32 123 VI
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2010

H
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 24 februari 2010

De vaste commissie voor Justitie1 heeft in haar vergadering van 1 december 2009 gesproken over het Rijksbreed wetgevingsprogramma 2009–2010, dat de minister van Justitie bij brief van 30 oktober 2009 aan de Eerste Kamer heeft aangeboden (kenmerk 562 894/09/6).

De commissie heeft naar aanleiding daarvan op 15 december 2009 aan de minister een brief gestuurd.

De minister heeft op 19 februari 2010 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de commissie,

Kim van Dooren

BRIEF AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Den Haag, 15 december 2009

De vaste commissie voor Justitie heeft in haar vergadering van dinsdag 1 december 2009 gesproken over het Rijksbreed wetgevingsprogramma 2009–2010, dat u bij brief van 30 oktober 2009 aan de Eerste Kamer hebt aangeboden (kenmerk 5626894/09/6).

De commissie is u erkentelijk voor het toezenden van dit wetgevingsprogramma. De Commissie geeft u in overweging de in het programma opgenomen wetgevingsinitiatieven systematischer en logischer te ordenen. Het programma is nu onderverdeeld in zes «prioritaire thema’s», maar te prefereren ware een ordening waarbij de wetgevingsinitiatieven per ministerie worden opgesomd in verband met de commissie-indeling, met daarbij vermelding van de prioriteit van het voorstel, de (verwachte) datum van indiening en eventuele andere relevante feiten zoals het door de regering gewenste tijdpad voor afhandeling door beide Kamers, waarbij de Eerste Kamer voldoende tijd zal resteren om een kwalitatief deugdelijke behandeling mogelijk te maken.

Het aldus herziene programma zou kunnen worden aangeboden aan beide Kamers met het doel per vaste commissie de voornemens onder ogen te zien, waarna de regering in een overleg met beide Kamervoorzitters een wederzijdse inspanningsverplichting zou kunnen aangaan om conform het tijdschema te werk te gaan. De vaste commissie voor Justitie staat in ieder geval open voor een dergelijke benadering.

Een wetgevingsinitiatief dat de commissie overigens in het Rijksbreed wetgevingsprogramma 2009–2010 niet heeft kunnen vinden is een wetsvoorstel tot goedkeuring van een protocol betreffende een individueel klachtrecht bij het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR).

Indien de regering overweegt een dergelijk voorstel in te dienen, dan zou de commissie graag zien dat dit voorstel in het opnieuw geordende wetgevingsprogramma werd opgenomen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal,

R. H. van de Beeten

BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 februari 2010

Bij brief van 30 oktober 2009 zond ik u het rijksbreed wetgevingsprogramma 2009–2010 toe. Dit programma bevat de prioritaire wetsvoorstellen waarvan het kabinet afhandeling voor eind 2010 wenselijk acht. Het betreft primair voorstellen die uit het coalitieakkoord en het beleidsprogramma alsmede uit het aanvullend beleidsakkoord voortvloeien. Het is om deze reden dat de voorstellen geordend zijn overeenkomstig de in deze stukken gevolgde pijlerstructuur. Het programma en de zogenaamde ABC-lijsten beogen door inzicht te geven in de planning van de voorstellen bij te dragen aan een efficiënte afhandeling. Zoals in mijn brief van 30 oktober 2009 is aangegeven, kan het programma de basis bieden voor afspraken over behandeling tussen uw Kamer en de verantwoordelijke bewindspersonen.

Het stemt tot voldoening dat het overgrote deel van de voorstellen op Justitie-terrein, waarvan het kabinet had aangegeven te streven naar afhandeling door Uw Kamer voor 1 januari 2010, ook daadwerkelijk door Uw Kamer is aangenomen. Slechts 2 van de 14 voorstellen zijn nog in procedure: over het wetsvoorstel affectieschade (28 781) zal een plenair debat in derde termijn plaatsvinden, van wetsvoorstel 28 867 inzake wettelijke gemeenschap is de plenaire behandeling aangehouden. Inmiddels kon wel met grote voortvarendheid worden afgehandeld het wetsvoorstel goedkeuring en uitvoering Verdrag met Belgie inzake overbrenging van gedetineerden (32 215).

U gaf in uw brief van 15 december 2009 aan bereid te zijn mee te werken aan afhandeling van de andere wetsvoorstellen op basis van nader inzicht in mijn planning. Het lijkt mij zinvol zulks niet te doen op basis van een herschikking van het rijksbreed wetgevingsprogramma, maar specifiek inzicht te bieden in de planning van de wetsvoorstellen op het terrein van Uw commissie. Ik laat buiten beschouwing de wetsvoorstellen die reeds bij Uw Kamer aanhangig zijn.

Gelet op het stadium van behandeling door de Tweede Kamer zullen u voor 15 maart 2010 kunnen worden voorgelegd (met de mogelijkheid van afdoening door Uw Kamer voor het zomerreces):

– Wetsvoorstel tbs met voorwaarden (31 823)

– Wetsvoorstel lastenverlichting burgers en bedrijven (32 038)

– Wetsvoorstel bescherming persoonsgegevens ivm administratieve lasten (31 841)

– Wetsvoorstel opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (32 058)

– Wetsvoorstel modern migratiebeleid (32 052)

– Invoering visumplicht voor vreemdelingen (31 549)

– Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie (32 021)

Voor het zomerreces zullen u kunnen bereiken:

– Overgangsregeling inschrijving netwerken (31 974)

– Wetsvoorstel machtigingsmodel i.v.m. onderhoud door verenigingen van eigenaars (31 991)

– Wetsvoorstel versterking en verbreding van het toezicht op collectieve beheersorganisaties auteursrecht (31 766)

– Wetsvoorstel initiatiefrecht huurders (31 992)

– Wetsvoorstel kinderbeschermingsmaatregelen (32 015)

– Wetsvoorstel goedkeuring en uitvoering bunkersverdrag (31 879/31 875)

– Wetsvoorstel uitvoering protocol LLMC verdrag (31 425)

– Wetsvoorstel hervorming herzieningsprocedure (32 044 en 32 045)

– Wetsvoorstel goedkeuring en uitvoering VN-Verdrag gedwongen verdwijning (32 251 en 32 208)

– Consensusrijkswet raad voor de rechtshandhaving

– Consensusrijkswet openbaar ministerie (32 018 (R1885))

– Wijziging van de Wet COA in verband met de omvorming van het bestuur tot een raad van toezicht (32 205)

Ten slotte kan ik u mededelen dat de minister van Buitenlandse Zaken het wetsvoorstel tot goedkeuring van een protocol betreffende een individueel klachtrecht bij het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten ter hand heeft genomen.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Dölle (CDA),Tan (PvdA), Van de Beeten (CDA), (voorzitter), Broekers-Knol (VVD), De Graaf (VVD), Kneppers-Heynert (VVD), Kox (SP), Westerveld (PvdA), (vice-voorzitter), Doek (CDA), Engels (D66), Franken (CDA), Peters (SP), Quik-Schuijt (SP), Haubrich-Gooskens (PvdA), Ten Horn (SP), Janse de Jonge (CDA), Koffeman (PvdD), Böhler (GL), Van Bijsterveld (CDA), Strik (GL), Lagerwerf-Vergunst (CU), De Vries (PvdA), Duthler (VVD) en Yildirim (Fractie-Yildirim).

Naar boven