Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21109 nr. BR |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21109 nr. BR |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 mei 2026
Hierbij bied ik u het periodieke overzicht aan van de stand van zaken bij de implementatie van EU-richtlijnen in de Nederlandse wet- en regelgeving aan het einde van het eerste kwartaal van 2026.
In deze brief wordt eerst ingegaan op de geïmplementeerde richtlijnen gevolgd door de implementatieachterstand zoals die op 1 april 2026 gold. Daarna worden de oorzaken van deze achterstand behandeld en worden de richtlijnen die het volgende kwartaal moeten worden geïmplementeerd genoemd. Vervolgens volgt een opsomming van de ingebrekestellingprocedures die de Europese Commissie tegen Nederland is gestart als gevolg van niet-tijdige implementatie. Mede op verzoek van uw Kamer zijn ook de lopende infracties wegens (vermeende) onjuiste implementatie in het overzicht ingebrekestellingen per departement opgenomen. Het overzicht in bijlage 1 is door een technische storing nog niet volledig, omdat enkele richtlijnen met een latere implementatiedeadline nog ontbreken. Dit heeft geen gevolgen voor het beeld van de implementatie van richtlijnen in het eerste kwartaal van 2026, omdat de implementatiedeadline later is dan het eerste kwartaal van 2026.
|
Departement |
Geïmplementeerde richtlijnen |
Geïmplementeerde achterstallige richtlijnen |
|---|---|---|
|
AenM |
||
|
AZ |
||
|
BuZa |
||
|
BZK |
||
|
Def |
||
|
EZ |
||
|
Fin |
||
|
IenW |
1 |
1 |
|
JenV |
1 |
1 |
|
KGG |
||
|
LVVN |
||
|
OCW |
||
|
SZW |
2 |
1 |
|
VRO |
||
|
VWS |
1 |
1 |
|
Totaal |
5 |
4 |
Huidige achterstand
De achterstand aan het begin van dit kwartaal bedroeg 22 richtlijnen t.o.v. 25 richtlijnen in het vorige kwartaal. De 22 achterstallige richtlijnen zijn aan de volgende ministeries toegedeeld: AenM (1), FIN (7), IenW (3), KGG (4), SZW (1) en JenV (6).
De overschrijding van de implementatiedatum varieert sterk, van 1 tot 1.248 dagen. Een exacte aanduiding van de overschrijding per richtlijn is te vinden in bijgevoegd kwartaaloverzicht.
Achterstanden en hun oorzaken
Wat betreft de oorzaken voor de implementatieachterstand ultimo eerste kwartaal 2026 speelt een aantal factoren een rol. Deze factoren worden hieronder per ministerie toegelicht.
AenM
RICHTLIJN (EU) 2021/1883 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad
Uiterste implementatiedatum: 18 november 2023
Richtlijn (EU) 2021/1883 vervangt Richtlijn 2009/50/EG en daarmee de regeling voor de Europese blauwe kaart. Bij de implementatie is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de nationale kennismigrantenregeling die op een aantal onderdelen gunstiger voorwaarden bood. De implementatietermijn is inmiddels verstreken.
Eerder hebben onder meer de sensitiviteit van het onderwerp in de politieke verhoudingen en de demissionaire status van het kabinet geleid tot vertragingen. Ook de betrokkenheid van verschillende ministeries heeft gezorgd voor vertraging bij de implementatie. Het besluit ter implementatie is in werking getreden en gereed gemeld bij de Commissie. Het wetsvoorstel is thans nog in behandeling bij de Eerste Kamer. De Eerste Kamer heeft om een uitvoeringstoets gevraagd op de bij amendement van de Tweede Kamer aan het wetsvoorstel toegevoegde verplichte arbeidsmarkttoets als voorwaarde voor toegang. Inmiddels is gebleken dat de arbeidsmarkttoets voor UWV en de IND niet uitvoerbaar is en daarom wordt nu zo spoedig mogelijk een novelle in procedure gebracht waarmee deze verplichting weer wordt geschrapt. De Eerste Kamer houdt de behandeling van het wetsvoorstel aan en zal dit gelijk met de novelle verder behandelen.
FIN
RICHTLIJN (EU) 2023/2225 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 oktober 2023 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2008/48/EG
Uiterste implementatiedatum: 20 november 2025
Deze richtlijn (de Consumer Credit Directive II, ‘CCDII’) heeft als doel een hoog niveau van consumentenbescherming bij consumentenkrediet te waarborgen en de interne markt te versterken. Het toepassingsgebied van de CCDII is verbreed ten opzichte van de voorgaande richtlijn (de CCDI): bepaalde vormen van krediet in de vorm van uitgestelde betaling, zoals ‘Buy Now, Pay Later’ (BNPL) en creditcards, vallen nu ook onder de kredietregels. Verder worden onder meer informatieverplichtingen jegens de consument aangescherpt, wordt de kredietwaardigheidstoets uitgebreid, wordt de privacy van de consument beter beschermd en wordt er meer geregeld voor preventie van problematische schulden.
