21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1322 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 januari 2014

Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 januari 2014.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 20 JANUARI 2014

Zuiderburen

Syrië

De Raad sprak steun uit voor de Genève II vredesconferentie van 22 januari 2014. De conferentie zou een belangrijke stap zijn in een proces dat moet leiden tot een politieke oplossing voor het conflict. De Raad benadrukte dat de enige oplossing voor het conflict een oprechte politieke transitie is, gebaseerd op de volledige implementatie van het Genève I Communiqué. Eventuele deelname van Iran stond tijdens de discussie centraal, waarbij Ministers benadrukten dat het van belang was dat Iran vooraf publiekelijk het Genève I Communiqué zou aanvaarden. De Raad herhaalde dat het doel van de Genève II conferentie is met wederzijdse instemming een overgangsregering met volledige uitvoerende bevoegdheden te vormen. De Raad verwelkomde het besluit van de Syrische Oppositie Coalitie om deel te nemen aan de Genève II conferentie en om met een inclusieve, representatieve delegatie te komen waar ook vrouwen deel van uit zouden maken. HV Ashton verwelkomde de conferentie die Nederland samen met UN Women organiseerde op 12 en 13 januari jl. over «Promoting Women’s Engagement in the Syrian Political Process». De EU omarmde het belang van het betrekken van vrouwen en het maatschappelijk middenveld in het politieke transitieproces. De Raad benadrukte voorts het belang van het werken aan vertrouwenwekkende maatregelen in het Genève proces, zoals lokale wapenstilstanden en de uitruil van gevangenen.

De Ministers spraken hun ernstige zorgen uit over het voortdurende bloedvergieten onder de burgerbevolking en gaven aan door te gaan met het verdedigen van mensenrechten. Ook zal de EU blijven hameren op het ter verantwoording roepen van degenen die verantwoordelijk zijn voor de wijdverspreide en systematische schendingen van mensenrechten en internationaal humanitair recht in Syrië. De Raad sprak ook zijn zorg uit over minderheden, waaronder Christenen.

De EU en haar lidstaten hebben tijdens de Kuweit II conferentie op 15 januari jl. EUR 550 miljoen gepledged. De Raad onderstreepte wederom de noodzaak van toegang tot humanitaire hulp en riep op tot een humanitaire resolutie in de VN Veiligheidsraad. De Raad verwelkomde de start van het proces om de chemicaliën van het Syrische chemische wapenarsenaal buiten Syrië te vernietigen. Syrië wordt opgeroepen om ten aanzien van dit proces binnen de gestelde tijdslijnen aan zijn verplichtingen te voldoen. Ook zal de EU doorgaan met het steunen van de gemeenschappelijke VN/OPCW-missie op zowel politiek, financieel als logistiek vlak.

De Raad sprak haar groeiende zorg uit over de verspreiding van extremisme. De betrokkenheid van extremistische groeperingen vormde onder meer een bedreiging voor de internationale veiligheid. De Raad riep daarom alle buitenlandse strijders in Syrië op, inclusief Hezbollah, om zich onmiddellijk terug te trekken. Met het oog op de risico’s gevormd door buitenlandse strijders die onder meer vanuit Europa naar Syrië reizen, riep de Raad alle buurlanden van Syrië en landen die directe vlucht- of maritieme routes naar Syrië hebben op om waakzaam te blijven. Ook is de EU vastberaden om met derde landen in gesprek te gaan over terrorisme en de financiering van buitenlandse strijders.

Egypte

De Raad besprak het referendum over de grondwet van 14 en 15 januari jl. Op 19 januari jl. bracht HV Ashton hierover een verklaring uit, waarin zij haar zorgen uitte over het verloop van het referendum. Een inclusief en democratisch proces is nodig om Egypte weer op de rails te krijgen en om duurzame stabiliteit in het land te waarborgen. Nederland heeft hiervoor in Raadskader meerdere malen gepleit. HV Ashton gaf aan spoedig Egypte te zullen bezoeken, waarbij ze een aantal kritische boodschappen zal overbrengen, nadrukkelijk ook ten aanzien van de mensenrechtensituatie. Enkele Ministers waren van mening dat het bestempelen van de Moslimbroederschap als terroristische organisatie niet behulpzaam is voor het democratische proces en mogelijk verdere radicalisering bij de aanhangers tot gevolg kan hebben. HV Ashton kondigde aan dat de EU een volledige EU-verkiezingsmonitoringsmissie naar de presidents- en parlementsverkiezingen zal sturen.

Tijdens het Algemeen Overleg ter voorbereiding van de Raad Buitenlandse Zaken op 16 januari jl. is uw Kamer toegezegd geïnformeerd te worden over de vestiging van een kantoor van de Moslimbroederschap in Londen. Uit contact met het Foreign and Commonwealth Office blijkt dat in het Verenigd Koninkrijk iedere organisatie een kantoor mag oprichten zolang de wetten en regels van het land worden nageleefd. Het Verenigd Koninkrijk beschouwt de Moslimbroederschap niet als een terroristische organisatie.

Midden-Oosten Vredesproces

De Ministers bespraken de laatste ontwikkelingen in het Midden-Oosten Vredesproces (MOVP). HV Ashton verwees naar de laatste Kwartetbijeenkomst van 12 januari jl. en informeerde de Raad over het proces van de onderhandelingen onder leiding van Secretary of State Kerry. Op verzoek van Kerry gaf ze geen nadere inhoudelijke informatie. De HV gaf aan dat de Raadsconclusies van de RBZ over het MOVP in december jl., waarin wordt gesproken over een «unprecedented package», goed zijn ontvangen door alle partijen. Hiermee onderstreept de EU haar betrokkenheid bij het vredesproces. Verschillende Lidstaten gaven aan te hechten aan een goede uitwerking van het pakket zoals aangekondigd in deze Raadsconclusies. Hoewel er enig optimisme onder de aanwezigen was over de kans op succes, gaven verschillende lidstaten aan dat beide partijen zich moeten realiseren dat er geen plan B is voor dit proces. De HV gaf aan voornemens te zijn Gaza te bezoeken. De Belgische Minister van Buitenlandse Zaken kondigde aan in maart een economische conferentie te organiseren ter ondersteuning van het vredesproces.

Iran

HV Ashton informeerde de Raad over de laatste stand van zaken op het Iran dossier. De E3+3 (Frankrijk, Duitsland, VK, Rusland, China en de VS) en Iran hebben eerder in januari overeenstemming bereikt over de technische vertaling van het interim-akkoord van 24 november 2013. Het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) heeft in zijn rapport van 20 januari jl. aangegeven dat het heeft geverifieerd en vastgesteld dat Iran zijn deel van de verplichtingen nakomt. Iran is onder andere gestopt met het verrijken van uranium tot 20% en begonnen met het verminderen van de voorraad tot 20% verrijkt uranium. Naast de grenzen die gesteld worden aan het Iraanse nucleaire programma, zal Iran meer IAEA-inspecties toelaten.

De Raad heeft vervolgens in ruil hiervoor besloten tot beperkte, tijdelijke en omkeerbare verlichting van de EU-sancties op Iran door middel van aanname van een Raadsbesluit en -Verordening. De belangrijkste aanpassingen hierin zijn het toestaan van handel in petrochemische producten, het gemakkelijker maken van Iraanse olietransporten, het opheffen van het verbod van handel in goud en andere edelmetalen en het verhogen van drempelwaarden voor de vergunningsplicht voor financiële transacties. De sanctieverlichting van de EU is gecoördineerd met de VS. De kern van het EU-sanctiebeleid (olie-embargo en beperking financieel verkeer) blijft van kracht in afwachting van een alomvattend akkoord over Irans nucleaire programma. Onderhandelingen daarover zullen naar verwachting in februari a.s. van start gaan.

Afghanistan

De Raad veroordeelde de recente bomaanslag in Kabul, waarbij een groot aantal Afghaanse burgers en twee medewerkers van de EU-politiemissie werden gedood, en betuigde zijn medeleven.

De Raad concludeerde dat Afghanistan voor een cruciaal jaar staat, met het einde van de ISAF-missie en de aankomende presidentsverkiezingen. De Raad onderstreepte de lange termijn commitering van de EU aan Afghanistan. De EU richt zich hierbij de komende jaren (periode 2014–2016) op de bevordering van vrede en veiligheid, democratische en economische ontwikkeling, verbeterde toegang tot onder andere onderwijs en gezondheidszorg en steun aan de politie- en justitiesector. De Raad sprak haar zorg uit over de mensenrechtensituatie, in het bijzonder de rechten van vrouwen en meisjes en roept op tot snelle actie om deze situatie te verbeteren. De EU zal hier de komende jaren aandacht aan blijven besteden. De Commissie verwees hierbij naar de resultaten die waren geboekt met betrekking tot «community policing», waarbij het aantal vrouwelijke agenten aanzienlijk was toegenomen.

