21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1273 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 juni 2013

Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Algemene Zaken van 25 juni 2013.

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

VERSLAG RAAD ALGEMENE ZAKEN D.D. 25 JUNI 2013

Meerjarig Financieel Kader

De Raad had een discussie over de uitkomst van de triloog met het Europees Parlement (EP) over het Meerjarig Financieel Kader voor 2014–2020 (MFK). Het voorzitterschap vroeg de Raad niet om een definitief besluit te nemen. Tijdens de Raad werd bekend dat er nog niet voldoende steun van het EP is. De Raad steunde de intentie van het voorzitterschap om nog voor de Europese Raad overeenstemming met het EP te bereiken. Nederland en gelijkgezinde lidstaten tekenden daarbij wel aan dat grens van wat de Raad aan het EP kan bieden nu in zicht is.

Het voorzitterschap schetste het onderhandelaarsakkoord dat op 19 juni jl. werd bereikt met vertegenwoordigers van het EP en de Europese Commissie. Dit pakket bestaat uit drie onderdelen: een verordening waarin de Raad het MFK vastlegt, een inter-institutioneel akkoord betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer en diverse politieke verklaringen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de conclusies van de Europese Raad van 7–8 februari jl. Hoofdelementen zijn afspraken over verruimde flexibiliteit binnen het MFK, een tussentijdse evaluatie en een gezamenlijke verklaring over Eigen Middelen.

Flexibiliteit

Ten aanzien van flexibiliteit voor betalingen wordt voorgesteld om vanaf 2015 ieder jaar de ongebruikte ruimte tussen het MFK-plafond en de werkelijke betalingen uit de jaarbegroting mee te nemen naar de resterende jaren van het MFK. Deze flexibiliteit wordt begrensd op € 3 miljard in 2016, oplopend tot € 8 miljard in 2020. Omdat dit mechanisme pas vanaf 2015 start, kunnen de plafonds in 2014 en 2015 niet worden verhoogd. Een dergelijke begrenzing vindt Nederland van belang. Voor vastleggingen wordt voorgesteld om de ongebruikte marges van 2014–2016 apart te zetten om deze in 2017–2020 te kunnen richten op groei en (jeugd)werkgelegenheid.

De flexibiliteit is vooral bedoeld voor het einde van het MFK, waar het zwaartepunt van de uitgaven ligt, zoals onder het huidige MFK ook in 2012 en dit jaar het geval was. Voor zowel betalingen als vastleggingen geldt dat aan de totaalplafonds voor de periode 2014–2020 niet getornd wordt, hetgeen voor het kabinet een absolute voorwaarde is.

Daarnaast wordt specifiek voor de aanpak van jeugdwerkloosheid de mogelijkheid gecreëerd om middelen uit latere jaren naar 2014–2015 te schuiven. Het vervroegen van deze middelen moet worden geneutraliseerd door andere middelen naar achter te schuiven, zodat de jaarlijkse plafonds en verdeling per uitgavencategorie niet wijzigen.

Tussentijdse evaluatie

Uiterlijk eind 2016 zal de Commissie een tussentijdse evaluatie van het MFK presenteren, mogelijk vergezeld van een herzieningsvoorstel, indien de Raad daarover met unanimiteit besluit. Het EP drong aan op besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid, maar dat is voor de Raad niet aanvaardbaar.

Verklaring over Eigen middelen

Er is een gezamenlijke verklaring over Eigen Middelen opgesteld waarin een procedure is opgenomen voor verder onderzoek op dit terrein. Er zal een inter-institutionele werkgroep worden ingesteld die een algehele evaluatie uitvoert van het huidige systeem van Eigen Middelen. De uitkomsten hiervan worden in 2016 voorgelegd aan een conferentie met nationale parlementen. Op basis van de resultaten zal de Commissie beoordelen of nieuwe voorstellen gepast zijn voor het MFK na 2020. Het kabinet kan deze verklaring steunen. Deze sorteert niet voor op bepaalde uitkomsten en blijft binnen de in het Verdrag beschreven bevoegdheidsverdeling. Overigens staat de Nederlandse afdrachtenkorting los van de lopende onderhandelingen met het EP.

