Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-02 nr. 1045

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1045 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 maart 2011

Graag bieden wij u hierbij aan de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 21 maart 2011.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

GEANNOTEERDE AGENDA VAN DE RAAD ALGEMENE ZAKEN D.D. 21 MAART 2011

Voorbereiding ER

De Raad Algemene Zaken (RAZ) bespreekt zoals gebruikelijk de concept-Europese Raadconclusies. In dit geval betreft het de conclusies voor de Europese Raad (ER) van 24–25 maart a.s. Deze ER zal wederom voor het merendeel in het teken staan van de financieel-economische situatie en de ontwikkelingen in de Arabische regio.

Ten aanzien van de ontwikkelingen in de Eurozone zullen de staatshoofden en regeringsleiders tijdens de ER overeenstemming moeten bereiken over een totaalpakket aan maatregelen om de financieel-economische stabiliteit in de EU te waarborgen. Diverse onderdelen van het totaalpakket zijn reeds of worden nog voorbereid door de Eurozone Top van 11 maart, de Eurogroep van 14 maart en de Ecofin Raad van 15 maart.

In het kader van het totaalpakket zal de ER discussiëren over een door het Hongaarse voorzitterschap op te stellen rapport over de uitvoering van het Europees Semester. Dit rapport zal gebaseerd worden op de werkzaamheden in de verschillende Raadsformaties.

Naast het Europees semester zal de ER in het kader van het totaalpakket de volgende zaken bespreken:

  • 1. de verdragswijziging ten behoeve van de oprichting van het permanente Europese crisismechanisme, het ESM (European Stability Mechanism);

  • 2. de verdere inrichting van het ESM;

  • 3. het volledig operationeel maken van de tijdelijke crisismanagementfaciliteit EFSF;

  • 4. de Commissievoorstellen over versterkte economische beleidscoördinatie (preventieve maatregelen) en;

  • 5. het «Pact voor de Euro» dat tijdens de Eurozone Top van 11 maart overeengekomen werd.

Het kabinet is voorstander van een totaalpakket. In de discussies over het totaalpakket heeft Nederland altijd veel waarde gehecht aan preventieve maatregelen. Het kabinet wil dan ook dat maatregelen ter preventie van slecht budgettair-economisch beleid een belangrijk element vormen binnen het totaalpakket. Daartoe wordt waarschijnlijk een general approach bereikt op de Ecofin Raad van 15 maart ten aanzien van de «Rehn-voorstellen». Conform de Nederlandse inzet kwam de Eurozone Top in dit kader reeds overeen dat het totaalpakket een numerieke schuldenbenchmark voor de afname van overheidsschuld en een richtlijn met minimumeisen voor begrotingsraamwerken zal bevatten. Verder zal, bij besluiten over de sancties die de Commissie in de preventieve fase voorstelt, de Raad in beginsel de Commissie altijd volgen. Dit komt bovenop de semi-automatische besluitvorming over sancties in de correctieve fase.

De Eurozone Top stelde dat de elementen van het pakket dat overeen werden gekomen, gecompleteerd zullen worden door de ER van 24–25 maart aanstaande.

Ten aanzien van de situatie in de Arabische wereld zullen de staatshoofden en regeringsleiders de discussies over de ontwikkelingen in de regio hervatten, en naar verwachting beslissen over de samenwerking van de Europese Unie met de regio zoals geschetst in de Mededeling van de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger (HV) over een «partnerschap voor democratie en welvaart» uitgebracht op 8 maart jl.

CVM Bulgarije en Roemenië

De RAZ zal naar verwachting als hamerstuk (A-punt) conclusies aannemen over de interim-rapporten van de Commissie over de voortgang van Bulgarije en Roemenië in het kader van het Coöperatie en Verificatie Mechanisme (CVM). Op 4 maart is uw Kamer per brief over deze rapporten geïnformeerd (DIE-265/11). Zoals in die brief wordt gesteld, kan Nederland de inhoud van de rapporten van de Commissie onderschrijven. Nederland is van mening dat Bulgarije en Roemenië meer moeten doen om de door het CVM voorgeschreven ijkpunten op korte termijn om te zetten in duurzame en onomkeerbare resultaten wat betreft de hervorming van de rechtsstaat en de bestrijding van corruptie en, in het geval van Bulgarije, de georganiseerde misdaad. Nederland is van mening dat de Raadsconclusies dusdanig specifiek moeten zijn dat de Raad duidelijker aanknopingspunten heeft voor het meten van vooruitgang waarover de Commissie deze zomer zal rapporteren.