Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-02 nr. 1074

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1074 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2011

Graag bied ik u hierbij het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 juni 2011.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 20 juni 2011

Soedan

Tijdens de Raadszitting uitten verschillende ministers, onder wie minister Rosenthal, hun grote zorg over de recente gewelddadigheden in Abyei en Zuid-Kordofan. Zij bepleitten voortzetting van de inspanningen van de EU om de partijen tot een vergelijk te brengen. De ministers onderstreepten dat het praktische gevolgen zal hebben voor de wijze waarop internationale partners Soedan tegemoet zullen treden, als de vijandigheden in Zuid-Kordofan niet worden beëindigd.

De Raad drong er bij alle partijen in Zuid-Kordofan, Abyei, Darfur en Zuid-Soedan op aan om burgers te beschermen en om een veilige en ongehinderde humanitaire toegang tot kwetsbare bevolkingsgroepen te waarborgen. Nederland blijft aandacht vragen voor het belang van veilige werkomstandigheden voor de leden van UNMIS, alsmede voor de noodzaak hen tijdig visa te verstrekken.

De ministers drongen bij de twee Soedanese partijen aan verder te werken aan een akkoord over de uitstaande zaken in relatie tot het aflopen van het Comprehensive Peace Agreement. Zij benadrukten dat de EU zich sterk zal blijven maken voor een alomvattend en inclusief vredesakkoord voor Darfur. De ministers onderstreepten, mede op aandringen van Minister Rosenthal, de verplichting van de regering van Soedan om samen te werken met het Internationaal Strafhof, op grond van VN-Veiligheidsraadresolutie 1593.

Zij besloten tot een geïntegreerde benadering van Soedan door de EU die politieke aspecten, veiligheid en ontwikkelingssamenwerking omvat. Zij kwamen overeen dat de EU zich in zal blijven spannen voor de ontwikkeling en vreedzame co-existentie van twee stabiele en welvarende staten, waar mensenrechten, fundamentele vrijheden en de rechtsstaat worden gerespecteerd.

De EU en de lidstaten zullen de onafhankelijkheid van het toekomstige Zuid-Soedan in een gezamenlijke verklaring verwelkomen. De EU opent een kantoor in Juba. Verschillende ministers vroegen aandacht voor de mogelijke regionale gevolgen van de ontwikkelingen in Soedan.

De ministers besloten over te gaan tot de uw Kamer eerder toegestuurde gezamenlijke programmering van EU-hulp aan Zuid-Soedan.

Bij navraag bij de Verenigde Naties werd bevestigd dat de VN geen voorzieningen heeft om Cougars te beheren, onderhouden en bemannen, zoals de minister van Defensie ook schreef in zijn brief van 10 juni jl. in reactie op de motie van de leden Ten Broeke en Knops (Kamerstuk 32 733, nr. 9). Daarnaast blijft gelden dat helikopters voor de VN, die zonder oormerk kunnen worden ingezet, inclusief bemanning en onderhoud, niet te financieren zijn uit ODA (want militair en multipurpose). De VN stelt per missie een duidelijk omschreven behoefte aan militair personeel en materieel, waarin de VN-lidstaten voor de duur van de missie voorzien. Of de VN behoefte heeft aan materieel voor UNMIS en of Nederland daarin kan voorzien, zal worden bezien in de besluitvorming over een eventuele Nederlandse bijdrage aan UNMISS, die later dit jaar zal plaatsvinden conform de daarvoor geldende procedures.

MOVP

De ministers bespraken het Midden-Oostenvredesproces en benadrukten dat de aandacht nu eerst moet uitgaan naar het welslagen van de aankomende Kwartetbijeenkomst en het hervatten van de onderhandelingen. Een succesvolle Kwartetbijeenkomst kan als basis dienen voor een conferentie in Parijs. Minister Rosenthal benadrukte het belang van een stevige EU-rol in het Kwartet en van een centrale rol van de VS in het geheel. Een eventuele conferentie in Parijs zal dienstig moeten zijn aan de Kwartetinspanningen.

