20 454 Voortgangsrapportage uitvoering wetten oorlogsgetroffenen

Nr. 107 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 januari 2013

Hierbij stuur ik u op grond van artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen het jaarverslag 2011 van de Pensioen- en uitkeringsraad (PUR)1.

De PUR is een zelfstandig bestuursorgaan dat al sinds 1990 een centrale rol vervult in het kader van de toepassing en uitvoering van de 5 wetten en regelingen voor deelnemers aan het voormalig verzet en oorlogsgetroffenen: de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 (Wbp), de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Wbp-zo), de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Wuv), de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Wubo), de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Wiv) en de Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie naoorlogse generatie (Tvp).

Dit jaarverslag gaat over het eerste jaar dat er met de inwerkingtreding van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wuvo) een fundamentele wijziging is aangebracht in het proces van de wetsuitvoering. Om de door opeenvolgende kabinetten gegeven garantie van continuïteit en kwaliteit van de zorg «tot de laatste» oorlogsgetroffene uit WO II te kunnen waarmaken – het cliëntenbestand neemt gestaag af met circa 5% per jaar –, is per 1 januari 2011 de wetsuitvoering overgedragen aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Het college de PUR «nieuwe stijl» heeft geen werknemers en besluit in de nieuwe situatie over nieuwe toelatingen tot de wetten, formuleert het beleid (ook voor de SVB) en adviseert de SVB in zaken waarin het beleid (nog) niet voorziet.

Met voldoening stel ik vast dat de overgang van de uitvoering van de PUR naar de SVB in 2011 zonder noemenswaardige haperingen is verlopen. Er zijn in het eerste jaar van de nieuwe constructie goede productie- en termijnresultaten behaald. Het belangrijkste uitgangspunt bij de hele herpositionering was dat de cliënten in binnen- en buitenland er «niks» van mochten merken.

Tot mijn genoegen stel ik vast dat de PUR en de SVB hierin door een uitstekende samenwerking glansrijk zijn geslaagd: de gemeten cliënttevredenheid is verder gestegen. Ik complimenteer PUR en SVB met deze resultaten.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven