28 916
Nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening (Wet ruimtelijke ordening)

30 218
Wijziging van de Wet ruimtelijke ordening inzake de grondexploitatie

F
BRIEF AAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Den Haag, 22 mei 2007

Op 24 april 2007 heeft u aan de Eerste en Tweede Kamer een ontwerpbesluit ruimtelijke ordening aangeboden met de gelegenheid daar binnen vier weken (rekening houdend met Kamerreces) op te reageren en wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Namens de commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van Eerste Kamer der Staten-Generaal moet ik u meedelen dat er formeel bezwaar wordt gemaakt tegen het voorhangen van dit ontwerpbesluit in dit stadium van het wetgevingsproces. Het ontwerpbesluit vormt namelijk niet alleen een nadere uitwerking op basis van delegatiebepalingen in de Wet ruimtelijke ordening zoals die op 28 november 2006 in het Staatsblad is geplaatst, maar regelt tevens onderwerpen waarvoor in wetsvoorstel 30 218 Wijziging van de Wet ruimtelijke ordening inzake de grondexploitatie de delegatiegrondslag wordt gegeven. Tevens is wetsvoorstel 30 938 Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening nog aanhangig in de Tweede Kamer. In dit wetsvoorstel worden onder meer wijzigingen voorgesteld in de Wet ruimtelijke ordening.

De commissie acht het derhalve ongepast dat het ontwerpbesluit nu al is voorgehangen en wenst het ontwerpbesluit nog niet inhoudelijk te behandelen.

De commissie is bereid het ontwerpbesluit in een later stadium te behandelen, binnen een termijn van vier weken. Dit kan echter alleen zo zijn wanneer geoordeeld kan worden dat de plenaire behandeling van bovengenoemde wetsvoorstellen niet noopt tot aanpassing van het ontwerpbesluit.

Ik verzoek u dan ook de voorhangprocedure op te schorten en de Kamer op een later moment schriftelijk te verzoeken de behandeling van het reeds aangeboden ontwerpbesluit aan te vangen, dan wel aan te kondigen dat er een aangepast ontwerpbesluit zal worden voorgehangen onder intrekking van het ontwerpbesluit dat u deze Kamer op 24 april jl. heeft aangeboden.

Voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Eerste Kamer der Staten-Generaal,

M.E. Bierman-Beukema toe Water

Naar boven