Transparantie en verantwoording

Er zijn nieuwe bepalingen opgenomen om de principes van transparantie en begrotingseenheid verder te waarborgen. Positieve ontwikkeling op het gebied van verantwoording over EU-middelen is dat de Commissie in een verklaring een traject voorstelt om te komen tot een sjabloon voor nationale managementverklaringen op politiek niveau. Dit is een bescheiden maar positieve stap om meer lidstaten te bewegen over te gaan tot het opstellen van een dergelijke verklaring.

Uitbreiding en het Stabilisatie- en Associatieproces

De Raad sprak over Servië en Kosovo in voorbereiding op het besluit van de Europese Raad over het openen van toetredingsonderhandelingen met Servië en het starten van onderhandelingen met Kosovo over een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst (SAO). De Raad prees de leiders van Servië en Kosovo met het overeengekomen politiek akkoord en de reeds geboekte voortgang in de uitvoering daarvan. HV Ashton blikte terug op de grote stappen die ook deze laatste weken weer zijn gezet en bevestigde dat zij en haar team de landen ter zijde zullen blijven staan in de verdere uitvoering van het akkoord en de verbetering van de onderlinge relaties. Ashton benadrukte de bereidheid en wil bij de politieke leiders aan beide zijden om vooruit te komen en concrete afspraken te maken. De Raad benadrukte dat het nu aan de EU is zich geloofwaardig te tonen en te besluiten tot verdere stappen in het EU-toenaderingsproces van beide landen.

De Raad deed de aanbeveling toetredingsonderhandelingen te openen met Servië, op basis van verdere voortgang in de implementatie van het politieke akkoord en in hervormingen. De Europese Raad zal hierover 28 juni a.s. kunnen besluiten, nadat ook de laatste nationale parlementaire procedures zijn afgerond. De discussie in de Raad concentreerde zich ten aanzien van Servië op de datum voor opening van toetredingsonderhandelingen tijdens een intergouvernementele conferentie, waarbij uiteindelijk overeenstemming werd bereikt over een IGC uiterlijk in januari 2014. Voor die tijd wordt de voortgang die Servië en Kosovo maken met betrekking tot de normalisering van hun betrekkingen nog in kaart gebracht door EDEO en de Commissie, zodat de RAZ hier dit najaar een oordeel over kan vellen.

In de tussenliggende periode zal de Commissie een voorstel doen voor een onderhandelingsraamwerk dat aangenomen moet worden door de RAZ. De nieuwe methodiek met betrekking tot de hoofdstukken 23 (rechterlijke macht en fundamentele rechten) en 24 (justitie, vrijheid en veiligheid) zal een essentieel onderdeel vormen van het onderhandelingsraamwerk. Ook de stappen die Servië dient te zetten om te komen tot de normalisering van relaties met Kosovo zullen een integraal onderdeel vormen van de onderhandelingen en worden volgens dezelfde systematiek opgenomen in het onderhandelingsraamwerk. De Raad deed ten slotte de aanbeveling aan de Europese Raad om de Commissie te verzoeken de screening met betrekking tot het acquis te starten, te beginnen met de hoofdstukken 23 en 24, evenals 35 (andere kwesties, i.c. normalisering relaties) om snelle voortgang in deze onderhandelingen te faciliteren.

Met betrekking tot Kosovo kwam de Raad een onderhandelingsmandaat overeen voor een SAO met Kosovo. De Raad verwees hierbij naar de conclusie van de Commissie dat Kosovo voldoet aan alle voorwaarden om onderhandelingen over een SAO te starten. In de discussie werd onderstreept dat de Raad bij wijze van hoge uitzondering instemt met het afsluiten van een zogenoemd EU-only akkoord dat uitsluitend EU-bevoegdheden bevat. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de zorgen van de vijf lidstaten die Kosovo niet erkennen, omdat bij een dergelijk akkoord geen sprake is van ondertekening en ratificatie door lidstaten.

Voorbereiding Europese Raad 27–28 juni a.s.

