21 477
Arbeidsvoorzieningsbeleid

nr. 93
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 20 oktober 2005

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft op 7 september 2005 overleg gevoerd met minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:

– de brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 april 2005 over de afwikkeling van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie (21 477, nr. 92).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA) stemt in met het besluit van de minister om het dossier over de rechtspositionele regelingen te sluiten. Zij wil graag op de hoogte worden gehouden van de uiteindelijke afwikkeling van de nog lopende strafrechtelijke procedures over de fraude met gelden uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). Het zint haar niet dat van de 25 aangiften er 12 niet in onderzoek zijn genomen.

De bestuurder Arbeidsvoorziening heeft een aantal belangrijke aanbevelingen gedaan, die zeer actueel zijn. Zo wordt aanbevolen om de greep van de overheid op een opgeheven zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) tijdig te verstevigen, dat wil zeggen vóór de fase waarin ontslagregelingen worden vastgesteld. Dit zou juridisch geregeld moeten worden. Welke maatregelen neemt de minister hiervoor en op welke termijn?

Ook de aanbeveling inzake het mobiliteitsbureau is heel verstandig. Het is wrang en bitter dat de voormalige Arbeidsvoorzieningsorganisatie, die eigenlijk alle expertise op dat terrein in huis zou moeten hebben, destijds niet in staat was een adequate en passende afvloeiings- en mobiliteitsorganisatie op te zetten om het eigen personeel snel en tijdig naar een nieuwe arbeidsplaats te begeleiden. De minister zou in de structuur van ZBO's dit soort elementen moeten opnemen.

Wil de minister de Kamer een overzicht toesturen van alle ZBO's die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, en daarbij aangeven welke van die ZBO's met toestemming van de overheid rechtspersonen hebben opgericht? Fiscale redenen zouden volgens een van de aanbevelingen niet mogen leiden tot het verlenen van toestemming aan een ZBO om een rechtspersoon op te richten. Daarbij is er sprake van een politieke afweging. Zijn er op dit moment ZBO's met een dergelijke constructie? Als dat zo is, wil de minister de Kamer daarover dan informeren? Is de minister bereid een en ander met een kritische blik te bezien? Als de minister voornemens is aan een ZBO toestemming te geven voor de oprichting van een rechtspersoon, wil hij de Kamer daarvan dan tijdig in kennis stellen, zodat de Kamer haar conclusies kan trekken?

Het stemt de heer Van Dijk (CDA) tot tevredenheid dat de afwikkeling van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie thans op een goede manier kan worden afgerond. Zo is er het nodige gedaan aan de vertrekregelingen, en ook op het terrein van de huisvesting zijn er verbeteringen opgetreden.

Het is terecht dat de minister over de jaren 2000 en 2001 geen décharge verleent aan het voormalige centraal bestuur van de arbeidsvoorziening (CBA). Anders zou immers worden ingestemd met het financiële beleid dat toen is gevoerd.

De heer Van Dijk is het geheel eens met de aanbeveling om de greep op een ZBO die wordt opgeheven te verstevigen, in plaats van de teugels te laten vieren, zoals gebruikelijk is. Daarmee kan worden voorkomen dat er onverantwoordelijke beslissingen worden genomen, onder het motto: na ons de zondvloed.

In geval van opheffing van een ZBO is het verstandig om mensen uit het tweede échelon met inhoudelijke expertise te betrekken bij de vereffening, samen met deskundigen van buiten de organisatie. Het eerste échelon heeft in dit opzicht immers een wat andere positie. In het kader van zorgvuldig personeelsbeleid zou het misschien zelfs aanbeveling verdienen om mensen die tegen het einde van hun carrière zitten, daarvoor in te zetten.

Het is schokkend dat de Arbeidsvoorzieningsorganisatie er niet in geslaagd is om alle medewerkers via het mobiliteitsbureau aan ander werk te helpen. Bovendien is een periode van 24 maanden veel te lang. Daarom is het een buitengewoon goede aanbeveling om deze periode te beperken tot 12 maanden en om voor de begeleiding van het proces zowel interne als externe expertise te benutten.

Er kunnen redenen zijn om ZBO's toestemming te verlenen rechtspersonen, zoals stichtingen, op te richten. Die stichtingen moeten dan wel volledig worden onderworpen aan hetzelfde controlemechanisme als de ZBO.

