Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2006-200730608 nr. A

30 608
Regels in verband met de inwerkingtreding van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Invoeringswet Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken)

A
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

8 februari 2007

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken op onderdelen te wijzigen met het oog op een goede uitvoering van die wet, de inwerkingtreding ervan onder het geven van samenloopbepalingen bij wet te regelen en enkele andere wetten in verband met het voorgaande te wijzigen teneinde uit die wetten voortvloeiende registratieplichten te doen vervallen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. WIJZIGING VAN DIVERSE WETTEN IN VERBAND MET HET VERVALLEN VAN REGISTRATIEPLICHTEN

§ 1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel 1

Artikel 174a van de Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid vervalt.

2. Het zesde lid wordt vernummerd tot vijfde lid.

§ 2. Ministerie van Defensie

Artikel 2

De Belemmeringenwet Landsverdediging wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 7a vervalt.

2. In artikel 8 vervalt de laatste zin.

§ 3. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Artikel 3

Artikel 40 van de Natuurbeschermingswet 1998 vervalt.

Artikel 4

Artikel 39 van de Wet agrarisch grondverkeer wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt.

2. Het derde en vierde lid worden vernummerd tot tweede en derde lid.

§ 4. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Artikel 5

De Monumentenwet 1988 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5 wordt «artikel 6» vervangen door: artikel 6, eerste lid,.

B

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de komma vervangen door «en» en vervalt: en aan de bewaarder van het kadaster en de openbare registers.

2. Het vierde lid vervalt.

C

In artikel 7, vierde lid, vervalt «, aan de bewaarder van het kadaster en de openbare registers» en vervalt de laatste zin.

D

In artikel 10 wordt «in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: in artikel 1, onderdeel e, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

§ 5. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Artikel 6

De Belemmeringenwet Privaatrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

B

Artikel 8 vervalt.

Artikel 7

Artikel 48, derde lid, van de Luchtvaartwet vervalt.

§ 6. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Artikel 8

Artikel 13b, derde lid, van de Opiumwet vervalt.

§ 7. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Artikel 8a

De Kadasterwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen h tot en met l worden geletterd i tot en met m.

2. Na onderdeel g wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

h. het beheren van de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, en het verlenen van inzage in de gegevens uit die voorziening;.

B

In artikel 25, eerste lid, aanhef, wordt «die anderszins krachtens wetsbepaling kan worden ingeschreven» vervangen door: die krachtens een andere wet dan de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken kan worden ingeschreven.

C

In artikel 117 wordt, onder vernummering van het zevende lid tot achtste lid, na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende:

7. De Dienst is aansprakelijk voor de schade die is veroorzaakt door een vergissing, verzuim, vertraging of andere onregelmatigheid van de Dienst, door hem begaan bij het beheren van de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel bij het verlenen van inzage in de gegevens uit die voorziening. De Dienst is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het door de Dienst verstrekken van gegevens die afkomstig zijn van derden en inhoudelijk onjuist blijken te zijn, of uit het niet tijdig ontvangen of kunnen verstrekken van gegevens die afkomstig zijn van derden door handelen of nalaten van die derden.

Artikel 8b

In artikel 16, tweede lid, van de Organisatiewet Kadaster wordt «artikel 3, eerste lid, onderdelen a, b, d, e, h, i en j, van de Kadasterwet» vervangen door: artikel 3, eerste lid, onderdelen a, b, d, e, h, j, k en l, van de Kadasterwet.

Artikel 9

De Wet bodembescherming wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 55 komt te luiden:

Artikel 55

1. Een beschikking als bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, juncto 37, eerste lid, 39b juncto artikel 14 van het Besluit uniforme saneringen, 39c, tweede lid, en 39d, derde lid, en een bevel als bedoeld in de artikelen 30, 43 en 49, vermelden, onder verwijzing naar een bijgevoegde kadastrale kaart, de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak of zaken ten aanzien waarvan uit de beschikking of het bevel een publiekrechtelijke beperking als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken voortvloeit, dan wel ten aanzien waarvan bij de beschikking of het bevel zodanige beperking wordt gewijzigd of komt te vervallen.