De Raad benadrukte het belang van transparante en geloofwaardige verkiezingen, waarbij werd onderstreept dat dit een Afghaans geleid proces moet zijn. De EU zal technische en financiële steun aan de verkiezingen bieden en overweegt een verkiezingswaarnemingsmissie uit te zenden. Verschillende Ministers en HV Ashton benadrukten het belang van zo spoedig mogelijke ondertekening van de nieuwe veiligheidsovereenkomst tussen Afghanistan en de VS. Dit moet de basis bieden voor toekomstige steun aan de Afghaanse veiligheidssector.

De Raad verzocht HV Ashton om op basis van de discussie voor het einde van het jaar met een nadere concretisering van de EU-strategie te komen en zal op basis daarvan verder spreken.

Rusland/Oostelijk Partnerschap

De Ministers spraken over Rusland ter voorbereiding van de EU-Rusland Top op 28 januari a.s. Tijdens de Top zal onder andere worden gesproken over de onderhandelingen over een Nieuw Strategisch Akkoord, het EU-Rusland Partnerschap voor Modernisering, handel, visa, mensenrechten en internationale onderwerpen, zoals Syrië, Iran, Afghanistan, Noord-Korea, het Oostelijk Partnerschap en het MOVP.

Een aantal Ministers benadrukte het belang van goede relaties met Rusland en onderstreepte de samenwerking met Rusland ten aanzien van o.a. het MOVP, Iran en Syrië, die tot concrete resultaten heeft geleid. Tegelijkertijd toonden Ministers zich kritisch over de Russische opstelling tegenover de EU en de landen van het Oostelijk partnerschap, mede in het licht van de Top van het Oostelijk partnerschap van november 2013.

Ten aanzien van de mensenrechtensituatie gaven Ministers het belang aan om Rusland hierop aan te blijven spreken en een open en wederkerige dialoog te voeren. Tot slot werd onderstreept dat de relaties met Rusland breder zijn dan de relaties met de regering. De EU moet blijven investeren in het bevorderen van contacten met de bevolking.

Ministers beklemtoonden de noodzaak van coherent en eensgezind EU-optreden richting Rusland. In dit verband werd ook gewezen op de onderhandelingen over een nieuw Strategisch Akkoord met Rusland. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepte hierbij dat de EU een heldere en coherente lange termijn strategie moet ontwikkelen, waarbij de EU een goed beeld heeft van de verschillende beleidsinstrumenten en opties richting Rusland.

Oekraïne

De Raad sprak zijn zorg uit over de aanname van wetgeving in Oekraïne die een aantal fundamentele vrijheden van burgers inperkt en riep op tot het in lijn brengen van de wetgeving met internationale en Europese standaarden. De Raad toonde zich bezorgd over de ontwikkelingen in Oekraïne en riep op tot een inclusieve dialoog om de huidige crisis op te lossen. De Raad herhaalde het aanbod van de EU voor politieke associatie en economische integratie wanneer Oekraïne aan de voorwaarden voldoet.

Centraal-Afrikaanse Republiek

Ministers spraken zorgen uit over de onveilige en instabiele situatie in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). Sinds de aanvallen van 5 december jl. is de humanitaire situatie verder verslechterd. Daarnaast werd het risico van verspreiding van het conflict naar buurlanden besproken. In dat kader werd de snelle ontplooiing van MISCA door de Afrikaanse Unie (AU) geprezen, evenals de Franse steun daarvoor.

De Raad bereikte politieke overeenstemming over een militaire EU-operatie in de CAR en over het Crisis Management Concept (CMC) voor deze missie. Op basis van dit document zal de planning van de missie worden voortgezet. Het CMC gaat uit van een missie van beperkte duur (ongeveer 6 maanden) die zich richt op het creëren van een veilige omgeving in de hoofdstad Bangui, inclusief het vliegveld. Uitgangspunt is dat deze EU-missie wordt geautoriseerd door een resolutie van de VN Veiligheidsraad. Er zijn nog twee aparte Raadsbesluiten nodig om de missie daadwerkelijk op te richten en te ontplooien. In de verdere uitwerking zal worden bezien hoe de EU-missie zich zal verhouden tot de missies die momenteel in de CAR actief zijn.

