20 361
Suriname

nr. 125
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 mei 2006

Graag bied ik u hierbij het verslag aan van het beleidsoverleg met mijn Surinaamse ambtgenoot Van Ravenswaay, minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) op 2 mei 2006 te Den Haag.1 Tevens maak ik van deze gelegenheid gebruik om u te informeren over de overstromingen in Suriname en de ondersteuning die Nederland in het kader van noodhulp biedt.

Overstromingen in Suriname

Suriname werd begin mei getroffen door hevige regenval. Geheel onverwacht traden hierdoor enkele grote rivieren, de Marowijne, de Boven-Suriname en de Tapanahoni, buiten hun oevers. Huizen, scholen, poliklinieken, kostgronden en airstrips in de dorpen van Marrons en Inheemsen stonden onder water met directe gevolgen voor de drinkwater- en voedselvoorziening alsmede de volksgezondheid. Ruim 22 000 personen werden als dakloos geregistreerd. President Venetiaan verklaarde op 8 mei het zuiden en zuidoosten van Suriname tot rampgebied. Ik heb Suriname onmiddellijk laten weten land en volk te zullen ondersteunen op basis van een door Suriname geformuleerde behoefte. Een UNDAC missie en een bilateraal team van deskundigen verblijft in Suriname en is toegevoegd aan het Nationale Coördinatie Centrum Rampenbeheersing Suriname (NCCR). De Nederlandse Ambassade is nauw betrokken bij het donoroverleg en heeft de coördinatie over de ondersteuning die vanuit Nederland wordt geleverd. Nederland heeft voorlopig 1 miljoen euro via de UNDP ter beschikking gesteld aan Suriname om de eerste nood te lenigen. Daarnaast heeft Nederland maandag 15 mei een DC8 met 30 ton aan goederen, met name dekens, dekzeilen, hangmatten en klamboes naar Suriname gestuurd. De distributie van de goederen heeft reeds plaatsgevonden.

Met de snelle inzet van de vier marinehelikopters wordt het verzoek van de Surinaamse regering aan Nederland om ondersteuning bij het luchttransport ingevuld. De vier helicopters zullen het transport van goederen naar het binnenland faciliteren. Donderdag 18 mei zijn de eerste hulpvluchten begonnen. De helikopters starten voor de hulpvluchten op het internationaal vliegveld Zanderij. De vier helikopters waren op het moment van het verzoek met het amfibisch transportschip «Hr.Ms. Rotterdam», onderweg naar het Caraïbisch gebied om deel te nemen aan een grote internationale oefening en konden daarom snel ter plekke zijn.

De Samenwerkende Hulp Organisaties (SHO) hebben zondag 14 mei een hulpactie gestart voor Suriname.

Beleidsoverleg

Het beleidsoverleg werd gevoerd in een vriendschappelijke en constructieve sfeer. De besprekingen concentreerden zich op de voortgang in de ontwikkelingsrelatie (de zes sectoren), capaciteitsontwikkeling en de inzet van de Pariteitsmiddelen, het laatste deel van de Verdragsmiddelen. Samen met minister Van Ravenswaay ondertekende ik de committeringsbrief voor het Subsectorfonds Rechtsbescherming en Veiligheid ten bedrage van 15,2 miljoen euro. Voorts bepaalden wij de hoofdrubrieken voor de inzet van de capaciteitsontwikkeling (21 miljoen euro) en de bestedingsrichting voor de Pariteitsmiddelen (136 miljoen euro).

We kwamen overeen dat het volgende beleidsoverleg in de maand oktober van dit jaar in Paramaribo zal plaatsvinden.

Minister Van Ravenswaay gaf een toelichting op de macro-economische situatie in Suriname. De macro-economische stabiliteit duurt voort en er is nog immer sprake van economische groei. De minister gaf voorts een toelichting op de totstandkoming en de goedkeuring van het Meerjaren Ontwikkelings Plan (MOP). De pijlers van het plan zijn, zo gaf de minister aan, economische en sociale ontwikkeling en een rechtvaardige verdeling. Modernisering van de overheid (Public Sector Reform) en energiezekerheid zijn daarbij randvoorwaarden. Suriname schenkt veel aandacht aan het creëren van extra respectievelijk vervangende werkgelegenheid en ziet dat ook als een voorwaarde voor hervorming van de overheid. Immers, het percentage ambtenaren moet worden teruggebracht, terwijl men tegelijkertijd rekening heeft te houden met de groei van de bevolking en een toenemend aantal afgestudeerden met een HBO/WO diploma. Ik heb begrip voor deze situatie geuit, maar aangegeven dat een gezonde publieke sector een eerste stap is van modernisering.

