B
VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR MILIEU1
Vastgesteld 2 december 2005
Het voorbereidend onderzoek geeft de commissie voor Milieu aanleiding
tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.
Het wetsvoorstel voorziet er in dat eerder dan nu het geval is de milieugevolgen
van ruimtelijke ontwikkelingen worden beoordeeld. Het gaat om een milieubeoordeling
van strategische plannen. Op dit moment concentreert de milieubeoordeling
zich op het laatste stadium van projectontwikkeling, voordat toestemming wordt
verleend. De strategische milieubeoordeling van plannen voorkómt dat
milieuproblemen pas in beeld komen als al onomkeerbare voorafgaande besluiten
zijn genomen. Daarmee draagt het instrument bij aan een meer duurzame ontwikkeling.
De commissie voor Milieu vindt dat positief.
De commissie constateert dat aan de procedure van de zogeheten «plan-m.e.r»
minder eisen worden gesteld dan aan de huidige «project-m.e.r.».
Er is voor gekozen om bestuursorganen meer verantwoordelijkheden bij de
inrichting van het proces te geven. De wet schrijft bijvoorbeeld niet voor
dat burgers en maatschappelijke groeperingen moeten worden geraadpleegd bij
de start van de planvorming. Alleen aan het eind van het traject, bij de besluitvorming,
is er een verplichte raadpleging. Ook is het niet verplicht in alle gevallen
de Commissie voor de m.e.r. om advies te vragen met het doel de kwaliteit
van de informatie te waarborgen. Bij project-m.e.r. is die verplichting er
wel. Er zijn meer verschillen, maar dit zijn de belangrijkste.
De Tweede Kamer heeft bij de plenaire behandeling gesproken over omvang
en detailniveau van informatie in MER’en en daarover ook amendementen
aangenomen. Recente jurisprudentie toont aan dat aan de kwaliteit van MER-informatie
hoge eisen worden gesteld. In Nederland is juist de Commissie voor de m.e.r.
aangesteld om die kwaliteit te bewaken, maar de wettelijke taak van de Commissie
blijft bij plan-m.e.r. in de wet beperkt. De Raad van State heeft in haar
advies over het wetsvoorstel aangegeven dat het achterwege laten van een aantal
proceswaarborgen per saldo een vermindering van het huidige niveau van milieubescherming inhoudt: de Raad benadrukt dat de bedoeling van de Europese
Richtlijn juist is om de betekenis van de milieubeoordeling op het niveau
van plannen te vergroten.
• Kan de staatssecretaris uitleggen waarom is gekozen voor een vermindering
van het beschermingsniveau van het milieu, terwijl de maatschappij momenteel
wordt geconfronteerd met milieuproblemen die vragen om de meest zorgvuldige
benadering, juist om ruimtelijke ontwikkelingen doorgang te kunnen laten vinden
en besluiten niet te laten stranden in de rechtspraak?
NOVIO-consult stelt in haar evaluatie van de m.e.r.-praktijk dat teruggaan
naar minimumvereisten van Brussel risico’s geeft waarbij het zeer de
vraag is of bijvoorbeeld decentralisatie van bevoegdheden leidt tot de beoogde
lastenverlichting. Novio stelt dat dit eerder leidt tot onzekerheid bij partijen
en vergaande juridisering.
De Tweede Kamer erkent dit probleem en spreekt daarom de wens uit dat
bestuursorganen hun verantwoordelijkheid nemen om besluiten zorgvuldig voor
te bereiden. Dat kan betekenen dat bij planvoorbereiding niet wettelijk verplichte
procedure-stappen voor bijvoorbeeld inspraak en onafhankelijke advisering
worden toegepast. De staatssecretaris heeft daarom op verzoek van de Tweede
Kamer toegezegd een convenant te willen bewerkstelligen tussen IPO, VNG, Commissie
m.e.r. en VROM. Naast financiële afspraken over kostenverdeling moeten
daarin de strategische milieubeoordeling en m.e.r op elkaar worden afgestemd,
inclusief de rol van de Commissie m.e.r. Het doel is te voorkomen dat er fouten
in het voortraject worden gemaakt die later tot vertraging kunnen leiden bij
de rechter. De adviezen van de Commissie moeten juridisering en lastenafwenteling
naar overheden voorkómen. IPO en VNG hebben in brieven aan de Tweede
Kamer daarom het belang van een blijvende inzetbaarheid van de Commissie m.e.r.
op facultatieve basis bepleit.
De Commissie milieu van de Eerste Kamer hecht daarom grote waarde aan
een dergelijk convenant. Het convenant moet duidelijk maken of het mogelijk
is ondanks een verminderde wettelijke borging het milieubelang op een gelijkwaardige
manier te dienen. Om die reden vindt zij het van belang dat een tijdige evaluatie
van de werking van een convenant plaatsvindt, zodat de resultaten daarvan
nog kunnen worden betrokken bij de aangekondigde wetsvoorstellen voor project-m.e.r.
Met het oog hierop heeft de Kamercommissie de volgende vragen.
• Ziet de staatssecretaris het belang van een spoedige opstelling
van het convenant, zodat de evaluatie ervan een rol kan spelen bij de wetswijzigingen
voor project-m.e.r.?
• Kan de staatssecretaris met het oog hierop aangeven wanneer het
convenant klaar is en hoe hij er zorg voor draagt dat de (planning van) de
wetswijziging op de resultaten van evaluatie van het convenant wordt afgestemd?
• Vindt de staatssecretaris het van belang dat niet alleen IPO en
VNG, maar ook betrokken departementen convenant-partij zijn met het oog op
departementale strategische milieubeoordelingen?
• Deelt de staatssecretaris de mening dat een onafhankelijke partij
het convenant moet evalueren en kan de staatssecretaris aangeven welke onafhankelijke
partij dit zal zijn?
• Kan de staatssecretaris aangeven wat naar zijn mening de belangrijke
ijkpunten zijn voor die evaluatie?
• Deelt de staatssecretaris de mening dat de waarborgen voor een
zorgvuldige procedure in de wet versterkt moeten worden als de evaluatie van
het convenant daartoe aanleiding geeft?
De voorzitter van de commissie,
Meindertsma
De griffier van de commissie,
Van Dooren
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Ketting (VVD) (plv. voorzitter), Meindertsma
(PvdA) (voorzitter), Lemstra (CDA), Bierman-Beukema
toe Water (VVD), Van der Lans (GL), Van Middelkoop (CU), Hessing (LPF), Ten
Hoeve (OSF), Nap-Borger (CDA), Slagter-Roukema (SP), V. Dalen-Schiphorst
(CDA), Schouw (D66), Putters (PvdA).
Plv. Leden: Swenker (VVD), Witteman (PvdA), Wagemakers (CDA), Pormes (GL),
Van den Berg (SGP), Pastoor (CDA), Van Raak (SP), Van Gennip (CDA), Engels
(D66).