De implementatie van deze richtlijn heeft helaas vertraging opgelopen. De implementatiedeadline van 20 november 2025 is inmiddels overschreden. Dit is mede het gevolg van de omvang en complexiteit van het pakket, inclusief meer dan twintig lidstaatopties en de politieke wens om gebruik van BNPL door jongeren te verbieden. Het kabinet zet zich ervoor in dat de bepalingen uit de CCDII vanaf november 2026 wel daadwerkelijk van toepassing zijn.
Het wetsvoorstel is op 2 april 2026 ingediend bij de Tweede Kamer. De inbrengdatum voor het verslag is vastgesteld op 19 mei 2026. Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, zal het ontwerpbesluit, na voorhang, voor advies naar de Raad van State worden gestuurd. Tot slot zullen enkele wijzigingen worden doorgevoerd op niveau van bestaande ministeriële regelingen.
RICHTLIJN (EU) 2023/2673 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/83/EU wat betreft op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten, en tot intrekking van Richtlijn 2002/65/EG
Uiterste implementatiedatum: 19 december 2025
Richtlijn (EU) 2023/2673 wijzigt de richtlijn consumentenrechten en trekt de richtlijn betreffende verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten in. De richtlijn bevat regels die van toepassing zijn op overeenkomsten inzake financiële diensten die op afstand gesloten zijn. Het doel van de richtlijn is om het wetgevingskader te vereenvoudigen en te moderniseren. De richtlijn beoogt verder een vangnet te zijn voor financiële diensten die niet onder sectorspecifieke Uniewetgeving vallen of zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van Uniewetgeving betreffende specifieke financiële diensten (vangnetfunctie). Zo waarborgt de richtlijn dat op de hele interne markt hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming geldt. De richtlijn bevat regels omtrent de verstrekking van precontractuele informatie, het ontbindingsrecht en regels ter bescherming van consumenten bij het online sluiten van overeenkomsten voor financiële diensten. Voorts verplicht de richtlijn bij alle consumentenovereenkomsten – dus niet enkel inzake financiële diensten – gesloten via een online-interface (website of app) dat handelaren de consument gedurende de ontbindingstermijn van 14 dagen in staat stellen de overeenkomst via een functie op deze online interface te kunnen ontbinden (de «ontbindingsfunctie»). De richtlijn moest op 19 december 2025 zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving en moet vanaf 19 juni 2026 worden toegepast door handelaren en financiële dienstverleners.
De implementatie van de richtlijn vindt plaats door middel van een wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) en enige op de Wet op het financieel toezicht gebaseerde lagere regelgeving.
De implementatie heeft helaas vertraging opgelopen wegens de complexiteit. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel Implementatiewet richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten op 7 april 2026 als hamerstuk afgedaan. De openbare consultatie van het ontwerp-Implementatiebesluit richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten is op 15 januari jl. gesloten. Het ontwerpbesluit zal zo spoedig mogelijk voor advies naar de Raad van State worden gestuurd. Het kabinet zet zich in voor een zo spoedig mogelijke afronding van het implementatietraject
RICHTLIJN (EU) 2023/2226 VAN DE RAAD van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen.
Uiterste implementatiedatum: 31 december 2025
Richtlijn 2023/2226 (‘DAC8’) voorziet in een rapportageplicht voor aanbieders van cryptoactivadiensten. Zij moeten aan de belastingdienst van het land waar zij geregistreerd staan bepaalde persoonsgegevens en gegevens over cryptoactiva-transacties van hun klanten rapporteren. Doel daarvan is dat die belastingdienst beter kan controleren of die klanten op een juiste wijze het bezit van cryptoactiva in hun belastingaangifte hebben verantwoord. Voorts moeten de belastingdiensten genoemde gegevens via een door de Europese Commissie beheerd centraal gegevensnetwerk met elkaar uitwisselen. De richtlijn draagt aldus bij aan de aanpak van belastingontduiking in de lidstaten.
Na in het wetgevingsproces opgetreden vertraging is de implementatiewet op 10 april jongstleden in het Staatsblad gepubliceerd en op 11 april met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 in werking getreden. Het Uitvoeringsbesluit verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten dat zijn grondslag vindt in de implementatiewet is op 23 april jongstleden in het Staatsblad gepubliceerd en op 24 april in werking getreden, eveneens met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. Hiermee is aan de implementatieplicht voldaan.
RICHTLIJN (EU) 2025/872 VAN DE RAAD van 14 april 2025 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen
Uiterste implementatiedatum: 31 december 2025
Richtlijn 2025/872 (‘DAC9’) regelt dat lidstaten informatie met elkaar uitwisselen die voor hen nodig is om ingevolge Richtlijn (EU) 2022/2523 – de zogeheten Pijler 2-richtlijn inzake de minimumwinstbelasting – te kunnen bijheffen. Het gaat daarbij om informatie die is opgenomen in een met richtlijn 2025/872 gestandaardiseerde aangifte (de bijheffinginformatieaangifte).