2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het eerste lid.

B

Artikel 63l vervalt.

Artikel 10

De Wet voorkeursrecht gemeenten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid vervalt.

2. Het vierde lid wordt vernummerd tot derde lid.

B

In artikel 5, eerste lid, vervalt: , zomede aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. Het bepaalde in artikel 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

C

In artikel 6, eerste lid, wordt «artikel 4, eerste tot en met derde lid» vervangen door: artikel 4, eerste en tweede lid.

D

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder b, wordt «artikel 4, vierde lid» vervangen door: artikel 4, derde lid.

2. In het tweede lid vervalt: zomede aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.

E

Artikel 8a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 4, eerste tot en met derde lid» vervangen door: artikel 4, eerste en tweede lid.

2. In het derde lid, onder b en c, wordt «artikel 4, vierde lid» vervangen door: artikel 4, derde lid.

Artikel 11

In artikel 97, tweede lid, van de Woningwet vervalt: en doen dat besluit zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24 van dat boek is niet van toepassing.

HOOFDSTUK 2. WIJZIGING VAN DE WET KENBAARHEID PUBLIEKRECHTELIJKE BEPERKINGEN ONROERENDE ZAKEN

Artikel 12

De Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel b, komt te luiden:

b. beperkingenbesluit:

1°. op grond van artikel 2 aangewezen schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling waaruit een publiekrechtelijke beperking voortvloeit dan wel waarbij deze wordt gewijzigd of komt te vervallen;

2°. een melding aan het bevoegd gezag van een voornemen tot sanering als bedoeld in artikel 28 juncto artikel 39b van de Wet bodembescherming, tenzij de melding betrekking heeft op bodem onder oppervlaktewater die eigendom is van een publiekrechtelijke rechtspersoon;

3°. een mededeling van een adviesaanvraag door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Monumentenwet 1988 betreffende de aanwijzing van een binnen het grondgebied van een gemeente gelegen onroerend monument als beschermd monument;

4°. een afschrift van een inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van een als beschermd monument aangewezen onroerend monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, vierde lid, van de Monumentenwet 1988;

5°. een schriftelijke handeling, niet zijnde een besluit, van een bestuursorgaan van een provincie of gemeente op grond van een provinciale respectievelijk gemeentelijke verordening, waardoor, voordat op grond van die verordening een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument is genomen, op die onroerende zaak de in de betreffende verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten van overeenkomstige toepassing worden;

6°. een afschrift van een inschrijving op dan wel in een provinciale of gemeentelijke monumentenlijst respectievelijk een provinciaal of gemeentelijk monumentenregister door een bestuursorgaan van een provincie of gemeente van een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument, indien door die inschrijving de in de betreffende provinciale of gemeentelijke verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten rechtstreeks van toepassing worden;.

Aa

In artikel 1, onderdeel c, wordt «van een gemeentelijk bestuursorgaan» vervangen door: van een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid,.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

1. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een doelmatige kenbaarheid van publiekrechtelijke beperkingen categorieën van beperkingenbesluiten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, aangewezen, waarop deze wet van toepassing is.

2. De aanwijzing kan bij ministeriële regeling plaatsvinden indien het betreft beperkingenbesluiten die worden vastgesteld op grond van een verordening van respectievelijk een gemeente, waterschap of provincie als bedoeld in respectievelijk artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 56, eerste lid, van de Waterschapswet of artikel 145 van de Provinciewet.

3. Tenzij bij de in het eerste of tweede lid bedoelde aanwijzing anders is bepaald, behoren tot de aangewezen categorieën van beperkingenbesluiten mede die beperkingenbesluiten die dezelfde publiekrechtelijke beperkingen hebben doen ontstaan als de tot de aangewezen categorieën behorende beperkingenbesluiten en als wettelijke grondslag hebben een inmiddels gewijzigde of vervallen wet, waarvan de werking ten aanzien van de op die wet gebaseerde beperkingenbesluiten ingevolge een latere wet is geëerbiedigd.

4. Tot de aangewezen categorieën van beperkingenbesluiten behoren verder mede die beperkingenbesluiten waarbij een publiekrechtelijke beperking die is voortgevloeid uit een beperkingenbesluit als vermeld in een aangewezen categorie, wordt gewijzigd of komt te vervallen. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de beperkingenbesluiten, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° tot en met 6°.

5. Bij de in het eerste of tweede lid bedoelde aanwijzing kan ten aanzien van een categorie van beperkingenbesluiten onderscheid worden gemaakt naar:

a. de vorm waarin een beperkingenbesluit beschikbaar is,

b. de aard van het object waarop een beperkingenbesluit betrekking heeft,

c. de periode gedurende welke een beperkingenbesluit van kracht is,

d. de kring van personen jegens wie een beperkingenbesluit geldt.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «van een bestuursorgaan van de desbetreffende gemeente,» ingevoegd: van het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waarin de desbetreffende gemeente deelneemt of van een gemeenschappelijk orgaan in laatstbedoelde zin,.

2. In het eerste en tweede lid vervalt: op grond van artikel 2 aangewezen.

3. In het eerste en tweede lid wordt na «indien daarbij het beperkingenbesluit wordt» ingevoegd: herroepen,.

4. In het tweede lid wordt «van een ander dan gemeentelijk bestuursorgaan» vervangen door: van een ander bestuursorgaan dan een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid.

D

In artikel 5, tweede lid, onder c, wordt «als bedoeld in artikel 7, kenbaar wordt gemaakt» vervangen door: als bedoeld in artikel 7, tweede lid, kenbaar wordt gemaakt.

E

Artikel 6, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel c wordt na «is ingeschreven,» toegevoegd: en.

2. In onderdeel d wordt «, en» vervangen door een punt.

3. Onderdeel e vervalt.

F

Artikel 7, derde lid, komt te luiden:

3. De inschrijving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt:

a. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, binnen vier dagen na de dag van bekendmaking van het beperkingenbesluit;

b. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, binnen vier dagen na de dag waarop burgemeester en wethouders het beperkingenbesluit hebben ontvangen;

c. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden of van het beperkingenbesluit kennisgeving is gedaan;

d. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 6°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving van het besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument heeft plaatsgevonden;.

e. bij een op een beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, binnen vier dagen na de dag waarop burgemeester en wethouders een gewaarmerkt afschrift daarvan hebben ontvangen.

G

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «een verklaring» vervangen door: een vervallenverklaring.

2. In het eerste lid vervalt onderdeel c.

3. In het eerste lid worden de onderdelen d en e geletterd als de onderdelen c en d.

4. In het tweede lid wordt «e» vervangen door: d.

5. Het vierde lid vervalt.

6. Het vijfde en zesde lid worden vernummerd tot vierde en vijfde lid.

7. In het vierde lid (nieuw) wordt «d» vervangen door: c.

H

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10

1. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de in artikel 6 bedoelde gegevens door middel van een daartoe strekkende landelijke voorziening op zodanige wijze beschikbaar worden gehouden voor de Dienst dat deze de betreffende gegevens te allen tijde langs elektronische weg kan ophalen en raadplegen.

2. Op verzoek verleent de Dienst aan eenieder met betrekking tot van kracht zijnde publiekrechtelijke beperkingen inzage in de in artikel 6 bedoelde gegevens door deze op te halen uit de landelijke voorziening, bedoeld in het eerste lid.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot het berichtenverkeer met de landelijke voorziening, bedoeld in het eerste lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gegeven omtrent het verlenen van inzage, bedoeld in het tweede lid.

Ha

Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a

1. De Dienst beheert de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 10, eerste lid. Dit beheer geschiedt in overleg met een representatieve vertegenwoordiging van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

2. De uitkomsten van het overleg, bedoeld in het eerste lid, worden voorgelegd aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, indien dit door de Dienst of de vertegenwoordiging van burgemeester en wethouders van de gemeenten bij het overleg noodzakelijk wordt geacht.

Hb

Artikel 13, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a vervalt: dan wel.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door «, dan wel» wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. het beschikbaar houden van gegevens voor de Dienst, bedoeld in artikel 10, eerste lid.

