nr. 86
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
EN VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juli 2007
Hierbij informeren wij u over de stand van zaken rond de oprichting van
een Indisch Herinneringscentrum. Eerst schetsen wij kort de voorgeschiedenis,
daarna gaan wij in op de actuele ontwikkelingen.
In de zomer van 2006 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport (VWS) de subsidie aan de Stichting Het Indisch Huis (HIH) moeten
stopzetten, ten gevolge van een ernstige financiële problematiek. Ik
verwijs u naar de brief van 11 september 2006 (20 454, nr. 79). Dit had
vanzelfsprekend verregaande gevolgen voor de mogelijkheden om het Indische
gedachtegoed te presenteren, waaronder de educatieve projecten.
Het ministerie van VWS heeft daarop een onderzoek laten instellen door
het bureau Boer & Croon naar het draagvlak en de haalbaarheid van een
alternatief voor het HIH. Ook het Indisch Platform (IP) heeft expliciet gevraagd
om de verschillende mogelijkheden van een Indisch Herinneringscentrum nader
te onderzoeken. Volgens het IP zouden herinnering en educatie daarbij centraal
moeten staan en zou het niet zozeer het karakter van een cultureel centrum
moeten krijgen. Het IP gaf als accenten aan: aandacht voor de Japanse bezetting
en de Bersiapperiode, de repatriëring en de integratie binnen de Nederlandse
samenleving. Deze lijn past in het voorlichtingsbeleid van het ministerie
van VWS om meer aandacht voor de herinnering aan de oorlog in Nederlands-Indië
te genereren. In het Nationaal vrijheidsonderzoek 2007 van het Nationaal Comité
4 en 5 mei zijn vragen gesteld naar de kennis over de oorlog in Nederlands-Indië.
Het blijkt dat slechts 50% van de Nederlandse bevolking op de hoogte
is van de oorzaak en de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog (WO II) in Azië.
Voor het geven van betekenis aan de herinnering aan WO II is het van groot
belang dat wordt onderstreept dat het om een wereldoorlog ging, die ook in
het Verre Oosten nadrukkelijk zijn sporen heeft nagelaten.
In het onderzoek van bureau Boer & Croon staan de door een Indisch
Herinneringscentrum te vervullen functies centraal. Het gaat dan om functies
waarin niet of onvoldoende wordt voorzien door andere Indische organisaties.
Er is met een groot aantal betrokkenen en organisaties gesproken, om een helder
beeld te krijgen van de gedeelde uitgangspunten voor het herinneringscentrum.
Gekozen is voor een brede invalshoek: de kennismaking door een groot publiek –
en vooral ook nieuwe generaties – met de Japanse bezetting en de Bersiap-periode
in Nederlands-Indië gedurende de jaren 1941–1949, met ruime aandacht
voor de voorgeschiedenis en de latere gevolgen. Daarnaast zal het centrum
uiteraard een functie krijgen voor de Indische gemeenschap zelf: ontmoeten,
delen en herdenken. Kern van het herinneringscentrum zal zijn een heldere
semi-vaste presentatie van «het Indische verhaal», aangevuld met
activiteiten op het terrein van educatie en lezingen en met wisselexposities.
Van belang is hier ook de conclusie van de onderzoekers dat er veel materiaal
op het terrein van Nederlands-Indië niet goed toegankelijk is. Het Indisch
Herinneringscentrum zal bij de ontsluiting en presentatie van dit materiaal
een grote rol moeten gaan spelen, via samenwerkingsverbanden met bestaande
organisaties en doelgroepen. Ik kan mij vinden in de aanbevelingen van het
onderzoek. Er lijkt al met al een duidelijke rol weggelegd voor een Indisch
Herinneringscentrum dat zich profileert als netwerkorganisatie langs de bovengeschetste
inhoudelijke lijnen.
