Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-02 nr. 1011

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1011 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2010

Graag bied ik u hierbij het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken van 13 december 2010.

In dit verslag ga ik eveneens kort in op de tweede ministeriële bijeenkomst van het Oostelijk Partnerschap die voorafgaand aan de RBZ plaatsvond.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken d.d. 13 december 2010

Soedan

De Raad besprak de stand van de voorbereidingen van de zelfbeschikkingsreferenda in Zuid-Soedan en Abyei, die zijn voorzien voor 9 januari 2011, en ging in op de periode daarna. De ministers waren het eens dat de situatie in Soedan instabiel is en de aandacht van de EU vereist, zodat de EU waar mogelijk kan bijdragen aan een goed verloop van de aankomende transitieperiode.

De registratieperiode voor het referendum in Zuid-Soedan is goed verlopen. Meer dan drie miljoen kiezers hebben zich geregistreerd. De verkiezingswaarnemingsmissie van de EU voor het referendum voor Zuid-Soedan vangt op 20 december aanstaande aan. De missie bestaat uit onder anderen lange en korte termijn waarnemers, Europarlementariërs en lokale diplomatieke staf van de EU lidstaten. Het zelfbeschikkingsreferendum in Abyei over aansluiting bij het noorden of het zuiden zal mogelijk later dan 9 januari plaatsvinden.

De Raad benadrukte de bereidheid van de EU en haar lidstaten om via verscheidene steunmaatregelen een vreedzaam verloop van de transitieperiode te bevorderen. De Europese Commissie gaf te kennen aanvullende middelen te reserveren voor bijzonder kwetsbare groepen, voor ondersteuning van basale overheidsdienstverlening en voor de ontwikkeling van de landbouw. Met het oog op de verslechtering van de humanitaire situatie in Darfur, riep de Raad partijen op hulpverleners ongehinderde toegang te verlenen. Overigens is de toegang voor hulpverleners in de afgelopen periode al verbeterd. Enkele ministers wezen op de noodzaak de bestuurscapaciteit van Zuid-Soedan te versterken.

De Raad sprak steun uit voor de inspanningen onder leiding van voormalig president van Zuid-Afrika Mbeki om te komen tot een raamwerkovereenkomst over alle uitstaande punten van het zgn. Comprehensive Peace Agreement (CPA). Mogelijk zal Mbeki voor eind 2010 een voorstel doen voor een alomvattende raamwerkovereenkomst.

De Raad concludeerde eveneens dat tegelegenertijd gezocht moet worden naar een blijvende oplossing voor de schuldenproblematiek van Soedan. Bezien zal worden hoe de EU een oplossing kan steunen die via overleg in de Club van Parijs, de IMF en de Wereldbank wordt gevonden.

De ministers waren het erover eens dat Soedan in 2011 hoog op de agenda moest blijven staan van de EU en haar internationale partners.

Te uwer informatie diene dat het aantal patrouilles door de VN in en om ontheemdenkampen inmiddels is opgevoerd. Zij vinden ook ’s nachts plaats.

Somalië

De Raad besprak de voortdurende instabiliteit in Somalië en de piraterij in de regio, waarbij meerdere ministers frustratie uitten over het beperkte succes bij het vervolgen en gevangen zetten van aangehouden piraten. Minister Rosenthal benadrukte de verantwoordelijkheid van landen met een aanmerkelijk belang – zoals vlaggenstaten – bij het vervolgen van piraten. Hetzelfde gold voor landen in de regio, waarvoor een meer geïntegreerde aanpak van «carrot» en «stick» bekeken moest worden. Voorts zou de Unie verder kunnen bijdragen aan het vergroten van detentiecapaciteit in de meer stabiele regio’s Somaliland en Puntland, ook om de mogelijkheden tot het sluiten van overdrachtsovereenkomsten met landen in de regio te vergroten. De ministers benadrukten het belang van ondersteuning van de Transitional Federal Government (TFG) bij het uitvoeren van haar transitietaken voordat het mandaat van de TFG in augustus 2011 afloopt.

