Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2007-200830583 nr. B

30 583
Wijziging van de Wet op de kansspelbelasting in verband met kansspelen via internet

B
VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN1

Vastgesteld 26 mei 2008

Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.

De leden van de PvdA-fractie hebben overwegend met instemming kennisgenomen van het voorliggend wetsvoorstel.

In het licht van het verwerpen door de Eerste Kamer van wetsvoorstel 30 362, hebben de leden van de SP-fractie met enige verbazing kennisgenomen van de wens van de staatssecretaris van Financiën de behandeling van wetsvoorstel 30 583 te willen voortzetten – verbazing, omdat de aard van laatstgenoemd voorstel door het verwerpen van het eerstgenoemde, fundamenteel gewijzigd is. Deze leden kunnen dan niet anders doen dan het onderhavige wetsvoorstel op zichzelf te beschouwen en daarover vragen te stellen.2

Inhoud van het wetsvoorstel

Handhaving

Graag vernemen de leden van de VVD-fractie van de regering hoe zij het onderhavige wetsvoorstel, nadat dit tot wet is verheven, denkt te kunnen handhaven. Kan zij aangeven wat de verwachte opbrengst is van het onderhavige wetsvoorstel nu wetsvoorstel 30 362 Wijzigingen van de Wet op de kansspelen door de Eerste Kamer is afgestemd?

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe het gesteld zal zijn met de handhaafbaarheid van de voorgestelde belastingheffing. Hebben deze leden het goed begrepen dat de inzet van de Belastingdienst, gericht op het lokaliseren van binnenlandse exploitanten van internetkansspelen met het oogmerk hen aan te slaan voor de kansspelbelasting, eigenlijk vooral zijn nut zal afwerpen bij doormelding naar het Openbaar Ministerie dat dan tot vervolging kan overgaan? Wat doet de Belastingdienst dan met exploitanten die zelf aangiften doen en belasting willen betalen? In dit verband vernemen deze leden graag wat de strafmaat is voor illegale aanbieders van internetkansspelen en of deze straf cumuleert met de belastingheffing. Voorts is het deze leden niet geheel duidelijk hoe bij een dergelijke aanpak op de lange termijn een structurele belastingopbrengst kan ontstaan; men is immers voortdurend bezig de bron van een dergelijke opbrengst te elimineren. Ten slotte vragen deze leden hoe de belastingheffing bij Nederlandse spelers van buitenlandse internetkansspelen zal plaatsvinden. Naar zij begrijpen moet een eventuele prijs door de speler zelf worden aangeven. Gebeurt dit bij afzonderlijke aangifte of wordt dit meegenomen in de aangifte Inkomstenbelasting?

Belastingheffing op illegale activiteit

Het komt de leden van de PvdA-fractie voor dat een inpassing van de groeiende categorie kansspelen via internet in het regime van de kansspelbelasting wenselijk is, en dat de regering hierbij terecht een overeenkomstige behandeling met de casinospelen heeft gekozen. Ook hebben deze leden kennisgenomen van de opvatting, die onder andere in de Tweede Kamer naar voren is gekomen, als zou de invoering van belastingheffing op een activiteit die in zich tegen de wet is enigszins paradoxaal is. Deze leden vragen de regering nog eens kort aan te geven waarom zij deze opvatting ten principale verwerpt.

Moraliteit van de belastingwetgeving

De leden van de SP-fractie zijn van mening dat de voorliggende wetswijziging een radicale breuk impliceert met de huidige Wet op de Kansspelbelasting (en in menig opzicht met de belastingwetten in het algemeen). Er bestaan legale en illegale casinospelen en legale en illegale overige kansspelen. Gesteld kan worden dat de huidige wet zich met betrekking tot de mogelijke illegaliteit van deze spelen naïef opstelt. De wet heeft betrekking op kansspelen waarbij in het midden wordt gelaten of deze al dan niet legaal zijn. (Degene die van de wet kennis neemt kan deze lezen als «uiteraard» betrekking hebbende op legale kansspelen). Echter, in de voorliggende wetswijziging wordt vanaf artikel 1, onderdeel b, gewag gemaakt van het «gelegenheid geven tot» en het «deelnemen aan» «kansspelen welke via het internet worden gespeeld», en vervolgens van de met die activiteiten samenhangende belastingheffing. Omdat hier expliciet kansspelen genoemd worden die illegaal zijn, verliest de wet door de voorliggende wetswijziging de genoemde onschuld. Graag vernemen de leden van de SP-fractie het commentaar van de regering hierop. Wellicht kan dit punt ook aanleiding voor de regering zijn om in te gaan op de moraliteit van de belastingwetgeving in het algemeen, omdat deze wetswijziging immers de grondslag van de belastingwetgeving regardeert.1

