Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 januari 2013
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
het verslag aan van de buitengewone Raad Buitenlandse Zaken van 17 januari 2013 die
geheel gewijd was aan de situatie in Mali.
De minister van Buitenlandse Zaken,
F.C.G.M. Timmermans
Verslag buitengewone Raad Buitenlandse Zaken inzake Mali, 17 januari 2013
Op 17 januari jl. kwam de Raad Buitenlandse Zaken in buitengewone zitting bijeen om
de situatie in Mali te bespreken. De Malinese minister van Buitenlandse Zaken Coulibaly
woonde een deel van de vergadering bij.
In het gesprek met minister Coulibaly benadrukte minister Timmermans dat de Malinese
interim-regering een grote eigen verantwoordelijkheid heeft om op kortst mogelijke
termijn een transitie naar een democratisch gekozen regering te realiseren. Hiertoe
moeten de interim-autoriteiten een geloofwaardige roadmap presenteren en implementeren en een dialoog aangaan met alle relevante groeperingen
in het land, inclusief niet-gewelddadige groepen uit het noorden. De internationale
gemeenschap kan Mali ondersteunen, maar uiteindelijk kan alleen Mali zelf een duurzaam
stabiele situatie tot stand brengen. Meerdere ministers sloten zich bij het pleidooi
van minister Timmermans aan. De Raad legde deze notie ook vast in zijn conclusies.
Minister Coulibaly nam goede nota van de genoemde elementen en onderstreepte verder
aan de roadmap te werken, met de bevrijding van het noorden en de organisatie van verkiezingen als
belangrijke elementen. Ook werkte hij aan de spoedige start van een inclusieve dialoog.
Minister Coulibaly onderstreepte zijn inzet voor het behoud van de territoriale integriteit
van Mali en van de godsdienstvrijheid in het land. Bij de bestrijding van de rebellengroepen
zocht hij samenwerking met Algerije, waar een deel van de actieve groepen zijn wortels
heeft.
De Raad veroordeelde de aanvallen door rebellengroepen op het Malinese leger, die
de integriteit van het land en de veiligheid van de bevolking in gevaar brengen. De
Raad steunde de inspanningen, in het kader van de VN-Veiligheidsraadsresoluties 2071
en 2085, van de internationale gemeenschap en van landen en organisaties in de regio
en vroeg Hoge Vertegenwoordiger (HV) Ashton in dit verband met spoed te onderzoeken
welke steun de EU aan African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) kan geven. Waarschijnlijk kan 50 miljoen euro uit de African Peace Facility worden vrijgemaakt.
De Raad verwelkomde ook de Franse interventie die op 11 januari jl. van start ging,
en de steun van een aantal EU-lidstaten daaraan. De Franse minister Fabius benadrukte
dat Frankrijk actie had genomen om de territoriale integriteit van Mali, die door
de dreigende opmars van rebellen naar het zuiden in toenemende mate in gevaar was
gekomen, te ondersteunen en om de weg vrij te maken voor AFISMA; het was niet de Franse
bedoeling langere tijd actief te blijven.
De ministers waren het eens dat de recente ontwikkelingen nog eens onderstreepten
dat de Malinese strijdkrachten urgent dienen te worden versterkt. In dit licht nam
de Raad het besluit tot de instelling van een militaire trainingsmissie in Mali («EUTM
Mali») in het kader van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB).
De missie zal op verzoek van de Malinese autoriteiten en binnen het raamwerk van de
genoemde VNVR-resoluties het Malinese leger militaire training en advies geven. Tevens
stelde de Raad een commandant voor de missie aan en werd HV Ashton gemachtigd met
de Malinese autoriteiten te onderhandelen over de status van de deelnemende Europese
militairen. Het is de bedoeling dat de missie medio februari van start gaat.
Commissaris Piebalgs (Ontwikkelingssamenwerking) schetste dat de Malinese autoriteiten
met ernstige tekorten kampen, waardoor de verzorging van basisvoorzieningen in gevaar
komt. De Europese Commissie overweegt aangehouden middelen voor Mali in te zetten
voor onder andere verbetering van de voedsel- en watervoorziening en ondersteuning
van het maatschappelijk middenveld. Minister Timmermans verzocht commissaris Piebalgs
waar mogelijk via multilaterale en niet-gouvernementele organisaties te werken, zoals
Nederland zelf ook doet. De Commissie is bereid, afhankelijk van de vraag, additionele
humanitaire hulp ter beschikking te stellen.
De Raad riep alle partijen ertoe op de civiele bevolking te beschermen en het internationaal
recht en de mensenrechten te respecteren. Ook werd nog eens onderstreept dat de EU
de buurlanden van Mali zal blijven steunen in het kader van de EU-strategie voor de
Sahel-regio, die zich concentreert op het bevorderen van veiligheid en ontwikkeling
in de regio. HV Ashton zal op korte termijn een speciaal vertegenwoordiger voor de
Sahel-regio aanstellen.
HV Ashton verzocht tot slot de lidstaten consequent informatie te delen over bijdragen
aan en activiteiten in relatie tot Mali zodat optimale synergie tot stand kan worden
gebracht. Inmiddels heeft HV Ashton binnen de EDEO een coördinatiepunt ingesteld.