Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201221501-02 nr. 1098

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1098 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 oktober 2011

Graag bieden wij u hierbij het verslag aan van de Raad Algemene Zaken van 11 oktober jl.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Verslag Raad Algemene Zaken d.d. 11 oktober 2011

Eurozone-crisis

Europese Raadsvoorzitter Van Rompuy lichtte tijdens een ontbijtbespreking toe dat de Europese Raad (ER) en de Eurozone top zijn uitgesteld (inmiddels is bekend geworden dat de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders zal plaatsvinden op zondag 23 oktober a.s.). Uitstel was noodzakelijk omdat meer tijd nodig is voor een alomvattend pakket dat ziet op een duurzame oplossing voor de situatie waarin Griekenland zich bevindt, de rol van het EFSF, herkapitalisatie van banken en versterking van de «economic governance». Het gevoel van urgentie om met een doortastend en alomvattend totaalpakket te komen, is mede ingegeven door het dreigende risico op besmetting van andere Eurozone-landen, afnemende economische groei en druk op de Europese bankensector.

Nederland heeft bij monde van staatssecretaris Knapen nogmaals de Nederlandse EMU-voorstellen toegelicht en aangegeven dat versterking van de «governance» van de Eurozone een cruciaal onderdeel is van een dergelijk alomvattend pakket.

Voorbereiding Europese Raad en Eurozone top 23 oktober 2011

Onder het agendapunt «voorbereiding ER» besprak de Raad Algemene Zaken (RAZ) de verschillende onderwerpen waarover de staatshoofden en regeringsleiders zich op 23 oktober a.s. zullen buigen.

Economisch beleid (intern en extern)

Ter inleiding op de discussie over groeibevorderende maatregelen gaf het Poolse voorzitterschap een korte toelichting op de conferentie «Sources of Growth» die het op 6 oktober jl. in Brussel had georganiseerd. Oogmerk van de conferentie was het mobiliseren van de nodige politieke wil voor het nemen van concrete maatregelen gericht op bevordering van economische groei. Het is van belang dat staatshoofden en regeringsleiders tijdens de aanstaande ER een duidelijk signaal afgeven dat het hen ernst is om naast budgettaire consolidatie tevens door te pakken wat betreft het aanzwengelen van groei en versterking van de Europese mondiale concurrentiepositie. Het Poolse voorzitterschap wees in dit verband tevens op de brief die minister-president Rutte samen met zijn Finse en Zweedse collega’s vorige week aan Commissievoorzitter Barroso en ER-voorzitter Van Rompuy hadden gestuurd en waarin zij pleiten voor het op korte termijn nemen van groeibevorderende maatregelen.

Nederland onderstreepte tijdens de discussie nogmaals de noodzaak tot het nemen van concrete maatregelen ter versterking van de interne markt, waaronder de digitale interne markt, en het terugdringen van administratieve lastendruk. Staatssecretaris Knapen riep de Commissie op vóór de ER in december een routekaart vast te stellen voor concrete maatregelen, opdat deze maatregelen met ingang van het komende Europees Semester voortvarend ter hand kunnen worden genomen.

In de discussie over de externe aspecten van het economisch beleid gaven verschillende lidstaten, waaronder Nederland, te kennen dat de EU zich blijvend moet inspannen voor zo gunstig mogelijke handels- en investeringsvoorwaarden op buitenlandse markten. Nieuwe bilaterale handelsakkoorden spelen daarbij een belangrijke rol. Daarnaast vroeg Nederland aandacht voor het verdiepen van de economische relaties met strategische partners en de noodzaak toppen met deze landen beter te benutten. In dat kader zou de EU ook meer nadruk moeten leggen op het tegengaan van protectionisme.

G20

De Raad besprak de Europese inzet voor de G20 top die op 3 en 4 november a.s. te Cannes zal plaatsvinden. De Europese Raad zal de Europese inzet bekrachtigen.

Het Poolse voorzitterschap lichtte kort de thema’s toe die door het Franse voorzitterschap op de agenda van de G20 zijn geplaatst. Aan de hand daarvan werden werden de Europese prioriteiten besproken (zie tevens de geannoteerde agenda RAZ, Kamerstuk 21 501-02, nr. 1094). Er bestond consensus dat het van belang is dat «Cannes» een krachtige boodschap afgeeft over duurzame groei en een gecoördineerd antwoord op de financiële crisis.

