Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201120361 nr. 147

20 361 Suriname

Nr. 147 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 augustus 2011

Graag bied ik u hierbij de reactie aan naar aanleiding van de tijdens de Begrotingsbehandeling in december 2010 gedane toezegging om u te informeren over de relatie Nederland–Suriname, alsmede de stand van zaken met betrekking tot de Toescheidingsovereenkomst.

SAMENVATTING

  • De gedeelde geschiedenis, de gemeenschappelijke taal en de sociale netwerken tussen Nederland en Suriname vormen de basis voor een blijvende sterke verwevenheid tussen de beide samenlevingen. Nederland blijft in de toekomst een zakelijke en betrokken relatie met Suriname nastreven, tenzij dit door ontwikkelingen niet meer mogelijk zou zijn.

  • De overheid doet waar mogelijk een stap terug, maar blijft wel samenwerking, uitwisseling van contacten en kennis tussen beide samenlevingen faciliteren. De samenwerking op het gebied van overheid tot overheid richt zich met name op de thema’s:

    • Rechtsstaat en Veiligheid

    • Handel en Economie

    • Cultuur, Onderwijs, Volksgezondheid en Sport

    • Milieu, Water en Klimaat

  • Toescheidingsovereenkomst: Nederland staat klaar voor vervolgoverleg met Suriname, maar is in deze geen vragende partij. Zolang de overeenkomst niet is opgezegd is deze onverkort geldig.

TOELICHTING

De Republiek Suriname

Op 25 november 2010 vierde de Republiek Suriname haar 35-jarig bestaan. Suriname telt ongeveer 490 000 mensen verdeeld over een aantal bevolkingsgroepen.  De omvangrijkste bevolkingsgroepen zijn de creolen, marrons, hindoestanen, Javanen en Chinezen; aangevuld met de oorspronkelijke inheemse bevolking en een groeiend aantal Brazilianen en Guyanezen.

Suriname is een middeninkomensland. Het Bruto Nationaal Product bedroeg in 2010 US$ 3,3 miljard1 (152e economie op de wereldranglijst). De economie van Suriname is sterk afhankelijk van grondstoffen. De export van bauxiet loopt terug, maar is nog steeds van belang voor de Surinaamse economie. De export van goud en aardolie is in de afgelopen jaren snel gestegen. Hoewel dat bijdraagt aan de overheidsinkomsten kampt de regering met een tekort aan begrotingsmiddelen, niet in de laatste plaats door het zeer forse ambtenarenapparaat. De regering Bouterse heeft in het eerste kwartaal van 2011 monetaire en fiscale maatregelen getroffen om macro-economische stabiliteit te behouden. Hoewel de Surinaamse regering zich ten doel heeft gesteld het investeringsklimaat te verbeteren, zijn de resultaten daarvan nog niet zichtbaar. Volgens het Doing Business Report van de Wereldbank is het investeringsklimaat in Suriname niet gunstig (161e positie).

Suriname is zich in de afgelopen jaren steeds meer gaan richten op de regio. Zo is Suriname lid geworden van CARICOM2, UNASUR3 en OAS4. De bilaterale betrekkingen met buurlanden als Brazilië, Guyana, Venezuela, Cuba en Frankrijk (Frans Guyana), maar ook met de herkomstlanden China en India, worden aangehaald. Er wordt vooral ingezet op samenwerking op economisch gebied. Met plannen voor de bouw van een brug naar Guyana en de aanleg van een weg naar Brazilië zou op termijn het isolement van Suriname op het Zuid-Amerikaanse continent moeten worden doorbroken.

De Surinaamse markt is klein en vanwege de geografische ligging lastig te ontsluiten. Door deze beperkingen is het relatieve belang van de Surinaamse economie in de regio en daarbuiten beperkt. Naast grondstoffendelving zijn ook infrastructurele projecten van belang. Het voordeel voor het Nederlandse bedrijfsleven ten opzichte van andere landen is de gemeenschappelijke taal en het netwerk tussen Nederland en Suriname.