Ook de mogelijke locatie van het herinneringscentrum is in het onderzoek
meegenomen. Er is een aantal locaties nader verkend, te weten Den Haag, Amsterdam,
Utrecht en Arnhem. Uiteindelijk bleek dat de locatie landgoed Bronbeek (Arnhem)
de beste mogelijkheden biedt. Het landgoed Bronbeek heeft een duidelijk Indisch
karakter, met op dit moment al circa 20 000 bezoekers per jaar. Door
de verbinding van de semi-permanente presentatie van het Indisch Herinneringscentrum
met die van het bestaande museum Bronbeek zal een grote meerwaarde kunnen
worden gecreëerd. Er is op het landgoed een uitstekend geoutilleerd activiteitencentrum
aanwezig (Kumpulan). De toegankelijkheid van het landgoed is uitstekend, zodat
ook bijvoorbeeld bussen met scholieren er goed terecht kunnen. De ministeries
van VWS, Defensie en van VROM (Rijksgebouwendienst), de gemeente Arnhem en
de provincie Gelderland en het Indisch Herinneringscentrum zullen zich door
middel van een convenant verbinden om een visie te ontwikkelen zodat ook in
de toekomst het landgoed haar Indisch karakter kan behouden.
Ondergetekenden zien het als hun gezamenlijke verantwoordelijkheid om
een maximale synergie te organiseren tussen het nieuwe herinneringscentrum
en de bestaande functies op het landgoed. Activiteiten op het terrein van
presentatie, herinnering en educatie zullen in de toekomst gaan plaatsvinden
in nauwe onderlinge afstemming tussen het herinneringcentrum en het museum
Bronbeek; het zoveel mogelijk integreren van de verschillende invalshoeken
vormt daarbij het uitgangspunt. Het ministerie van Defensie zal het algemene
beheer van het landgoed, van het verzorgingshuis en van het museum op zich
blijven nemen. Met het eerdergenoemde bestuurlijke convenant wordt een platform
gecreëerd dat zich zoals gezegd zal bezighouden met het bredere vraagstuk,
op welke wijze het Indische karakter van het landgoed Bronbeek ook in de toekomst
kan worden veiliggesteld.
Binnen de Indische gemeenschap zijn de meningen evenwel verdeeld over
de locatie; vooral in relatie tot Den Haag als mogelijke vestigingsstad bestaan
er sterke emoties. Gebleken is dat bij de jongeren dit gevoel veel minder
speelt.
Inmiddels is duidelijk geworden dat er binnen de hierboven geschetste
visie en op de gekozen locatie draagvlak is om een Indisch Herinneringscentrum
vorm te geven. Wij zijn blij dat zich een bestuur voor de nieuwe stichting
heeft aangediend, dat de uitdaging wil aangaan om op deze basis de aandacht
voor de Indische gemeenschap en de Indische geschiedenis te versterken.
Over de verhouding tussen het Indisch Herinneringscentrum en de andere
onderdelen van het landgoed Bronbeek zijn afspraken gemaakt tussen onze beide
ministeries. Deze afspraken zullen in een separate overeenkomst tussen beide
ministeries en het herinneringscentrum worden vastgelegd. VWS zal aan de nieuwe
stichting een jaarlijkse instellingssubsidie verstrekken. Tevens zal het ministerie
van VWS aan de stichting op basis van uitgewerkte plannen een bedrag van maximaal € 1,0
miljoen ter beschikking stellen voor het inrichten van de presentatie. Ten
slotte meld ik u dat binnen het programma Erfgoed van de Oorlog van VWS een
apart traject loopt met betrekking tot de ontsluiting van de collecties en
archieven van Indische instellingen. Dit project zal na de afronding (eind
2008) worden overgedragen aan het nieuwe Indisch Herinneringscentrum.
De staatssecretaris van Volksgezondheid,
M. Bussemaker
De staatssecretaris van Defensie, Welzijn en Sport,
C. van der Knaap