Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-02 nr. 1386

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1386 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 mei 2014

Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Algemene Zaken van 13 mei 2014.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

VERSLAG RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 13 MEI 2014

Voorbereiding Europese Raad 26 en 27 juni 2014

Klimaat & Energie

De Raad sprak over de agendering van het Klimaat- en Energiepakket 2030 en energievoorzieningszekerheid tijdens de Europese Raad (ER)van juni. Een aantal lidstaten wil naar aanleiding van de recente gebeurtenissen in Oekraïne tijdens de ER in juni vooral over energiezekerheid spreken en inhoudelijke discussie over het Klimaat- en Energiepakket verdagen. Enkele andere lidstaten, waaronder Frankrijk en Duitsland, verlangen juist wel een vervolg van de inhoudelijke discussie over de klimaatdoelen tijdens de ER in juni en willen in de conclusies bevestigen dat besluitvorming over het Klimaat- en Energiepakket uiterlijk in oktober dit jaar wordt afgerond. Nederland steunt deze lijn.

Europees Semester

De Commissie gaf aan dat zij in het kader van het Europees Semester de landenspecifieke aanbevelingen op 2 juni a.s. in concept zal uitbrengen. Enkele lidstaten benadrukten het belang van begrotingsconsolidatie en hervormingen ten behoeve van economische groei.

De Commissie zal voorafgaand aan de ER van juni de nieuwe REFIT-Mededeling publiceren en benadrukte tijdens de RAZ dat zowel op lidstaat- als op EU-niveau stappen moeten worden gezet. Enkele lidstaten, waaronder het Verenigd Koninkrijk, riepen op dat REFIT ambitieus moet worden ingevuld in het belang van het MKB.

Toekomstige ontwikkeling van het meerjarenbeleid op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken

De discussie over de ontwikkeling van het meerjarenbeleid op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken (post-Stockholm) concentreerde zich in het licht van de huidige sterk verhoogde toestroom van migranten via de Middellandse Zee op de urgentie van concrete besluiten met betrekking tot migratie.

Vanuit zuidelijke lidstaten als Italië en Malta werd een beroep gedaan op solidariteit en billijke verdeling van verantwoordelijkheid. Andere lidstaten wezen op de noodzaak van volledige implementatie van het beleid, met name op asiel- en migratieterrein. Daarbij werd benadrukt dat asielverzoeken overal in Europa op zelfde wijze behandeld dienen te worden.

Hiernaast noemden Lidstaten verbetering van het ondernemingsklimaat, de strijd tegen mensensmokkel, het vrij werknemersverkeer en integratie als onderwerpen die in de strategische richtsnoeren voldoende aan de orde dienen te komen. In aanloop naar de ER van juni waar conclusies over de strategische richtsnoeren voor het nieuwe meerjarenbeleidsprogramma zullen worden aangenomen, zal tijdens de JBZ-Raad van 5 en 6 juni a.s. hier opnieuw over worden gesproken.

10 jaar uitbreiding met «Laeken 10»

De Raad besteedde ceremoniële aandacht aan de toetreding van tien nieuwe lidstaten op 1 mei 2004, nu tien jaar geleden. Het Griekse voorzitterschap onderschreef bij monde van Minister Venizelos vooral het succes van het uitbreidingsinstrument: de toetreding van nieuwe lidstaten heeft een stevige impuls gegeven aan welvaart en stabiliteit in Europa en kunstmatige scheidslijnen geslecht. Naast een contract tussen staten heeft de uitbreiding ook de onderlinge verbondenheid burgers in Europa versterkt, aldus Venizelos. Commissaris Kallas memoreerde dat de Unie door de uitbreiding is veranderd, waarna de Litouwse vertegenwoordiger namens de «Laeken 10» reageerde door te zeggen dat de uitbreiding een eind had gemaakt aan de dramatische ervaringen van deze landen in de twintigste eeuw. Een inhoudelijke discussie werd verder niet gevoerd.