Verwevenheid van de Nederlandse en Surinaamse samenlevingen

Nederland en Suriname hebben een bijzonder relatie. Meer dan 300 jaar geschiedenis verbindt beide landen. De gedeelde geschiedenis, de gemeenschappelijke taal en de sociale netwerken tussen beide landen vormen de basis voor een blijvende sterke verwevenheid tussen de beide samenlevingen. Vooral de laatste jaren heeft deze verwevenheid voor een forse toename van initiatieven en activiteiten gezorgd, met name op terreinen als taal, cultuur, onderwijs, sport, gezondheidszorg, landbouw, milieu en huisvesting. Dit heeft niet alleen geleid tot een verbreding van de relatie maar ook tot een vermaatschappelijking; een betrokkenheid van een veelvoud van actoren uit zeer diverse onderdelen van beide samenlevingen.

Het personenverkeer tussen Nederland en Suriname is intensief: over en weer vindt familie- en vriendenbezoek plaats, Nederlanders met een Surinaamse achtergrond keren terug naar Suriname, Nederlandse toeristen brengen een bezoek aan Suriname, Nederlandse studenten lopen stage in Suriname en Surinamers studeren in Nederland. De Surinaamse gemeenschap in Nederland (ongeveer 350 000 personen) is zeer betrokken bij de Surinaamse bevolking (ongeveer 490 000 personen) en de ontwikkelingen in Suriname. Er gaat jaarlijks een belangrijke geldstroom van Nederland naar huishoudens in Suriname (€ 200 miljoen in 2009) en steeds vaker starten Surinaamse Nederlanders een bedrijf in Suriname.

Aan de hand van vier thema’s (rechtsstaat en veiligheid; handel en economie; cultuur, onderwijs, volksgezondheid en sport; milieu, water en klimaat) zal de verwevenheid van beide samenlevingen verderop in deze notitie worden uitgewerkt.

Verdragsmiddelen

Bij het onafhankelijk worden van Suriname heeft Nederland omgerekend € 1,6 miljard aan hulp toegezegd, de zogeheten verdragsmiddelen. Deze middelen hebben lange tijd de bilaterale relatie gekleurd. Afhankelijk van de politieke ontwikkelingen in Suriname werd deze hulp geregeld stilgelegd en ook in de periodes waarin dat niet het geval was, zorgde de besteding van de verdragsmiddelen voor veel discussie. Beide landen kwamen in 2005 overeen de brede OS5-relatie binnen vijf jaar af te bouwen. Dit heeft langer geduurd, mede vanwege de hoeveelheid resterende verdragsmiddelen, de omvang van de absorptiecapaciteit van Suriname en het belang van een effectieve en doelmatige besteding.

Inmiddels is voor alle verdragsmiddelen een bestemming gevonden. Hierdoor ontstond ruimte voor een andere relatie met Suriname. Een relatie die uitgaat van de begrippen «zakelijk, betrokken, gelijkwaardig».6 Daarnaast gaat het om een verdere vermaatschappelijking van de onderlinge contacten. Niet langer gaat het om relaties van overheid tot overheid, maar veeleer om relaties van maatschappij tot maatschappij. Uitgangspunt is dat Suriname belangrijk blijft voor Nederland, zowel vanwege de historische verbondenheid als de aanwezigheid van een grote Surinaamse gemeenschap in Nederland. Deze steeds verdergaande vermaatschappelijking van de contacten tussen beide landen wordt door Nederland ondersteund. Met het oprichten van de Twinningfaciliteit Suriname – Nederland in 2008 stelde Nederland financiële middelen (€ 12 miljoen, looptijd vier jaar) beschikbaar ter stimulering van de samenwerking tussen Nederlandse en Surinaamse particuliere organisaties op het vlak van bijvoorbeeld taal, cultuur, onderwijs en gezondheidszorg. In de Twinningfaciliteit staan kennisuitwisseling en capaciteitsopbouw centraal. Een van de doelstellingen van de evaluatie van de Twinningfaciliteit die thans wordt uitgevoerd, is na te gaan of de faciliteit heeft bijgedragen aan de versterking van het maatschappelijk middenveld in Suriname.

