21 250
Derde Nota waterhuishouding

21 656
Saneringsprogramma waterbodems Rijkswateren 1995–2010

nr. 38
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 1 maart 1996

Mede namens de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en mede uit hoofde van mijn verantwoordelijkheid als coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden bied ik u hierbij de voortgangsrapportage 19951 aan betreffende de uitvoering van het integraal waterbeleid. Vanaf de Voortgangsrapportage integraal waterbeheer en Noordzee-aangelegenheden 1992 is deze voortgangsrapportage een bundeling van een aantal voortgangsrapportages op het gebied van het waterbeleid. Deze betreffen de beleidsuitvoering van:

– de derde Nota waterhuishouding (TK 21 250)

– de Rijn- en Noordzee-actieprogramma's (TK 21 884)

– het Beleidsplan Harmonisatie Noordzeebeleid (TK 17 408)

– het Milieubeleidsplan Scheepvaart (TK 22 072)

– de Beleidsnota Scheepvaartverkeer (TK 17 408)

– het Watersysteemplan Noordzee (TK 22 101)

– het Saneringsprogramma waterbodems Rijkswateren (TK 21 656)

– de toepassing van de Wet verontreiniging oppervlakte- wateren en de Wet verontreiniging zeewater

– de Evaluatienota Water (TK 21 250)

De voortgangsrapportage is, evenals in voorgaande jaren, gebaseerd op de informatie van de diensten en organisaties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de actiepunten. Dit zijn de betrokken departementen, de provincies en de waterschappen. Het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze voortgangsrapportage.

Naar het voorbeeld van de voorgaande voortgangsrapportages is bij deze rapportage uitgegaan van de opzet en indeling van het in de derde Nota waterhuishouding opgenomen programma bestaande uit 4 schermen. Binnen deze schermen Bescherming tegen verontreiniging, Inrichting, Geleiding gebruik en Organisatie en instrumentarium is aan de 15 pakketten uit de derde Nota waterhuishouding een aantal «Noordzee»- pakketten toegevoegd. In het eerste gedeelte van de rapportage, de Samenvatting (hoofdstuk 1), wordt de voortgang in korte bewoordingen en per scherm geschetst. De voortgang over de totale breedte van het integraal waterbeheer wordt daarna, per pakket nader uitgewerkt, gegeven in hoofdstuk 2. In de Voortgangsrapportage 1994 werd voor het eerst een speciaal onderwerp opgenomen met het oogmerk dit extra te belichten; de keuze viel toen op het onderwerp eutrofiëring. Ditmaal is de keuze gevallen op een ander zeer in het oog springend onderwerp dat ook in de Evaluatienota Water aan de orde geweest, namelijk de voortgang van het Rijnactieprogramma en het Noordzee-actieprogramma (RAP/NAP). Hieraan wordt nu in een apart hoofdstuk 3 aandacht besteed. In hoofdstuk 4 zijn de uitgaven betreffende de waterhuishouding van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat verantwoord, voorzover deze betrekking hebben op deze voortgangsrapportage. Tevens worden de uitgaven van de andere waterbeheerders gepresenteerd (bron: CBS).

In deze rapportage komt de wateroverlast in de Maasvallei en langs de Rijntakken in januari en februari 1995 slechts zijdelings aan de orde. Over dit onderwerp is reeds separaat gerapporteerd aan de Tweede Kamer in de Voortgangsrapportage Deltaplan Grote Rivieren.

Bij de behandeling van het Aanvullend Protokol bij het Rijnzoutverdrag in 1993 heeft mijn ambtsvoorgangster u toegezegd u nader te zullen informeren over de voortgang met betrekking tot de uitvoering van het Aanvullend Protokol. Ik kan u meedelen dat, naast de opslag van zout door de kalimijnen in Frankrijk, nu ook een begin is gemaakt met de werken tot afleiding van zout uitslagwater uit de Wieringermeer van het IJsselmeer naar de Waddenzee. Voor nadere informatie verwijs ik u naar paragraaf 2.2.9 van deze rapportage.

In 1995 bestond de WVO, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, 25 jaar. De goede resultaten van deze wet zijn mede te danken geweest aan het werk van de CUWVO, de Coördinatiecommissie Uitvoering WVO. Door de taakverbreding van het waterbeheer ontstond de behoefte deze commissie breder te laten opereren. Daarom is het afgelopen jaar de CUWVO omgevormd tot Commissie Integraal Waterbeheer, CIW/CUWVO.

De CIW/CUWVO bestaat uit vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg (drie), van de Unie van Waterschappen (drie), van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (twee), van Verkeer en Waterstaat (twee) en van VROM (één) onder leiding van een onafhankelijk voorzitter. Het is mijn voornemen de CIW/CUWVO in het vervolg een functie te geven in de voorbereiding van de Voortgangsrapportage Integraal Waterbeheer en Noordzee-aangelegenheden, zodat deze u volgend jaar in een mogelijk gewijzigde vorm zal bereiken.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven