Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201221501-02 nr. 1092

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1092 BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 september 2011

Graag bieden wij u hierbij het verslag aan van de Raad Algemene Zaken van 12 september jl.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Verslag Raad Algemene Zaken d.d. 12 september 2011

In de aanloop naar Raad Algemene Zaken (RAZ) besloot het Poolse voorzitterschap de volgende punten van de agenda te halen: statuut van het Europese Hof van Justitie, toetredingsonderhandelingen Kroatië en economic governance / six-pack. De volgende agendapunten resteerden.

Coöperatie en Verificatie Mechanisme

De RAZ nam conclusies aan over de rapporten van de Commissie over de voortgang die Bulgarije en Roemenië hebben geboekt in het kader van het Coöperatie en Verificatie Mechanisme (CVM). Op 2 september jl. is uw Kamer per brief geïnformeerd over deze rapporten en de Nederlandse appreciatie ervan (Kamerstuk 23 987 nr. 119). De Raadsconclusies stellen dat Bulgarije en Roemenië voortgang hebben geboekt maar ook dat beide landen meer moeten doen om de door het CVM voorgeschreven ijkpunten op korte termijn om te zetten in duurzame en onomkeerbare resultaten ten aanzien van hervorming van de rechtsstaat en bestrijding van corruptie en, in het geval van Bulgarije, de georganiseerde misdaad. Naar Nederlandse tevredenheid is er een passage in de Raadsconclusies opgenomen dat het CVM nog steeds een geschikt middel is om Bulgarije en Roemenië bij te staan in hun hervormingsinspanningen. In afwachting van de in dit kader beoogde resultaten blijft het mechanisme bestaan.

Meerjarig Financieel Kader (2014–2020)

De Raad nam kennis van de inventarisatie van het Poolse voorzitterschap van de werkzaamheden die tot nog toe ten aanzien van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) hebben plaatsgevonden. Het voorzitterschap kondigde aan dat het op 20–21 oktober a.s. een conferentie organiseert over het MFK. Naast de RAZ-ministers en Europarlementariërs zullen daarvoor ook leden van nationale parlementen worden uitgenodigd.

Vervolgens voerde de Raad aan de hand van een korte vragenlijst een oriënterende discussie over drie horizontale onderwerpen: de looptijd, flexibiliteit en structuur van het nieuwe MFK. Er was consensus over de door de Commissie voorgestelde looptijd van 7 jaar. Ten aanzien van de voorgestelde structuur uitte een aantal lidstaten hun zorgen over de samenvoeging van het cohesiebeleid en de nieuwe infrastructuurfaciliteit Connecting Europe onder één uitgavenplafond. Hierdoor dreigt volgens hen een verwatering van het cohesiebeleid. Andere lidstaten, waaronder Nederland, drongen er op aan dat alle Europese uitgaven onder het MFK gebracht worden. Dit bevordert de transparantie en maakt een volledige belangenafweging mogelijk. De Commissie stelt echter voor om bepaalde uitgaven buiten het MFK te plaatsen. Ook over de voorgestelde flexibiliteit was Nederland, met gelijkgezinde lidstaten, terughoudend.

Hoewel deze aspecten niet op de agenda stonden, gaf een aantal lidstaten een eerste indruk van hun standpunten over de totale omvang van het MFK, onderdelen daarvan zoals de budgetten voor het cohesiebeleid en het landbouwbeleid, de financiering van de begroting en de voorgestelde afdrachtencorrecties. Nederland heeft samen met een aantal gelijkgezinde lidstaten benadrukt dat ook de Unie de tering naar de nering moet zetten gezien de forse bezuinigingen waarmee lidstaten momenteel worden geconfronteerd en dat in dit licht het Commissievoorstel voor het MFK te hoog is. Daarnaast stelde Nederland ook dat de voorgestelde afdrachtencorrectie voor ons land tekortschiet.

Het voorzitterschap zal een interim-verslag opstellen naar aanleiding van de discussie tijdens deze RAZ. Dit verslag dient als bouwsteen voor de voortgangsrapportage die het voorzitterschap in december wil vaststellen.

Geannoteerde agenda Europese Raad 17–18 oktober 2011

Het voorzitterschap lichtte summier de geannoteerde agenda voor de Europese Raad (ER) van oktober a.s. toe, zoals deze door ER-voorzitter Van Rompuy voorafgaand aan de RAZ was gecirculeerd. Interveniërende ministers benadrukten het van belang te vinden dat de ER zich buigt over de noodzaak van het bevorderen van economische groei en concurrentievermogen, versterking van de rol van de EU in een geglobaliseerde wereld (des te urgenter tegen de achtergrond van de schuldencrisis) en het belang in dit verband van het spreken met één stem tijdens de aanstaande bijeenkomst van de G20 te Cannes (3–4 november). Enkele lidstaten verzochten om toevoeging aan de ER-agenda van een punt over de situatie in Noord-Afrika.

De aanwezige Commissaris Šefčovič (Interinstitutionele Betrekkingen en Administratie) gaf aan dat de Commissie voornemens is een grondige analyse te maken ter identificatie van bronnen die de economische groei in de Unie zouden kunnen aanzwengelen. De Commissie ziet in dit verband een rol weggelegd voor de zogenaamde Flagship-initiatieven die in het kader van de Europa 2020-strategie zullen worden uitgevoerd en aan slimmere regelgeving. Wat betreft de voorbereiding van de komende G20-bijeenkomst te Cannes benadrukt de Commissie het belang van economische groei, verbetering van het internationale monetaire systeem en het grondstoffen-vraagstuk. Het Poolse voorzitterschap zegde ter afsluiting van dit agendapunt toe de bijdragen van de lidstaten met ER-voorzitter Van Rompuy te zullen delen.