelijk Partnerschapslanden, Oostelijke Mediterranee) en andere belangrijke spelers (VS, China). Verder zal de invulling van de energierelatie van de EU met Rusland nader moeten worden bezien. De Energie Unie vraagt om meer focus op EU technologie en kansen voor het bedrijfsleven. Daarnaast is het van belang de coherentie te bevorderen tussen de energiedialoog en politieke/veiligheidsdialoog, inzet van financiële instrumenten en uitdragen van gemeenschappelijke boodschappen. Tot slot zet de Energie Unie in op het versterken van internationale energie governance (Energy Charter, IEA, IRENA, G7/G20). Het kabinet onderschrijft de doelstellingen van de Energie Unie en de voorstellen voor energiediplomatie in het Actieplan om het externe energiebeleid van de EU te ondersteunen.

EU Naval Force Mediterranean (EU NAVFOR MED)

Naar alle waarschijnlijkheid zal tijdens de Raad gesproken worden over de EU maritieme missie, EU NAVFOR MED. De menselijke drama’s op de Middellandse Zee en de toestroom van migranten, die vaak via Libië en de Middellandse Zee Europa proberen te bereiken, zijn een grote zorg voor de EU. Omdat migranten vaak vrijwillig of gedwongen gebruik maken van de diensten van mensensmokkelaars, hebben de regeringsleiders tijdens de buitengewone Europese Raad van 23 april afgesproken om het business model van mensensmokkelnetwerken aan te pakken, als onderdeel van de bredere EU migratie-agenda.

Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 18 mei jl. is de EU maritieme missie EU NAVFOR MED opgericht. Naar verwachting zal tijdens de Raad in juni informatie worden gedeeld over de stand van zaken van de voorbereidingen. De uitwerking van operationele details van de missie wordt momenteel afgerond, opdat de missie tijdens de Europese Raad van 25–26 juni aanstaande gelanceerd kan worden. Tijdens de Raad zal ingegaan worden op de vraag of in voldoende mate is voldaan aan de randvoorwaarden om (delen van) de missie te laten starten. Voor het kabinet is het belangrijk dat de missie de VN-geleide politieke dialoog in Libië niet ondergraaft, gebaseerd is op een adequaat volkenrechtelijk mandaat en dat deze wordt bezien binnen het geïntegreerde EU migratiebeleid, waarbij ook internationale partners zoals IOM, UNHCR en de buurlanden van Libië worden betrokken.

Tegelijkertijd blijft de situatie in Libië zeer zorgelijk. Een aan ISIS-gelieerde groep heeft de stad Sirte ingenomen en zou mogelijk ook dorpen op tientallen kilometers afstand van de stad onder controle hebben. Op 8 en 9 juni zijn de deelnemers aan de Libische politieke dialoog bijeengekomen in Marokko, onder leiding van VN-gezant León, om de laatste versie van diens conceptakkoord voor een eenheidsregering te bespreken. León zet zich er voor in om voor het begin van de Ramadan (18 juni) een politiek akkoord te bereiken.

Israël en de Palestijnse Gebieden

HV Mogherini zal naar verwachting in de RBZ kort terugblikken op haar bezoek aan de Palestijnse Gebieden en Israël op 20 en 21 mei jl. Samen met EU-partners zet het kabinet in op het voorkomen van escalatie, het creëren van een politiek perspectief en toewerken naar een gunstig klimaat voor hervatting van de vredesonderhandelingen. De twee-staten oplossing blijft hierbij centraal staan. Het kabinet is van mening dat de EU nauw samen moet werken met de VS en regionale partners, waarbij instrumenten op een strategische manier worden ingezet.

Naar boven