Het wetsvoorstel waarmee richtlijn 2025/872 is geïmplementeerd, is reeds in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2025, 449). Het wetsvoorstel is in werking getreden met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.
RICHTLIJN (EU) 2024/1619 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governance risico’s.
Uiterste implementatiedatum: 10 januari 2026
Ter implementatie van de mondiale Bazel-standaarden voor banken worden de verordening kapitaalvereisten (Capital Requirements Regulation, CRR) en richtlijn kapitaalvereisten (Capital Requirements Directive, CRD) gewijzigd door Verordening 2024/1623 en Richtlijn 2024/1619. Het doel van de wijzigingen in de CRD is om het toezicht op banken binnen de EU verder te harmoniseren en de interne markt voor banken te versterken, en waarbij wordt gestreefd naar lagere compliance- en rapportagekosten voor kleine en niet-complexe banken.
In de CRD worden onder meer bepalingen ingevoerd omtrent institutionele vereisten voor de toezichthouder ter voorkoming van belangenverstrengeling, inzake het verwerven van deelnemingen door banken of financiële holdings, ten aanzien van het toezicht op derdeland bijkantoren, met betrekking tot ESG-plannen die banken moeten opstellen en worden de bepalingen over geschiktheid van beleidsbepalers herzien.
Omzetting van de richtlijn vindt plaats door middel van wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Bankwet 1998. Daarnaast zal de volgende lagere regelgeving worden aangepast: het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector en het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft.
De implementatie is helaas nog niet afgerond. De implementatietermijn van 18 maanden is kort. Daarbij komt dat verduidelijking van de Europese Commissie over het derde land bijkantorenregime nodig was alvorens het wetsvoorstel afgerond kon worden.
Momenteel ligt de implementatiewet ten behoeve van de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer. Het implementatiebesluit is gereed voor verzending naar de Raad van State ter advisering, maar dit besluit kan pas aangeboden worden nadat de Tweede Kamer met het wetsvoorstel heeft ingestemd. Zodra dat het geval is, zal het implementatiebesluit verzonden worden naar de Raad van State. De implementatieregeling is gereed voor internetconsultatie, en zal gelijktijdig met de implementatiewet en implementatiebesluit in werking treden.
RICHTLIJN (EU) 2023/2864 [A en B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt
Uiterste implementatiedatum: 10 januari 2026 en 10 juli 2025
Het Europees wetgevingspakket dat de oprichting van een Europees centraal toegangspunt (het ESAP) regelt, bestaat uit richtlijn (EU) 2023/2864 (richtlijn ESAP), Verordening (EU) 2023/2859 (verordening oprichting ESAP) en Verordening (EU) 2023/2869 (verordening ESAP). Het ESAP biedt gecentraliseerde toegang tot openbare financiële en duurzaamheidsinformatie over ondernemingen en beleggingsproducten in de EU. Het doel is om beleggers een makkelijkere toegang te bieden tot informatie waardoor ze ondernemingen en beleggingsproducten beter kunnen vergelijken. ESAP moet zorgen voor betere toegang tot financiering voor Europese bedrijven en integratie van de kapitaalmarkten.
De implementatie van artikel 3 van richtlijn ESAP (implementatiedeadline van 10 juli 2025) en de overige artikelen van richtlijn ESAP (implementatiedeadline 10 januari 2026) zijn voor het grootste deel opgenomen in het wetsvoorstel implementatie Europees centraal toegangspunt. Het wetsvoorstel wijzigt de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht accountantsorganisaties, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de Handelsregisterwet 2007, de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Daarnaast zal de volgende lagere regelgeving worden aangepast: het Besluit openbare biedingen Wft, het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen, het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit EU-verordeningen Wft, het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Regeling taakuitoefening toezichthouders Wft.
De implementatie heeft helaas vertraging opgelopen. Het eerder genoemde wetsvoorstel is onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. De komende tijd volgt dan ook de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Daarnaast is het Wijzigingsbesluit EU-verordeningen Wft 2026 geconsulteerd en zal binnenkort voor advies worden gezonden naar de Raad van State.
Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, zal het Besluit implementatie Europees centraal toegangspunt voor advies naar de Raad van State worden gestuurd. De ministeriële regeling zal in de laatste fase van het implementatietraject worden vastgesteld en gepubliceerd.
