B
VERSLAG VAN DE VASTE COMISSIE VOOR ONDERWIJS1
Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel heeft de commissie aanleiding
gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende
vragen.
De leden van de CDA-fractie staan positief
tegenover het invoeren van een kwalificatieplicht voor 16- tot 18-jarigen
die nog geen startkwalificatie in hun bezit hebben. Zij onderschrijven van
harte de doelstelling om het vroegtijdig schoolverlaten terug te dringen.
Wel willen deze leden nog een paar vragen in relatie tot de uitvoerbaarheid
en handhaafbaarheid naar voren brengen.
De kwalificatieplicht geldt voor alle jongeren van 16- tot 18-jaar die
nog geen startkwalificatie hebben, zo constateren de leden van de CDA-fractie.
Alleen jongeren in het praktijkonderwijs en groepen zeer moeilijk lerende
kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen uit de clusters 2 en 3 van de
Wet op de expertisecentra, vallen buiten die verplichting. Bij de leden van
deze fractie rijst de vraag waarom jongeren uit cluster 4 hier ook niet worden
opgenomen. Bij kinderen met een autistische aandoening zal het voor velen
niet haalbaar zijn een kwalificatie op het vereiste niveau te halen. Deze
jongeren behoren met name tot cluster 4.
Voorts mag voor een aantal jongeren aangenomen worden dat het een forse
opgave zal zijn om voor de meerderjarigengrens de startkwalificatie te halen.
Men spreekt in Kamerstuk nr. 6 de hoop uit dat jongeren die 18 jaar zijn en
die in een vergevorderd stadium van hun opleiding zijn, niet zullen afhaken,
maar nog even zullen doorbijten. Er moet echter rekening mee gehouden worden
dat er jongeren zijn, zeker diegenen die met motivatie en sociaal psychische
problemen te kampen hebben, die desondanks zullen afhaken. Gerichte ondersteuning
kan voor die leerlingen in die specifieke fase van groot belang zijn. Hierin
wordt op geen enkele wijze voorzien. Kan het kabinet nader op deze problematiek
ingaan, zo vragen de leden van de CDA-fractie.
Essentieel bij de goede uitvoering van de wet, zo menen deze leden, is
een effectieve uitvoering van het verzuimbeleid. Er wordt een reeks maatregelen
ter hand genomen om de handhaving goed vorm te geven. Er wordt
terecht gesteld dat de medewerking van de scholen en de gemeenten onmisbaar
is om te komen tot een sluitende aanpak.
Op dit moment wordt geconstateerd, zo vervolgen deze leden, dat er redelijk
grote verschillen zijn tussen de aanpak van de gemeenten en dat de medewerking
van de scholen ook niet altijd die kwaliteit heeft die verwacht zou mogen
worden. Er wordt veel geïnvesteerd in een verdere verbetering: digitaal
loket, extra structurele middelen voor handhaving leerplicht en voor uitvalregistratie.
De «carrot» is dus goed geregeld, maar de «stick»
als scholen en gemeenten ondanks alle impulsen in gebreke blijven, ontbreekt.
Is het kabinet voornemens om hier ook aandacht aan te besteden?
Terecht wordt in de memorie van toelichting gesteld dat voor een bepaalde
categorie jongeren het aantrekkelijk is dat ze sterk praktijkgericht onderwijs
kunnen volgen. Het verheugt de leden van de CDA-fractie dat er intensief overleg
is met werkgevers over het beschikbaar krijgen van geschikte stageplaatsen.
In deze tijd van economische bloei wordt geconstateerd dat er een groei zit
in het aantal stageplaatsen. Zij zien echter in tijden van economische vertraging/neergang
dat vaak het tegenovergestelde plaatsvindt. Het is dan voor leerlingen en
stagebegeleiders een enorme opgave om geschikte stageplaatsen te krijgen.
Hoe verklaarbaar dit ook moge zijn: het zou de leden van de CDA-fractie heel
wat waard zijn als er meer duurzame afspraken gemaakt zouden kunnen worden
tussen bedrijven, instellingen enerzijds en onderwijsinstellingen anderzijds
om vraag en aanbod beter in evenwicht te krijgen. Kan dit thema op de participatietop
en in andere geëigende overlegorganen door de staatssecretaris geagendeerd
worden?
De leden van de fractie van de PvdA hebben
met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Ook zij maken zich
zorgen over de aantallen jongeren die voortijdig – zonder startkwalificatie –
de school verlaten. Zij weten ook dat de huidige partiële leerplicht
onvoldoende mogelijkheden biedt om handhavend op te treden. Zij hebben nog
wel een enkele vraag.
Handhaving van de leerplicht vereist, naast een goede verzuimregistratie
van de school en adequaat optreden van de leerplichtambtenaar, ook een actief
optreden van de Officier van Justitie. Als de leerplichtambtenaar proces verbaal
(pv) opmaakt wegens ongeoorloofd verzuim moet hij of zij er ook op kunnen
rekenen dat het pv snel wordt opgelegd. Op dit moment worden pv’s vaak
afgedaan omdat dit voor justitie geen prioriteit is. Heeft de staatssecretaris
hierover afspraken gemaakt met het ministerie van Justitie, zo vragen deze
leden.
Blijkens de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede Kamer heeft
de staatssecretaris financiële middelen beschikbaar gesteld voor verbetering
van de verzuimregistratie en het op sterkte brengen van de leerplicht. Is
ook voorzien in extra middelen voor de strafrechtelijke vervolging?
De huidige leerplicht eindigt aan het einde van het schooljaar waarin
de betrokken leerling 16 (en voor de partiële leerplicht 17) wordt. De
kwalificatieplicht eindigt op de 18e verjaardag van de leerling. Heeft het
kabinet overwogen om de kwalificatieplicht te laten eindigen aan het einde
van het schooljaar waarin de leerling 18 wordt, zo vragen de leden van de
PvdA-fractie tot besluit.
De leden van de VVD-fractie kunnen zich vinden
in het wetsvoorstel en hebben op dit moment geen vragen.
Vertrouwende dat deze vragen tijdig zullen worden beantwoord acht de commissie
de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie,
Pruiksma
De griffier van de commissie,
Janssen
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Schuurman (CU), Schuyer (D66), Dupuis (VVD), Coppoolse (CDA), Linthorst
(PvdA) (plv. voorzitter), Kalsbeek-Schimmelpenninck van der Oije (VVD), Witteman
(PvdA), Ten Hoeve (OSF), J. de Graaf (CDA), Ruers (SP), Pruiksma (CDA) (voorzitter)
en Minderman (GL).
Plv. leden: Holdijk (SGP), Engels (D66), Swenker (VVD), Walsma (CDA),
Eigeman (PvdA), Broekers-Knol (VVD), Maas-de Brouwer (PvdA), Van Dalen-Schiphorst
(CDA), Meulenbelt (SP), Nap-Borger (CDA) en Thissen (GL).