De aanbevelingen strekken verder dan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en zouden in brede zin voor de hele rijksoverheid moeten worden opgevolgd. Kan de Kamer op vrij korte termijn een brede kabinetsreactie krijgen op de aanbevelingen? Dit is ook een onderwerp voor de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing. Het gaat erom, dat de aanbevelingen verder komen dan alleen het ministerie van SZW.

De heer Van der Sande (VVD) heeft veel waardering voor wat er in de afwikkeling van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie is bereikt. Het is wel degelijk mogelijk gebleken om geld terug te halen, terwijl aanvankelijk werd gedacht dat dit niet mogelijk zou zijn. Wel is het spijtig dat het starten van gerechtelijke procedures op het vlak van de rechtspositionele regelingen volgens het advies van de Landsadvocaat weinig kans van slagen maakt. Des te beter is het dat de minister geen décharge wenst te verlenen aan het voormalige bestuur.

De minister heeft de aanbevelingen van de bestuurder integraal overgenomen. In zijn brief geeft de minister duidelijk aan hoe hij deze aanbevelingen zal opvolgen. Dat is een goede zaak. De spreker wil gaan bezien hoe de minister de greep op de bestaande ZBO's kan vergroten. Wanneer zet hij daarin de volgende stap?

Welke criteria hanteert de minister bij het verlenen van toestemming aan ZBO's om rechtspersonen op te richten?

Het antwoord van de minister

De minister bevestigt de toezegging die hij in zijn brief van 28 april 2005 heeft gedaan, namelijk om de Kamer te informeren over de werkzaamheden van de heer Schimmelpenninck met betrekking tot de afwikkeling van de huisvestingsstichtingen en de daarmee samenhangende juridische procedures zodra deze zijn afgerond, alsmede over de verdere afwikkeling van de aangiften van vermeende fraude met ESF-gelden.

De aanbeveling om de greep op ZBO's te verstevigen wordt meegenomen in het SUWI-traject (structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen). De Kamer zal over de noodzakelijke juridische regeling worden geïnformeerd tegelijk met de evaluatie van SUWI, zodat zij de regeling op dit punt kan beoordelen in samenhang met de andere SUWI-wetsartikelen.

De aanbeveling op het gebied van mobiliteit wordt al in praktijk gebracht, want bij de uitvoeringsorganisatie UWV, waar momenteel een flinke afslankingsoperatie plaatsvindt, is er een mobiliteitsbureau ingericht waarin externe en interne deskundigen samenwerken.

Los van uitsluitend intern gerichte rechtspersonen, zoals een personeelsfonds, sociaal fonds of pensioenfonds, zijn er drie rechtspersonen waarin het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), UWV en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) participeren, te weten de Stichting RINIS (Routeringsinstituut voor (inter)nationale informatiestromen), de Stichting Opleiding Sociale Verzekeringen en de Stichting Axis, nationaal platform voor natuur en techniek in onderwijs en arbeidsmarkt, voorheen de Stichting Bètatechniek. Dit zijn geen huisvestingsstichtingen. Ook zijn er geen interne stichtingen op het gebied van huisvesting. Voor de externe stichtingen geldt hetzelfde controlemechanisme als voor de ZBO's.

Er zijn twee formele criteria voor het verlenen van goedkeuring aan het oprichten van een stichting door een ZBO: de oprichting ervan moet worden voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer en worden voorgehangen bij de Tweede Kamer. De bewindsman hanteert de volgende inhoudelijke criteria voor het verlenen van toestemming: participatie in de stichting moet sporen met de doelstelling en de taakstelling van het ZBO; er is een noodzaak om het desbetreffende doel te verwezenlijken via een stichting omdat de ZBO de taken niet zelfstandig kan uitvoeren; voor inrichting en verantwoording gelden dezelfde regels als voor de ZBO krachtens de Wet SUWI.

Het is niet zo dat fiscale overwegingen geen enkele rol mogen spelen, maar de fiscaliteit kan op zichzelf genomen niet een zelfstandige reden zijn om een rechtspersoon op te richten. De fiscaliteit moet worden afgewogen tegen andere criteria.

De minister zegt toe dat hij de Kamer tijdig zal informeren over het verlenen van toestemming voor het oprichten van een rechtspersoon door een ZBO in zijn domein, zodanig dat de Kamer de gelegenheid krijgt zich daarover een oordeel te vormen.