Hoge Vertegenwoordiger Ashton concludeerde dat zij een alomvattende aanpak voor de Hoorn van Afrika zal uitwerken in een strategie, waarin piraterijbestrijding hand in hand gaat met steun voor politieke, economische en sociale ontwikkeling van Somalië. De strategie zal naar verwachting in het begin van 2011 gepresenteerd worden. Zij zal onder andere ook suggesties opnemen voor het verder engageren van de regio bij de berechting en detentie van gevangen genomen piraten en voor het aanpakken van de oorzaken van piraterij, die in de situatie op het land liggen. Ook zal zij terugkomen op de Italiaanse suggestie om een speciale vertegenwoordiger voor de regio aan te stellen.

Ivoorkust

Op verzoek van Frankrijk sprak de Raad over de onrust in Ivoorkust na de recente presidentsverkiezingen. De ministers onderstreepten dat de keuzes van de burgers van Ivoorkust gerespecteerd moeten worden en feliciteerden Alassane Ouattara met zijn verkiezingsoverwinning. De Raad besloot tot het instellen van reisbeperkingen en asset freezes tegen diegenen die het vredesproces en de tenuitvoerlegging van de verkiezingsuitslag hinderen. De maatregelen zullen in de komende weken worden uitgewerkt.

Afghanistan

De leden van de Raad waren het eens dat het Afghaanse parlement, nu de complete verkiezingsuitslag bekend is gemaakt, spoedig moet worden geïnstalleerd, zodat onder andere de noodzakelijke electorale hervormingen kunnen worden voorbereid. Verschillende ministers uitten hun teleurstelling over de bij de verkiezingen geconstateerde onregelmatigheden. Zij waren echter in het algemeen tevreden over de wijze waarop de electorale instanties onregelmatigheden hebben onderzocht.

De ministers stelden vast dat in 2010 belangrijke stappen waren gezet op het gebied van overdracht van verantwoordelijkheden. Dit proces moest worden voortgezet. Daarvoor was het wel noodzakelijk dat voortgang werd gemaakt met het verzoenings- en re-integratieproces.

Er bestond onder de ministers brede overeenstemming over de actuele prioriteiten van de EU in Afghanistan: ondersteuning van het verzoeningsproces met bijzondere aandacht voor mensenrechten en in het bijzonder vrouwenrechten, ondersteuning van de staatsopbouw op nationaal en in het bijzonder ook provinciaal niveau en ondersteuning van de ontwikkeling van de landbouwsector. HV Ashton onderstreepte het belang van een goede en volledige personele bezetting van de EU-politiemissie EUPOL voor de effectieve ondersteuning van de Afghaanse staatsopbouw. Tijdens een persconferentie op vrijdag jl. heeft ER-voorzitter Van Rompuy nog eens het commitment van de EU aan de stabilisatie en wederopbouw van Afghanistan onderstreept.

De ministers constateerden dat »double hatted» EU-vertegenwoordiger Usackas effectief weet op te treden en daardoor de rol en de zichtbaarheid van de EU in Afghanistan weet te vergroten. De Raad nam het tweede voortgangsrapport over het EU Actieplan voor Afghanistan uit november 2009 aan.

MOVP

De ministers uitten hun teleurstelling over het feit dat geen nieuwe bouwstop tot stand heeft kunnen komen. HV Ashton vertelde dat de Amerikaanse gezant voor het Midden-Oosten, Mitchell, spoedig naar de regio zal reizen om parallelle besprekingen te faciliteren. Er was onder de ministers veel waardering voor de Amerikaanse inspanningen tot dusverre en meerdere ministers, onder wie minister Rosenthal, herhaalden hun steun voor de rol van de VS in het vredesproces. Minister Rosenthal benadrukte daarbij dat EU-inspanningen de Amerikaanse inspanningen moeten versterken. HV Ashton zal op korte termijn opnieuw met de Amerikaanse gezant Mitchell overleggen over de inspanningen van de VS voor het vredesproces en de mogelijkheden voor de EU hieraan bij te dragen.