In de discussie gaf HV Ashton aan dat de inzet van de Battle Groups in de CAR niet de meest voor de hand liggende optie is. Hiervoor werden met name de volgende redenen aangegeven: 1) de inzettijd voor een EU Battle Group bedraagt 120 dagen, terwijl het hier om een langere operatie gaat; 2) de huidige EU Battle Group is niet toegerust op de gevraagde taken en; 3) inzet van een EU Battle Group bemoeilijkt de commandostructuur in de specifieke context van de internationale presentie in de CAR.

In het kader van bestaande afspraken binnen de EU leveren Lidstaten een bijdrage aan de hoofdkwartieren van een Europese (GVDB) missie. Voor de militaire EU-missie naar de Centraal-Afrikaanse Republiek wordt een Operational Headquarter (OHQ) geactiveerd, dat in Griekenland zal worden gevestigd, en een Force Headquarter (FHQ), dat in de CAR zal worden gevestigd. Alle Lidstaten hebben personeel beschikbaar, dat op afroep binnen vijf dagen naar een HQ kan worden uitgezonden na activering. Nederland bezet volgens de afspraken binnen het OHQ drie functies en binnen het FHQ twee. De betreffende commandanten van OHQ/FHQ nemen de beslissing of daadwerkelijk alle functies worden geactiveerd.

Commissaris Piebalgs ging in op de financiële inspanningen van de EU. De belangrijkste EU-bijdrage – € 50 miljoen – is gericht op veiligheid en komt uit het African Peace Facility (APF) ter ondersteuning van Afrikaanse vredestroepen in MISCA. Voor humanitaire hulp is door de EU € 39 miljoen ter beschikking gesteld en voor de langere termijn ontwikkeling is € 23 miljoen gereserveerd.

Nederland heeft tijdens de humanitaire conferentie voor de CAR, die gelijktijdig met de Raad plaatsvond, toegezegd € 2 miljoen beschikbaar te stellen aan het Common Humanitarian Fund voor de CAR voor 2014.

Burundi

In reactie op vragen van lid Sjoerdsma tijdens het AO RBZ over Nederlandse steun aan de veiligheidssector in Burundi kan het volgende vermeld worden. Nederland draagt sinds 2007 bij aan het Amerikaanse ACOTA programma, waarin operationele eenheden van Afrikaanse krijgsmachten acht weken worden getraind ten behoeve van inzet in andere Afrikaanse landen. Sinds 2007 levert Nederland hiertoe trainers (van Defensie) aan dit programma in o.a. Burundi. Burundi is sindsdien een grote troepenleverancier voor o.a. AMISOM, MINUSMA en nu MISCA. Het ACOTA programma sluit goed aan bij het bilaterale security sector reform (SSR) programma dat loopt van 2009 t/m 2017. Dat programma richt zich op versterking van de top van de Burundese krijgsmacht en Ministerie van Defensie, de politie en civiel toezicht op beide. Op 9 januari jl. heeft het kabinet besloten dat Nederland binnen het ACOTA-programma, $ 1.1 miljoen ter beschikking zal stellen voor de training van Burundese vredestroepen die mogelijk actief worden in MISCA voor de periode tot en met september 2014.

Zuid-Sudan

De Raad veroordeelde het aanhoudende geweld in Zuid-Sudan en toonde zich verontrust over de verslechterende humanitaire situatie en de mensenrechtenschendingen in het land. Alle partijen werden opgeroepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en het toestaan van onbelemmerde humanitaire toegang.

De Raad schaarde zich achter de bemiddeling van de Intergouvernementele Autoriteit voor Ontwikkeling (IGAD) in het vredesproces. De inspanningen van IGAD om een onmiddellijk staakt-het-vuren te bereiken, ondersteund door effectieve monitoring, werden geprezen. Tevens steunde de Raad de oproep van IGAD en de Afrikaanse Unie (AU) tot onmiddellijke vrijlating van alle politieke leiders die momenteel in Juba gevangen worden gehouden.

De EU verwelkomde de intentie van de AU om een commissie op te zetten die onderzoek zal doen naar de mensenrechtenschendingen die sinds 15 december 2013 hebben plaatsgevonden. Daarnaast steunde de EU de versterking van VN-missie UNMISS, vooral wat betreft de bescherming van burgers en de onderzoekscapaciteit op het gebied van mensenrechten.

Zoals toegezegd tijdens het AO RBZ van 16 januari jl., zal het kabinet uw Kamer een brief doen toekomen over de Nederlandse inzet in Zuid-Sudan.

Naar boven