I

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Het bestuursorgaan dat een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, heeft vastgesteld dan wel Onze Minister die het aangaat, indien een beperkingenbesluit een algemeen verbindend voorschrift in een wet of algemene maatregel van bestuur is, draagt er zorg voor dat het beperkingenbesluit dan wel een daarop betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak wordt voorzien van de kadastrale aanduidingen van de onroerende zaak of zaken waarop deze betrekking heeft en ter inschrijving in de openbare registers aan de Dienst wordt aangeboden.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Het ter inschrijving aanbieden, bedoeld in het eerste lid, geschiedt:

a. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, binnen vier dagen na de dag van bekendmaking van het beperkingenbesluit;

b. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, binnen vier dagen na de dag waarop dat bestuursorgaan het beperkingenbesluit heeft ontvangen;

c. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden;

d. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, vierde lid, van de Monumentenwet 1988, heeft plaatsgevonden;

e. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden of van het beperkingenbesluit kennisgeving is gedaan;

f. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 6°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving van het besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument heeft plaatsgevonden;

g. bij een op een beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, binnen vier dagen na de dag waarop het bestuursorgaan een gewaarmerkt afschrift daarvan heeft ontvangen.

3. In het derde lid vervalt: onder a en b,.

4. Het vierde lid vervalt.

J

Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 15a

Met het oog op de kenbaarheid van de in de kadastrale registratie opgenomen gegevens van beperkingenbesluiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, en daarop betrekking hebbende beslissingen in administratief beroep en rechterlijke uitspraken, alsmede van vervallenverklaringen als bedoeld in artikel 15, derde lid, verlenen burgemeester en wethouders op verzoek ten kantore van de gemeente aan eenieder inzage in de kadastrale registratie door middel van een aansluiting op die registratie.

K

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens een andere wet dan deze wet verstrekt de Dienst periodiek aan een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 15, eerste lid, een overzicht van wijzigingen in de kadastrale aanduidingen van de onroerende zaak of zaken waarop een door dat bestuursorgaan op grond van artikel 15, eerste lid, ter inschrijving in de openbare registers aangeboden beperkingenbesluit of een daarop betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak betrekking heeft, voorzover deze documenten de grondslag vormen voor een van kracht zijnde publiekrechtelijke beperking. Deze verstrekking is kosteloos.

2. In het derde lid, onder b, vervalt: en.

L

In artikel 17 vervalt de komma na «voor wier gedragingen hij aansprakelijk is».

M

Het opschrift van paragraaf 4 komt te luiden:

§ 4. Overgangsrecht en slotbepalingen

N

In paragraaf 4 worden vóór artikel 18 vier artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 17a

1. Een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dat dateert van voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet en de grondslag vormt voor een op dat tijdstip van kracht zijnde publiekrechtelijke beperking, alsmede een op dat beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, worden binnen twee jaren na dat tijdstip ingeschreven overeenkomstig artikel 7, eerste en tweede lid. De inschrijving mag achterwege blijven indien de betreffende publiekrechtelijke beperking voordien ophoudt van kracht te zijn.

2. Ingeschreven worden de in het eerste lid bedoelde documenten dan wel een opgave van die documenten, die ten minste inhoudt een door burgemeester en wethouders vastgestelde lijst met de volgende gegevens:

a. een korte aanduiding van de aard en inhoud van de publiekrechtelijke beperking;

b. de actuele kadastrale aanduiding van de onroerende zaak of zaken waarop het beperkingenbesluit, de beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak betrekking heeft.

3. Op verzoek van burgemeester en wethouders verleent de Dienst medewerking aan de uitvoering van het eerste lid, voorzover het betreft beperkingenbesluiten alsmede daarop betrekking hebbende beslissingen in administratief beroep of rechterlijke uitspraken, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet zijn ingeschreven in de openbare registers.

4. Burgemeester en wethouders melden schriftelijk aan de Dienst het tijdstip waarop de inschrijving van de in het derde lid bedoelde documenten is voltooid. Na ontvangst van deze melding vindt met bekwame spoed bijhouding plaats van de kadastrale registratie als bedoeld in hoofdstuk 4, titel 1, van de Kadasterwet, in zoverre dat in elk geval de vermeldingen van de korte aanduiding van de betreffende publiekrechtelijke beperkingen vervallen.