De Raad onderstreepte het belang van onderhandelingen en riep de partijen op om geen acties te ondernemen die de totstandkoming van een oplossing verder bemoeilijken. Spoedige voortgang richting een tweestatenoplossing is noodzakelijk en de EU is bereid daaraan bij te dragen.

De Raad benadrukte de bereidheid van de Unie om in nauw overleg met de Palestijnse Autoriteit en Israël een bijdrage te leveren aan het economisch herstel van Gaza, in lijn met de relevante bepalingen in de Agreement on Movement and Access van 2005 en de VN-Veiligheidsraadresolutie 1860.

De HV noemde de verbetering van de toegang tot Gaza als voorbeeld van een mogelijkheid voor de EU om complementair aan de VS-inspanningen te opereren. De HV stelde voor dat de EU het grensverkeer gaat ondersteunen via het verbeteren van de infrastructuur, via het bieden van materialen en via capaciteitsopbouw. Zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit hadden reeds hun steun aan dit initiatief gegeven. Dit voorstel ontving algemene steun van de Raad en zal in de komende periode nader worden uitgewerkt. Ook minister Rosenthal onderschreef het initiatief van de HV en verwees naar de positieve stap die het Israëlische veiligheidskabinet onlangs heeft gezet met zijn besluit om de export vanuit Gaza te versoepelen.

Voorts besloot de Raad het mandaat van EUPOL COPPS, de Europese civiele missie in de Palestijnse Gebieden, te verlengen tot 31 december 2011. Deze missie beoogt een bijdrage te leveren aan de opbouw van de rechtstaat in de Palestijnse veiligheidssector. De missie richt zich in het bijzonder op de Palestijnse politie en de justitieketen. Op deze manier versterkt de missie de basis voor het vredesproces en stabiliteit in het Midden-Oosten. Sinds 2008 levert Nederland een personele bijdrage aan deze missie. Met de verlenging van het mandaat zal Nederland de bijdrage van maximaal 5 civiele experts tevens verlengen tot 31 december 2011.

Naast deze bijdrage aan EUPOL COPPS levert Nederland met twee officieren ook een bijdrage aan de trainingscomponent van de missie van United States Security Coordinator (USSC). Deze door de Verenigde Staten geleide missie richt zich op de training van de Palestijnse veiligheidseenheden, waarbij de Nederlandse bijdrage zich richt op de Intermediate Leadership Course. De Nederlandse bijdrage zal worden voortgezet en vanaf januari 2011 worden uitgebreid met één verbindingsofficier. Met de bijdragen aan EUPOL COPPS en USSC werkt Nederland mee aan de verdere capaciteitsopbouw van de civiele en (para-)militaire veiligheidssector in de Palestijnse Gebieden.

Westelijke Balkan

De Raad besprak de relatie tussen Servië en Kosovo. Hij zal in januari spreken over Bosnië-Herzegovina. De Westelijke Balkan kwam uitgebreid aan de orde tijdens de discussie over de uitbreiding van de EU tijdens de Raad Algemene Zaken op 14 december jl., waarover uw Kamer een separate brief toegaat.

De ministers verwelkomden het goede verloop van de verkiezingen in Kosovo op 12 december jl., de eerste sinds de onafhankelijkheidsverklaring. In het bijzonder de relatief hoge participatie van Servische kiezers had de leden van de Raad verheugd.

De leden van de Raad benadrukten dat het aangaan van een dialoog tussen Servië en Kosovo nu prioriteit moet krijgen, ook van de nieuwe Kosovaarse regering. Middels deze dialoog zullen Servië en Kosovo tot concrete oplossingen voor praktische problemen en uiteindelijk tot goed nabuurschap moeten komen. Verscheidene ministers noemden dat de EU – om precies te zijn: de HV – een actieve, faciliterende rol in de dialoog moet spelen. De HV neemt deze rol op zich.