«RICHTLIJN (EU) 2024/790 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 28 februari 2024 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten»
Uiterste implementatiedatum: 29 september 2025
Richtlijn 2024/790 wijzigt de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 (MiFID II). De wijzigingen hebben tot doel het vergroten van de transparantie van de Europese kapitaalmarkt door het wegnemen van belemmeringen voor het ontstaan van centrale databases voor handelsdata (consolidated tapes) en het verbieden van betalingen voor het doorgeven van orderstromen naar een bepaald handelsplatform (payments for order flow). Teneinde de transparantie op de financiële markten te vergroten en de volatiliteit op die markten te verminderen worden de transparantievoorschriften voor de handel in grondstoffenderivaten en van emissierechten afgeleide instrumenten gewijzigd en worden de mogelijkheden tot onderbreking of beperking van de handel in financiële instrumenten uitgebreid.
De omzetting van de richtlijn vindt plaats door middel van een wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige op die wet gebaseerde lagere regelgeving.
Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn is op 9 april 2026 bij de Tweede Kamer ingediend. De algemene maatregel van bestuur ter implementatie van de richtlijn is in voorbereiding. Als de Tweede Kamer het eerdergenoemde wetsvoorstel heeft aangenomen, wordt het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur voor advies aan de Raad van State voorgelegd. Het kabinet zet zich in voor een zo spoedig mogelijke afronding van het implementatietraject.
I&W
RICHTLIJN (EU) 2024/2839 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 1999/2/EG, 2000/14/EG, 2011/24/EU en 2014/53/EU wat betreft bepaalde rapportagevereisten op het gebied van voedsel en voedselingrediënten, geluidsemissies buitenshuis, patiëntenrechten en radioapparatuur.
Uiterste implementatiedatum: 10 november 2025
De Richtlijn (EU) 2024/2839 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 bevat een wijziging van Richtlijn 2000/14/EG inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis.
Richtlijn 2000/14/EG bevat geharmoniseerde voorschriften met betrekking tot de geluidsemissie van materieel voor gebruik buitenshuis met het oog op het waarborgen van het vrije verkeer van deze producten binnen de interne markt en het bieden van een hoog beschermingsniveau van het milieu. Richtlijn 2000/14/EG is geïmplementeerd in de Regeling geluidemissie buitenmaterieel.
Als gevolg van Richtlijn (EU) 2024/2839 is artikel 16 van Richtlijn 2000/14/EG vervallen. Dat artikel voorzag in de verplichting voor de lidstaten tot het verzamelen en aan de Europese Commissie verstrekken van gegevens over geluidsemissies van materieel voor gebruik buitenshuis. Met deze wijziging is beoogd de administratieve lasten voor lidstaten en marktdeelnemers te verminderen.
Artikel 16 van Richtlijn 2000/14/EG is eerder omgezet in artikel 15 van de Regeling geluidemissie buitenmaterieel. De inwerkingtreding van de wijzigingsregeling in het kader van de onderhavige implementatie zal met terugwerkende kracht plaatsvinden en werkt terug tot en met 29 november 2025. Dit is de datum waarop de omzetting, naar Nederlands recht, inwerking had moeten treden.
RICHTLIJN (EU) 2024/884 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 maart 2024 tot wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)
Uiterste implementatiedatum: 9 oktober 2025
Richtlijn (EU) 2024/884 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot de wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (PbEU L 2024/884) (hierna: de Richtlijn) wordt omgezet in de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (hierna: Regeling AEEA). De implementatie van de Richtlijn is in een vergevorderd stadium. Het opstellen van de regeling ten behoeve van de implementatie van de Richtlijn in de Regeling AEEA is afgerond (hierna: de wijzigingsregeling).
Voordat de wijzigingsregeling kan worden vastgesteld, dient de wijzigingsregeling ter kennisgeving te worden voorgelegd aan de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. Deze voorhangprocedure duurt 4 weken. Daarna wordt de wijzigingsregeling vastgesteld door de Minister van Klimaat en Groene Groei en gepubliceerd in de Staatscourant. De regeling wordt naar verwachting in juni 2026 vastgesteld.
De wijzigingsregeling zal met terugwerkende kracht in werking treden op 9 oktober 2025. Dit is overeenkomstig de uiterste implementatiedatum van de Richtlijn.
Op die manier ontstaat er geen lacune met betrekking tot de rechten en plichten als gevolg van de Richtlijn.
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/811 VAN DE COMMISSIE van 19 februari 2025 tot wijziging van bijlage I bij Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de informatie die aan scheepsrapportagesystemen moet worden gemeld
Uiterste implementatiedatum: 28 oktober 2025
De implementatie van de richtlijn is op 28 november 2025 afgerond, maar vanwege een technische storing staat de richtlijn al enige tijd in de iTimer.
JenV
RICHTLIJN (EU) 2019/1151[A] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht
Uiterste implementatiedatum: 1 augustus 2022
Zie toelichting onder richtlijn (EU) 2019/1151 [B].
