30 218
Wijziging van de Wet ruimtelijke ordening inzake de grondexploitatie

I
MOTIE VAN HET LID VAN DER LANS C.S.

Voorgesteld 22 mei 2007

De Kamer,

gehoord de beraadslaging over de Wijziging van de Wet Ruimtelijke Ordening inzake de grondexploitatie,

overwegend, dat het innemen van grondposities door allerhande partijen een steeds grotere invloed heeft gekregen op de ruimtelijke ordeningspraktijk van Nederland;

overwegend, dat het voor het voeren van een effectief grondbeleid door overheden van belang is dat de transparantie van de grondmarkt wordt geoptimaliseerd;

overwegend, dat de bij de verschillende overheden beschikbare kennis over de spelers op de grondmarkt en de wijze waarop zij in heel Nederland grondposities hebben verworven ernstige hiaten vertoont,

verzoekt de regering om systematisch onderzoek mogelijk te maken dat zo nauwkeurig en concreet mogelijk inzicht biedt in de activiteiten en verworven rechten van partijen op de grondmarkt en de grondposities die deze inmiddels in Nederland hebben opgenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Lans

Meindertsma

Slagter-Roukema

Schouw

Linthorst

Naar boven