Verwachting is dat in 2012/2013 alle Verdragsmiddelen zullen zijn besteed. In maart 2011 is de Surinaamse overheid op de hoogte gebracht van het voornemen om de OS-partnerschapsrelatie met Suriname in het kader van de herziening van het Nederlands ontwikkelingsbeleid7 te beëindigen.

Recente politieke ontwikkelingen

In 2010 vonden belangrijke politieke ontwikkelingen plaats. Op 25 mei 2010 werden verkiezingen gehouden in Suriname. De uitkomst ervan heeft geleid tot een omwenteling in het Surinaamse politieke landschap. De NDP van Desire Delano Bouterse werd de grootste partij en vormde een coalitie met de A-combinatie en de Volksalliantie. De verkiezing van D.D. Bouterse tot president van Suriname heeft de relatie met Suriname onder druk gezet, aangezien hij in 2000 in Nederland is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar vanwege drugshandel. In het strafproces dat zich richt op de achtdecembermoorden is D.D. Bouterse hoofdverdachte. Ook dit gegeven is van invloed op de bilaterale relatie met Suriname.

In reactie op de verkiezing van Bouterse tot president krijgt de politieke relatie met Suriname vorm binnen het onderstaande kader:

  • Nederland respecteert de uitslag van de democratische verkiezingen in Suriname, en de daaruit volgende keuze van het parlement voor Desi Bouterse tot president.

  • Nederland beoordeelt de Surinaamse regering op haar benoemingen, beleidsvoornemens en beleidsdaden.

  • Met president Bouterse worden contacten onderhouden op basis van functionele noodzaak.

  • Nederland blijft een zakelijke en betrokken relatie met Suriname nastreven, tenzij dit door ontwikkelingen niet meer mogelijk zal zijn.

  • Nederland blijft inzetten op een verdere vermaatschappelijking van de relatie tussen beide landen.

Toekomstige relatie met Suriname

In Suriname onderscheidt Nederland zich vanwege de gemeenschappelijke taal, het gedeelde cultureel erfgoed, de uitgebreide sociale netwerken die beide landen met elkaar verbinden en de daaruit voortkomende wederzijdse belangen. Deze aspecten zijn bepalend voor de thematische keuzes voor het beleid ten aanzien van Suriname. Binnen dit kader staan zakelijkheid en samenleving centraal. De regering zet in op die gebieden waarin Nederland sterk is en waaruit beide landen voordeel putten.

De overheid doet waar mogelijk een stap terug. Wel blijft Nederland samenwerking, uitwisseling van contacten en kennis tussen de beide samenlevingen faciliteren. Stimulering van deze maatschappelijke contacten vindt plaats vanuit de Twinningfaciliteit Suriname – Nederland, de economische bedrijvigheid tussen de landen en het cultuur- en sportbeleid. In welke vorm de Twinningfaciliteit in de toekomst wordt voortgezet, zal mede worden beslist door de uitkomsten van de evaluatie van de huidige Twinningfaciliteit. Het eindrapport van de evaluatie is naar verwachting eind 2011 beschikbaar.

Uitgaand van bovenstaande zet de regering, waar het gaat om samenwerking op het gebied van overheid tot overheid, in op de volgende thema’s:

  • 1. Rechtsstaat en Veiligheid

  • 2. Handel en Economie

  • 3. Cultuur, Onderwijs, Volksgezondheid en Sport

  • 4. Milieu, Water en Klimaat.

Rechtsstaat en Veiligheid

De vervlechting van de Nederlandse en de Surinaamse samenlevingen en het intensieve personenverkeer tussen de landen speelt zich af op tal van terreinen die positief bijdragen aan het welzijn en de welvaart van beide landen. Echter, een deel van de contacten leidt ook tot illegale en strafbare handelingen. De georganiseerde criminaliteit is actief in onder andere drugshandel, mensenhandel en witwassen van geld. Daarnaast komt het voor dat personen zich schuldig maken aan moord, doodslag of ernstige mishandeling, en pogen zich aan rechtsvervolging te onttrekken door zich in het andere land te vestigen.

De afgelopen jaren heeft Nederland bijgedragen aan de versterking van het Surinaamse politie- en justitie-apparaat. Een belangrijk deel van het sectorprogramma Rechtsbescherming & Veiligheid is met Verdragsmiddelen gefinancierd, en er zijn intensieve samenwerkingsverbanden ontstaan tussen Nederlandse en Surinaamse instellingen in deze sector. Nederlandse instanties als het ministerie van Veiligheid en Justitie met inbegrip van de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie, de Dienst Justitiële Inlichtingen, het Nederlands Forensisch Instituut en de Korps Landelijke Politie Diensten, alsmede het ministerie van BZK met inbegrip van de Immigratie en Naturalisatiedienst, de Dienst Terugkeer en Vertrek maar ook de Koninklijke Marechaussee en Douane hebben goede relaties opgebouwd met hun Surinaamse counterparts en hebben hun zusterorganisaties versterkt met technische assistentie en soms met bijdragen aan concrete projecten. De goede samenwerking met Nederland op dit gebied komt mede voort uit het feit dat het Surinaamse rechtssysteem grotendeels op Nederlands recht is gebaseerd. Door het intensieve personenverkeer tussen beide landen, wordt tevens nauw samengewerkt op het gebied van het bestrijden van illegale migratie.

Ook bij drugsbestrijding werken beide landen samen. Afgesproken is dat zolang de drugssmokkel via het luchtverkeer niet daalt tot een aanvaardbaar laag niveau, de controles doorgaan. Zoals aangegeven in een eerdere Kamerbrief (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 20 361, nr. 141) zouden effectieve controles op J.A. Pengel Airport de 100%-controle op Schiphol overbodig kunnen maken. Nederland levert aan Suriname training en materieel om die controles te verbeteren. De aanvoer van drugs uit Suriname is nog steeds zodanig dat continuering van de controles noodzakelijk is.

Toekomstige inzet

Bevordering van de internationale stabiliteit, rechtsorde en veiligheid en het bestrijden van criminaliteit, de handel in verdovende middelen en de terugkeer van illegaal in Nederland verblijvende onderdanen zijn prioriteiten van het Nederlands kabinet. Het is daarom een Nederlands belang om de samenwerking met Suriname op het gebied van justitie en politie te continueren. Een stabiel en veilig Suriname met een goed functionerende rechtsstaat, zorgt ervoor dat het intensieve personenverkeer tussen beide landen kan blijven bestaan. Ook heeft Nederland profijt bij goede detentiefaciliteiten in Suriname. Niet alleen als essentieel onderdeel van een goed functionerende justitieketen, maar ook omdat onder de gevangenen zich Nederlanders bevinden. Op het gebied van terugkeer werken de landen samen om onderdanen zonder rechtmatig verblijf over en weer terug te nemen. Onderdeel van deze samenwerking is ook dat voldoende waarborgen worden geschapen voor een goed nazorgtaject voor onderdanen die (gedwongen) terugkeren.

Nederland stimuleert dat Suriname toetreedt tot het verdrag van de Raad van Europa inzake de overbrenging van gevonniste personen, hetgeen niet alleen mogelijk maakt dat deze personen hun straf in eigen land kunnen uitzitten maar ook dat beide landen onderdanen aan elkaar uitleveren.

Net als elders zal Nederland ook in Suriname het mensenrechtenbeleid implementeren, waaronder vrouwen- en homo-emancipatie.

Handel en economie

In Suriname zijn naar verhouding weinig grote Nederlandse investeerders actief. Toch realiseert een aantal Nederlandse bedrijven een belangrijk deel van de omzet in Suriname. Nederlandse bedrijven zijn actief in infrastructurele projecten, zoals de bouw van bruggen, havens, dijken, de rehabilitatie van de luchthaven en drinkwaterboring en -zuivering. Plannen van de Surinaamse regering voor infrastructurele werken bieden kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Verder kan de ontwikkeling van de agrarische sector eveneens de nodige kansen bieden.

Ondanks de bescheiden omvang van de handels- en investeringsstromen tussen Nederland en Suriname heeft het Nederlandse bedrijfsleven traditioneel interesse in Suriname. Door de gemeenschappelijke taal, het lagere loonniveau, de beschikbaarheid aan gekwalificeerd kader en het gunstige tijdsverschil met Nederland profileert Suriname zich steeds meer als outsource-bestemming voor onder meer ICT diensten, financiële en administratieve werkzaamheden, medische dienstverlening en omvangrijke callcenter activiteiten. Daarnaast kan Suriname ook als springplank dienen naar de CARICOM-markt.

