30 909
Regels tot bevordering van de activering van personen die aanspraak maken op een uitkering op grond van de Ziektewet

B
VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID1

Vastgesteld 12 oktober 2007

Het voorbereidend onderzoek heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Inleiding

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel dat, na het arbeidsrecht en na de WAO, ook de Ziektewet activerender wil maken. Het uitgangspunt dat het belonen van reïntegratie meer nadruk moet krijgen dan het vergoeden van inkomensschade werd door hen onderschreven. Wel riep de uitwerking van dit uitgangspunt in het onderhavige wetsvoorstel een aantal vragen op.

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het onderhavige wetsvoorstel maar hebben wel één vraag aan de minister.

De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel. Zij hebben ook kennisgenomen van het onderzoek dat TNO in opdracht van het ministerie heeft gedaan naar de achtergronden, omvang en oorzaken van het zwangerschaps- en bevallingsgerelateerd verzuim in de Ziektewet. Het wetsvoorstel is mede ingegeven door de vermeende hoge instroom van «vangnetters» (Ziektewetgerechtigden) in de WAO/WIA. Deze leden hebben enkele vragen.

De leden van de fracties van D66 en OSF staan positief tegenover deze regelgeving. Wel hebben deze fracties nog enkele vragen.

Onderzoek naar oorzaken instroom vangnetters in WGA

De leden van de PvdA-fractie vragen zich af of er zicht bestaat op de oorzaken dat met name vangnet-ZW gevallen een substantieel deel uitmaken van de populatie die in de WGA instroomt. Is er onderzoek naar de oorzaak van dit fenomeen gedaan en zo ja, wat was hiervan de uitkomst? «Vangnetters» zijn immers een zeer diverse groep. De aan het woord zijnde leden zouden het dan ook op prijs stellen indien in het antwoord over de oorzaken een uitsplitsing werd gemaakt naar type vangnetter (uitzendkracht, zieke WW-er, etc.)

Zieke vangnetters na het bevallingsverlof

In het bijzonder vragen de leden van de PvdA-fractie zich af hoe groot het aandeel van de vangnetpopulatie is dat bestaat uit vrouwen die na het zwangerschapsverlof onvoldoende hersteld bleken om in eigen werk te hervatten. Bestaan daar cijfers over? En hoe verloopt de reïntegratietaakstelling voor deze categorie? Pakt het UWV deze op, of wordt dit aan werkgever en werknemer overgelaten nu het hier een werknemer betreft die a) nog een eigen werkgever heeft en b) op grond van Europese regelgeving een recht op terugkeer in eigen werk? De leden van de fracties van GroenLinks en ChristenUnie sluiten zich aan bij deze vraag.

Een van de groepen vangnetters waarvoor dit voorstel maatregelen beoogt is de groep zieke vangnetters na het bevallingsverlof. Uit het TNO-onderzoek is inmiddels gebleken dat het zwangerschaps- en bevallingsgerelateerd verzuim in de Ziektewet in slechts 1,5% van de gevallen leidt tot de WIA (2004) en dat de trend bovendien dalend is. Voorts is gebleken dat van al het zwangerschaps- en bevallingsgerelateerd verzuim, slechts 10% bevallingsgerelateerd is. Daarom vragen de leden van de SP-fractie zich af of deze maatregel zich wel verhoudt tot het beoogde doel van minder instroom vanuit het vangnet Ziektewet in de arbeidsongeschiktheidsregeling. Deze leden willen van de minister graag weten hoe hij tegen de nu onderzochte werkelijke omvang van dit probleem aankijkt.

Geen afkeuring omdat één bepaald aspect van het werk niet meer kan worden gedaan

Eén van de doelen van deze wetswijziging is dat een vangnetter niet meer kan worden afgekeurd omdat één bepaald aspect van het werk niet meer kan worden gedaan. De voorbeelden die de minister hiervan noemt vinden de fracties van D66 en OSF wat gezocht. In de nota naar aanleiding van het verslag is te lezen dat niet bekend is hoe vaak deze situaties zich voordoen. De fracties willen dan ook graag weten hoe de minister weet dat deze situaties zich vaak genoeg voordoen om aanpassing van de regeling lonend te maken.

In dit verband vragen de PvdA-fractieleden zich af wat de voorgestelde wijzigingen zullen betekenen voor de werknemer die uitvalt kort nadat hij met werken is begonnen in een veel beter betaalde baan dan hij voorheen deed. In dit verband noemden zij het voorbeeld van de student die tijdens zijn studie op minimumloonbasis heeft bijgewerkt, na zijn afstuderen een baan vindt die past bij zijn opleiding en capaciteiten en na een paar dagen een ongeval krijgt, waardoor hij blijvend ongeschikt is voor dit «hoofd-» werk. Wordt deze werknemer – die omdat hij nog in de proeftijd zat ontslagen kon worden en dus inmiddels vangnetter is – beter verklaard als de revalidatie ten einde is en hij weer licht schoonmaakwerk kan verrichten? Of is het UWV bevoegd in uitzonderlijke gevallen een uitzondering te maken op de voorgestelde regel en als «eigen werk» wél de baan te nemen waarin hij nog maar zeer kort heeft gewerkt?