Minister Rosenthal herhaalde dat Nederland unilaterale stappen van partijen afwijst. Een eventuele Palestijnse eenheidsregering zal door Nederland beoordeeld worden op de naleving van de Kwartetbeginselen (afzweren van geweld, respectering eerder bereikte akkoorden, erkenning van Israël).

De Raad heeft besloten het mandaat van EU Border Assistance Mission in Rafah te verlengen tot en met 31 december 2011. Ook de Nederlandse bijdrage aan de missie zal verlengd worden tot en met 31 december 2011. Deze bestaat uit drie marechaussees die op stand-by-basis beschikbaar zijn, mocht de missie gereactiveerd worden. Het kabinet maakt tevens van de gelegenheid gebruik om uw Kamer te informeren over de uitbreiding van de Nederlandse bijdrage aan de United States Security Coordinator in de Palestijnse Gebieden met een militair adviseur voor opbouw van de Palestijnse veiligheidssector.

Nabuurschapsbeleid

Herziening Nabuurschapsbeleid

De Raad sprak naar aanleiding van de Commissie mededeling «A new response to a changing Neighbourhood» van 25 mei jl. over de betrekkingen tussen de Unie en haar zes oostelijke en tien zuidelijke buurlanden en nam conclusies aan over het Nabuurschapsbeleid. Op 15 juni jl. ontving uw Kamer een BNC-fiche waarin de Nederlandse appreciatie van de mededeling van de Commissie is neergelegd.

De Unie spreekt zich in de Raadsconclusies mede op aandringen van Nederland uit voor intelligente conditionaliteit: partnerlanden hoeven alleen te rekenen op steun van de EU als democratische, rechtsstatelijke en economische hervormingen succesvol worden doorgevoerd.

Minister Rosenthal benadrukte dat het Nabuurschapsbeleid volledig losstaat van enigerlei toetredingstraject. De Unie kan hooguit nota nemen van de lidmaatschapsaspiraties van een aantal partners. De conclusies reflecteren deze benadering.

Met betrekking tot de handelsparagraaf van de conclusies maakte Nederland zich sterk voor het verder openen van met name de Europese landbouwmarkt voor de zuidelijke nabuurschapspartners. Dit acht Nederland minstens even belangrijk als het bieden van extra financiële steun aan het zuiden, waar soms de absorptiecapaciteit om EU-middelen verantwoord te besteden nog niet is verzekerd. De Raad stelde dat er maximaal 1,2 miljard euro aan additionele fondsen (tot december 2013) zal worden vrijgemaakt om democratische en economische transitie bij de nabuurschapspartners te ondersteunen. Minister Rosenthal en ministers van andere netto-betalers onderstreepten met succes de noodzaak deze middelen te vinden binnen het plafond van de huidige financiële perspectieven en «gezonde budgettaire principes» te hanteren. Beide noties zijn opgenomen in de conclusies.

Op suggestie van Nederland werd de paragraaf over mobiliteit afgezwakt. De Raad bepaalde dat toezeggingen op dit gebied afhankelijk zijn van effectieve samenwerking met de partnerlanden op het terrein van illegale migratie, readmissie en grensmanagement en niet dwingend worden nagestreefd. De EU zal in dat geval voor bepaalde landen de mogelijkheden onderzoeken de mobiliteit van studenten, onderzoekers en bona fide zakenmensen te vergemakkelijken.