Het bedrijfsleven toont een bovengemiddelde interesse in het bedrijfsleveninstrumentarium van de Nederlandse overheid. Het merendeel van de ondernemers dat overweegt om in Suriname zaken te doen, is van Surinaamse afkomst en MKB’er. Vaak wegen persoonlijke omstandigheden zwaar mee in hun beslissing om in Suriname te gaan ondernemen.

Toekomstige inzet

De Nederlandse Ambassade in Paramaribo assisteert het Nederlands bedrijfsleven ter plaatse. De ambassade zal kansen en marktniches signaleren, assistentie verlenen bij het ontplooien van activiteiten op de Surinaamse markt en bij het initiëren en uitvoeren van collectieve handelspromotionele activiteiten. Waar relevant zal voor Nederlandse bedrijven economische diplomatie worden ingezet. Inzet van bedrijfsleveninstrumentarium blijft belangrijk om zo de Nederlandse MKB-ondernemer te stimuleren om de kansen op de Surinaamse markt te benutten. Daarbij zal in het bijzonder worden ingezet op de Nederlandse expertise op het gebied van water

Cultuur, Onderwijs, Volksgezondheid en Sport

Cultuur, Onderwijs, Volksgezondheid en Sport zijn bij uitstek gebieden waarbinnen beide samenlevingen elkaar opzoeken. Suriname is als jonge natie op vele manieren verbonden met Nederland. Beide landen delen een stuk geschiedenis, de taal en veel gebruiken en gewoonten. Uit een intern door de ambassade uitgevoerde inventarisatie uit 2009, blijkt dat van de ruim 500 in kaart gebrachte samenwerkingsverbanden, ongeveer een derde zich op het gebied van onderwijs en educatie bevindt. Nederlandse culturele en educatieve instellingen als de Gerrit Rietveld Academie, het Tropenmuseum Junior, Centrum voor de Beeldende Kunst Rotterdam, Nationaal Archief, de Hogeschool Gorinchem, zijn enkele van die actieve spelers in Suriname. Daarnaast leveren Nederlandse scholen jaarlijks ongeveer 1 600 studenten die stage lopen in Suriname. In 2009/2010 studeerden achthonderd Surinamers aan een Nederlandse universiteit of Hoger Onderwijsinstelling.

Op het gebied van sport hebben Nederland en Suriname voor de periode 2007–2010 een Samenwerkingsprotocol (MoU) opgesteld. Op basis hiervan is een Plan van aanpak Sportprojecten gemaakt, dat onlangs budgettair neutraal is verlengd tot eind 2011. Er wordt ingezet op doelgroepen voor wie sport eerder onbereikbaar was (kinderen uit kansarme buurten, mensen met een beperking en meisjes en leefgemeenschappen in het verre binnenland), op talentontwikkeling en op het vormgeven van een huis voor de sport. De sportactiviteiten worden ook aangegrepen om voorlichting op het gebied van gezondheid en doping te geven.

Ook voor het ondersteunen van lokale activiteiten binnen het Sport en OS programma is het MoU Sport leidend. Bekende Nederlandse sporters van Surinaamse afkomst als Clarence Seedorf, Edgar Davids, Ilonka Elmonts en Letitia Vriesde spelen een positieve rol in de samenwerking tussen de landen.

Toekomstige inzet:

Het is de intentie van de Nederlandse regering om samenwerking, uitwisseling van contacten en kennis tussen de beide samenlevingen op de gebieden van Cultuur, Onderwijs, Volksgezondheid en Sport verder te stimuleren. Ontmoeting en samenwerking tussen personen en instellingen uit beide landen verdiepen en bevorderen de positieve relatie tussen Nederland en Suriname. Interculturele samenwerking draagt bij aan de vorming van een jong en kritisch kader. In het kader van de internationalisering en globalisering in het onderwijs is het belangrijk om uitwisselingsprogramma's tussen beide landen te stimuleren.

