Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201321501-02 nr. 1217

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1217 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 januari 2013

Hierbij bied ik u het verslag aan van de informele Raad Algemene Zaken van 20–21 januari 2013.

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Verslag van de informele Raad Algemene Zaken van 20–21 januari 2013

Tijdens de informele RAZ, voorgezeten door de Ierse Minister van Europese Zaken Creighton, is gesproken over versterking van de democratische legitimiteit en verantwoording van de Unie en over het uitbreidingsproces.

Democratische legitimiteit en verantwoording

De discussie over versterking van de democratische legitimiteit en verantwoording van de Unie vond plaats in het kader van de vierde pijler van het in december 2012 verschenen rapport Van Rompuy over de toekomst van de EMU, waarin het belang van democratische legitimiteit en verantwoording voor een goed functionerende EMU wordt benadrukt.

Naast de lidstaten waren vertegenwoordigers van het Europees Parlement (Brok, Gualtieri en Verhofstadt), de Oireachtas (het nationale Ierse parlement), de Noord-Ierse Executive en de kandidaat-lidstaten aanwezig. Nederland was tijdens de informele bijeenkomst vertegenwoordigd op hoog ambtelijk niveau, aangezien minister Timmermans in verband met het staatsbezoek aan Brunei en Singapore niet aanwezig kon zijn.

De informele gedachtenwisseling met lidstaten en de leden van Europees Parlement leverde een overzicht van de posities van de lidstaten op en bood nuttige inzichten voor de voorbereiding van het debat met uw Kamer over de Nederlandse positiebepaling over de democratische legitimiteit van de Unie. Het kabinet zal deze inzichten, zoals toegezegd, meenemen in de Staat van de Europese Unie, waarin tevens zal worden ingegaan op de visie van het kabinet op de democratische legitimiteit van de Unie.

De discussie over democratische legitimiteit en verantwoordelijkheid richtte zich voornamelijk op de praktische mogelijkheden die op korte termijn en binnen de bestaande structuren gerealiseerd kunnen worden, zonder dat verdragswijziging noodzakelijk is. De nadruk lag voor vele lidstaten vooral op de versterking van de rol van de nationale parlementen, met name in het kader van het Europees Semester. Een sterke(re) mandatering van de regeringen door de nationale parlementen, voor zover nog niet het geval, voorafgaand aan Raden werd genoemd als potentiele bron van vergroting van de democratische legitimatie. Ook werd aangegeven dat intensiever gebruikt moet worden gemaakt van de mogelijkheden die de Verdragen nu al bieden voor de nationale parlementen.

Daarnaast is ook gesproken over de versterking van de Europese instellingen om de democratische legitimiteit van de Unie te vergroten. In dat kader werd breed geopperd dat de partijen bij de verkiezingen van het Europees Parlement in 2014 zelf hun kandidaat voor het Commissie-voorzitterschap zouden kunnen aandragen, ten behoeve van het stimuleren van een Europees debat met herkenbare gezichten.

Ten slotte was er steun voor de gedachte dat nationale parlementen onderling meer zouden kunnen samenwerken en werd tevens gepleit voor meer samenwerking van nationale parlementen met het Europees parlement, bijvoorbeeld in de COSAC.

Tijdens de bijeenkomst werd daarnaast gesproken over hoe Europa beter voor het voetlicht kan worden gebracht en hoe de burger te engageren met Europa, met name in het licht van de verkiezingen van het Europees Parlement in 2014. Hiervoor werden verschillende oplossingen gesuggereerd, variërend van grotere transparantie in het functioneren van de Unie tot het onderwijzen van gemeenschappelijke Europese waarden op scholen en het betrekken van sociale partners en maatschappelijk middenveld bij de publieke discussie. Verschillende lidstaten wezen erop dat het beste antwoord op de toenemende euroscepsis het boeken van concrete en effectieve resultaten in de aanpak van de crisis is en dat het «zwarte pieten» van Europa bij onpopulaire maatregelen moet worden voorkomen.

Nederland heeft tijdens de informele Raad het belang van adequate democratische legitimiteit in het kader van het versterken van de EMU onderschreven. Daarbij is met name aangegeven dat moet worden gekeken naar mogelijkheden om de rol van nationale parlementen te versterken, omdat afspraken die binnen de eurozone worden gemaakt nauw samenhangen met het nationaal begrotings- en economisch beleid.

Ook heeft Nederland, evenals een reeks andere lidstaten, aandacht gevraagd voor het proces en de wijze van voorbereiding rondom Europese Raden en Eurozone Toppen. Democratische legitimatie vereist ook dat stukken tijdig worden verspreid, zodat de parlementaire betrokkenheid vooraf kan worden verzekerd.

Uitbreiding

Commissaris Füle gaf namens de Commissie terugkoppeling van de bijeenkomst die op 19 januari jl. plaatsvond van de Ierse Minister van Buitenlandse Zaken Creighton en hemzelf met vertegenwoordigers van de drie kandidaat-lidstaten uit de Westelijke Balkan (Macedonië, Montenegro, Servië). Tijdens deze bijeenkomst werd de voortgang besproken op het terrein van zowel economische als politieke hervormingen, mede in het licht van de conclusies die de Raad op 11 december 2012 aannam (zie: verslag Raad Algemene Zaken, 11 december 2012, Kamerstuk 21 501-02, nr. 1205). Commissaris Füle benadrukte hierbij dat het aan de kandidaat-lidstaten zelf was het benodigde huiswerk te doen voordat eventuele vervolgstappen op het uitbreidingsproces konden worden gezet.

Tijdens de informele lunchdiscussie over het uitbreidingsproces presenteerden de aanwezige kandidaat-lidstaten de voortgang in hun land in het licht van het uitbreidingsproces. Verschillende lidstaten benadrukten het belang van het uitbreidingsbeleid voor de vrede en stabiliteit in Europa alsook de noodzaak van scherpe naleving van de toetredingscriteria.