Syrië

De Raad veroordeelde in scherpe bewoordingen het aanhoudende geweld tegen de Syrische bevolking en riep het Syrische regime op dit onmiddellijk te staken en een aanvang te maken met een inclusieve nationale dialoog, gericht op structurele politieke hervormingen. Daarnaast moet met prioriteit toegang geboden worden aan humanitaire hulpverleners tot de getroffen gebieden, voorzien worden in de basisbehoeften van de bevolking en mediavrijheid en vrije toegang tot internet verzekerd worden. De ministers onderstreepten het belang van krachtig eensgezind optreden van de internationale gemeenschap ten opzichte van Syrië en spraken steun uit voor de inspanningen van onder andere Frankrijk, het VK en Portugal voor een VNVR-resolutie die het geweld veroordeelt en oproept tot politieke hervormingen. De ministers uitten hun waardering voor de diplomatieke inspanningen van Turkije en spraken de intentie uit nauw samen te werken met regionale partners om een duurzame politieke oplossing te bewerkstelligen. Ter ondersteuning van de diplomatieke inspanningen van de internationale gemeenschap besloot de Raad additionele sanctiemaatregelen uit te werken om de druk op het Syrisch leiderschap verder op te voeren. Het kabinet ijvert voor spoedige aanname van gerichte, effectieve maatregelen, die de bevolking zoveel mogelijk ontzien.

Jemen

De ministers uitten in Raadsconclusies hun zorg over de onrust en de ernstige humanitaire situatie in Jemen en riepen de partijen op een algemeen staakt-het-vuren in te stellen en een aanvang te maken met een ordelijk politiek transitieproces. Steun werd uitgesproken voor het GCC-initiatief voor een politieke oplossing. De Raad verwelkomde daarnaast de mede door Nederland geïnitieerde verklaring van de Mensenrechtenraad over Jemen waarin een interactieve dialoog over de actuele situatie werd aangekondigd. Hierbij zullen onder meer de uitkomsten van de missie van OHCHR, die op 20–30 juni plaatsvindt, worden besproken.

De ministers onderstreepten de bereidheid van de EU om assistentie te verlenen bij het transitieproces. De Raad zal de ontwikkelingen in Jemen nauwlettend volgen. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, zullen sanctiemaatregelen worden overwogen. Een wapenembargo tegen Jemen werd niet ingesteld, aangezien de meeste lidstaten meenden dat de EU zich op dit moment dient te concentreren op ondersteuning van het GCC-proces. Overigens exporteert geen van de EU lidstaten momenteel militaire goederen naar Jemen; exportaanvragen worden geweigerd op grond van het EU Gemeenschappelijk Standpunt ter zake.

Libië

De Raad benadrukte de betrokkenheid van de EU bij de Libische bevolking en stelde dat de druk op Qadaffi verder moet worden verhoogd om het geweld te beëindigen en te vertrekken. Hiertoe werden sancties afgekondigd tegen zes havens die onder controle van Qadaffi zijn. De ministers meenden dat eensgezindheid van de internationale gemeenschap ten aanzien van Libië essentieel is en spraken steun uit voor de inspanningen van de speciale gezant van de VN, Al-Khatib, om tot een politieke oplossing te komen. Ook werden de uitkomsten van de Contactgroep van 9 juni jl. en van de Cairo bijeenkomst op 18 juni jl. verwelkomd.

Daarnaast oordeelde de Raad dat gewerkt moet worden aan post-conflict planning, onder coördinatie van de VN en in samenwerking met regionale partners. De EU wil actief steun verlenen aan de post-conflict reconstructie en politieke transitie in Libië. Het kabinet zal met zijn EU partners bezien of, zodra voldoende voortgang is geboekt, een VNVR-resolutie kan worden aangenomen om richting te geven aan het post-conflict proces. Daarbij zal het kabinet opnieuw wijzen op het belang van intelligente conditionaliteit, geënt op de drieslag democratisering, opbouw van de rechtstaat en mensenrechten en economische groei.

De ministers spraken steun uit voor de visie op de toekomst van Libië, zoals gepresenteerd in de Contactgroep door de National Interim Council (NIC), die de EU beschouwt als een «key political interlocutor». De NIC heeft daarin zijn toewijding aan het streven naar inclusiviteit en representativiteit bevestigd. De ministers onderschreven het belang van financiële steun aan de NIC, onder meer via het Tijdelijk Financieel Mechanisme dat door de Contactgroep is ingesteld. Onderzocht wordt welke juridische mogelijkheden er zijn om in het kader van het sanctieregime bevroren Libische tegoeden in te zetten.

