E
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 18 december 2009
De vaste commissie voor Economische Zaken1
heeft in haar vergadering van 17 november 2009 gesproken over de memorie
van antwoord bij wetsvoorstel 31 479.
In de memorie wordt naar aanleiding van een vraag van de leden van de
fractie van de VVD opgemerkt dat het overleg over het convenant tussen de
minister van Economische Zaken en de mijnbouwondernemingen nog niet volledig
is afgerond.
Naar aanleiding daarvan heeft de commissie op 24 november 2009 aan
de minister van Economische Zaken een brief gestuurd.
De minister heeft op 17 december 2009 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk
overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,
Warmolt de Boer
BRIEF AAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Den Haag, 24 november 2009
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft in haar vergadering van
dinsdag 17 november jl. gesproken over de memorie van antwoord bij het
wetsvoorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet in verband met het stimuleren
van een actief gebruik van vergunningen voor opsporing, winning en opslag
(Kamerstukken 31 479). In de memorie wordt naar aanleiding van een vraag
van de leden van de fractie van de VVD opgemerkt dat het overleg over het
convenant tussen de Minister van Economische Zaken en de mijnbouwondernemingen
nog niet volledig is afgerond.
Naar aanleiding van uw antwoord, verzoekt de vaste commissie u haar op
korte termijn te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het
sluiten van het convenant. In dat kader verzoekt zij u tevens een gemotiveerde
inschatting te geven of het convenant tot stand zal komen en – zo ja –
op welke termijn. Mocht het tot een succesvolle afronding komen, dan zou de
commissie graag de tekst van het convenant ontvangen. Zij verzoekt u dan ook
vriendelijk een exemplaar aan de Eerste Kamer toe te sturen.
De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,
Prof. mr. E. M. Kneppers-Heynert
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Den Haag, 17 december 2009
Bij brief van 24 november 2009 met kenmerk 145324.01u verzoekt uw
vaste commissie voor Economische Zaken mij uw Kamer te informeren over de
stand van zaken met betrekking tot het sluiten van het convenant met mijnbouwondernemingen
over een actieve benutting van vergunningen voor opsporing, winning en opslag,
alsmede om een gemotiveerde inschatting te geven of en zo ja, op welke termijn
het convenant tot stand zal komen. In antwoord op deze vragen kan ik u het
volgende mededelen.
Begin december 2009 is met Nogepa (de overkoepelende organisatie van operators
in de mijnbouwindustrie) inhoudelijk en tekstueel overeenstemming bereikt
over een convenant ter bevordering van de opsporing en ontwikkeling van de
olie- en gasreserves en de opslag van stoffen op het Nederlands deel van het
continentaal plat. Daarbij is afgesproken dat dit convenant ter ondertekening
wordt voorgelegd aan alle circa 15 operators en circa 25 medehouders van vergunningen
voor de winning van koolwaterstoffen op het Nederlands deel van het continentaal
plat. Procedureel en logistiek zal dit enige tijd vergen. Zodra het convenant
getekend is en in de Staatscourant geplaatst kan worden, zal het ook aan de
Eerste Kamer worden toegestuurd.
Zoals aangegeven in de memorie van antwoord bij het wetsvoorstel tot wijziging
van de Mijnbouwwet (Kamerstukken 31 479) zal de inwerkingtreding van
het convenant tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de voorgestelde financiële
maatregel voor marginale gasvelden offshore dienen plaats te vinden. Begin
volgend jaar wordt van de Europese Commissie uitsluitsel verwacht over de
vraag of deze maatregel naar het oordeel van de Commissie is te verenigen
met de staatssteunbepalingen van het EG-verdrag.
Concluderend merk ik op er naar te streven dat zowel het convenant als
de financiële maatregel in het eerste kwartaal van 2010 in werking kan
treden.
De minister van Economische Zaken,
M. J. A. van der Hoeven
XNoot
1
Samenstelling:
Schuurman (CU), Van den Berg (SGP), Meindertsma (PvdA), Broekers-Knol
(VVD), Terpstra (CDA), Kneppers-Heynert (VVD), (voorzitter), Kox (SP), Essers
(CDA), Hamel (PvdA), Sylvester (PvdA), Schouw (D66), Van Driel (PvdA), Doek
(CDA), Franken (CDA), Böhler (GL), Willems (CDA), Reuten (SP), (vice-voorzitter),
Hofstra (VVD), Asscher (VVD), Laurier (GL), Koffeman (PvdD), Elzinga (SP),
Vliegenthart (SP), Kuiper (CU) en Yildirim (Fractie-Yildirim).