Van Nederlandse zijde benadrukte ik de continuïteit van het beleid ten opzichte van Suriname. Daarbij heb ik, net als vorig jaar, aangegeven dat de Pariteitsmiddelen wat Nederland betreft worden ingezet ten behoeve van modernisering van de overheid en private sector ontwikkeling. Dat zijn de keerzijden van één en dezelfde medaille.

De voortgang in de sectoren heeft vorig jaar stagnatie opgelopen. Oorzaken zijn niet alleen de parlementsverkiezingen en de formatie van de nieuwe regering in 2005, maar vooral ook de beperkte uitvoeringscapaciteit. Capaciteitsontwikkeling is dan ook een integraal thema in de ontwikkelingssamenwerking met Suriname. Ik zie capaciteitsontwikkeling als het voorportaal – een korte termijn interventie – van Public Sector Reform (PSR).

Van belang is dat de sectorplannen kunnen worden uitgevoerd en dat de relevante actoren daarbij betrokken worden. Minister Van Ravenswaay en ik zijn daartoe de verdeling van de 21 miljoen euro, die al eerder voor capaciteitsontwikkeling waren gereserveerd, overeengekomen.

Een heuglijk feit is dat minister Van Ravenswaay en ik de committeringsbrief voor de subsector Rechtsbescherming en Veiligheid (15,2 miljoen euro) konden ondertekenen. Deze subsector maakt deel uit van de sector Goed Bestuur. Met deze ondertekening zijn momenteel vijf van de zes sectoren in uitvoering. De committering voor de laatste sector, Milieu, wordt dit jaar verwacht.

Pariteitsmiddelen

De Pariteitsmiddelen zijn, na de Garantiemiddelen en de Schenkingsmiddelen, het laatste deel van de Verdragsmiddelen uit 1975. In het vorige beleidsoverleg (2005) heb ik reeds aangegeven dat Nederland bereid is het maximum van 136 miljoen euro aan Pariteitsmiddelen in te zetten. In de beleidsnotitie «Een Rijke Relatie» heeft Nederland al te kennen gegeven zich flexibel te zullen opstellen ten aanzien van de pariteit en het moment van inzet.

Tijdens het overleg heb ik vastgehouden aan de afspraken die tijdens eerdere overleggen met Suriname waren overeengekomen, namelijk dat de Pariteitsmiddelen worden ingezet ten behoeve van Public Sector Reform (PSR), Private Sector Development (PSD) en eventueel begrotingssteun op basis van erkende procedures.

Mijn ambtgenoot en ik kwamen overeen voorlopig 20 miljoen euro te bestemmen voor PSR. Dit bedrag kan worden verhoogd tot maximaal 50 miljoen euro, indien zulks nodig mocht zijn op basis van de in opdracht van Suriname door de Inter-American Development Bank geformuleerde routekaart voor Public Sector Reform. Daartoe staat 30 miljoen euro gereserveerd onder «begrotingssteun». Bespreking van de routekaart voor Public Sector Reform zal plaatsvinden tijdens het vervolgoverleg dit najaar in Suriname. De routekaart is naar verwachting in juni a.s. gereed.

Voor PSD werd tijdens ons overleg 86 miljoen euro gereserveerd. Een belangrijk onderdeel van PSD wordt energiezekerheid. De bijdrage voor energiezekerheid betreft investeringen in de energievoorziening van Suriname. Bestaande en toenemende tekorten aan energie vormen een rem op de ontwikkeling van de private sector en de economie van Suriname in het algemeen.

Voor door Suriname gewenste investeringen in infrastructuur (wegen, zeedijken, begaanbare rivieren) heb ik het programma «Ontwikkeling Relevante Export Transacties» (ORET) opnieuw onder de aandacht gebracht en Suriname expertise en ondersteuning op dit terrein aangeboden.

Het Surinaamse verzoek om schuldsanering lastens de Pariteitsmiddelen, of voor het bouwen van infrastructuur, heb ik afgewezen. Suriname is een midden-inkomensland en zou middels eigen besparingen zelf de financiering daarvan ter hand kunnen nemen.

Afgesproken werd in het najaar de routekaart voor Public Sector Reform en het MOP verder te bespreken. Dan zal ook worden bekeken hoe de kanalisering van de Pariteitsmiddelen ten behoeve van PSR zal verlopen.

Bijgaand doe ik u de Gemeenschappelijke Verklaring toekomen, die de heer Van Ravenswaay en ik ondertekenden na afloop van het Beleidsoverleg.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

A. M. A. van Ardenne-van der Hoeven


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven