Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202020454 nr. 161

20 454 Voortgangsrapportage uitvoering wetten oorlogsgetroffenen

Nr. 161 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 februari 2020

Conform de verplichtingen in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is het functioneren van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) in 2019 geëvalueerd. Bijgaand zend ik u, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het rapport «Onderzoek doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de Pensioen- en Uitkeringsraad»1. Het onderzoek is uitgevoerd door de onafhankelijke Audit Dienst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en ziet op de periode 2014–2018. Daarnaast heb ik de Pensioen- en Uitkeringsraad zelf verzocht in te gaan op de toekomstige ontwikkelingen die van belang kunnen zijn voor de organisatie. Deze reactie is ook bijgevoegd2.

In deze brief ga ik in op de conclusies en aandachtspunten uit de evaluatie. Een gelijkluidende brief is gericht aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Belangrijkste uitkomsten uit de rapportages zijn:

  • De PUR heeft doeltreffend gefunctioneerd.

  • De komende jaren zijn er voor de PUR, ondanks een dalende trend in aanvragen, voldoende werkzaamheden die kwalitatief goed moeten worden uitgevoerd.

  • Er is geen noodzaak het beleid en de aansturing van de PUR aan te passen.

Pensioen- en Uitkeringsraad

De PUR is per 1 juli 1990 bij wet ingesteld. De verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de PUR en de SVB is vastgelegd in de Wet uitvoering wetten verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wuvo), die op 1 januari 2011 van kracht werd.

De PUR is verantwoordelijk voor de toelating tot de regelingen die financiële ondersteuning bieden aan (nabestaanden van) verzetsdeelnemers en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de periode van ongeregeldheden in het voormalig Nederlands-Indië. De PUR stelt het beleid voor deze wettelijke regelingen vast en adviseert de SVB, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van deze regelingen, in alle zaken waarin het vastgestelde beleid niet voorziet.

Het werkterrein van de PUR omvat de volgende regelingen:

  • Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 (Wbp);

  • Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Wbpzo);

  • Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Wuv);

  • Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Wubo);

  • Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Wiv);

  • Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie naoorlogse generatie (Tvp);

  • De Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).

Deze wetten zijn gebaseerd op de ereschuld van het Nederlandse volk ten opzichte van verzetsdeelnemers en op de bijzondere solidariteit ten opzichte van vervolgden en burger-oorlogsslachtoffers. De wettelijke regelingen voorzien in inkomensaanvullende pensioenen en uitkeringen en/of bijdragen in kosten die worden gemaakt in verband met de lichamelijke en/of geestelijke gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en de periode van ongeregeldheden in het voormalig Nederlands-Indië.

Door opeenvolgende kabinetten is de garantie van continuïteit en kwaliteit van de (financiële) zorg tot de laatste oorlogsgetroffene uit de Tweede Wereldoorlog afgegeven. Als Staatssecretaris ben ik verantwoordelijk om uitvoering te geven aan dit beleid.

Uitkomsten onderzoek Audit Dienst

De Audit Dienst concludeert op basis van zijn onderzoek dat de PUR in de periode 2014 tot en met 2018 doeltreffend heeft gefunctioneerd en er in de betreffende periode geen indicaties aanwezig zijn van ondoelmatigheid in de taakuitvoering door de PUR.

De onderzoekers constateren geen verbeterpunten. Wel geeft de Audit Dienst een aantal aandachtspunten mee die zich richten zich op het behoud van de huidige kwaliteit. Zo benoemt de Audit Dienst dat een minimumaantal raadsleden met verschillende expertises in de PUR nodig is om de kwaliteit te behouden. Daarnaast adviseert de Audit Dienst om alert te blijven op de vergaderfrequentie in verhouding tot een afnemend aantal casussen. De doorlooptijd voor cliënten dient niet in gevaar te komen. Verder benadrukt de Audit Dienst het belang om de onafhankelijkheid in taakopvatting vast te houden. De PUR en de SVB zijn beiden scherp op welke taken wel en niet onder hun verantwoordelijkheid vallen. Dit is een belangrijke waarborg voor doeltreffend functioneren.

Deze aandachtpunten zal ik in de overleggen met de PUR blijven monitoren.

Tenslotte benoemt de Audit Dienst dat het goede samenspel tussen alle partijen (PUR, SVB en VWS) iets is om te koesteren. De partijen weten elkaar, naast de formele overleggen, ook informeel te vinden omdat er sprake is van vertrouwen en korte lijnen. Bijzonderheden komen hierdoor snel onder de aandacht en kunnen snel en daadkrachtig worden opgelost. De goede samenwerking komt mijns inziens ook tot uiting in de hoge waarderingscijfer van de cliënten van de PUR, respectievelijk een 8,4 in 2016 en 8,5 in 2018 (bron: SVB onderzoek klanttevredenheid in 2016 en 2018).

Ik zie, ook gezien de conclusies van de Audit Dienst van de SVB, dan ook geen aanleiding om het aansturingsmodel van de PUR te veranderen.

Toekomstvisie PUR

Met interesse heb ik ook kennisgenomen van de doorkijk van de PUR naar de inhoudelijke en organisatorische toekomst van het ZBO tot en met 2024. De belangrijkste constatering van de PUR is dat in deze periode nog steeds oorlogsgetroffenen een aanvraag zullen doen om toegelaten te worden tot de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en er een beroep gedaan zal worden op de bijzondere voorzieningen die voor deze doelgroep beschikbaar zijn. De verwachting van de PUR is ook dat de noodzaak tot het vormen van nieuw beleid dan wel het wijzigen van bestaand beleid zich voor zal blijven doen. Dit vanwege uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, door de behoefte tot verduidelijken of verhelderen van bestaand beleid en door het steeds ouder worden van de doelgroep waardoor zich nieuwe beleidsmatige vraagstukken kunnen voordoen. De komende jaren zijn er dus voor de PUR, ondanks een dalende trend in (nieuwe) aanvragen, voldoende werkzaamheden die kwalitatief goed moeten worden uitgevoerd.

De PUR heeft ook gekeken of het huidige organisatorische model (ZBO) nog passend is. De conclusie van de PUR is dat de organisatievorm goed en naar ieders tevredenheid functioneert en dit voor de komende periode ook voorzien is.

Ik deel deze verwachtingen en sluit mij aan bij de conclusie van de PUR dat er geen aanleiding is om de komende periode het bestuurlijk model van de PUR als ZBO aan te passen. Samen met de PUR zal ik de (organisatorisch) ontwikkelingen de komende jaren blijven volgen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.