Inzetten van de belastingwet bij strafrechtelijke overtreding

Op een met het voorgaande samenhangende meer specifiek, doch niet minder belangrijk, punt, constateren de leden van SP-fractie dat de staatssecretaris in een schrijven aan de Tweede Kamer van 31 mei 2007 (30 583, nr. 8) met betrekking tot de onderhavige wetswijziging het volgende stelt:

«Die wijziging is nodig, omdat de huidige heffingssystematiek waarbij de prijswinnaar wordt belast over de door hem bij deelname aan een internetkansspel gewonnen prijs tot (praktische) problemen leidt bij het vaststellen van de verschuldigde kansspelbelasting. Omdat dit euvel zich naar zijn aard eveneens voordoet bij de heffing van kansspelbelasting over reeds aangeboden illegale binnenlandse internetkansspelen en buitenlandse internetkansspelen, is het ook los van voornoemde proef met Holland Casino wenselijk dat de Wet op de kansspelbelasting wordt gewijzigd. Hierbij wordt tevens opgemerkt dat gebleken is dat de aanpak van illegale casino’s door middel van (na)heffing van kansspelbelasting effectief werkt (sluiting illegale casino’s). Indien de Wet op de kansspelbelasting niet voorziet in een adequate heffingsmogelijkheid bij internetkansspelen mist de overheid voor die spelen deze mogelijkheid van effectieve handhaving.»

De leden van de SP-fractie stellen zich op het standpunt dat gebleken mag zijn dat deze kansspelbelasting hierin «effectief werkt». Dat is naar de mening van de leden van de SP-fractie echter toch wat anders dan het expliciet inzetten van de belastingwet bij strafrechtelijke overtreding – c.q. het voorkomen van strafrechtelijke overtreding – en het (kennelijk) daartoe wijzigen van de belastingwet. Indien de grens tussen straf, bijvoorbeeld boete, en belasting gaat vervagen, wordt de belastingmoraal fundamenteel aangetast. Belasting is thans immers geen straf doch een plicht, op de voldoening waarvan men mogelijk trots kan zijn. Deze leden vernemen graag de visie en het commentaar van de regering op het gestelde betreffende dit punt.

Artikel 1, onderdeel e

In de huidige wet fungeert de in artikel 1 gebezigde term «gerechtigden», in de context van gerechtigden tot de prijzen van kansspelen, als neutraal. De leden van de SP-fractie menen dat deze neutraliteit niet langer het geval is bij het in de wetswijziging toegevoegde onderdeel «e». Dit luidt: [directe belasting wordt geheven van] «de binnen het Rijk wonende of gevestigde gerechtigden tot de prijzen van buitenlandse kansspelen welke via het internet worden gespeeld.» Hier wordt dus indirect gesteld dat personen recht kunnen doen gelden op opbrengsten uit illegale activiteiten. Genoemde leden vragen de regering in dit licht commentaar te geven op dit wijzigingsvoorstel van dit artikel.

De voorzitter van de commissie,

Essers

De griffier a.i. van de commissie,

Van Oort


XNoot
1

Samenstelling:

Van den Berg (SGP), Bemelmans-Videc (CDA), Terpstra (CDA), Ten Hoeve (OSF), Kox (SP), Vedder-Wubben (CDA), Biermans (VVD), Essers (CDA) (voorzitter), Noten (PvdA), Sylvester (PvdA), Schouw (D66), Van Driel (PvdA), Doek (CDA), Leijnse (PvdA), Peters (SP), De Boer (CU) (vice-voorzitter), Reuten (SP), Hofstra (VVD), Asscher (VVD), Laurier (GL), Hermans (VVD), Koffeman (PvdD), Böhler (GL), Elzinga (SP) en Yildirim (Fractie-Yildirim).

XNoot
2

Aangezien Artikel XXI van 31 205 pas op 1 juli 2008 in werking treedt, zijn de artikelverwijzingen van 30 583 aangehouden. In het licht van 31 205 onthouden de leden van de SP-fractie zich niettemin van commentaar op de wetstechnische complicaties van de in 30 583 voorgestelde wijziging van artikel 2 («fysieke toestellen») en de toelichting erbij in de memorie van toelichting.

XNoot
1

Daarbij gaat het inderdaad om deze thans bij de Kamer voorliggende wetswijziging. In de Tweede Kamer heeft de staatsecretaris gezegd: «Wij heffen in Nederland al vele jaren [belasting] op de vermoede winsten inzake drugshandel en allerlei andere illegale en criminele activiteiten.» (Handelingen TK, 83-4549, 20 juni 2007) Dit lijkt echter van een ander gehalte. In het wetsvoorstel gaat het niet om vermoedens, maar wordt (helaas) een belastingheffing bepaald op inkomsten uit actuele illegale handelingen.