Europees semester

Ter voorbereiding op de Europese Raad besprak de Raad de landenspecifieke aanbevelingen die eerder al aan de orde geweest waren in de ECOFIN-Raad en de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid. Met verwerking van een tekstuele wijziging in de aanbevelingen voor Hongarije zijn de aanbevelingen ter bekrachtiging doorgeleid naar de ER.

Pact voor Groei en Banen

De Raad bevestigde de focus van de ER op jeugdwerkgelegenheid en financiering van de economische groei. Ten aanzien van jeugdwerkgelegenheid benadrukten zowel ER-Voorzitter Van Rompuy als ook meerdere lidstaten dat lidstaten zelf de eerste verantwoordelijkheid hiervoor dragen en bevestigden dat het nuttig is te leren van elkaars «best practices». Onderwerpen die tijdens de ER aan de orde zullen komen betreffen het «frontloaden» van EUR 6 mld. uit het MFK voor 2014–2020 voor het Youth Employment Initiative (YEI) naar 2014–2015 en uitvoering van de jeugdgarantie en bestaande programma’s zoals Erasmus door de lidstaten. Nederland heeft ervoor gepleit dat «frontloading» ook moet leiden tot «backloading» van andere uitgaven.

Uit de interventies van de lidstaten bleek veel steun voor een sterkere focus van de recente EIB-kapitaalverhoging op financiering voor het MKB en het creëren van werkgelegenheid. Erkend werd dat de EIB hierdoor een belangrijke verdere bijdrage kan leveren aan het aanjagen van de Europese economie. De ER zal deze discussie voortzetten, mede op basis van het gezamenlijke EIB/Commissie-rapport hierover. Nederland pleitte er in de RAZ voor om in de ER-conclusies tevens aandacht te besteden aan de ontwikkeling van alternatieve vormen van financiering. De EIB zou kunnen bezien of behalve met banken ook samengewerkt kan worden met andere aanbieders van vermogen aan het MKB.

De RAZ stond voorts kort stil bij industrieel concurrentievermogen. De aanstaande ER zal hier naar verwachting slechts kort over spreken, aangezien een uitgebreidere discussie is voorzien voor de ER van februari 2014.

Ten aanzien van versterking van de interne markt benadrukten enkele lidstaten, waaronder Nederland, het potentieel van de dienstensector en de digitale interne markt voor groei. Deze aspecten van het Pact voor Groei en Banen staan, evenals innovatie, geagendeerd voor de ER van oktober a.s.

Bankenunie

In de Raad bestond brede steun voor de concept ER-conclusies over de bankenunie. Enkele lidstaten verzochten om meer nadruk op snelle voortgang op de bankenunie, en in het bijzonder op een gemeenschappelijk resolutiemechanisme (Single Resolution Mechanism). Hierover wordt nog voor de zomer een voorstel van de Commissie verwacht.

Initiatief democratie, fundamentele waarden en rechtsstaat

Namens de Europese Commissie deed Commissiaris Sefcovic verslag van de bespreking van dit initiatief tijdens de JBZ-Raad van 6–7 juni jl. Hij gaf aan dat de Commissie bezig is met een evaluatie van bestaande instrumenten zoals het «Justice Scoreboard», het CVM, de landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester en het komende anti-corruptieverslag. Op basis van die evaluatie is de Commissie bereid te kijken naar de mogelijkheden en de capaciteit voor nieuwe initiatieven, binnen de kaders van de EU-verdragen en de staande samenwerking met andere internationale organisaties. De Commissie zal tevens de dialoog zoeken met stakeholders en overleg voeren met de Venetië Commissie van de Raad van Europa. Tijdens een tafelronde bleek dat de overgrote meerderheid van de lidstaten positief staat tegenover een initiatief op dit vlak en dat velen, waaronder zeker ook de vier initiatiefnemende landen, graag bereid zijn mee te denken over de mogelijkheden. Besloten werd dat na de zomer de Commissie haar analyse van de bestaande mogelijkheden en opties binnen de huidige verdragen voor monitoring van de rechtsstaat zal presenteren.

Naar boven