RICHTLIJN (EU) 2019/1151[B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht
Uiterste implementatiedatum: 1 augustus 2023
De richtlijn 2019/1151 wijzigt richtlijn 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht. De richtlijn maakt het mogelijk dat bij de bedrijvenregisters in de lidstaten online een BV wordt opgericht, dat bijkantoren online kunnen worden geregistreerd en dat online informatie en documenten kunnen worden ingediend door vennootschappen en bijkantoren. De richtlijn bevat daarnaast een bepaling over bestuur verboden en de uitwisseling van informatie daarover tussen lidstaten.
Een deel van de richtlijn wordt geïmplementeerd door middel van bestaand recht, in de vorm van bepalingen in de Dienstenwet, de Handelsregisterwet 2007 en het Handelsregisterbesluit 2008. Implementatie van de overige nieuwe verplichtingen heeft plaatsgevonden in het Burgerlijk Wetboek en in de Wet op het notarisambt. Deze wijzigingen zijn op 1 januari 2024 in werking getreden. Voor enkele technische bepalingen van de richtlijn wordt door de Minister van EZ een wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 voorbereid. Naar verwachting zal deze wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 in Q3 van 2026 gepubliceerd kunnen worden en in werking kunnen treden.
Ondertussen werkt de Kamer van Koophandel (hierna: de KVK) in de praktijk al in overeenstemming met de eisen uit de richtlijn. De implementatie bij de KVK was aanvankelijk vertraagd doordat de verordening met de technische specificaties pas laat gereedkwam en vanwege een overvolle ontwikkelkalender en capaciteitsbeperkingen bij zowel EZ als de KVK. Voor enkele nog resterende aanpassingen, heeft KVK vanwege aanhoudende capaciteitsbeperkingen aangegeven meer tijd nodig te hebben maar dit in 2025 alsnog grotendeels geïmplementeerd.
RICHTLIJN (EU) 2022/2464 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen
Uiterste implementatiedatum: 6 juli 2024
Het ontwerp voor de algemene maatregel van bestuur over de rapportageverplichting is op 12 juni 2024 overgelegd aan beide Kamers in het kader van de voorhang (Kamerstuk 26 485, nr. 437). Hierop zijn op 12 juli en op 25 september 2024 vragen ontvangen van de Tweede Kamer respectievelijk Eerste Kamer. De beantwoording van deze vragen is eind december 2024 naar de beide Kamers gestuurd. Op 14 februari 2025 zijn nadere vragen van de Eerste Kamer ontvangen, die op 12 september jl. zijn beantwoord.
Het wetsvoorstel is op 13 januari 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Op 27 juni 2025 heeft de Kamer het verslag ingediend, dat op 1 oktober jl. is beantwoord. Over het ontwerp voor de algemene maatregel van bestuur over de regels voor accountants(organisaties) is de consultatie op 4 februari 2025 afgerond. Nadat de Tweede Kamer het eerdergenoemde wetsvoorstel zal hebben aangenomen, zal het ontwerpbesluit voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd.
Inmiddels zijn de richtlijnen die de Europese Commissie op 26 februari 2025 heeft gepresenteerd in het pakket Omnibus I tot wijziging van de richtlijn, afgerond. De eerste wijzigingsrichtlijn voorziet in uitstel met twee jaar voor ondernemingen die een duurzaamheidsrapportering moeten opstellen en openbaar maken vanaf boekjaren 2025 en 2026. Naar de Tweede en de Eerste Kamer is een gewijzigde versie van het ontwerpimplementatiebesluit en naar de Tweede Kamer is een nota van wijziging bij het wetsvoorstel gestuurd waarin het uitstel met twee jaar is verwerkt. De Eerste Kamer heeft op 15 oktober 2025 hierover vragen gesteld.
De tweede richtlijn beperkt de reikwijdte van rapporteringsverplichting in de richtlijn tot ondernemingen met een netto-omzet van meer dan € 450 miljoen en een gemiddeld aantal werknemers van meer dan duizend. Tevens beperkt die richtlijn de informatie die de rapporterende ondernemingen kunnen opvragen van ondernemingen in de waardeketen met een gemiddeld aantal van ten hoogste duizend werknemers, die niet onder de rapportageverplichting vallen. Ook dit voorstel heeft gevolgen voor de implementatie van de richtlijn. Zoals het kabinet heeft laten weten in een brief van 3 december 20251 zal het kabinet de implementatie van de wijzigingen meenemen in het implementatietraject voor de CSRD-richtlijn. De Europese Commissie heeft Nederland herinnerd aan de noodzaak om de CSRD-richtlijn op korte termijn te implementeren en heeft aangegeven dat er geen ruimte is voor uitstel.
De nota van wijziging waarmee de wijzigingsrichtlijn wordt opgenomen in het implementatiewetsvoorstel, is begin april naar de Afdeling advisering van de Raad van State gestuurd voor advies. Zodra het advies is ontvangen en verwerkt, zal de nota van wijziging naar de Tweede Kamer worden gestuurd.
Van het ontwerpimplementatiebesluit zal binnenkort een nieuwe versie naar beide Kamers worden gestuurd in het kader van de voorhangprocedure, waarin de wijzigingen in de CSRD worden verwerkt.
RICHTLIJN (EU) 2022/2555 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn)
Uiterste implementatiedatum: 17 oktober 2024
Zie toelichting onder richtlijn (EU) 2022/2557.
RICHTLIJN (EU) 2022/2557 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (CER-richtlijn)
Uiterste implementatiedatum: 17 oktober 2024
De NIS2-richtlijn en de CER-richtlijn dienden met ingang van 18 oktober 2024 te zijn omgezet in nationale wet- en regelgeving. Hoewel de inspanningen er steeds op gericht zijn geweest deze implementatietermijn te halen, heeft Nederland heeft deze richtlijnen helaas niet tijdig kunnen omzetten. Dit komt doordat de omzetting naar nationale wetgeving een omvangrijk en complex traject is, waarbij grote zorgvuldigheid is vereist. Die grote zorgvuldigheid is vereist, omdat de wetten waarin de NIS2-richtlijn en CER-richtlijn worden omgezet aanzienlijke impact hebben op Nederlandse organisaties, zowel in de publieke als in de private sector. Er zijn ten opzichte van bestaande wetgeving meer en nieuwe sectoren en significant meer organisaties die moeten voldoen aan de nieuwe wetgeving. De toepasselijkheid op vele sectoren heeft er ook toe geleid dat interdepartementale afstemming met bijna alle departementen vereist is.
In het licht van de vertraagde omzetting wordt ook gewezen op de keuze van Nederland om, vanwege de hiervoor genoemde impact op organisaties, de implementatiewetsvoorstellen en onderliggende amvb’s en ministeriële regelingen open te stellen voor internetconsultatie, hoewel dit bij implementatiewetgeving niet verplicht is.
De NIS2-richtlijn wordt geïmplementeerd in de Cyberbeveiligingswet en de CER-richtlijn wordt geïmplementeerd in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. De wetsvoorstellen Cyberbeveiligingswet en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten zijn begin juni 2025 ingediend bij de Tweede Kamer en op 15 april 2026 aangenomen in stemming.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft naar aanleiding van de amendering van één artikel van de onderliggende amvb’s naar de wetten verzocht om een nieuwe adviesaanvraag. Deze zal eind mei ingediend worden. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de onderliggende ministeriële regelingen en worden de verslagen op de wetsvoorstellen door de Eerste Kamer eind mei verwacht. Het uitgangspunt is dat de wetten en onderliggende regelgeving op hetzelfde moment in werking treden.
RICHTLIJN (EU) 2023/1544 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 12 juli 2023 tot vaststelling van geharmoniseerde regels inzake de aanwijzing van aangewezen vestigingen en de aanstelling van wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de vergaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafprocedures
Uiterste implementatiedatum: 18 februari 2026
Het wetsvoorstel ter uitvoering van de e-Evidence verordening en de e-Evidence richtlijn (de Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal) is in behandeling bij de Tweede Kamer.
Op 10 april 2026 is het verslag van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel uitgebracht. De vragen in het verslag zullen naar verwachting medio mei zijn beantwoord.
KGG
Richtlijn (EU) 2023/2413[A] van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad
Uiterste implementatiedatum: 1 juli 2024
Richtlijn (EU) 2023/2413 betreft een omvangrijke wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001 (Renewable Energy Directive/RED), waarbij verschillende implementatietermijnen gelden. Voor een aantal van de zogenaamde «versnellingsartikelen» die er voor moeten zorgen dat projecten voor hernieuwbare energie sneller uitgerold kunnen worden geldt een uiterste implementatiedatum van 1 juli 2024. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 7 juni 2024 (Kamerstukken II 31 239, nr. 396).
Deze artikelen zijn deels reeds omgezet in bestaande wet- en regelgeving en betreffen deels feitelijk handelen waarvoor geen implementatie in wet- en regelgeving noodzakelijk is. Voor de aanpassing van de vergunningsprocedure geldt dat de Nederlandse systematiek (voor een groot deel) voldoet aan de gestelde eisen. Daar waar nodig worden deze artikelen geïmplementeerd in de Omgevingswet, de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en de Wet Windenergie op Zee en de Algemene wet bestuursrecht. Het wetsvoorstel is op 22 december 2025 bij de Tweede Kamer ingediend.2 Op 26 februari 2026 is het verslag van de vaste commissie van Klimaat en Groene Groei over het wetsvoorstel uitgebracht. De vragen in het verslag zijn op 21 april 2026 beantwoord.3
RICHTLIJN (EU) 2023/2413[B] VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad
Uiterste implementatiedatum: 21 mei 2025
Ook de artikelen van richtlijn (EU) 2023/2413 met een uiterste implementatiedatum van 21 mei 2025 zijn deels reeds omgezet in bestaande wet- en regelgeving en betreffen deels feitelijk handelen waarvoor geen implementatie in wet- en regelgeving noodzakelijk is. De resterende implementatie op wetsniveau die noodzakelijk is in verband met de implementatie wordt meegenomen in het wetsvoorstel Implementatiewet herziene gasrichtlijn en uitvoering herziene gasverordening, dat tot eind februari voor lag voor een uitvoerings- en handhavingstoets. Het wetvoorstel wordt volgens planning voor de zomer voorgelegd aan de Raad van State.
