nr. 162
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 mei 2006
In een brief van de vaste commissie voor Financiën van 18 mei
2006 (06-FIN-B-26) inzake de implementatie van richtlijn 2005/19/EG wordt
verzocht om informatie omtrent de vorderingen en het door de regering gewenste
cq. voorziene tijdpad met betrekking tot voornoemde richtlijn. Dit omdat de
commissie van mening is dat de implementatietermijn reeds op 1 januari
2006 was verstreken.
Hierover informeer ik u als volgt. In richtlijn 2005/19/EG tot wijziging
van richtlijn 90/434/EEG betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling
voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking
tot vennootschappen uit verschillende lidstaten, is de implementatietermijn
voor de voorschriften voor de Europese vennootschap (SE) en de Europese coöperatieve
vennootschap (SCE) vastgesteld op 1 januari 2006. De overige voorschriften
moeten op 1 januari 2007 zijn geïmplementeerd.
In de Nederlandse, fiscale wetgeving zijn in een voorstel van wet uit
2003 (Overige fiscale maatregelen 2004, Stb. 2003, 527) en een voorstel van
wet uit 2005 (Belastingplan 2006, Stb. 2005, 683) regelingen opgenomen waardoor
de SE en de SCE onder gelijke voorwaarden als een naamloze vennootschap gebruik
kan maken van de wettelijke fusiefaciliteiten.
Hiermee voldeed Nederland reeds op de voorgeschreven datum van 1 januari
2006 aan de in de fusierichtlijn voorgeschreven verplichtingen. De wijzigingen
die betrekking hebben op de SCE treden eerst in werking met ingang van 18 augustus
2006, aangezien op die datum de verordening waarin deze nieuwe rechtsvorm
is geregeld, van toepassing wordt.
De overige bepalingen van de fusierichtlijn die door de lidstaten op 1 januari
2007 moeten zijn geïmplementeerd behoeven geen nadere, nationale wetgevende
activiteit. De reden hiervoor is dat de Nederlandse wetgeving reeds voldoet
aan de voorschriften die zijn neergelegd in de fusierichtlijn. Hiervan zal
bericht worden gedaan aan de Europese Commissie.
De Staatssecretaris van Financiën,
J. G. Wijn