Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2007-200831262 nr. A

31 262
Wijziging van de Warenwet in verband met de opneming van de mogelijkheid om een last onder bestuursdwang op te leggen en enkele andere wijzigingen

A
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

11 september 2008

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het belang van de volksgezondheid en de veiligheid en gezondheid bij de arbeid en ter uitvoering van Europeesrechtelijke besluiten in de Warenwet een voorziening op te nemen die het mogelijk maakt om bij ernstige schendingen van normen een last onder bestuursdwang op te leggen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Warenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd.

1. In het eerste lid, onderdeel g, wordt na «eerste lid, laatste volzin en derde lid,» ingevoegd «30, derde lid,» en vervalt: 32,.

2. In het vijfde lid wordt:

a. na «kunnen» ingevoegd: ter uitvoering van verplichtingen voortvloeiende uit een internationaal verdrag.

b. «bij of krachtens deze wet» vervangen door: krachtens deze wet.

c. een zin toegevoegd, die luidt: Van de plaatsing van de algemene maatregel van bestuur wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

B

Artikel 1a komt te luiden:

Artikel 1a

Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op:

a. technische voortbrengselen die worden gebruikt in de exclusieve economische zone bij de arbeid op, vanaf of ten behoeve van civieltechnische werken, dan wel bij het afbreken van een dergelijk werk;

b. eet- en drinkwaren die worden verhandeld op civieltechnische werken in de exclusieve economische zone.

C

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt:

a. na «gelasten» ingevoegd: de verhandeling daarvan te staken dan wel;

b. een zin toegevoegd luidende:

Degene tot wie de last is gericht, geeft daaraan onverwijld gevolg.

2. Het derde lid vervalt.

3. Onder vernummering van het vierde lid tot derde lid wordt in dit lid «de door Onze Minister gelaste maatregelen» vervangen door: een door Onze Minister gegeven last.

D

In artikel 21c wordt na «21b,» ingevoegd: 32.

E

Artikel 27, eerste lid, komt te luiden:

1. De in artikel 25 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd technische voortbrengselen te beproeven, te onderzoeken, te doen beproeven of te doen onderzoeken. Onze Minister kan schriftelijk herstelling of behandeling binnen een daarbij vast te stellen termijn van het technische voortbrengsel gelasten of besluiten dat een voor een technisch voortbrengsel afgegeven certificaat van goedkeuring of overeenstemming of een op een technisch voortbrengsel aangebracht merk van goedkeuring of overeenstemming zijn geldigheid verliest indien bij een beproeving of onderzoek blijkt dat het voortbrengsel niet aan de krachtens deze wet gestelde regels voldoet. De in artikel 25 bedoelde ambtenaar brengt ten bewijze van de afkeuring een merk van afkeuring aan op het technische voortbrengsel. Een krachtens de tweede zin gestelde eis moet worden nageleefd door degene aan wie hij is gesteld.

F

Artikel 30 komt te luiden:

Artikel 30

1. Onze Minister kan besluiten een technisch voortbrengsel buiten gebruik te stellen indien het gebruik van dat voortbrengsel gevaar oplevert of indien de op grond van artikel 7 voorgeschreven keurings- of beoordelingsprocedures niet in acht zijn genomen. De in artikel 25 bedoelde ambtenaar verzegelt het technische voortbrengsel ten bewijze van de buitengebruikstelling.

2. Onze Minister besluit tot opheffing van de buitengebruikstelling indien het gevaar is weggenomen,de buitengebruikstelling ongegrond is gebleken of indien de in artikel 7 voorgeschreven keurings- of beoordelingsprocedures in acht zijn genomen.

3. Het is verboden een technisch voortbrengsel te gebruiken dat op grond van het eerste lid buiten gebruik is gesteld.

4. Overtreding van het verbod, bedoeld in het derde lid is, een misdrijf.

G

Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32

Onze Minister is in het belang van de volksgezondheid of van de veiligheid, en indien het technische voortbrengselen betreft, tevens in het belang van de gezondheid van de mens of van de veiligheid van zaken bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van:

a. regels gesteld bij of krachtens deze wet;

b. regels gesteld bij of krachtens een verordening, vastgesteld op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, indien bij of krachtens deze wet is verboden in strijd met die regels te handelen;

c. de bij artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting.

H

In artikel 32a, eerste lid, wordt na «eerste lid, laatste volzin en derde lid,» ingevoegd «30, derde lid,» en vervalt: 32,.

ARTIKEL II

Artikel 1 van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder 3° wordt in de zinsnede met betrekking tot de Warenwet na «derde lid» ingevoegd: , 30, derde lid.

B

Onder 4° vervalt in de zinsnede met betrekking tot de Warenwet: , 32.

ARTIKEL III

Artikel 27, eerste lid, van de Warenwet, zoals dat luidde direct voorafgaande aan het tijdstip waarop artikel I, onderdeel C, in werking treedt, blijft van toepassing ten aanzien van technische voortbrengselen waar op dat tijdstip een merk van afkeuring op is aangebracht, tot het tijdstip waarop het merk wordt verwijderd, dan wel, indien dat merk van afkeuring onderwerp is van een juridische procedure, tot daarin onherroepelijk is beslist.

ARTIKEL IV

Indien deze wet in werking treedt op een tijdstip vóór het wetsvoorstel van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht (TK 2003–2004, 29 702, nr. 2) tot wet is verheven en in werking is getreden, vinden de volgende wijzigingen plaats:

a. In artikel 32 van de Warenwet wordt «oplegging van een last onder bestuursdwang in» vervangen door «toepassing van bestuursdwang».

b. Artikel 11, onderdeel B, van het voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb) (TK 2006–2007, 31 124, nr. 2) vervalt op het tijdstip dat dat voorstel tot wet wordt verheven.

ARTIKEL V

Indien artikel IV tot toepassing komt, wordt, nadat het wetsvoorstel van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht (TK 2003–2004, 29 702, nr. 2) tot wet is verheven, met ingang van het tijdstip waarop die wet in werking treedt, in artikel 32 «toepassing van bestuursdwang» vervangen door: oplegging van een last onder bestuursdwang.

ARTIKEL VI

Indien deze wet in werking treedt op een tijdstip nadat artikel 11 van het voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb) (TK 2006–2007, 31 124, nr. 2) tot wet is verheven en in werking is getreden, komt artikel I, onderdeel A, te luiden:

A

In artikel 1, vijfde lid, wordt:

a. na «kunnen» ingevoegd: ter uitvoering van verplichtingen voortvloeiende uit een internationaal verdrag.

b. «bij of krachtens deze wet» vervangen door: krachtens deze wet.

c. een zin toegevoegd, die luidt: Van de plaatsing van de algemene maatregel van bestuur wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

ARTIKEL VII

1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

2. Indien deze wet inwerking treedt op een tijdstip voordat artikel 11 van het voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb) (TK 2006–2007, 31 124, nr. 2) tot wet is verheven en in werking is getreden, treedt artikel I, onderdeel H, in afwijking van het eerste lid, in werking op het tijdstip dat dat artikel 11 in werking treedt.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,