30 925
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende minimumnormen voor de erkenning en de status van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming (PbEU L 304)

C
BRIEF AAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

 Den Haag, 5 december 2007

Uw brief van 26 november 2007, waarin u de vaste commissie voor Justitie verzocht het voorstel van wet tot Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende minimumnormen voor de erkenning en de status van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming (kamerstuk I 2007/08, 30 925, A) nog voor het kerstreces af te doen, is besproken in de commissievergadering van 4 december jl.

In de commissie bleek, bij de bespreking van uw verzoek, de wens te prevaleren dit wetsvoorstel zorgvuldig te behandelen. Het voorbereidend onderzoek is gehandhaafd op 11 december 2007. Hoewel het de commissie omwille van de zorgvuldigheid onwenselijk leek het voorlopig verslag per kerende post te laten beantwoorden, opdat plenaire behandeling nog op 17/18 december 2007 zou kunnen plaatsvinden, bestaat de bereidheid het wetsvoorstel na afloop van het kerstreces met voortvarendheid verder te behandelen, wanneer de memorie van antwoord tegen het einde van het kerstreces ontvangen kan worden.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal,

Van de Beeten

Naar boven