RICHTLIJN (EU) 2024/1711 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juni 2024 tot wijziging van de Richtlijnen (EU) 2018/2001 en (EU) 2019/944 inzake het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie
Uiterste implementatiedatum: 17 januari 2025
Richtlijn (EU) 2024/1711 vormt met twee verordeningen het in juni vorig jaar vastgestelde Europese Electricity Market Design pakket (EMD-pakket). Het EMD-pakket is gericht op verdere hervorming van de Europese elektriciteitsmarkt.
De uiterste datum voor implementatie is voor de meeste bepalingen uit de richtlijn gesteld op 17 januari 2025. Voor artikel 2, punten 2) en 3), de bepalingen met betrekking tot het recht op energiedelen en de vrije keuze van leverancier daarbij, is de uiterste datum voor implementatie gesteld op 1 juli 2026.
Implementatie van het EMD-pakket vindt voornamelijk plaats in de nieuwe Energiewet (Stb. 2025, 12) en daarnaast, in verband met implementatie van energiedelen, de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet op de accijns.
Begin juli 2025 is het wetsvoorstel ter implementatie van de gehele richtlijn aanhangig gemaakt voor advies bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Op 12 november heeft de Afdeling advies uitgebracht. Het wetsvoorstel wordt volgens de planning voor de zomer ingediend bij de Tweede Kamer voor de parlementaire behandeling.
RICHTLIJN (EU) 2023/1791 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (herschikking)
Uiterste implementatiedatum: 11 oktober 2025
Richtlijn (EU) 2023/1791 betreft een herschikking van Richtlijn 2012/27/EU, waarbij verschillende implementatietermijnen gelden. De verplichting op grond van artikel 12 van de richtlijn voor datacentra om gegevens over hun energieprestaties te verzamelen en jaarlijks openbaar te maken is reeds in april 2025 omgezet in nationale regelgeving met de wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Omgevingsbesluit. De artikelen 13 tot en met 21 van de richtlijn zijn reeds omgezet in nationale wet- en regelgeving.
Daar waar nodig worden de overige artikelen van de richtlijn geïmplementeerd met wijzigingen van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie en enkele andere wetten. Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn is op 10 december 2025 voor behandeling ingediend bij de Tweede Kamer.4
SZW
RICHTLIJN (EU) 2023/2668 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 november 2023 tot wijziging van Richtlijn 2009/148/EG betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk
Uiterste implementatiedatum: 21 december 2025
De richtlijn 2023/2668 wijzigt richtlijn 2009/148 met betrekking tot de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk. Helaas heeft Nederland deze richtlijn niet voor de implementatiedatum van 21 december 2025 kunnen omzetten.
Dit komt doordat de omzetting naar nationale regelgeving een omvangrijk en complex traject is, waarbij het bestaande asbeststelsel ingrijpend moet worden aangepast. Er zijn veel partijen die tijdens het werk met asbest in aanraking kunnen komen waarvoor de situaties onderling enorm kunnen verschillen. Dit vergt een zorgvuldige afstemming met stakeholders. Daarnaast zijn er ook verschillende departementen betrokken bij de implementatie waardoor er interdepartementale afstemming vereist is. Bovendien kent de implementatie diverse uitvoeringsaspecten, waaronder aanpassing van ICT-systemen.
De Tweede Kamer is op 28 mei 2025 op de hoogte gebracht dat de implementatiedatum niet gehaald ging worden (Kamerstuk 25 883, nr. 527). Ook de Commissie is hierover geïnformeerd.
Zoals in bovengenoemde brief is aangegeven heeft Nederland al strenge asbestregelgeving die in lijn ligt met het beschermingsniveau dat de Richtlijn vereist. Nederland voldoet bijvoorbeeld al aan de verlaagde grenswaarde. In een publicatie in de Staatscourant is opgenomen welke artikelen van de Richtlijn al volledig geïmplementeerd zijn in de nationale regelgeving. Deze publicatie is inmiddels aan de Commissie gezonden voor een gedeeltelijke notificatie.