De afgelopen jaren heeft Nederland ingezet op de ontwikkeling van de culturele infrastructuur van Suriname. De komende jaren zal vooral de culturele uitwisseling centraal staan. Een belangrijk aandachtsgebied blijft het behoud en beheer van het gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Suriname is een van de zogenaamde herkomstlanden en is voor Nederland wat betreft cultureel erfgoed een belangrijk land. Nederland zet in op de ontsluiting en verbetering van de toegankelijkheid van gemeenschappelijk cultureel erfgoed. In 2010 is een start gemaakt met de overdracht van Surinaamse archieven die liggen opgeslagen bij het Nationaal Archief in Den Haag. Nederland en Suriname zijn overeengekomen dat de overdracht in een periode van zeven jaar zal plaatsvinden en dat de stukken in Nederland worden hersteld en gedigitaliseerd voordat ze aan Suriname worden overgedragen.

Op het gebied van sport staan deskundigheidsbevordering en capaciteitsversterking centraal. De verschillende sportinitiatieven die de afgelopen periode zijn ontwikkeld, worden duurzaam gemaakt met de opzet van regionale en landelijke competities. Actief zal worden ingezet op deelname aan sport voor mensen met een beperking. Dit draagt bij aan de acceptatie van deze doelgroep in de samenleving. Speciale aandacht krijgt het binnenland aangezien sport daar zeer effectief ingezet kan worden als ontwikkelingsinstrument voor de gemeenschappen, zoals de emancipatie van vrouwen en meisjes. Via het Sport en OS-programma wordt onder andere de naschoolse opvang in combinatie met sport, buurtsportontwikkeling en sportontwikkeling in het binnenland ondersteund. De coaches die binnen het ambassadeprogramma worden opgeleid zijn buurtwerkers, sportleraren en onderwijzers.

Milieu, Water en Klimaat

Suriname is rijk aan natuurlijke hulpbronnen als bos, water, biodiversiteit en mineralen. Milieudegradatie vindt in beperkte mate plaats vanwege onder andere de lage bevolkingsdruk en de ontoegankelijkheid van het binnenland. Dit neemt niet weg dat de druk op het milieu wel steeds meer toeneemt als gevolg van economische ontwikkeling, met als potentieel gevaar: ontbossing, watervervuiling, kustdegradatie en kwikvergiftiging. Het laaggelegen kustgebied is gevoelig voor de gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging.

In internationaal verband profileert Suriname zich als een bosrijk land dat claimt recht te hebben op fondsen voor duurzaam bosbeheer/ bosbehoud (REDD+). Ook zet Suriname in op technologische ondersteuning vanuit derde landen. De afgelopen decennia is de Nederlandse ondersteuning voornamelijk gericht geweest op het behoud van biodiversiteit, duurzaam bosbeheer en ondersteuning bij het formuleren van klimaatbeleid.

Nederland werkt op het gebied van natuurbescherming samen met het World Wildlife Fund Guianas. Het huidig samenwerkingsverband loopt eind 2011 af. Het programma behelst verschillende componenten waaronder beheer van beschermde gebieden, kleinschalige goudwinning, duurzaam bosbeheer, zoetwaterbeheer, bescherming van species (soorten) en milieu-educatie.

Toekomstige Inzet:

Voor de periode juli 2011–juni 2016 heeft het World Wildlife Fund (WWF) Guianas een Strategisch Plan opgesteld met een territoriaal en marien programma. In het programma is aandacht voor bijvoorbeeld duurzaam bosbeheer in het kader van het terugdringen van de CO2-uitstoot, biodiversiteitbeheer en zoetwaterbescherming. Bezien zal worden in hoeverre de Nederlands-Surinaamse samenwerking op deze beleidsterreinen kan worden gecontinueerd, waarbij speciale aandacht zal uitgaan naar de watersector en bosbeheer. Ook wil het WWF Guianas, samen met het ministerie van EL&I een bijdrage leveren aan een duurzaam visserijbeleid in Suriname.

De financiële toezegging (EURO 1,5 miljoen) van november 2009 door de toenmalige regering in de Tweede Kamer voor co-financiering van het zogenaamde Guiana Shield Facility staat nog steeds. Een voorstel wordt voor eind 2011 verwacht.