Artikel 17b

1. Een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, dat dateert van voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet en de grondslag vormt voor een op dat tijdstip van kracht zijnde publiekrechtelijke beperking, alsmede een op dat beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, worden binnen twee jaren na dat tijdstip aan de Dienst ter inschrijving aangeboden overeenkomstig artikel 15, eerste lid. Het aanbieden ter inschrijving mag achterwege blijven indien de betreffende publiekrechtelijke beperking voordien ophoudt van kracht te zijn.

2. In afwijking van het eerste lid worden de in dat lid bedoelde beperkingenbesluiten ingeschreven overeenkomstig artikel 7, eerste en tweede lid, voorzover het betreft beperkingenbesluiten krachtens de Wet bodembescherming die zijn genomen door een orgaan van een provincie en nadien een gemeente of plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen met de betreffende provincie is gelijkgesteld bij of krachtens artikel 88 van de Wet bodembescherming. Artikel 17a, vierde lid, is op de inschrijving van deze beperkingenbesluiten van overeenkomstige toepassing.

3. Ter inschrijving aangeboden worden de in het eerste lid bedoelde documenten dan wel een opgave van die documenten, die ten minste inhoudt een door het betreffende bestuursorgaan vastgestelde lijst met de volgende gegevens:

a. een korte aanduiding van de aard en inhoud van de publiekrechtelijke beperking;

b. de actuele kadastrale aanduiding van de onroerende zaak of zaken waarop het beperkingenbesluit, de beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak betrekking heeft.

4. Beperkingenbesluiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, alsmede daarop betrekking hebbende beslissingen in administratief beroep of rechterlijke uitspraken, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet zijn ingeschreven in de openbare registers, gelden met ingang van dat tijdstip als ingeschreven in die registers overeenkomstig deze wet.

Artikel 17c

De inschrijving van een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, dat dateert van voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet en de grondslag vormt voor een op dat tijdstip niet meer van kracht zijnde publiekrechtelijke beperking, alsmede een op dat beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, blijft achterwege.

Artikel 17d

Op de schending van verplichtingen krachtens deze wet ten aanzien van beperkingenbesluiten als bedoeld in de artikelen 17a, 17b en 17c is artikel 162 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

HOOFDSTUK 3. SAMENLOOP- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 13

Indien het bij koninklijke boodschap van 5 januari 2004 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Woningwet en enkele andere wetten (verbetering naleving, handhaafbaarheid en handhaving bouwregelgeving) (29 392), tot wet is verheven en in werking is getreden op het tijdstip dat deze wet in werking treedt, komt artikel 100e van de Woningwet te luiden:

Artikel 100e

Bij een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom gericht op naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat dit besluit mede geldt jegens de rechtsopvolger van degene aan wie dat besluit is opgelegd alsmede jegens iedere verdere rechtsopvolger. In dat geval kan het besluit, tenzij bijzondere omstandigheden zich daartegen naar het oordeel van burgemeester en wethouders verzetten, jegens die rechtsopvolger of iedere verdere rechtsopvolger worden ten uitvoer gelegd en kunnen de kosten van die tenuitvoerlegging en een te innen dwangsom bij die rechtsopvolger of verdere rechtsopvolger worden ingevorderd.

Artikel 13a

Indien het bij koninklijke boodschap van 5 januari 2004 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Woningwet en enkele andere wetten (verbetering naleving, handhaafbaarheid en handhaving bouwregelgeving) (29 392), tot wet is verheven en in werking is getreden op het tijdstip dat deze wet in werking treedt, zijn ten aanzien van een aanschrijving als bedoeld in artikel V, onder a, van die wijzigingswet de volgende artikelonderdelen van de Woningwet, zoals deze luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van die wijzigingswet, niet langer van kracht:

a. artikel 28, vijfde lid;

b. artikel 28, zesde lid, voorzover daarbij het vijfde lid van toepassing wordt verklaard.

Artikel 14

De Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken treedt in werking op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.

Artikel 15

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 16

Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

De Minister van Justitie,