Het kabinet steunt de aanbevelingen, die zijn ingebracht in de voorbereiding van het kabinetsstandpunt over de ZBO's. Doordat de aanbevelingen zijn overgenomen, maken zij deel uit van de kabinetsreactie op het interdepartementale beleidsonderzoek naar verzelfstandigde organisaties op rijksniveau (IBOVOR).

De bewindsman verwelkomt de steun voor het niet verlenen van décharge en zal aan dit standpunt vasthouden.

De heer Schimmelpenninck (bestuurder Arbeidsvoorziening) merkt op dat voor private rechtspersonen het benoemen van een vereffenaar wettelijk is geregeld. Vanaf het moment dat er een vereffenaar is benoemd, is het eerste échelon, het bestuur, niet meer bevoegd. Aanbevolen wordt om de juridische mogelijkheid te onderzoeken om in de instellingswet van een ZBO te regelen dat de staat bij de beëindiging van de werkzaamheden van het ZBO een bestuurder kan benoemen. In het eerste échelon zijn vaak goede mensen beschikbaar, maar de ervaring heeft geleerd, ook bij faillissementen, dat er onder het eerste échelon veel teleurstelling heerst. Teleurstelling is geen goede drijfveer om een bedrijf af te wikkelen. Daarom moet er voor het eerste échelon een nieuwe vereffenaar worden gevonden. In het tweede échelon zijn er doorgaans uitstekende mensen, die graag de zaak willen afwikkelen zonder daarbij persoonlijk al te veel pijn te voelen.

Het ligt voor de hand te denken dat de Arbeidsvoorzieningsorganisatie zelf goed in staat had moeten zijn de eigen overtollige mensen naar de arbeidsmarkt te begeleiden, maar het probleem daarbij was, dat de betrokkenen hun eigen collega's moesten helpen. Bovendien zijn er wel externe mensen ingehuurd, maar zij hadden geen specifieke kennis van herplaatsing. Dat heeft geleid tot de aanbeveling om te werken met een mix van eigen mensen en externe deskundigen, die beschikken over de «outlet» naar de markt om de mensen naar een nieuwe arbeidsplaats te begeleiden.

Naar het oordeel van de heer Schimmelpenninck zijn de stichtingen bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie uitsluitend met het oog op het belastingvoordeel opgericht. Zijn aanbeveling luidt, dat fiscale overwegingen nooit de enige reden mogen vormen voor de oprichting van dergelijke rechtspersonen.

Toezeggingen

– De Kamer wordt op de hoogte gehouden van de verdere afwikkeling van de aangiften van vermeende fraude met ESF-gelden én de afwikkeling van de huisvestingsstichtingen.

– Ter gelegenheid van de SUWI-evaluatie zal ook een juridische regeling om meer greep te krijgen op de ZBO's worden meegenomen. Daarbij gaat het erom, de staat in de positie te brengen om tijdig de greep op de ZBO te verstevigen wanneer een ZBO zijn werkzaamheden moet gaan beëindigen.

– De aanbeveling om externe deskundigheid te betrekken bij het mobiliteitsbureau is bij het UWV in praktijk gebracht.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Smits

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Nava


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Noorman-den Uyl (PvdA), Bakker (D66), Bibi de Vries (VVD), De Wit (SP), Van Gent (GroenLinks), Verburg (CDA), Hamer (PvdA), Bussemaker (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Mosterd (CDA), Smits (PvdA), voorzitter, Örgü (VVD), Weekers (VVD), Rambocus (CDA), Ferrier (CDA), ondervoorzitter, Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Varela (LPF), Eski (CDA), Koomen (CDA), Smeets (PvdA), Douma (PvdA), Stuurman (PvdA), Kraneveldt (LPF), Hirsi Ali (VVD), Van Hijum (CDA), Van der Sande (VVD).

Plv. leden: Depla (PvdA), Koser-Kaya (D66), Blok (VVD), Kant (SP), Halsema (GroenLinks), Smilde (CDA), Verbeet (PvdA), Timmer (PvdA), Azough (GroenLinks), Omtzigt (CDA), Adelmund (PvdA), Visser (VVD), Algra (CDA), Vietsch (CDA), Van der Vlies (SGP), Hermans (LPF), Van Oerle-van der Horst (CDA), Van Dijk (CDA), Van Dijken (PvdA), Blom (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Van As (LPF), Aptroot (VVD), Hessels (CDA), Van Egerschot (VVD).

Naar boven