Wit-Rusland

De Raad sprak zijn zorgen uit over de verslechterende mensenrechtensituatie in Wit-Rusland en veroordeelde de aanhoudende druk van de Wit-Russische autoriteiten op de oppositie en de nieuwe politiek gemotiveerde vonnissen tegen oppositiepolitici met klem. De ministers verwelkomden de veroordeling van het optreden van het Wit-Russische regime in de Mensenrechtenraad, die mede op Nederlands initiatief tot stand kwam. De lijst van personen tegen wie sancties gelden werd wederom uitgebreid. Ook werd besloten tot een embargo op wapens en op middelen die kunnen worden ingezet voor interne repressie. Voorts besloot de Raad dat verdere leningen van de EIB aan het Wit-Russische regime afhankelijk worden gemaakt van verbeteringen in de mensenrechtensituatie en verwelkomde hij het besluit van de EBRD om ondersteuning voortaan te richten op het maatschappelijk middenveld in plaats van op de autoriteiten. Mede op sterk aandringen van Nederland besloot de Raad voor het eerst ook tot sancties tegen bedrijven die aan het regime zijn gelieerd. Ten slotte herhaalden de ministers dat de EU gecommitteerd blijft aan ondersteuning van het maatschappelijk middenveld in Wit-Rusland.

Nederland zal bij onveranderd gedrag van de Wit-Russische autoriteiten zijn tweesporenbeleid van druk op het regime en ondersteuning van het maatschappelijk middenveld voortzetten en zich in Europees verband blijven inspannen voor de voortzetting van dit beleid.

Westelijke Balkan: Servië, Bosnië-Herzegovina en Albanië

Meerdere ministers, onder wie minister Rosenthal, noemden de arrestatie en uitlevering van Ratko Mladic een belangrijke gebeurtenis, waarbij zij onderstreepten dat Servië op een aantal andere belangrijke punten nog voortgang moet maken alvorens sprake kan zijn van verdere toenadering tot de EU. Minister Rosenthal onderstreepte het belang van het avis van de Commissie dat dit najaar wordt verwacht. Er is geen aanleiding tot premature stappen in het toetredingsproces. De sprekers benadrukten tevens het belang van verdere toenadering tussen Servië en Kosovo. De ministers toonden zich bezorgd over het gebrek aan politiek leiderschap in Bosnië-Herzegovina en verwelkomden de benoeming van Peter Sörensen tot EU Speciale Vertegenwoordiger en hoofd van de EU-delegatie in Bosnië.

De ministers spraken, mede in het licht van het EU toetredingsproces van Albanië, hun afkeuring uit over de nasleep van de lokale Albanese verkiezingen van 8 mei jl. Ook onderstreepten de ministers dat Albanië, zoals gesteld door de Europese Commissie in het negatieve advies uit november 2010 over de Albanese EU-lidmaatschapsaanvraag, aan twaalf voorwaarden moet voldoen voordat nieuwe kwalitatieve stappen kunnen worden gezet in het toenaderingsproces tot de EU (onder meer op het gebied van corruptiebestrijding, rechtsstaat, depolitisering van het ambtenarenapparaat, en de onafhankelijkheid van de rechtelijke macht).

En marge van de Raad vond de jaarlijkse bijeenkomst plaats met de landen van de Westelijke Balkan (Western Balkans Forum). Hoge Vertegenwoordiger Ashton en Commissaris Fuele benadrukten dat de toekomst van de landen onherroepelijk in Europa ligt, maar dat het hervormingsmomentum moet worden opgevoerd. Ook de noodzaak tot regionale samenwerking werd genoemd. Landen worden op eigen merites beoordeeld. Ook de vertegenwoordigers van de Raad van Europa en de OVSE, benadrukten dat de landen van de Westelijke Balkan zich verder moeten inspannen om de Rule of Law te versterken en corruptie en criminaliteit tegen te gaan.