Welke regel geldt in zo’n geval voor de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage voor de WGA? Gaat dat aan de hand van het loon in de functie waarin de werknemer is uitgevallen, of moet het UWV hierbij eveneens het hele jaar vóór de uitval bij betrekken? Indien dit laatste de hoofdregel is en in dit geval het schoonmaakwerk het «maatmaninkomen» in aanzienlijke mate meebepaalt, zijn er op die regel dan uitzonderingen mogelijk in gevallen van kennelijke hardheid?

Uitvoerbaarheid bij UWV

In een rapport van de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) blijkt dat er nogal wat mankeert aan de slagkracht van het UWV. Er zijn administratieve problemen bij de uitvoering van de arborol van het UWV. Er is bijvoorbeeld geen uitgewerkt re-integratiebeleid en er zijn problemen zoals trage dossieroverdracht tussen de verschillende onderdelen van het UWV. De fracties van D66 en OSF willen graag weten of en hoe het UWV aan deze problemen werkt en of het UWV in staat kan worden geacht de vangnetters goed te begeleiden?

Uit het rapport van de Inspectie Werk en Inkomen blijkt ook dat er een fors capaciteitstekort is bij de verschillende teams van het UWV die zich met de vangnetters moeten gaan bezig houden. Het UWV heeft door de herkeuringen in de WAO veel te verhapstukken. De voorzitter van de Raad van bestuur van het UWV heeft toegezegd voor extra personeel te zullen zorgen. De fracties van D66 en OSF vragen of dit tekort inmiddels is weggewerkt en of de minister verwacht dat met de invoering van de wet het UWV daaraan met volle kracht kan werken.

Toetsing of re-integratie-inspanning van UWV voldoende is/klachtregeling

Ten aanzien van «reguliere» werknemers die door de werkgever worden gere-integreerd is het UWV degene die de inspanningen van werkgever en werknemer beoordeelt en bij onvoldoende inspanningen van partijen sancties op kan leggen.

Het UWV gaat de re-integratie van de betreffende groep personen actiever ter hand nemen dan voorheen. In feite heeft het UWV hier een dubbele pet, omdat hij zichzelf naderhand moet beoordelen of hij voldoende inspanningen heeft gepleegd terwijl hij ook niet sancties aan zichzelf kan opleggen.

De VVD-fractie is van mening dat dit derhalve met zich brengt dat er voor het UWV een zeer duidelijk toetsingskader moet worden vastgesteld. Deelt de minister dit en welke zullen de criteria zijn waaraan het UWV getoetst wordt?

Het wetsvoorstel versterkt de verplichtingen van de zieke werkloze, maar geeft hem weinig middelen in handen wanneer zijn wederpartij in gebreke blijft, zo stellen de leden van de PvdA-fractie. Aan het UWV kan uiteraard geen loonsanctie worden opgelegd, maar zou, wanneer het ziektebegrip zozeer verruimd wordt als nu het geval is, een snelle en met sancties verstevigde klachtenprocedure niet op zijn plaats zijn, wanneer de werknemer – rechtens juist – van de ZW naar de WW verhuist, terwijl re-integratie-inspanningen van de zijde van het UWV zijn uitgebleven? Hoe staat de minister hier tegenover?

Bij wie moet de werknemer te rade – zo vragen de leden van de PvdA-fractie – bij een verschil van mening over de vraag of de hem geduide arbeid passend is? Staat in zo’n geval ook de second opinion-weg van artikel 30 wet SUWI open of staan er andere wegen voor hem open? Zo nee, zouden die er niet moeten komen omdat anders de merkwaardige situatie ontstaat dat first én second opinion van dezelfde instantie afkomen?

Inkomenseffecten

De leden van de SP-fractie willen graag vernemen of er inmiddels duidelijkheid is op de vraag of, en zo ja in welke gevallen, zich een inkomensval voor zieke vangnetters voordoet, zoals bedoeld in de in de Tweede Kamer aangehouden motie Hijum c.s. (nr. 13).

Tenslotte willen de leden van de SP-fractie van de minister graag vernemen welke mogelijkheden hij ziet om zieke uitzendkrachten en andere zieke werknemers ook over zaterdag en zondag, mits dit voor hen reguliere werkdagen zijn, ziekengeld uit te keren.

De leden van de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien de beantwoording met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de commissie,

Van Driel

De griffier van de commissie,

Van Dooren


XNoot
1

Samenstelling:

Van den Berg (SGP), Swenker (VVD), Terpstra (CDA), Meulenbelt (SP), Ten Hoeve (OSF), Vedder-Wubben (CDA), Kneppers-Heijnert (VVD), Westerveld (PvdA), Biermans (VVD), Schouw (D66), Van Driel (PvdA), (voorzitter), Leijnse (PvdA), Franken (CDA), (vice-voorzitter), Goyert (CDA), Quik-Schuijt (SP), Klein Breteler (CDA), Huijbregts-Schiedon (VVD), Koffeman (PvdD), Böhler (GL), Strik (GL), Kuiper (CU), Lagerwerf-Vergunst (CU), Rehwinkel (PvdA), Elzinga (SP), Vac. (SP) en Yildirim (Fractie-Yildirim).

Naar boven