OVSE

De Raad blikte terug op de OVSE-top van 1-2 december jl. in Astana. De top heeft de omvattende aanpak van de OVSE bevestigd en de OVSE-waarden zoals mensenrechten, democratie en «rule of law» onderstreept. In de slotverklaring van de top herbevestigden de OVSE-staten dat mensenrechten geen exclusief binnenlandse aangelegenheid zijn.

Tijdens de top kon nog geen overeenstemming worden bereikt over een actieplan waarin verschillende doelstellingen en activiteiten nader worden uitgewerkt. Het aanstaande Litouwse OVSE-Voorzitterschap zal dit actieplan de komende periode alsnog proberen te realiseren. De Raad sprak de bereidheid uit Litouwen hierin te steunen.

Litouwen gaf een toelichting op de prioriteiten voor zijn OVSE-voorzitterschap in 2011. Litouwen gaat zich onder andere richten op «bevroren conflicten», Centraal-Azië, «cyber security», een dialoog over energie en de vrijheid van de media. Ministers verwelkomden deze prioriteiten en benadrukten het belang van de inzet van de OVSE in 2011 op het gebied van «bevroren conflicten», verbetering van het respect voor mensenrechten en het alsnog overeenkomen van een actieplan. Enkele ministers onderstreepten het belang van zorgvuldige coördinatie van de inbreng van de EU in de OVSE.

Moldavië

De ministers stonden kort stil bij situatie in Moldavië na de verkiezingen op 28 november jl. en waren het eens dat alle betrokken partijen moeten worden aangespoord samen te werken aan beëindiging van de constitutionele crisis in het land. Enkele ministers stelden dat de EU moet blijven investeren in de goede relatie met Moldavië middels verschillende vormen van steun en bezoeken op hoog niveau. Ook moet de EU blijven aandringen op een constructieve opstelling van alle partijen die betrokken zijn in het conflict over Transdnjestrië, teneinde hiervoor een oplossing te vinden. Ten aanzien van het door de Commissie opgestelde actieplan inzake visumvrijheid voor Moldavië onderstreepte minister Rosenthal dat het noodzakelijk is een impact assessment te ontvangen alvorens de Raad kan besluiten over beslissende stappen in het proces dat uiteindelijk moet leiden tot visumliberalisering tussen de EU en Moldavië.

Iran

HV Ashton deed verslag van de gesprekken van de E3+3 met Iran in Genève op 6 en 7 december jl. Zij was positief over de eensgezindheid die de E3+3 tentoonspreidde tijdens de gesprekken. Een vervolgafspraak voor een bijeenkomst Istanbul is gemaakt. Hiermee was vooralsnog zeker gesteld dat de gesprekken werden voortgezet. Frankrijk, Duitsland en het VK (E3) beaamden dit en spraken hun waardering uit voor de wijze waarop de HV de gesprekken had geleid.

Tegelijkertijd moest erkend worden dat de gesprekken geen concreet inhoudelijk resultaat hadden opgeleverd. Tijdens de komende bijeenkomsten zou moeten blijken of Iran bereid is een serieus gesprek aan te gaan. Meerdere ministers onderstreepten dat de druk op Iran moest worden gehandhaafd om concrete voortgang te bevorderen.

Strategische partners en prioriteiten 2011

De Raad besprak de voortgang met de uitwerking van een geïntegreerd, overkoepelend beleid voor de relatie met strategische partners, ter voorbereiding van de discussie hierover in de Europese Raad van 16 en 17 december a.s. Hij ging daarbij tevens in op de prioriteiten voor 2011.

HV Ashton kwalificeerde strategische partners als landen waarvan het handelen van direct, significant belang is voor de economische en politieke belangen van de EU. Uitgangspunt was dat voor effectief beleid een beperkt aantal prioriteiten en duidelijke deliverables en trade-offs geïdentificeerd moesten worden. Daarnaast is het noodzakelijk de Europese waarden, onder andere op het gebied van respect voor mensenrechten, consequent uit te dragen. Ook moet voor coherentie, zowel tussen de verschillende EU beleidsterreinen als tussen het EU beleid en het bilaterale beleid van de lidstaten, worden gezorgd. De HV ging in het bijzonder in op de relaties van de EU met de Verenigde Staten, Rusland en China. Zij noemde de noodzaak van een gedifferentieerde benadering: elke strategische partner moet op de voor die partner meest geëigende manier benaderd worden.