Commissaris Šefčovič benadrukte dat de Cannes-top niet uitsluitend in het teken zou moeten staan van de situatie waarin de Eurozone verkeert. Het is van belang, aldus Commissaris Šefčovič, dat de G20-staatshoofden- en regeringsleiders zich tevens buigen over onevenwichtigheden en risico’s voor de wereldeconomie die buiten Europa liggen. Voortgang ten aanzien van de WTO/Doha Ronde, bijvoorbeeld, hangt met name af van de bereidheid van VS en opkomende economieën om op dit dossier te bewegen. Tevens is de Commissie er voorstander van dat de G20 zal spreken over een mondiale financiële transactiebelasting (FTT). Op dit laatste punt bleek de Raad verdeeld: een aantal landen steunde de Commissie in haar voornemen, een aantal andere landen was daarover net als Nederland terughoudend aangezien er momenteel geen mondiale overeenstemming bestaat over de voorwaarden voor invoering.

Klimaat

De ER zal de EU-inzet voor de klimaatconferentie te Durban (COP-17) bekrachtigen. De inhoudelijke discussie daarover vond plaats tijdens de Milieuraad die op 10 oktober, daags voor de RAZ, plaatsvond. Verwezen wordt naar het verslag van de Milieuraad dat uw Kamer op korte termijn van staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu zal ontvangen. De financiële aspecten van de EU-inzet kwamen eerder al aan bod tijdens de Ecofin Raad op 3 en 4 oktober jl. Dit verslag is door minister de Jager op 4 oktober naar uw Kamer gestuurd (Kamerstuk nog onbekend).

Cohesiebeleid

Commissaris Hahn lichtte het wetgevend pakket voor het nieuwe Europese Cohesiebeleid in de periode 2014–2020 toe, dat de Commissie op 6 oktober jl. had gepresenteerd. Hij ging daarbij met name in op nieuwe elementen van het toekomstige Cohesiebeleid.

De Commissie stelt voor het Cohesiebeleid in te zetten voor versterking van het Europese economische groei-vermogen door koppeling aan de EU2020-doelen. Tevens is de Commissie voornemens de administratieve procedures te versimpelen en meer nadruk te leggen op het bereiken van resultaten door het formuleren van streefdoelen en mijlpalen. Ten slotte wil de Commissie alle fondsen onder een gemeenschappelijk strategisch kader brengen om de onderlinge samenhang te versterken.

Een aantal lidstaten benadrukte dat het Cohesiebeleid vooral ingezet moet worden voor de armste regio's. Enkele lidstaten gaven aan het te betreuren dat de cohesiegelden in volume zullen afnemen. De Raad is verdeeld over het al dan niet in het leven roepen van een nieuwe categorie voor regio's met een inkomen tussen 75% en 90% van het EU-gemiddelde (transitieregio's). Evenmin bestaat er consensus over het afhankelijk stellen van uitbetalingen van fondsen van de macro-economische prestaties van lidstaten en over het voornemen van de Commissie de steun aan lidstaten te maximeren op 2,5% van het BBP. De Commissie stelt ten aanzien van dit laatste punt dat zij de trapsgewijze plafonds (verschillende percentages voor verschillende lidstaten) wil afschaffen vanuit de wens om uniforme uniforme regels te stellen die gelden voor alle lidstaten. Het plafond van 2,5% moet bovendien voorkomen dat er te grote druk op nationale begrotingen ontstaat.

Bij deze eerste Commissie-presentatie van het Cohesie-pakket ontstond geen discussie naar aanleiding van de voorgestelde koppeling van uitbetalingen onder het Cohesiebeleid aan de mate waarin landen voldoen aan hun verplichtingen onder het Stabiliteits- en Groeipact. Dat is een goede zaak want Nederland heeft hier al enige tijd voor gepleit en dit punt is ook door de Tweede Kamer aan de orde gesteld.

Er bestond evenwel geen overeenstemming over de koppeling van uitkering van fondsen aan naleving van verplichtingen onder de macro-economische onevenwichtighedenprocedure. Nederland is, zoals bekend, ook hier pleitbezorger van, conform de lijn zoals neergelegd in de «EMU-brief» (Kamerstuk 21 501-07, nr. 839).

Tijdens het algemeen overleg met de Tweede Kamer op 6 oktober jl. ter voorbereiding van deze RAZ is tevens het punt opgebracht van vermindering van het cofinancierings-percentage voor betalingen onder het Cohesie-beleid, ten einde lidstaten die met economische tegenwind te maken hebben, een steun in de rug te geven. De voorstellen hiervoor hebben evenwel betrekking op de huidige Financiële Perspectieven (periode 2007–2013) en stonden dan ook niet geagendeerd voor deze RAZ.