Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2008-200931320 nr. Q

31 320
Regels omtrent energie-efficiëntie (Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie)

31 374
Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt

Q
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 25 mei 2009

De vaste commissie voor Economische Zaken1 heeft naar aanleiding van het debat op 7 april 2009 in de Eerste Kamer over de «slimme meter» met betrekking tot de wetsvoorstellen 31 320 en 31 374 en naar aanleiding van een interview met het NOS 10-uur journaal van 7 april 2009 nog een aantal vragen en opmerkingen.

Daarom heeft zij de minister van Economische Zaken op 28 april 2009 een brief gestuurd.

De minister heeft op 20 mei 2009 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Warmolt de Boer

BRIEF AAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Den Haag, 28 april 2009

Op 7 april 2009 debatteerde de Eerste Kamer met u over de «slimme meter» naar aanleiding van de wetsvoorstellen 31 320 en 31 374. Dit debat kende in de ogen van de Eerste Kamercommissie voor Economische zaken twee belangrijke uitkomsten, die met een novelle gerealiseerd zullen worden:

– de strafbaarstelling verdwijnt uit het wetsvoorstel

– de slimme meter wordt niet verplicht

Dit laatste punt relativeert u echter in een interview met het NOS 10-uur journaal van 7 april 20091. Daarin stelt u dat in nieuwbouwwoningen wel een«slimme meter» wordt geïnstalleerd. Kopers van nieuwbouwhuizen hebben echter geen keuze.

De commissie is van oordeel dat u hiermee niet geheel recht doet aan de uitkomst van het Kamerdebat, zoals die binnen de commissie ervaren is. Huishoudens in een nieuwbouwwoning wordt zo de keuzevrijheid onthouden, die huishoudens in bestaande bouw wel hebben.

Voorts bevreemdt het de commissie, in het licht van de discussie die eerder namens deze Kamer met de regering is gevoerd over het vooruitlopen op wetgeving (31 700 VI, A), dat in nieuwbouw «slimme meters» blijkbaar al verplicht zijn. Hiermee is op een ongewenste manier vooruitgelopen op het wetsvoorstel voor de «slimme meters». Is het niet zo dat zo lang er geen wet is, er ook geen verplichte uitrol kan zijn?

Om misverstanden te voorkomen verzoekt de commissie u aan te geven of u de uitkomst van het debat zoals hierboven weergegeven, kunt onderschrijven. Daarnaast verzoekt de commissie u te bewerkstelligen dat de uitrol van de «slimme meter» wordt stopgezet, aangezien deze, gelet op de status van het wetsvoorstel, in de ogen van de commissie prematuur was.

De commissie verzoekt u vriendelijk om een reactie voor 8 mei 2009 zodat deze in de volgende commissievergadering besproken kan worden.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

E. M. Kneppers-Heynert

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 mei 2009

In uw brief van 28 april 2009 over slimme meters in nieuwbouw heeft u gevraagd om een reactie op vragen van uw vaste commissie voor Economische Zaken. De vragen gaan over de interpretatie van de uitkomst van het debat dat ik op 7 april jl. met uw Kamer voerde, slimme meters die nu al, bij nieuwbouw, worden geplaatst en de mogelijkheden om de bestaande uitrol te stoppen.

In het debat heb ik toegezegd met een novelle te komen waarin de plicht om mee te werken aan het plaatsen van een slimme meter niet strafbaar wordt gesteld. Met het schrappen van de sanctie vervalt feitelijk ook de verplichting voor een afnemer om mee te werken aan de plaatsing van een slimme meter. Ik onderschrijf derhalve uw interpretatie van het debat. Hoe dat exact vormgegeven wordt, is onderdeel van de novelle. Ik ben hierover in gesprek met de Consumentenbond en de sector, waarbij ik ook kijk naar de door u genoemde situatie bij nieuwbouwhuizen. Met betrekking tot de huidige situatie wil ik benadrukken dat er geen sprake is van een verplichte uitrol van slimme meters.

De feitelijke situatie is nu als volgt. Zowel netbeheerders als leveranciers hebben de afgelopen jaren op afstand uitleesbare meters geplaatst.

Aan de kant van de leveranciers heeft Oxxio op dit moment circa 200 000 op afstand uitleesbare meters geplaatst op iets meer dan 100 000 adressen. Deze meters zijn geplaatst op verzoek van klanten. Wanneer een bewoner de woning verlaat of verhuist, dan blijft de op afstand uitleesbare meter hangen. Als de nieuwe bewoner bezwaar maakt, dan wordt de meter niet meer op afstand uitgelezen. Het is ook mogelijk dat de meter door de netbeheerder wordt verwijderd en vervangen door een traditionele meter.

Jaarlijks worden door de netbeheerders vele tienduizenden meters geplaatst en vervangen, een deel daarvan betreft op afstand uitleesbare meters. De drie grotere netbeheerders Alliander, Enexis en Stedin vertegenwoordigen gezamenlijk meer dan 90% van de markt. Deze netbeheerders hebben in de afgelopen jaren in totaal circa 240 000 op afstand uitleesbare meters geplaatst op 135 000 adressen. De slimme meters die nu zijn geplaatst, worden uitgelezen voor testdoeleinden voor techniek, systemen en processen. Het opzetten van een (uitrol)organisatie door de netbeheerders is een proces waar veel tijd voor nodig is. Om deze reden zijn verschillende netbeheerders tijdig begonnen met voorbereidingen. Op het moment dat een afnemer bezwaar maakt, wordt de slimme meter niet langer op afstand uitgelezen of wordt de meter vervangen door een traditionele meter.

Er is op dit moment dus geenszins sprake van een verplichte uitrol van op afstand uitleesbare meters bij nieuwbouw. Er worden door de sector nu al wel op afstand uitleesbare meters geplaatst, maar als de afnemer daar bezwaar tegen maakt, stopt de netbeheerder/leverancier met het op afstand uitlezen van de meter of wordt deze meter vervangen door een traditionele meter.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven


XNoot
1

Samenstelling:

Schuurman (CU), Van den Berg (SGP), Meindertsma (PvdA), Broekers-Knol (VVD), Terpstra (CDA), Kneppers-Heynert (VVD), (voorzitter), Kox (SP), Essers (CDA), Noten (PvdA), Sylvester (PvdA), Schouw (D66), Van Driel (PvdA), Doek (CDA), Franken (CDA), Thissen (GL), Willems (CDA), Reuten (SP), (vice-voorzitter), Hofstra (VVD), Asscher (VVD), Laurier (GL), Koffeman (PvdD), Elzinga (SP), Vliegenthart (SP), Kuiper (CU) en Yildirim (Fractie-Yildirim).

XNoot
1

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke Ondersteuning onder griffie nr. 141076.57u.