De ministers bevestigden dat HV Ashton een belangrijke coördinerende taak heeft. Verscheidene ministers noemden dat de lidstaten deze rol moeten ondersteunen door ook tegenover derden het beleid van de HV ten volle te steunen. De leden van de Raad verwelkomden de lijnen die de HV had geschetst voor de relaties met Rusland, China en de VS. Enkelen wezen erop dat de VS als belangrijkste bondgenoot een bijzondere positie onder de strategische partners inneemt. Het uitdragen van Europese waarden werd beschouwd onderdeel van de «dignified diplomacy» die de EU voert en moet blijven voeren.

Meerdere ministers spraken waardering uit voor de wijze waarop de EU de recente topbijeenkomsten met belangrijke partners heeft voorbereid. De topontmoetingen met China (6 oktober jl.), de VS (21 november jl.) en Rusland (7 december jl.) hebben aangetoond dat de EU in staat is om haar belangen steviger voor het voetlicht te brengen. Enkele ministers wezen erop dat de EU oog moet houden voor het perspectief van de wederpartij om haar instrumenten en hefbomen zo goed mogelijk te kunnen inzetten.

Een aantal ministers wees op het belang van de Europese Dienst voor Extern Optreden als krachtig instrument in het externe beleid ten opzichte van strategische partners en bepleitte spoedige verdere operationalisering van de dienst, waarop de HV antwoordde hieraan met volle kracht te werken. 2010 had voor de HV in het teken gestaan van de voorbereiding van de EDEO en van het aanknopen van goede relaties met de belangrijkste partners. In het komende jaar zou de meeste aandacht moeten uitgaan naar de buurlanden van de Unie en de strategische partners.

AOB: religieuze minderheden

Op verzoek van meerdere lidstaten besprak de Raad de mogelijkheden om de omgang met religieuze minderheden wereldwijd beter te monitoren. Mede met verwijzing naar het recente geweld tegen christenen in Irak sprak minister Rosenthal zijn steun uit voor intensivering van de structurele aandacht van de Unie voor dit onderwerp. Deze wordt onder andere gegeven in het kader van de implementatie van het EU-actieplan voor bescherming van godsdienstvrijheid in derde landen. In de jaarlijkse EU-mensenrechtenrapportage zal een evaluatie van de situatie van religieuze minderheden worden opgenomen en zal nader worden ingegaan op de lopende activiteiten. HV Ashton herhaalde dat mensenrechtenbeleid als een «zilveren draad» met al haar activiteiten verweven is.

Ministeriële bijeenkomst Oostelijk Partnerschap

Voorafgaand aan de Raad vond de tweede ministeriële bijeenkomst van het Oostelijk Partnerschap plaats, waarbij naast de EU-lidstaten ook de ministers uit de partnerlanden aanwezig waren (Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Moldavië, Oekraïne, Wit-Rusland). Tijdens de bijeenkomst werd vooruitgeblikt naar de aanstaande Top van het Oostelijk Partnerschap, voorzien in Boedapest in mei 2011. Zowel een groot aantal lidstaten als de partnerlanden benadrukten het belang van verdergaande politieke samenwerking en economische integratie. Ook werd het belang van ruimere financiering voor projecten en het belang van voor verbeterde mobiliteit en visumliberalisatie als lange termijn doelstelling onderstreept. Nederland benadrukte het belang van de in het Partnerschap verankerde conditionaliteiten op het gebied van mensenrechten, democratisering en rechtsstaat. Nederland stelde dat een eenmaal ingezet traject richting visumliberalisatie alleen gefaseerd en stap voor stap doorlopen kan worden, op basis van de daarvoor geldende voorwaarden en op basis van een nadere analyse van de gevolgen op het gebied van binnenlandse veiligheid en migratie. Nederland benadrukte de noodzaak van democratische hervormingen in Wit-Rusland.