30 804
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2007)

G
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juli 2007

Hierbij doe ik u een studie toekomen naar de successiewetgeving in een aantal landen van de Europese Unie.

De opdracht tot het verrichten van deze studie is gegeven naar aanleiding van een verzoek daartoe door het lid Schuyer tijdens de behandeling van het Belastingplan 20061.

Ook tijdens de behandeling van het Belastingplan 2007 is de Successiewet aan de orde geweest2. Vele fracties gaven daarbij blijk van een gevoel van onvrede met de huidige wet. Daarbij ging het met name om de hoogte van de tarieven. Ik sluit niet uit dat dergelijke gevoelens ook leven bij een aantal leden van de Tweede Kamer.

Van mijn kant bestaat de bereidheid om te bezien wat de mogelijkheden zijn voor een herziening van de huidige successiewet. Een dergelijke herziening zou onder meer moeten leiden tot een vergroting van het maatschappelijk draagvlak voor de successie- en schenkingsbelastingen. De hoogte van de tarieven zou daarbij een belangrijk aandachtspunt moeten zijn, maar niet het enige. De huidige successiewet dateert uit 1956 maar is wat betreft zijn systematiek nog gebaseerd op wetgeving uit de negentiende eeuw. Hoewel de wet vaak is aangepast, is hij in zijn huidige opzet verouderd en gevoelig voor constructies. Bovendien is hij erg ingewikkeld. Hier valt een belangrijke efficiency winst te halen.

Ik maak daarbij wel de kanttekening dat een dergelijke herziening budgettair neutraal zal moeten geschieden. Een tariefsverlaging van betekenis zal dan ook slechts mogelijk zijn indien blijkt dat deze kan worden gefinancierd door grondslagverbreding of door een herschikking binnen de tariefstructuur.

Ik zal het bijgevoegde rapport van Deloitte «Schenkings- en successierecht een blijvend gegeven?»1 meenemen in mijn afwegingen over een mogelijke herziening van de successiewet. Binnenlandse opvattingen zijn bij deze afwegingen natuurlijk ook erg belangrijk.

De staatssecretaris van Financiën,

J. C. de Jager


XNoot
1

Handelingen I 2005/06, blz. 472–473.

XNoot
2

Handelingen I 2006/07, blz 517, 520, 521–522, 526–527, 537–540.

XNoot
1

Dit stuk ligt ter inzage op de afdeling inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 138610.

Naar boven