Toescheidingsovereenkomst8

Zoals door u bij motie verzocht volgt tot slot hieronder de stand van zaken betreffende de Toescheidingsovereenkomst.

De Toescheidingsovereenkomst werd in 1975 gesloten tussen Nederland en Suriname met als primair doel de toekenning van nationaliteit te regelen van Nederlanders van Surinaamse afkomst. Nu dat doel reeds lang geleden is bereikt, is nog slechts artikel 5 lid 2 en 3 van de overeenkomst van belang, waarin wordt bepaald dat personen die onder de werking van de Toescheidingsovereenkomst vallen (een groep Nederlanders van Surinaamse afkomst) krachtens de overeenkomst het recht hebben te allen tijde met hun gezin onvoorwaardelijk tot de Republiek Suriname te worden toegelaten en daar in alle opzichten als Surinamer te worden behandeld.

Suriname heeft aangegeven de Toescheidingsovereenkomst te willen beëindigen. Eenzijdige opzegging van deze overeenkomst is verdragsrechtelijk echter niet mogelijk. Beëindiging is wel mogelijk in onderling overleg tussen beide partijen. Naar aanleiding van de Surinaamse wens tot beëindiging zijn derhalve enkele jaren geleden onderhandelingen gestart. Inzet van de onderhandelingen is te komen tot een interpretatief protocol bij artikel 5 lid 2 en 3 van de Toescheidingsovereenkomst, dat de rechten van personen die onder de werking van de Toescheidingsovereenkomst vallen, moet borgen en tegelijkertijd tegemoet komt aan een aantal bezwaren, dat aan Surinaamse kant leeft. Deze onderhandelingen, vooralsnog op ambtelijk niveau, hebben tot nu toe niet tot overeenstemming geleid. Er is op dit moment geen nieuwe datum voor een volgend overleg vastgesteld. Nederland staat klaar voor dit vervolgoverleg met Suriname, maar is in deze geen vragende partij. Zolang de overeenkomst niet is opgezegd is deze immers onverkort geldig.

Nederland is tegen beëindiging van de Toescheidingsovereenkomst zo lang de rechten die Surinaamse Nederlanders aan de Toescheidingsovereenkomst kunnen ontlenen niet voldoende zijn gewaarborgd. Het gaat daarbij met name om artikel 5 lid 2 en 3. Nederland heeft evenwel begrip voor het feit dat Suriname bepaalde grondwettelijke rechten, zoals actief en passief kiesrecht, wil voorbehouden aan personen met de Surinaamse nationaliteit. Waar het gaat om bijvoorbeeld rechten met betrekking tot reizen en het verwerven van grond dienen deze echter onverkort gewaarborgd te blijven. Nederland zal dit standpunt actief blijven uitdragen.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal


X Noot
1

Gegevens afkomstig uit CIA World Factbook.

X Noot
2

CARICOM staat voor Caribbean Community and Common Market.

X Noot
3

UNASUR staat voor Unie van Zuid-Amerikaanse Naties.

X Noot
4

OAS staat voor Organisation of American States.

X Noot
5

OS = ontwikkelingssamenwerking.

X Noot
6

In 2004 verscheen de beleidsnotitie «Een rijke relatie (TK 20 361, nr. 116). Deze notitie was de eerste aanzet tot de verwezenlijking van een nieuwe moderne relatie tussen Nederland en Suriname, waarbij het streven naar gelijkwaardigheid, zakelijkheid en betrokkenheid voorop stond. Een brief aan de Tweede Kamer van 25 januari 2008 (TK 20 361, nr. 128) is een verdere uitwerking van dit streven. Onderhavige notitie is een vervolg op de stukken uit 2004 en 2008 en maakt beleidskeuzes passend in het huidige regeringsbeleid.

X Noot
7

Focusbrief Ontwikkelingssamenwerking TK 32 605, nr. 2 d.d. 18 maart 2011.

X Noot
8

Ref. Motie Van Bommel 32 500, V nr. 86, Begrotingsbehandeling 14/15 december 2010.