Het streven is de aangepaste regelgeving op 1 januari 2027 in werking te laten treden. Of dit nog haalbaar is, hangt er onder andere vanaf wanneer de plenaire behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer plaatsvindt. Daarbij is het nodig om te voorzien in een overgangstermijn van zes maanden om bedrijven in staat te stellen om aan onder meer vergunnings- en opleidingseisen te kunnen voldoen. De richtlijn wordt omgezet door wijzigingen in de Arbeidsomstandighedenwet, het Arbeidsomstandighedenbesluit, de Arbeidsomstandighedenregeling, het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Het wetsvoorstel dat regelt dat bedrijven die asbest verwijderen een vergunning moeten hebben, is in behandeling bij de Tweede Kamer. Op 9 april 2026 is de Nota naar aanleiding van het verslag aangeboden aan de Tweede Kamer. De Kamer is tegelijkertijd met een brief geïnformeerd over de stand van zaken, waarbij ook het conceptwijzigingsbesluit en de conceptwijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling zijn aangeboden. Op 9 april 2026 zijn ook de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen gestart van de lagere regelgeving.
Richtlijnen die in het volgende kwartaal moeten worden geïmplementeerd om overschrijding te voorkomen
AenM
RICHTLIJN (EU) 2024/1233 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 april 2024 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven.
RICHTLIJN (EU) 2024/1346 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking).
BZK
RICHTLIJN (EU) 2024/1275 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking).
RICHTLIJN (EU) 2024/1500 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot wijziging van de Richtlijnen 2006/54/EG en 2010/41/EU.
BZ
RICHTLIJN (EU) 2025/794 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 april 2025 tot wijziging van de Richtlijnen (EU) 2022/2464 en (EU) 2024/1760 wat betreft de datums waarop lidstaten bepaalde vereisten inzake duurzaamheidsrapportering en passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven moeten toepassen.
EZK
RICHTLIJN (EU) 2024/2749 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 9 oktober 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2000/14/EG, 2006/42/EG, 2010/35/EU, 2014/29/EU, 2014/30/EU, 2014/33/EU, 2014/34/EU, 2014/35/EU, 2014/53/EU en 2014/68/EU en tot invoering van noodprocedures voor conformiteitsbeoordeling, vermoeden van conformiteit, vaststelling van gemeenschappelijke specificaties en markttoezicht in geval van noodsituaties op de interne markt.
FIN
RICHTLIJN (EU) 2024/2811 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU met als doel de publieke kapitaalmarkten in de Unie aantrekkelijker te maken voor ondernemingen en de toegang tot kapitaal voor kleine en middelgrote ondernemingen (mkb-ondernemingen) te vergemakkelijken, en tot intrekking van Richtlijn 2001/34/EG.
RICHTLIJN (EU) 2024/2994 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 27 november 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2013/36/EU en (EU) 2019/2034 wat betreft de behandeling van het concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan centrale tegenpartijen en het risico van tegenpartijen bij centraal geclearde derivatentransacties.
RICHTLIJN (EU) 2024/927 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 maart 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen.
IenW
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/1801 VAN DE COMMISSIE van 23 juni 2025 tot aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang van de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/1999 van het Europees Parlement en de Raad betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/1802 VAN DE COMMISSIE van 8 september 2025 tot wijziging van Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat een vrijstelling voor lood in soldeer met een hoog smeltpunt betreft.
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2025/2364 VAN DE COMMISSIE van 8 september 2025 tot wijziging van Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat een vrijstelling voor lood als legeringselement in staal, aluminium en koper betreft.
JenV
RICHTLIJN (EU) 2024/1069 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie»).
RICHTLIJN (EU) 2024/1203 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG.
SZW
RICHTLIJN (EU) 2023/970 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen.
Ingebrekestellingen wegens te late implementatie
Ingebrekestellingen wegens te late implementatie
In het eerste kwartaal van 2026 zijn er 10 ingebrekestellingen wegens te late implementatie van richtlijnen van de Europese Commissie ontvangen:
– Van FIN, zaak 2026/0108, mbt RL 2023/2225 (kredietovereenkomsten).
– Van FIN, zaak 2026/0109, mbt RL 2023/2226 (administratieve samenwerking belastingen).
– Van FIN, zaak 2026/0111, mbt RL 2023/2673 (financiële diensten).
– Van FIN, zaak 2026/0113, mbt RL 2025/0872 (administratieve samenwerking belastingen).
– Van FIN, zaak 2026/0196, mbt RL 2023/2864 (Europees centraal toegangspunt).
– Van FIN, zaak 2026/0197, mbt RL 2024/1619 (ESG-risico’s bankentoezicht)
– Van IenW, zaak 2026/0112, mbt RL 2024/2839 (rapportagevereisten).
– Van JenV, zaak 2026/0107, mbt RL 2023/2123 (bescherming persoonsgegevens).
– Van JenV, zaak 2026/0195, mbt RL 2023/1544 (elektronisch bewijsmateriaal strafprocedures).
– Van SZW, zaak 2026/0110, mbt RL 2023/2668 (blootstelling asbest).
De Europese Commissie heeft in het eerste kwartaal van 2026 één zaak wegens te late implementatie geseponeerd:
Van VWS, zaak 2025/0190, mbt RL 2024/505 (beroepskwalificaties Roemeense ziekenverplegers).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21109-BR.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.